Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:9903

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-11-2019
Datum publicatie
27-11-2019
Zaaknummer
200.244.368
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schijn van volmachtverlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.244.368

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn, 6292103)

arrest van 19 november 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Freshlight B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Freshlight,

advocaat: mr. A. Thissen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Evenementenhal Hardenberg B.V.,

gevestigd te Hardenberg,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Evenementenhal Hardenberg,

advocaat: mr. H.J.G.M. te Woerd.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 september 2018 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- het proces-verbaal van de comparitie na aanbreng van partijen van 28 november 2018;

- de memorie van grieven;

- de memorie van antwoord, met één productie.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten.

2.2

Evenementenhal Hardenberg exploiteert een evenementenhal en organiseert en exploiteert evenementen.

2.3

Freshlight is een zustermaatschappij van een aantal vennootschappen die zich bezig houden met het ontwikkelen, produceren en vermarkten van ioniserende ledlampen in diverse markten. Zusteronderneming FreshlightAgri B.V. (hierna: FreshlightAgri) heeft haar focus op de agrarische markt en Roadled B.V. (hierna: Roadled) heeft haar focus op weg- en waterbouw.

2.4

Bij brief van 4 maart 2015 heeft Evenementenhal Hardenberg aan Freshlight het volgende bericht:

Betreft: Offerte beursdeelnames in Evenementenhal

Geachte heer [A] ,

Naar aanleiding van ons telefonisch contact op 30 januari en uw beursselectie ontvangen op 3 maart ontvangt u hierbij de offerte. Op de 2e pagina vindt u het beursdeelname overzicht in Evenementenhal welke na ondertekening aan u wordt bevestigd.

Onderaan de brief aan de linkerkant staat vermeld “Paraaf Freshlight”. Daarbij is de paraaf neergezet door de heer [B] (hierna: [B] ).

2.5

Aan de brief is een overzicht van beurzen gehecht met de titel “Offerte beurzen 2015/2016”. Op het blad staat rechts bovenaan – evenals op de brief – “Freshlight” en “T.a.v. Dhr. [A] ” met het adres vermeld. In het overzicht worden in de linkerkolom onder de benaming “Freslight.eu” zeventien beursnamen genoemd, onder de benaming “Roadled.eu” drie beursnamen en onder de benaming “Freshlightagri.com” zes beursnamen. In de overige kolommen worden data, locatie, huursom en afmetingen gespecificeerd. In totaal dient volgens de offerte een bedrag van € 65.000, exclusief btw, te worden betaald. Onder het overzicht staat aan de linkerkant handgeschreven vermeld dat akkoord is gegeven op 5 maart 2015. Onder de vermelding “Dhr. [A] Dhr. [B] Freshlight” heeft [B] zijn handtekening gezet.

2.6

De heer [A] is bestuurder van Freshlight. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat [B] als gevolmachtigde voor Freshlight ingeschreven per 1 september 2015. Zijn volmacht is beperkt tot een bedrag van € 10.000.

2.7

Freshlight heeft in maart 2015 deelgenomen aan twee beurzen uit de offerte en de facturen hiervoor zijn op 22 april 2015 door Dutchenv B.V., de enige aandeelhouder van Freshlight, (hierna: Dutchenv) voldaan.

2.8

Voor zeven andere beurzen uit de offerte waaraan Freshlight deelnam, dan wel mee zou doen, heeft Evenementenhal Hardenberg de kosten voor deelname c.q. annuleringskosten gefactureerd. Freshlight heeft deze facturen, voor in totaal € 20.732,77, ondanks aanmaning en ingebrekestelling onbetaald gelaten.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Evenementenhal Hardenberg heeft in eerste aanleg betaling gevorderd van de openstaande facturen, vermeerderd met rente en kosten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij met Freshlight een overeenkomst, inclusief algemene voorwaarden, heeft gesloten, waarbij Freshlight zich verbonden heeft om deel te nemen aan acht beurzen in Hardenberg in de periode van maart 2015 tot en met maart 2016. Freshlight heeft aan vijf van deze beurzen meegedaan en op 2 oktober 2015 heeft zij haar deelname aan drie beurzen geannuleerd. Freshlight heeft slechts voor een van deze beurzen aan haar betalingsverplichting voldaan. Voor de andere zeven beurzen is Freshlight een (annulerings)vergoeding aan Evenementenhal Hardenberg verschuldigd. Freshlight heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.2

De kantonrechter heeft bij vonnis van 13 juni 2018 Freshlight veroordeeld tot betaling van de (hoofd)som van € 20.732,77, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 15.565,15 vanaf 12 november 2015 tot aan de dag van algehele voldoening en de buitengerechtelijke incassokosten van € 982,33 en met veroordeling van Freshlight in de proceskosten.

