Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:10558

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
21-003220-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht. Veroordeling wegens openlijke geweldpleging tegen goederen tot een voorwaardelijke werkstraf van 20 uren met een proeftijd van twee jaren. Het hof stelt vast dat verdachte niet alleen de groep getalsmatig heeft versterkt, maar dat hij door zijn opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het individuele aandeel van verdachte. Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij toe. In een situatie van openlijk geweld is artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek (hierna ook BW) van toepassing dat ziet op groepsaansprakelijkheid. De hoofdelijke aansprakelijkheid leidt ertoe dat de benadeelde ter verkrijging van volledige vergoeding daarvan ermee kan volstaan één van de tot de desbetreffende groep behorende personen aan te spreken. De mate van betrokkenheid of de rol van de afzonderlijke deelnemers bij het onrechtmatig handelen is daarbij niet van belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003220-20

Uitspraak d.d.: 16 december 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 15 september 2020 met parketnummer 18-096572-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 december 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest, en met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij geheel wordt toegewezen ad € 516,69, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. P.R. Logemann, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 15 september 2020 ter zake van de primair tenlastegelegde openlijke geweldpleging veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest, en met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de kinderrechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] geheel toegewezen en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] afgewezen.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair
hij in of omstreeks de periode (nacht) van 24 en 25 oktober 2019 te [plaats] openlijk, te weten, aan of bij diverse openbare weg(en) aldaar, in elk geval op of aan een of meer openbare weg(en) en/of op (een) voor het publiek toegankelijke plaats(en), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer goed(eren) te weten

aan of bij de [straatnaam1] aldaar tegen een personenauto (Daihatsu Cuore, rood) toebehorende aan [benadeelde partij3] (aangifte 2/zaak 8, pag. 99 in pv) en/of

tegen een personenauto (Mini, wit) toebehorende aan [benadeelde partij4] e/o [benadeelde partij5] (aangifte 6/zaak 16, pag. 118 in pv) en/of

tegen een personenauto (Kia Sportage, zwart) toebehorende aan [benadeelde partij2] (aangifte 9/zaak 19, pag. 138 in pv) en/of

tegen de ruiten en/of een deur van een of meer gebouw(en) van de GGZ toebehorende aan de GGZ [plaats] (aangifte 12/zaak 22, pag. 153 in pv) door een of meer ruit(en) van die personenauto('s) en/of een of meer spiegel(s) van die personenauto('s) - al dan niet met een voorwerp - in te gooien/slaan en/of te schoppen en/of de ruit(en)/deur van die GGZ instelling - al dan niet met een voorwerp - in te gooien en/of te schoppen/slaan en/of

aan of bij de [straatnaam2] aldaar tegen de ruit(en) van een schoolgebouw toebehorende aan het Openbaar Scholennetwerk " [naam1] " (aangifte 3/zaak 12, pag. 103 in pv) en/of

tegen een personenauto (Peugeot 108, grijs) toebehorende aan [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij7] (aangifte 13/zaak 23, pag. 162 in pv) en/of

tegen een bedrijfsbus (Renault Traffic) toebehorende aan [benadeelde partij8] en/of [benadeelde partij9] (aangifte 10/zaak 20, pag. 143 in pv) door de ruit(en) van dat schoolgebouw - al dan niet met een voorwerp - in te gooien en/of te schoppen/slaan en/of

door die auto en/of bedrijfsbus - al dan niet met een (scherp) voorwerp - te bekrassen en/of

aan of bij de [straatnaam3] aldaar tegen een personenauto (Daihatsu Cuore, grijs) toebehorende aan [benadeelde partij1] (aangifte 4/zaak 14, pag. 108 in pv) door over deze personenauto een blik met (zwarte)verf te gooien en/of

aan of bij de [straatnaam4] aldaar tegen een (houten) bankje toebehorende aan Kapsalon " [naam2] " en/of [benadeelde partij10] (aangifte 5/zaak 15, pag. 113 in pv) door dit bankje meermalen omver te trappen en/of te gooien en/of

aan of bij de [straatnaam5] aldaar tegen een of meer ruit(en) van een schoolgebouw toebehorende aan OSG [naam3] (aangifte 7/zaak 17, pag. 124 in pv) door met (een) voorwerp(en) tegen die ruit(en) te slaan en/of door de ruit(en) heen te gooien en/of

aan of bij de [straatnaam6] aldaar tegen de (voor)ruit van een woning toebehorende aan [benadeelde partij11] (aangifte 8/zaak 18, pag. 130 in pv) door (een) ste(e)n(en) tegen de ruit te gooien/ slaan en/of

aan of bij de [straatnaam7] aldaar tegen een personenauto (Alfa Romeo, wit) toebehorende aan [benadeelde partij12] (aangifte 11/zaak 21, pag. 148 in pv) door tegen de (buiten)spiegel(s) van die personenauto te slaan/schoppen;


subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 24/25 oktober 2019 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk

