Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:9292

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
31-10-2019
Zaaknummer
21-006386-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2018:4561
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Blokkade A7. Oproep Facebook ‘Project P’. Demonstratie KOZP landelijke intocht Sinterklaas Dokkum.

Motorrijder.

Verwerping formele verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie in de vervolging (geen schending gelijkheidsbeginsel en/of verbod willekeur).

Veroordeling ter zake van (1) het medeplegen van het opzettelijk versperren van de A7, terwijl daarvan gevaar voor de verkeersveiligheid te duchten is, (2) het medeplegen van door bedreiging met geweld een geoorloofde betoging verhinderen en (3) het medeplegen van dwang op zowel de A6 als de A7.

Ondanks uitgebreidere bewezenverklaring komt het hof tot een lagere strafoplegging dan door de rechtbank opgelegd en door het openbaar ministerie geëist. Strafoplegging in zaken van alle medeverdachten gelijk.

Het arrest bevat ten slotte beslissingen op vorderingen van benadeelde partijen, onder meer inhoudende dat vergoeding van immateriële schade in natura in de gevraagde vorm niet mogelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006386-18

Uitspraak d.d.: 31 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 november 2018 met parketnummer 18-730058-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24, 25 en 26 september 2019, 31 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

  • -

    veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3A en 3B ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 890,55, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en voor het overige niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering;

  • -

    hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 2.608,96, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en afwijzing van de immateriële schade en een bedrag van € 10,- en niet-ontvankelijkverklaring van de vordering voor het overige;

  • -

    afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] .

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B. Klunder, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Bij bovengenoemd vonnis is verdachte ter zake van het medeplegen van het opzettelijk versperren van de A7 en het medeplegen van dwang op de A6 en de A7 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (hoofdelijk) toegewezen tot een bedrag van € 890,55. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, met verwijzing naar de burgerlijke rechter. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] is (hoofdelijk) toegewezen tot een bedrag van € 7.816,50, en afgewezen ten aanzien van een bedrag van € 10,- en de immateriële schade. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het vonnis houdt voorts in dat de hiervoor genoemde toegewezen bedragen telkens zijn vermeerderd met de wettelijke rente en dat steeds de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zijn door de rechtbank afgewezen.

Van het onder 2 primair ten laste gelegde feit, te weten het (medeplegen van) door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging, alsmede van de onder 2 subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde varianten, is verdachte vrijgesproken.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Formele verweren

Schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel (niet vervolgen daders andere wegblokkades)

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, omdat die vervolging in strijd zou zijn met het verbod van willekeur en het gelijkheids-beginsel. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het openbaar ministerie niet heeft gemotiveerd waarom verdachte en de medeverdachten wel worden vervolgd, terwijl in andere min of meer vergelijkbare gevallen, waarin sprake was van het stilleggen van het verkeer en het blokkeren van wegen, zoals bijvoorbeeld de demonstratie op de Erasmusbrug en de langzaamaanacties van de politie, niemand is vervolgd.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie stelt dat het beroep van de verdediging moet worden verworpen omdat geen sprake is van gelijke gevallen. De advocaat-generaal heeft er in dat kader onder meer op gewezen dat de personen die de A7 hebben geblokkeerd niet als demonstranten in de zin van de wet zijn aan te merken en dat het in deze zaak om een snelweg gaat, hetgeen van invloed is op het te duchten gevaar. Hoe dan ook is volgens de advocaat-generaal geen sprake van een schending van de door de verdediging genoemde beginselen.

Oordeel hof

Het hof stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aan het openbaar ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.

Een uitzonderlijk geval als hier bedoeld, doet zich onder meer voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur.1

Evenals de rechtbank en het openbaar ministerie is het hof van oordeel dat de vervolgingsbeslissing die ten aanzien van verdachte (en medeverdachten in deze zaak) is genomen, geen blijk geeft van willekeur. Voor het hof is in dat kader doorslaggevend dat er in de onderhavige zaak aangiftes zijn gedaan door personen die stellen dat zij door de versperring in de uitoefening van een absoluut grondrecht zijn belemmerd. In de door de raadsvrouw aangehaalde gevallen gaat het om belangen van geheel andere aard. Dat sprake is van aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing die meebrengt dat een (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur, valt uit de door de verdediging naar voren gebrachte feiten en omstandigheden ook overigens niet af te leiden. Gezien het voorgaande is geen sprake van een vervolging die in strijd is met het gelijkheidsbeginsel noch met andere beginselen van een goede procesorde. Het hof verwerpt het verweer.

