Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:1041

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.426/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Alleen als een verkeersbord boven een rijstrook is geplaatst, geldt het slechts voor die rijstrook.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.426/01

CJIB-nummer

: 209650288

Uitspraak d.d.

: 10 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 15 oktober 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 93,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, (verkeersbord A1) met 11 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 juli 2017 om 21.24 uur op de Beneluxweg in Groningen met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De betrokkene voert aan dat hij op een autoweg reed en dat op de pleeglocatie geen snelheidsbeperking van toepassing was. Daarom heeft hij geen overtreding begaan. De betrokkene had aangevoerd dat de bebording niet correct was geplaatst, maar de officier van justitie heeft geen verklaring van correcte plaatsing van de bebording geleverd. Op de gecombineerde invoeg/uitvoegstrook voorafgaand aan de controle staat het bord A1 enkel aan de rechterzijde van de weghelft. Conform de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is een bord alleen geldig voor de rijstrook waaraan dit geplaatst is, dus de invoegstrook. Als de werking van bord A1 komt te vervallen is de normale wettelijke maximumsnelheid van toepassing. Het bord H1 is ook in strijd met de Uitvoeringsvoorschriften BABW geplaatst omdat er naast de gewone autoweg geen duidelijke overgang naar een bebouwde kom situatie en aan de weg gelegen aaneengesloten bebouwing te zien is. Het is dus niet redelijk om hieraan rechten te ontlenen voor snelheidsbeperking. De bebording is niet sluitend en daarom mag verkeer op deze plek 100 km/h rijden.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vermelding dat met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel is gemeten dat met het onder 1. genoemde kenteken een (gecorrigeerde) snelheid van 81 km per uur is gereden, terwijl de toegestane snelheid ter plaatse 70 km per uur is. Daarnaast staat in het zaakoverzicht opgenomen dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom.

5. Verder bevat het dossier een foto van de gedraging. Hierop is het voertuig met het onder 1. genoemde kenteken te zien. De gegevens in de databalk komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Daarnaast bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar – kort samengevat – verklaart dat de precieze pleeglocatie de Beneluxweg in Groningen is, nabij hectometerpaal 4.3 links en dat de controle is gedaan aan de rechterkant van de rijbaan. Door zowel de betrokkene als de advocaat-generaal is een uitdraai van Google Maps Streetview toegestuurd, waarop de Beneluxweg is te zien met aan de rechterzijde van de rijbaan een bord
A1 ‘70’ en daarboven een bord H1 ‘Groningen’.

6. Voor het kunnen opleggen van een beschikking is het geen vereiste dat de ambtenaar expliciet verklaart dat hij de bebording voorafgaand aan de snelheidscontrole heeft gecontroleerd. Uit het dossier blijkt dat ter plaatste bebording aanwezig was. De betrokkene ontkent ook niet dat aan de rechterzijde van de weg een bord A1 '70' stond.

7. De betrokkene heeft met betrekking tot de bebording met daarop de maximumsnelheid verwezen naar de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. In hoofdstuk II, paragraaf 2, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens staat voor zover relevant het volgende:

“10 Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt.
Borden kunnen ook boven de rijbaan worden aangebracht.
Ter hoogte van rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linkerzijde geldt.
11 Bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F 1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.”

8. Dat een aan de rechterzijde van de weg geplaatst bord enkel van toepassing is op de rechter rijstrook, berust op een onjuiste lezing van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. Alleen als een bord boven een rijstrook is geplaatst, wat hier niet het geval was, heeft dit bord slechts gelding voor die betreffende rijstrook. Indien een bord aan de rechterzijde van de weg is geplaatst, is dit bord geldig voor de gehele weg. Dat in artikel 11 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is bepaald dat bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen bebording aan beide zijden van de rijbaan moeten worden

geplaatst, kan de betrokkene niet baten. Het is vaste rechtspraak dat de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zich slechts richten tot de wegbeheerder en dat een individuele weggebruiker daaraan geen rechten kan ontlenen. Dit geldt ook ten aanzien van de borden H1.

9. Gelet op het voorgaande kan het verweer met betrekking tot de bebording niet slagen. Nog afgezien daarvan zou, omdat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom, in dat geval de reguliere maximumsnelheid binnen de bebouwde kom van 50 km/u hebben gegolden (artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990). Ook in dat geval zou dus een snelheidsovertreding zijn begaan. Er kan dan ook worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

10. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.