4 De beoordeling van het geschil in hoger beroep

4.1

Freshlight is met vier grieven in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter. Zij legt het geschil van partijen over de kernvraag of Evenementenhal Hardenberg er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [B] bevoegd was om namens Freshlight de overeenkomst met Evenementenhal Hardenberg aan te gaan in volle omvang aan het hof voor. De grieven hierover lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.2

Evenementenhal Hardenberg baseert haar vordering op de gestelde overeenkomst met Freshlight, zoals die onder meer blijkt uit de onder 2.4 en 2.5 genoemde documenten. Freshlight voert daartegenover aan (i) dat tussen haar en Evenementenhal geen overeenkomst tot stand is gekomen, omdat [B] die de documenten heeft ondertekend niet bevoegd was om namens Freshlight te tekenen en zij betwist dat sprake was van schijn van volmachtverlening. Daarnaast voert Freshlight aan (ii) dat alle betrokkenen met hun afspraken niet hebben beoogd dat een huurovereenkomst tussen Freshlight en Evenementenhal Hardenberg tot stand kwam, maar tussen Kemaru B.V., handelend onder de naam Beter Duurzaam, (hierna: Beter Duurzaam) en Evenementenhal Hardenberg. Beter Duurzaam zou als hoofdhuurder optreden en delen van de gehuurde beursruimte onderverhuren aan verschillende ondernemingen waarmee zij een samenwerkingsverband was aangegaan, waaronder Freshlight. Bij de beoordeling hiervan stelt het hof het volgende voorop.

Schijn van volmachtverlening

4.3

Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan (art. 3:61 lid 2 BW). Bij de beantwoording van de vraag of de door toedoen van de achterman gewekte schijn voldoende is om bij de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen te wekken dat een toereikende volmacht is verleend, komt het aan op de omstandigheden van het geval. In zijn arrest van 19 februari 2010 (ING/Bera) heeft de Hoge Raad onder meer overwogen dat voor toerekening van schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de in werkelijkheid onbevoegde tussenpersoon op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.1 Het in dit arrest aanvaarde risicobeginsel gaat echter niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon zelf. Er moet ook sprake zijn van feiten of omstandigheden die de onbevoegd vertegenwoordigde betreffen en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt.2

4.4

Evenementenhal Hardenberg heeft gemotiveerd gesteld dat zij erop heeft kunnen en mogen vertrouwen dat [B] bevoegd was om namens Freshlight te handelen. Zij heeft (ook al in eerste aanleg) aangevoerd dat [A] mondeling aan haar directeur de heer [C] (hierna: [C] ) zijn interesse kenbaar heeft gemaakt voor deelname van Freshlight aan door Evenementenhal Hardenberg georganiseerde beurzen, waarbij de heren hebben afgesproken dat er een concrete offerte van Evenementenhal Hardenberg zou volgen. Daarna heeft een medewerker van Evenementenhal Hardenberg, mevrouw [D] (hierna: ( [D] ) op 30 januari 2015 telefonisch contact gehad met [A] , die daarbij heeft verwezen naar zijn medewerker [B] . [D] heeft het telefoongesprek met [A] per e-mail bevestigd aan [B] . Daarna heeft tussen [B] en [D] overleg plaatsgehad over deelname aan beurzen. Op 3 maart 2015 heeft [B] aan [D] per e-mail concreet verzocht om een offerte en deze e-mail cc aan [A] verzonden. De offerte is vervolgens op 4 maart 2015 aan Freshlight gezonden ter attentie van [A] . De offerte is vervolgens ondertekend door [B] .