Conclusie:

Het openbaar ministerie wordt ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten ontvankelijk geacht in de vervolging.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

1. primair:

hij op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de (snelweg) Rijksweg A7, heeft versperd, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (al dan niet na een oproep in de (sociale) media)op die Rijksweg A7,

- zich als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobus(sen), (met daarin onder meer demonstranten) en/of (vervolgens)

- als bestuurder van dat motorrijtuig (in die/een groep motorrijtuigen), daarmee rijdende over die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd en/of (vervolgens) dat/die motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand gebracht en/of doen of laten brengen en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich (in die/een groep motorrijtuigen) doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens dat/die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten, op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen en/of laten (stil)staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten op die Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobus(sen) bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/ verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die bestuurder(s) en/of inzittende(n) van die autobus(sen) en die een of meer zich achter en/of bij die autobus(sen) bevindende motorrijtuigen gedwongen te stoppen en/of de vrije doorgang belet en/of belemmerd en/of verhinderd hun reis te vervolgen, waardoor die Rijksweg A7 voor het bestemde gebruik niet meer toegankelijk was en/of een file is ontstaan en/of zodoende die Rijksweg A7 voor langere, althans enige, tijd (ongeveer 45 minuten) versperd, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

1. subsidiair:

meerdere personen op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de (snelweg) Rijksweg A7, hebben versperd, immers hebben die personen tezamen en in vereniging (al dan niet na een oproep in de (sociale) media) op die Rijksweg A7,

- zich als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobus(sen), (met daarin onder meer demonstranten) en/of (vervolgens)

- als bestuurder van dat motorrijtuig (in die/een groep motorrijtuigen), daarmee rijdende over die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd en/of doen of laten minderen en/of (vervolgens) dat/die motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand gebracht en/of doen of laten brengen en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich (in die/een groep motorrijtuigen) doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens dat/die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en), ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter

voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig welke zij bestuurden en/of in welke zij waren gezeten, op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen en/of laten (stil)staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig welke zij bestuurden en/of in welke zij waren gezeten op de Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobus(sen) bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/ verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die bestuurder(s) en/of inzittende(n) van die autobus(sen) en die een of meer zich achter en/of bij die autobus(sen) bevindende motorrijtuigen gedwongen te stoppen en/of de vrije doorgang belet en/of belemmerd en/of verhinderd hun reis te vervolgen, waardoor een file is ontstaan en/of zodoende die Rijksweg A7 voor langere, althans enige, tijd (ongeveer 45 minuten) versperd,

terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 tot en met 18 november 2017, in elk geval in of omstreeks de maand november 2017, in de provincie Fryslân, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in voornoemde periode opzettelijk

- informatie verschaft en/of afspraken gemaakt (via sociale media en/of andere communicatiemiddelen) over de tijd en/of plaats en/of de wijze waarop hij/zij die autobus(sen) (met daarin onder meer demonstranten) zou(den) kunnen treffen en/of

- zich met en/of in een of meerdere motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld (bij een sportcomplex) te [plaats] en/of (op een parkeerterrein bij) [locatie 1] en/of (een tankstation nabij) de Afsluitdijk / Breezanddijk en/of een tankstation nabij de Rijksweg A7 nabij Oudehaske en vervolgens

- zich aangesloten bij andere zich op de Rijksweg A7 nabij Oudehaske bevindende motorrijtuigen, welke bestuurders en/of inzittenden daarvan tezamen en in vereniging die Rijksweg A7 versperden en/of

- het motorrijtuig waarin hij zich bevond, verlaten en/of

- zich aangesloten bij die op de Rijksweg A7 staande en/of lopende personen en/of

- zich niet gedistantieerd van die groep personen en aldus die groep personen op de Rijksweg A7 getalsmatig versterkt,

waardoor hij (het effect van) het strafbare gedrag van die groep personen te weten, het opzettelijk versperren van die Rijksweg A7, heeft ondersteund, althans dat verdachte op enigerlei wijze opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest.

