Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:9312

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
Wahv 200.255.849/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De zekerheidsbrieven voldoen niet aan de gestelde eisen, zodat het hof de beslissing van de kantonrechter tot niet-ontvankelijkheid van het beroep zal vernietigen. Nu de betrokkene aan het hof heeft verzocht om de zaak zelf af te doen en door de betrokkene alsnog zekerheid is gesteld, wijst het hof de zaak niet terug en zal het hof de bezwaren tegen de beslissing van de officier van

justitie beoordelen. Op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft. Voor de vaststelling dat de gedraging is verricht is niet van belang of sprake is van een doorgetrokken streep. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden waarin de ambtenaar aanleiding kan vinden om optreden achterwege te laten en geen administratieve sanctie op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.255.849/01

CJIB-nummer

: 220107593

Uitspraak d.d.

: 31 oktober 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 31 januari 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 oktober 2019. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [D] .

Beoordeling

1. Artikel 11, eerste lid, van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten.

2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting tot zekerheidstelling en niet gebleken is dat dit de betrokkene niet kan worden toegerekend.

3. Wat ook zij van de door de gemachtigde betwiste ontvangst van de zekerheidsbrieven, vastgesteld moet worden dat de in het dossier aanwezige mededelingen omtrent de verplichting tot zekerheidstelling niet voldoen aan de daartoe gestelde vereisten zoals deze zijn omschreven in het arrest van het hof van 30 november 2018 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:10471).

4. De kantonrechter heeft het beroep daarom op onjuiste gronden niet-ontvankelijk verklaard, zodat deze beslissing niet in stand kan blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen.

5. Nu is gebleken dat op 18 februari 2019 alsnog zekerheid is gesteld door de betrokkene en door de gemachtigde van de betrokkene aan het hof is verzocht de zaak zelf af te doen, zal het hof de bezwaren tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.

6. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft”, welke gedraging zou zijn verricht op 21 september 2018 om 16:31 uur op de Provincialeweg te Leimuiden met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] . De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.

7. Door de betrokkene is aangevoerd dat hij geen overtreding heeft begaan, nu hij op een punt waar dat zonder gevaar kon en dit was toegestaan ervoor heeft gekozen een andere richting te kiezen en die richting conform de daar aangegeven pijlen op het kruispunt heeft gevolgd. Ter zitting heeft de betrokkene verklaard dat hij op de voorsorteerstrook voor rechtsaf stond en naar de rijbaan voor rechtdoor is gegaan, omdat hij zag dat er een tractor voor hem stond. Dit was toegestaan, aangezien er op dat punt geen doorgetrokken streep was. De betrokkene is vervolgens op de kruising rechtdoor gegaan. Voorbij de kruising werd hij afgesneden door de agent. Dit leverde een gevaarlijke situatie op. De betrokkene heeft zelf geen gevaar of hinder veroorzaakt en is van mening dat hij bij de overige weggebruikers geen ergernis heeft opgewekt, omdat hij ver voor het kruispunt van rijbaan is gewisseld. De agent heeft zich kennelijk wel geërgerd aan zijn rijgedrag en om die reden een boete opgelegd, aldus de betrokkene.

8. De verweten gedraging levert een overtreding op van artikel 78, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel luidt als volgt:

'Bestuurders die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft'.

9. De Nota van Toelichting bij artikel 78 van het RVV 1990 luidt, voor zover hier van belang:

“Met de nieuwe tekst wordt bereikt dat de bestuurder die van voorsorteerstrook wisselt daarop kan worden aangesproken zelfs al is ter plaatse geen doorgetrokken streep toegepast. In dergelijke gevallen kan van de bestuurder immers niet worden gezegd dat hij bij het volgen van een bepaalde richting van de voorsorteerstrook gebruik heeft gemaakt omdat hij deze pas op een later moment is gaan berijden. Hiermee wordt een rustig verkeersbeeld bevorderd. Op kruispunten met voorsorteerstroken moeten bestuurders van de voorsorteerstrook die op hun richting betrekking heeft gebruik maken. Het ergerlijke rijstrook wisselen kan hiermee worden beperkt. Overigens verhindert de bepaling niet dat een bestuurder die constateert dat hij het onjuiste voorsorteervak berijdt de juiste strook opzoekt, voor zover hij daarmee de veiligheid niet in gevaar brengt. Pas in dergelijke gevallen is politieoptreden gewenst.”

10. Ter discussie staat niet dat de betrokkene eerst op de voorsorteerstrook voor rechtsaf reed, vervolgens op de voorsorteerstrook voor rechtdoor is gaan rijden en uiteindelijk zijn weg rechtdoor is vervolgd. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is voor de vaststelling van de gedraging niet van belang of er sprake is van een doorgetrokken streep en is aldus wel in strijd gehandeld met artikel 78, eerste lid, van het RVV 1990. Hiermee is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof echter te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten.

11. De twee slotzinnen van de Nota van Toelichting moeten aldus worden begrepen dat de politieambtenaar in de bijzondere omstandigheden van het geval - zoals wanneer een bestuurder van rijstrook wisselt omdat hij zich bij vergissing in het verkeerde voorsorteervak bevindt - en onder de voorwaarde dat de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht, aanleiding kan vinden om optreden achterwege te laten en geen administratieve sanctie op te leggen (HR 19 november 1996, VR 1997, 110).

12. De ambtenaar heeft verklaard dat de betrokkene voorafgaand aan het wisselen van de rijstroken 200 meter aan stilstaand verkeer had ingehaald. Dit is een situatie die tot ergernis kan leiden bij andere weggebruikers en niet alleen bij politieambtenaren. Niet gebleken is dat de betrokkene zich heeft vergist. Betrokkene is ter plaatste bekend, zo heeft hij ter zitting verklaard, en is van rijstrook gewisseld omdat hij niet wilde worden opgehouden door de tractor die voor hem stond. Daarom besloot hij via een andere route naar zijn bestemming te rijden. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat politieoptreden achterwege had moeten blijven. De klacht van de betrokkene dat de ambtenaar tijdens zijn optreden gevaar heeft veroorzaakt doet hieraan niet af, zodat de sanctie terecht is opgelegd.

13. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.