4.5

Naar het oordeel van het hof heeft Freshlight ook in hoger beroep onvoldoende gemotiveerd betwist dat haar schijn van volmachtverlening kan worden toegerekend. Zoals Freshlight ook zelf betoogt, hebben [A] (Freshlight) en [C] (Evenementenhal Hardenberg) eind 2014 kennis met elkaar gemaakt op een beurs. In de e-mail van 4 februari 2015 van [D] (Evenementenhal Hardenberg) met het onderwerp “Offerte deelname beurzen Evenementenhal” refereert [D] aan het telefonisch contact dat zij met [A] had op 30 januari 2015. Deze e-mail is gericht aan “ [A] (Dutchenv)” en “ [B] (Freshlightagri)”. Daarbij kondigt [D] aan dat zij in de offerte een onderverdeling zal maken “volgens jullie websites in: roadled.eu – infra gerelateerd, freshlightagri.com – agrarisch gerelateerd en freshlight.eu – o.a. utiliteit gericht.” Uit de overgelegde uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat Dutchenv is opgericht in 1994. Bestuurder en enig aandeelhouder van Dutchenv is Stichting Nullum Terra. [A] is bestuurder van deze stichting. Dutchenv is benoemd tot bestuurder van FreslightAgri. Dutchenv is voorts enig aandeelhouder van Freshlight, waarvan [A] ook de bestuurder is. Freshlight, FreshlightAgri en Roadled zijn sinds 1 maart 2015 elk gevolmachtigde van Dutchenv tot € 10.000. Uit het voorgaande volgt dat alle door Evenementenhal Hardenberg in de e-mail van 4 februari 2015 genoemde – aan vennootschappen gerelateerde – namen met elkaar zijn verbonden en ook dat [A] als bestuurder was geïnformeerd over het feit dat aan Freshlight een offerte zou worden gedaan. De offerte is vervolgens aan Freshlight ter attentie van [A] gericht. Dat [A] in die tijd in Londen was – hetgeen in beginsel voor risico van Freshlight komt – mist betekenis, omdat van de bekendheid van Freshlight met de getekende offerte en instemming daarmee blijkt uit het feit dat Freshlight, nadat de offerte door [B] was ondertekend, aan meerdere beurzen uit de offerte heeft deelgenomen en dat Dutchenv twee facturen voor deelname aan beurzen in maart 2015 op 22 april 2015 heeft voldaan. Dat het bedrag – kennelijk met instemming van Evenementenhal Hardenberg – door een andere (verwante) vennootschap is ontvangen, doet er niet aan af dat door partijen uitvoering is gegeven aan de overeenkomst. Bovendien heeft [B] op 2 oktober 2015 vanaf hetzelfde e-mailadres de deelname aan een groot aantal beurzen geannuleerd, waarbij in cc [A] is opgenomen en een medewerker van Freshlight. Het hof is op grond van deze omstandigheden, mede in onderling verband beschouwd, van oordeel dat Evenementenhal Hardenberg op grond van de gedragingen van Freshlight redelijkerwijze heeft mogen aannemen dat aan [B] een toereikende volmacht was verleend om de offerte namens Freshlight te ondertekenen en dat ook daadwerkelijk heeft aangenomen.

Namens wie is [B] opgetreden?