1. meer subsidiair:

hij op of omstreeks 18 november 2017 op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen) in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (al dan niet na een oproep in de (sociale) media) als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig, daarmee rijdende en/of zich doen of laten rijden op die Rijksweg A7,

- zich met dat motorrijtuig met andere motorrijtuigen heeft gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meer op de Rijksweg A7 rijdende autobus(sen), (met daarin onder meer demonstranten) en/of (vervolgens)

- een of meer van die autobus(sen) over de vluchtstrook heeft ingehaald en/of

- een of meer van die autobus(sen) zogenoemd afgesneden en/of

- (als deelnemer aan die groep) met dat motorrijtuig abrupt en/of krachtig heeft geremd, althans (abrupt) snelheid heeft geminderd en/of doen of laten minderen en/of (vervolgens) dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand heeft gebracht en/of doen of laten brengen en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich (in die/een groep)motorrijtuigen heeft doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens dat/die (groep) motorrijtuig(en)

(abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten, op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 heeft doen en/of laten staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten op de Rijksweg A7 heeft verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 heeft begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobus(sen) bevindende en stilstaande motorrijtuigen heeft gegroepeerd/ verzameld en/of aldaar heeft rondgelopen,

door welke gedraging(en) van verdachte en/of zijn mededader(s) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2 primair:

hij op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen) in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in elk geval in de gemeente Dongeradeel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging heeft verhinderd, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- al dan niet na berichtgeving op Facebook betreffende een zogenoemd 'event', (onder meer) (zakelijk weergegeven) aangaande een oproep om massaal de wegen op te gaan om ze (de (anti-zwarte Piet) demonstranten) te vertragen/verhinderen, zodat de kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest in Dokkum konden vieren, althans een oproep van soortgelijke aard en/of strekking in de (sociale) media (zie map 1, p. 32 en 33) en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de [benadeelde 2] zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) in de richting van Dokkum had(den) begeven (op weg naar die geoorloofde betoging),

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd, en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand gebracht en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens die (groep) motorrijtuigen (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet)betoging te Dokkum, en/of

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen,

in elk geval bewerkstelligd dat die inzittenden van die autobussen zodanige vertraging ondervonden, zodat werd verhinderd dat zij de geplande en geoorloofde (anti-zwarte Piet) betoging in Dokkum (tijdig) konden bereiken, waardoor het recht om in Dokkum een betoging te houden niet kon worden verwezenlijkt,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en)en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen).

2 subsidiair:

meerdere personen op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij

Oudehaske (in de richting van Heerenveen) in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in elk geval in de gemeente Dongeradeel,

tezamen en in vereniging, door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging hebben verhinderd, immers hebben die personen tezamen en in vereniging,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet)betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstraite te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- al dan niet na berichtgeving op Facebook betreffende een zogenoemd 'event', (onder meer) (zakelijk weergegeven) aangaande een oproep om massaal de wegen op te gaan om ze (de (anti-zwarte Piet) demonstranten) te vertragen/verhinderen, zodat de kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest in Dokkum konden vieren, althans een oproep van soortgelijke aard en/of strekking in de (sociale) media (zie map 1, p. 32 en 33) en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de [benadeelde 2] zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) in de richting van Dokkum had(den) begeven (op weg naar die geoorloofde betoging),

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd, en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand gebracht en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens die (groep) motorrijtuigen (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang belet en/of belemmerd en/of

- verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- verhinderd dat de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet) betoging te Dokkum, tijdig werd bereikt en/of

- gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen,

in elk geval bewerkstelligd dat die inzittenden van die autobussen zodanige vertraging ondervonden, zodat werd verhinderd dat zij de geplande en geoorloofde (anti-zwarte Piet) betoging in Dokkum (tijdig) konden bereiken, waardoor het recht om in Dokkum een betoging te houden niet kon worden verwezenlijkt,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en)en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, in elk geval in of omstreeks de maand november 2017, in de provincie Fryslân, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,

immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in voornoemde periode opzettelijk

- informatie verschaft en/of afspraken gemaakt (via sociale media en/of andere communicatiemiddelen) over de tijd en/of plaats en/of de wijze waarop hij/zij die autobus(sen) (met daarin onder meer demonstranten) zou(den) kunnen treffen en/of

