Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:10060

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
11-01-2021
Zaaknummer
Wahv 200.259.134
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De betrokkene klaagt erover dat de ambtenaar haar voor een verkeersovertreding staande hield, in plaats van de vandaal die een abri vernielde. Bij een reële mogelijkheid tot staandehouding is de ambtenaar verplicht daartoe over te gaan. Daarmee worden geen rechtens te respecteren belangen geschaad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.259.134/01

CJIB-nummer

: 214704517

Uitspraak d.d.

: 3 december 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 maart 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet doorgaan bij groen licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 februari 2018 om 15:43 uur op de Middenweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .

2. De betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht en voert aan dat de verklaring van de ambtenaar op meerdere punten niet juist is. Zo heeft de ambtenaar niet de achtervolging ingezet en heeft hij geen optische signalen gebruikt. De betrokkene verzoekt om foto- en/of filmmateriaal waarop de gedraging zichtbaar is. Verder merkt zij op dat de ambtenaar ervoor heeft gekozen haar staande te houden en een sanctie op te leggen en daardoor ten onrechte een vandaal heeft laten lopen die een tramhokje vernielde.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Gedragingsgegevens: Ik had direct zicht op het verkeerslicht. Ik zag dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Ik zag dat genoemd voertuig er direct voor stond. Ik zag dat het verkeerslicht kort hierna groen licht begon uit te stralen. Ik zag dat genoemd voertuig stil bleef staan voor het groene verkeerslicht. Ik zag dat het verkeerslicht vervolgens weer rood licht uitstraalde. Ik zag dat de bestuurder nog steeds geen aanstalten had gemaakt om te gaan rijden. Ik heb hierop mijn dienstvoertuig, op de trambaan, parallel aan genoemd voertuig gezet. Ik zag dat de bestuurder haar mobiele telefoon vasthield en aan het bedienen was met twee handen. Ik zag dat zij dit geruime tijd deed. Ik heb vervolgens de bestuurder een stopteken middels het stopbord aan de achterzijde van mijn voertuig gegeven toen ik voor haar reed. Ik zag dat de bestuurder hier geen gehoor aan gaf en om mijn dienstvoertuig heen reed en haar weg vervolgde. Ik heb vervolgens de bestuurder nogmaals een stopteken gegeven middels het stopbord aan de voorzijde van mijn voertuig in combinatie met de blauwe optische signalen. Ik zag dat er vervolgens gehoor werd gegeven aan het stopsteken. (…)

Verklaring betrokkene: Ik ben geoorloofd om mijn mobiele telefoon vast te houden voor het rode verkeerslicht. Het verkeerslicht is helemaal niet op groen gegaan. Het was gewoon rood. Ik ga in bezwaar.”

5. Het dossier bevat, naast voornoemd zaakoverzicht, een aanvullend proces-verbaal van

17 november 2018. In dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende:

“Kan ik zeggen dat ik [betrokkene] zeer duidelijk verteld heb dat zij staande gehouden is ter zake het niet doorrijden bij een groen verkeerslicht. Ik heb benoemd dat ik ook gezien heb dat [betrokkene] een mobiele telefoon vasthield. Ik heb ook medegedeeld dat dit niet strafbaar is, zolang zij voor het rode verkeerslicht staat, maar dat zij wel moet doorrijden bij een groen verkeerslicht. [betrokkene] liet duidelijk weten dat zij het hier niet mee eens was. Ik verwijs hiervoor naar haar verklaring op het proces-verbaal. Ik heb haar ook medegedeeld dat het negeren van een stopteken strafbaar is, maar dat zij daarvoor geen proces-verbaal zal ontvangen.”

6. Bij het aanvullend proces-verbaal heeft de ambtenaar een plattegrond van Google Maps (Streetview) gevoegd waarop is aangegeven welke route het voertuig van de betrokkene heeft afgelegd en hoe de ambtenaar is gereden. Daarnaast is aangegeven waar de ambtenaar de betrokkene een stopteken heeft gegeven, waar de betrokkene het politievoertuig heeft ingehaald en waar het voertuig van de betrokkene tot stilstand is gebracht.

7. Het hof stelt vast dat in dit geval sprake is van een visuele waarneming van de gedraging door de ambtenaar. Van de gedraging zijn om die reden geen foto’s of filmbeelden beschikbaar. De visuele waarneming door een ambtenaar kan voldoende grondslag zijn voor de vaststelling dat een gedraging is verricht. In het onderhavige geval volgt uit de uitgebreide verklaring van de ambtenaar dat hij duidelijk zicht had op het verkeerslicht en (het voertuig van) de betrokkene op het moment dat zij stil is blijven staan voor het groen uitstralende verkeerlicht. Dat de betrokkene mogelijk niet heeft gezien dat het verkeerslicht tussentijds groen licht heeft uitgestraald omdat haar aandacht gevestigd was op haar mobiele telefoon, geeft het hof geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de ambtenaar. Dat de ambtenaar ten onrechte zou hebben vermeld dat hij “de achtervolging inzette” en daarbij optische signalen heeft gebruikt, kan - wat daar ook van zij - buiten beschouwing blijven. Dit doet immers niet af aan de waarneming van de ambtenaar dat de betrokkene niet is doorgereden bij het groen uitstralende verkeerslicht. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

8. Met betrekking tot het verweer van de betrokkene dat de ambtenaar ervoor heeft gekozen haar staande te houden en een sanctie op te leggen en daardoor ten onrechte een vandaal heeft laten lopen die een tramhokje vernielde, overweegt het hof dat deze omstandigheid - nog daargelaten dat uit de stukken niet volgt dat de ambtenaar de vernieling van het tramhokje heeft waargenomen - niet meebrengt dat de ambtenaar, die een gedraging vaststelt, niet tot oplegging van een sanctie mag overgaan. Uit artikel 5 van de Wahv volgt dat de ambtenaar die een gedraging vaststelt tot staandehouding dient over te gaan, tenzij daartoe geen reële mogelijkheid bestaat. De ambtenaar heeft hier deze reële mogelijkheid aanwezig geacht. Niet valt in te zien dat de betrokkene daardoor in haar rechtens te erkennen belangen is geschaad.

9. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.