Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:10415

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
14-12-2020
Datum publicatie
16-12-2020
Zaaknummer
21-001730-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en overschrijding van de maximumsnelheid op een autoweg. Ter zake van het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs wordt een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren opgelegd. Daarnaast wordt een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden opgelegd. Ter zake van het overschrijden van de maximumsnelheid wordt een boete van €840,- opgelegd, te voldoen in termijnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001730-19

Uitspraak d.d.: 14 december 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 maart 2019 met parketnummer 96-265428-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

thans uit anderen hoofde verblijvende in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs heeft de advocaat-generaal oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken en ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden gevorderd. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde overschrijden van de maximale snelheid heeft de advocaat-generaal een geldboete van €50,- gevorderd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. G.J. Woodrow, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden opgelegd. Voor het overschrijden van de toegestane maximumsnelheid is de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €840,- waarbij de politierechter heeft bepaald dat verdachte deze boete in acht termijnen van €100,- per maand en één termijn van €40,- per maand mag voldoen.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij, op of omstreeks 27 december 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de N31, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

2.
hij, op of omstreeks 27 december 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N31, welke weg als autoweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 156 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij, op 27 december 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de N31, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd;


2.
hij op 27 december 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N31, welke weg als autoweg was aangeduid, heeft gereden en de aldaar toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overschrijding van de maximumsnelheid op een autoweg. De snelheidslimiet en de daarop toegespitste controles ter handhaving daarvan dienen het belang van de verkeersveiligheid. Het zich niet houden aan deze limiet heeft de wetgever met het oog daarop strafbaar gesteld. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Verdachte heeft daarmee een belangrijke overheidsbeslissing genegeerd en het belang van de verkeersveiligheid veronachtzaamd.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 oktober 2020, waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder ook voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Deze eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Hij trekt zich klaarblijkelijk weinig aan van de eerdere straffen die hem voor soortgelijke feiten zijn opgelegd. Het hof zal hiermee in strafverzwarende zin rekening houden.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend reclasseringsadvies van 13 oktober 2020. Gezien dit reclasseringsadvies lijkt het dat verdachte zijn leven een positieve wending zou hebben gegeven en dat hij niet terug wil vallen in de criminaliteit .

Mede in het licht van dit reclasseringsadvies hebben verdachte en zijn raadsman ter zitting van het hof verzocht om af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en in plaats daarvan een taakstraf en/of een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het hof gaat hierin echter niet mee, gezien de aard en de ernst van de feiten en verdachtes strafrechtelijk verleden.

Alles afwegende en in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof ter zake van feit 1 oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Daarnaast legt het hof verdachte ter zake van feit 1 een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden op, en ter zake van feit 2 een geldboete van € 840,-. Deze geldboete kan verdachte voldoen in 8 termijnen van € 100,- per maand en één termijn van € 40,- per maand. Het hof sluit met deze strafoplegging aan bij de door de politierechter opgelegde straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 21 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder in de zaak met parketnummer 96-265428-18 onder 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) maanden.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 840,00 (achthonderdveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, groot

€ 100,00 (honderd euro) en 1 (één) termijn van 1 maand, groot € 40,00 (veertig euro).

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. L.J. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Veenbaas, griffier,

en op 14 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.