- zich met en/of in een of meerdere motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld (bij

een sportcomplex) te [plaats] en/of (op een parkeerterrein bij) [locatie 1]

en/of (een tankstation nabij) de Afsluitdijk / Breezanddijk en/of een tankstation nabij de Rijksweg A7 nabij Oudehaske en vervolgens

- zich aangesloten bij andere zich op de Rijksweg A7 nabij Oudehaske bevindende motorrijtuigen, welke bestuurders en/of inzittenden daarvan tezamen en in vereniging doende waren te verhinderen dat de autobussen (met daarin de demonstranten) de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet) betoging te Dokkum, tijdig konden bereiken en/of

- het motorrijtuig waarin hij zich bevond, verlaten en/of

- zich aangesloten bij die op de Rijksweg A7 staande en/of lopende personen en/of

- zich niet gedistantieerd van die groep personen en aldus die groep personen op de Rijksweg A7 getalsmatig versterkt,

waardoor hij (het effect van) het strafbare gedrag van die groep personen te weten, het door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging, heeft ondersteund, althans dat verdachte op enigerlei wijze opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest.

2 meer subsidiair:

hij op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen) in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in elk geval in de gemeente Dongeradeel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging te verhinderen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet)betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- al dan niet na berichtgeving op Facebook betreffende een zogenoemd event, (onder meer) (zakelijk weergegeven) aangaande een oproep om massaal de wegen op te gaan om ze (de (anti-zwarte Piet) demonstranten) te vertragen/verhinderen, zodat de kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest in Dokkum konden vieren, althans een oproep van soortgelijke aard en/of strekking in de (sociale) media (zie map 1, p. 32 en 33) en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de [benadeelde 2] zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) in de richting van Dokkum hadden begeven (op weg naar die geoorloofde betoging),

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 heeft gegroepeerd/verzameld en/of doen en/of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid heeft geminderd en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand heeft gebracht en/of (daarbij)

- als inzittende van een motorrijtuig zich heeft doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) waar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd, en vervolgens die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 heeft doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 heeft verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 heeft begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen heeft gegroepeerd/verzameld en/of aldaar heeft rondgelopen

en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet) betoging te Dokkum, en/of

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen, althans (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en)en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2 meest subsidiair:

meerdere personen op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen) in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in

elk geval in de gemeente Dongeradeel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging te verhinderen, tezamen en in vereniging,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- al dan niet na berichtgeving op Facebook betreffende een zogenoemd event, (onder meer) (zakelijk weergegeven) aangaande een oproep om massaal de wegen op te gaan om ze (de (anti-zwarte Piet) demonstranten) te vertragen/verhinderen, zodat de kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest in Dokkum konden vieren, althans een oproep van soortgelijke aard of strekking in de (sociale) media (zie map 1, p. 32 en 33) en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de [benadeelde 2] zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) in de richting van Dokkum hadden begeven (op weg naar die geoorloofde betoging),

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 heeft gegroepeerd/verzameld en/of doen en/of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid hebben geminderd en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand hebben gebracht en/of (daarbij)

- als inzittende van een motorrijtuig zich hebben doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) waar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd, en vervolgens die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 hebben doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 hebben verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 hebben begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen hebben gegroepeerd/verzameld en/of aldaar hebben rondgelopen

en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang hebben belet en/of belemmerd en/of

- langere, althans enige, tijd hebben verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- langere, althans enige, tijd hebben verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet) betoging te Dokkum, en/of

-hebben gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen, althans (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en)en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen);

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 tot en met 18 november 2017, in elk geval in of omstreeks de maand november 2017, in de provincie Fryslân, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in voornoemde periode opzettelijk

- informatie verschaft en/of afspraken gemaakt (via sociale media en/of andere communicatiemiddelen) over de tijd en/of plaats en/of de wijze waarop hij/zij die autobus(sen) (met daarin onder meer demonstranten) zou(den) kunnen treffen en/of

- zich met en/of in een of meerdere motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld (bij een sportcomplex) te [plaats] en/of (op een parkeerterrein bij) [locatie 1] en/of (een tankstation nabij) de Afsluitdijk / Breezanddijk en/of een tankstation nabij de Rijksweg A7 nabij Oudehaske en vervolgens