een personenauto (Daihatsu Cuore, rood) toebehorende aan [benadeelde partij3] en/of

een of meer ruit(en) van de van [naam4] toebehorende aan Openbaar Scholennetwerk “ [naam1] ” en/of

een personenauto (Daihatsu Cuore, grijs) toebehorende aan [benadeelde partij1] en/of

een (houten) bankje toebehorende aan kapsalon “ [naam2] ” en/of

een personenauto (Mini, wit) toebehorende aan [benadeelde partij4] en/of

een of meer ruit(en) van het schoolgebouw OSG [naam3] en/of de (voor)ruit van een woning toebehorende aan [benadeelde partij11] en/of

een personenauto (Kia Sportage, zwart) toebehorende aan [benadeelde partij2] en/of

een bedrijfsbus (Renault Traffic) toebehorende aan [benadeelde partij8] en/of

een personenauto (Alfa Romeo, wit) toebehorende aan [benadeelde partij12] en/of

een of meer ruit(en) en/of een deur van de GGZ instelling toebehorende aan GGZ [plaats] en/of

een personenauto (Peugeot 108, grijs)toebehorende aan [benadeelde partij6] e/o [benadeelde partij7]

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Ter zitting in hoger beroep is door de verdediging betoogd dat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, aangezien de verdachte geen opzet heeft gehad op de door [naam5] en/of zijn broer [naam6] gepleegde geweldshandelingen, maar slechts met die [naam5] , [naam6] en vriend [naam7] is opgetrokken en zich niet aan de gepleegde geweldshandelingen heeft kunnen onttrekken. De twee gedragingen die verdachte zelf heeft verricht waren niet van zodanig gewicht dat je kunt spreken van een significante bijdrage, aldus de raadsman.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Vooropgesteld wordt dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, als verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Deze bijdrage hoeft zelf niet van gewelddadige aard te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Het hof stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

In de nacht van 24 op 25 oktober 2019 zijn verdachte, zijn vriend [naam7] , zijn broer [naam6] en diens vriend [naam5] samen in de woning van (de moeder van) verdachte aan de [woonadres] in [plaats] . Alle vier de jongens zijn onder invloed van alcohol. [naam5] heeft daarnaast ook drugs gebruikt. Op enig moment vatten verdachte en [naam5] het idee op om dingen te gaan vernielen. Dan verlaten ze met z’n vieren de woning. [naam6] heeft een bus met zwarte verf meegenomen en gooit deze verf dicht bij huis op een auto. Hierop volgt een reeks van vernielingen, waarbij [naam5] onder meer een houten bankje kapotmaakt, ruiten van gebouwen ingooit en auto’s beschadigt. Dan komt de groep bij het ziekenhuis waar een klein kraantje staat. [naam5] trekt aan het kraantje, [naam6] gaat in het kraantje zitten en vervolgens duwen verdachte, [naam6] en [naam5] tegen het kraantje. Vervolgens loopt de groep weer verder. Bij de [straatnaam5] pakt verdachte een houten balk en smijt deze op het trottoir. [naam5] pakt ook een balk en gooit deze door de ruiten van schoolgebouw OSG [naam3] . De groep loopt verder. De wandeling eindigt bij de woning van verdachte.

De hele route hebben verdachte, zijn broer, [naam5] en [naam7] samen gelopen, waarbij [naam7] veelal achteraan liep, [naam5] voorop en verdachte en zijn broer zowel voorop als achteraan bij [naam7] .

Op grond hiervan staat voor het hof vast dat verdachte niet alleen de groep getalsmatig heeft versterkt, maar dat hij door te handelen als hiervoor vermeld, opzet heeft gehad op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Verdachte was één van de initiatiefnemers van de geweldplegingen. Er was geen sprake van een situatie waaraan verdachte zich niet kon onttrekken. Verdachte is de gehele route met de groep meegelopen, ook deels voorop met [naam5] , en heeft door zijn (actieve) handelingen, te weten: het duwen tegen het kraantje en het pakken en gooien van de balk, bijgedragen aan het gepleegde geweld. Voor verdachtes stelling dat hij heeft geprobeerd om [naam5] tegen te houden biedt het dossier geen ondersteuning. Daarmee is het verweer verworpen en komt het hof tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair
hij in de periode (nacht) van 24 en 25 oktober 2019 te [plaats] openlijk, te weten, aan diverse openbare wegen aldaar, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen te weten

aan de [straatnaam1] aldaar tegen een personenauto (Daihatsu Cuore, rood) toebehorende aan [benadeelde partij3] en tegen een personenauto (Mini, wit) toebehorende aan [benadeelde partij4] e/o [benadeelde partij5] en tegen een personenauto (Kia Sportage, zwart) toebehorende aan [benadeelde partij2] en tegen de ruiten en een deur van een gebouwen van de GGZ toebehorende aan de GGZ [plaats] door ruiten van die personenauto's en spiegels van die personenauto's - al dan niet met een voorwerp - in te gooien/slaan en/of te schoppen en/of de ruiten/deur van die GGZ instelling - al dan niet met een voorwerp - in te gooien en/of te schoppen/slaan en