4.6

Freshlight heeft verder aangevoerd dat [A] in de veronderstelling verkeerde dat [B] de gesprekken over de offerte voor Beter Duurzaam voerde en dat het ook de bedoeling van partijen (daaronder begrepen Evenementenhal Hardenberg, Beter Duurzaam en Freshlight) was dat [B] niet voor Freshlight maar voor Beter Duurzaam een offerte aanvroeg en deze ondertekende. Het hof volgt Freshlight daarin niet. Uit de stukken kan worden afgeleid dat eind 2014 tussen [A] als bestuurder van Freshlight en de heren [E] en [F] van Beter Duurzaam, gesproken is over het opzetten van een samenwerkingsverband met het doel om met andere ondernemers in duurzame projecten op beurzen te staan. Beter Duurzaam zou voor deze ondernemers gezamenlijk promotionele activiteiten verrichten rond de beurs, de standruimte huren en opbouwen (inrichten) en deze onderverdelen in kleinere standruimten en onderverhuren aan de diverse ondernemers. Dat er nadien met partijen (Beter Duurzaam, Freshlight en Evenementenhal Hardenberg) afgesproken zou zijn dat onder de vlag van Beter Duurzaam beursruimte bij Evenementenhal Hardenberg zou worden gehuurd, is niet concreet met stukken onderbouwd. In de hiervoor besproken e-mail van 4 februari 2015 die in cc aan [A] werd verstuurd, wordt enkel verwezen naar het gesprek tussen [C] en [A] en niet naar de heren [E] en [F] van Beter Duurzaam. De e-mail bevat voorts alleen verwijzingen naar Freshlight en haar zustervennootschappen en niet naar Beter Duurzaam. Freshlight wijst erop dat in de e-mail van 3 maart 2015 van [B] aan [D] in cc niet alleen [A] , maar ook [E] en [F] zijn opgenomen. Het betoog van Freshlight dat daaruit moet worden afgeleid dat [B] namens Beter Duurzaam optrad, stuit echter af op het feit dat dit in die e-mail en ook in de e-mail van 4 februari 2015 niet wordt vermeld. Uit de tekst van beide e-mails volgt slechts dat [B] voor FreslightAgri, Freshlight en Roadled een offerte aanvraagt. Voor zover er in diezelfde periode ook van enige samenwerking tussen Freshlight en Beter Duurzaam sprake is geweest, bieden de e-mails die in februari en maart tussen [B] en [D] zijn uitgewisseld onvoldoende grond voor de stelling dat de bedoeling van partijen is geweest dat niet Freshlight, maar Beter Duurzaam zich jegens Evenementenhal Hardenberg zou verbinden voor de in de offerte – naar opgave van [B] – genoemde beurzen. Daarbij neemt het hof wederom mede in aanmerking dat Dutchenv en niet Beter Duurzaam de genoemde twee facturen van Freshlight heeft betaald. Bovendien schrijft [B] in een e-mail van 19 februari 2015 aan Evenementenhal Hardenberg: “Voor de 1e LIV volgende week in Venray hebben we al een stand gereserveerd via onze partner BeterDuurzaam ( [F] = contactpersoon). Ik neem aan dat deze gelijk onder dit contract valt.” Deze tekst is naar het oordeel van het hof onverenigbaar met de stelling dat het de bedoeling was dat Beter Duurzaam de overeenkomst met Evenementenhal Hardenberg zou aangaan. Dat Evenementenhal Hardenberg op 18 september 2015 aan Beter Duurzaam verzocht om het contract van FreshlightAgri B.V. over te nemen doet hier niet aan af, nu gesteld noch gebleken is dat of hoe daaraan gevolg is gegeven. De relevantie van de door Freshlight overgelegde annuleringsbrieven van Evenementenhal Hardenberg aan Beter Duurzaam van oktober 2015 is het hof niet duidelijk geworden, nu het verband met de tussen partijen gesloten offerte en de annuleringsmail van Freshlight van 2 oktober 2015 niet wordt toegelicht. Datzelfde geldt voor de e-mailwisseling vanaf 19 oktober 2015 tussen Freshlight(Agri) en Beter Duurzaam, waarbij Evenementenhal Hardenberg niet betrokken is. De stelling dat [B] voor Beter Duurzaam is opgetreden, wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen. Aan bewijslevering op dit punt komt het hof niet toe.

4.7

Freshlight heeft nog aangevoerd dat de vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt voor zover zij ziet op betaling van facturen die niet op naam van Evenementenhal Hardenberg staan. Nu alle facturen waarvan betaling wordt gevorderd op naam van Evenementenhal Hardenberg staan, kan dit Freshlight niet baten.

4.8

Het voorgaande betekent dat de grieven II en III falen. Grief I kan op zichzelf niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis en behoeft daarom, bij gebrek aan belang, verder geen bespreking. Grief IV heeft geen zelfstandige betekenis en deelt het lot van de grieven II en III.

4.9

Nu Freshlight haar stellingen onvoldoende (concreet met stukken) heeft onderbouwd, komt het hof niet aan bewijslevering toe.

6 De slotsom

6.1

Het hoger beroep faalt. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Freshlight in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Evenementenhal Hardenberg zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 1.978

- salaris advocaat € 2.782 (2 punten x appeltarief III)

Totaal € 4.760.

6.3

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn van 13 juni 2018;

veroordeelt Freshlight in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Evenementenhal Hardenberg vastgesteld op € 1.978 voor verschotten en op € 2.782 voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Freshlight in de nakosten, begroot op € 157, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 82 in geval Freshlight niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf veertien dagen na aanschrijving én betekening;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, I. Brand en I.W. Levelt-Iseger en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.

1 HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671. Zie nadien voorts: HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT4790 en HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4909.

2 HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142.