- zich aangesloten bij andere zich op de Rijksweg A7 nabij Oudehaske bevindende motorrijtuigen welke bestuurders en/of inzittenden daarvan tezamen en in vereniging doende waren te verhinderen dat de autobussen (met daarin de demonstranten) de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet) betoging te Dokkum, tijdig konden bereiken en/of

- het motorrijtuig waarin hij zich bevond, verlaten en/of

- zich aangesloten bij die op de Rijksweg A7 staande en/of lopende personen en/of

- zich niet gedistantieerd van die groep personen en aldus die groep personen op de Rijksweg A7 getalsmatig versterkt,

waardoor hij (het effect van) het strafbare gedrag van die groep personen te weten, het door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging, heeft ondersteund, althans dat verdachte op enigerlei wijze opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest.

3.

hij op of omstreeks 18 november 2017,

A. - op de Rijksweg A6, nabij (en in de richting van) Joure, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren en/of

B. - op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren,

tezamen in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, een ander of anderen, te weten een of meer bestuurder(s) van autobussen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of een of meer andere op die weg aanwezige bestuurder(s) en/of inzittende(n) van motorrijtuig(en),

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die voornoemde bestuurder(s) en/of inzittende(n), wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

A. (op de A6)

immers heeft verdachte als bestuurder van (een) (groep) motorrijtuig(en), tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, (op die Rijksweg A6) (al dan niet na een oproep in de (sociale) media(zie map 1, p. 32 en 33) die een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere bestuurder(s) van motorrijtuigen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of die andere op die weg aanwezige motorrijtuig(en)

- gedwongen de/het door hem/hen bestuurd(e) motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen en/of

- gedwongen te dulden dat zij in een onveilige verkeerssituatie terecht kwamen

en bestaande dat geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- op een dwingende manier wijzen en/of gebaren naar de die een of meer bestuurder(s) van die autobussen, kennelijk met de bedoeling die bestuurder(s) van die autobussen tot stoppen te dwingen, althans te bewegen die autobus(sen) te doen stoppen en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) en/of (vervolgens)

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- wijzen (in de richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van intimiderende en/of provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

B. (op de A7)

immers heeft verdachte als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en), tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

(op die Rijksweg A7) (al dan niet na een oproep in de (sociale) media (zie map 1, p. 32 en 33)

die een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere bestuurder(s) van motorrijtuigen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of die andere op die weg aanwezige motorrijtuig(en)

- gedwongen de/het door hem/hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen en/of (zodoende)

- gedwongen te dulden dat zij in een onveilige verkeerssituatie en/of een file terecht kwamen en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen en/of de plaats hunner bestemming niet (tijdig) konden bereiken en/of (ernstige) vertraging ondervonden en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum niet konden verwezenlijken/uitvoeren

en bestaande dat geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en) en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten en/of wijzen (in de richting de autobus(sen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van intimiderende en/of provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meer autobus(sen).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank heeft met verwijzing naar de redengevende bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden in het vonnis vastgesteld. De overwegingen zoals hieronder opgenomen acht het hof juist en neemt het hof over. Dit geldt ook voor de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen, een enkele aanvulling/verbetering daarbij in aanmerking genomen.2

Algemeen

“Op 18 november 2017 was de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum. De actiegroep Kick Out Zwarte Piet (hierna: KOZP ) en de [benadeelde 2] (hierna: [benadeelde 2] ) hebben een demonstratie gepland tijdens deze intocht.3 KOZP is een groepering die protesteert tegen Zwarte Piet.4 KOZP zou gaan demonstreren in Dokkum en [benadeelde 2] zou garant staan voor een veilig verloop van de demonstratie.5