aan de [straatnaam2] aldaar tegen de ruiten van een schoolgebouw toebehorende aan het Openbaar Scholennetwerk " [naam1] " en tegen een personenauto (Peugeot 108, grijs) toebehorende aan [benadeelde partij6] en tegen een bedrijfsbus (Renault Traffic) toebehorende aan [benadeelde partij8] door de ruiten van dat schoolgebouw - al dan niet met een voorwerp - in te gooien en/of te schoppen/slaan en door die auto en/of bedrijfsbus - al dan niet met een (scherp) voorwerp - te bekrassen en

aan de [straatnaam3] aldaar tegen een personenauto (Daihatsu Cuore, grijs) toebehorende aan [benadeelde partij1] door over deze personenauto een blik met zwarte verf te gooien en

aan de [straatnaam4] aldaar tegen een houten bankje toebehorende aan [benadeelde partij10] door dit bankje meermalen omver te trappen en te gooien en

aan de [straatnaam5] aldaar tegen ruiten van een schoolgebouw toebehorende aan OSG [naam3] door met (een) voorwerp(en) tegen die ruit(en) te slaan en door de ruit(en) heen te gooien en

aan de [straatnaam6] aldaar tegen de voorruit van een woning toebehorende aan
[benadeelde partij11] door (een) ste(e)n(en) tegen de ruit te gooien/slaan en

aan de [straatnaam7] aldaar tegen een personenauto (Alfa Romeo, wit) toebehorende aan [benadeelde partij12] door tegen de (buiten)spiegel(s) van die personenauto te slaan/schoppen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen goederen. De groep heeft in de nacht van 24 op 25 oktober 2019 in [plaats] tijdens een wandeling door de wijk rondom de ouderlijke woning van verdachte talloze vernielingen gepleegd, waaronder het ingooien van ramen en het beschadigen van auto’s. Verdachte heeft zich samen met anderen zonder enige zin of reden respectloos getoond voor de eigendommen van een ander en is daarmee mede verantwoordelijk voor veel hinder en schade bij de gedupeerden..

Hoewel openlijke geweldpleging een delict is waarbij ieder van de medeplegers van dat delict verantwoordelijk én aansprakelijk is voor het geheel van de door de groep of groepen gepleegde geweld en de gevolgen daarvan, houdt het hof bij het bepalen van de straf ook rekening met het individuele aandeel van verdachte. In het voordeel van verdachte weegt mee dat hij zelf geen vernielingen heeft gepleegd en zijn bijdrage aan het geheel minder groot is geweest.

In zaken betreffende minderjarigen is het uitgangspunt bij openlijk geweld gepleegd tegen goederen oplegging van een (onvoorwaardelijke) taakstraf van 20 uren. Als sprake is van aanzienlijke schade is het uitgangspunt (vanaf) 40 uren taakstraf.

Het hof heeft ook gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn gebleken uit het strafdossier, vooral uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 4 september 2020, en uit hetgeen verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting van het hof hebben aangevoerd. Het is de eerste (en hopelijk laatste) keer dat verdachte met politie in aanraking is gekomen, hij heeft in vrijwillig kader hulp geaccepteerd en daarmee inzet getoond om zijn leven op orde te krijgen. Ook overigens is er geen sprake van reden tot zorg over de ontwikkeling van verdachte, het gaat goed met verdachte hetgeen ook door de ter terechtzitting aanwezige ouders van verdachte is bevestigd.

Alles afwegende is uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door de verdachte begane strafbare feit de oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van twintig uren met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Deze voorwaardelijke straf dient ook als stok achter de deur om verdachte te ondersteunen in zijn voornemen niet opnieuw met politie en justitie in aanraking te komen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 516,69, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte een ondergeschikte rol had in de openlijke geweldpleging en dat evident is dat verdachte de schade niet heeft veroorzaakt, zodat de schade op de dader moet worden verhaald.

In een situatie van openlijk geweld is artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek (hierna ook BW) van toepassing dat ziet op groepsaansprakelijkheid. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de tot een groep behorende personen die deze bepaling in het leven roept, leidt ertoe dat de benadeelde, die ten gevolge van een gedraging in groepsverband schade heeft geleden, ter verkrijging van volledige vergoeding daarvan ermee kan volstaan één van de tot de desbetreffende groep behorende personen aan te spreken. De mate van betrokkenheid of de rol van de afzonderlijke deelnemers bij het onrechtmatig handelen is daarbij niet van belang (vgl. HR 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2914). Het verweer van de raadsman op dit punt is dan ook tevergeefs voorgesteld.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 516,69 (vijfhonderdzestien euro en negenenzestig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij1] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 516,69 (vijfhonderdzestien euro en negenenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 25 oktober 2019.

Aldus gewezen door

mr. E.M.J. Brink, voorzitter,

mr. M.C. Fuhler en mr. E. Pennink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 16 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Pennink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.