Op 10 november 2017 heeft [benadeelde 4] namens [benadeelde 2] kennis gegeven aan de burgemeester van de gemeente Dongeradeel (hierna: de burgemeester) dat [benadeelde 2] op 18 november 2017 tussen 10:30 uur en 13:30 uur een betoging zou houden in Dokkum met als doel “opkomen voor een racisme vrij Sinterklaasfeest + Nederland”. Naar aanleiding van deze kennisgeving heeft de burgemeester bij besluit van 16 november 2017 voorschriften en beperkingen gesteld ten aanzien van de aangekondigde betoging. Deze houden onder meer in dat het is toegestaan om op 18 november 2017 gedurende het tijdvak van 10:30 uur tot 11:15 uur, voorafgaand aan de daadwerkelijke intocht van Sinterklaas, een dynamische demonstratie (demonstratiemars) te houden op een gedeelte van de route van Sinterklaas

door de binnenstad van Dokkum. Daarnaast is het op grond van deze voorschriften en beperkingen toegestaan om gedurende het tijdvak van 11:15 uur tot 13:30 uur op een door de burgemeester aangewezen locatie op het terrein van de intocht een statische demonstratie te houden.6

Op 11 november 2017 is op de Facebookpagina van “Zwarte Piet is Racisme” bekend gemaakt dat KOZP een oproep deed om op 18 november 2017 naar de landelijke Sinterklaasintocht in Dokkum te komen. Tevens is bekend gemaakt dat van 10.30 uur tot 11.15 uur een “Mars voor beschaving (met toespraken)” zou plaatsvinden en van 11.15 uur tot 13.00 uur een “protest tegen Zwarte Piet” en dat vanuit Amsterdam en Rotterdam bussen zouden vertrekken.7 Via de website [website] hebben zich 150 à 160 deelnemers aangemeld.8

Op 15 november 2017 heeft [betrokkene 3] een tweet geplaatst met de tekst: “Friese onderneemster [medeverdachte 1] wil geen randstedelijke relschoppers ‘tussen onze kinderen’ bij intocht Sinterklaas in Dokkum.” Bij die tweet is een filmpje gevoegd. In dit filmpje zegt medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ): “Oké, even serieus. [medeverdachte 1] je moet je er niet zo druk om maken. Oh, we gaan toch niet rellen om een kinderfeestje. Nee inderdaad. Ik maak me er wel druk om. Mensen, Friesland. Er komen gewoon 150 relschoppers van Kick Out Zwarte Piet. Echt Google die mensen. Die komen naar, zaterdag ochtend naar Dokkum toe, met bussen uit Amsterdam uit Rotterdam om tussen onze kinderen, op een A locatie langs de intocht van Sinterklaas te staan gaan. Omringd met politie. Grote spandoeken, roepend dat wij racisten zijn. Sorry hoor, maar dat is voor mij geen vreedzaam protest. Dat is gewoon opdringen, dat is gewoon schreeuwen, roepen, razen. Discussie over Zwarte Piet, oké daar heb ik echt geen problemen mee. Als je Zwarte Piet wilt afschaffen, praat er over, houd een demonstratie, stem, maar niet tussen de kinderen. Kom op. En dan denk ik, we zijn in Friesland, laten ze met hun agressieve gesodemieter überhaupt met het gezeur in Amsterdam blijven. Dat ze daar niet wijs zijn weten we allang. Maar hier hebben we nog een beetje nuchter verstand. Dus ik dacht ja, laten we op een ludieke manier zien dat we het daar helemaal niet mee eens zijn. Dat we helemaal geen zin in dat gezeur hebben hier. En deel dit evenement en kom allemaal langs. En uh ja echt, niet tussen onze kinderen. En nu moet ik aan het werk.” Onder de tweet stond een link naar een Facebook event.9

Op Facebook is een eventpagina aangemaakt met de naam “Project P”. Daarbij is vermeld dat dit evenement zal plaatsvinden op 18 november 2017 van 08.30 uur tot 11.30 uur. Het event werd gehost door [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] . Op de site van “Project P” stond een oproep in het Fries, welke vertaald naar het Nederlands inhield: “Geen gesodemieter met herrieschoppers tijdens ons kinderfeest. We geven toch niks om een paar miezerige busjes met ZeurPieten, Bliksem?! Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti-Zwarte Piet-demo langs de route van de Sint. Dat ze gek in het hoofd zijn daar in ’t westen dat weten we al lang. Wij zullen nou eens zien laten dat wij nog wel over een beetje nuchter verstand beschikken. Discussie prima, maar geen gesodemieter in de buurt van onze kinderen. We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum. De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese Vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/ verhinderen zo dat ze onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum. Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is. Dokkum heeft ons nodig! VRAAG: 1- Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en “Grutte Pieren” die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur! 2- Begeef jullie zaterdag om 08.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 07.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route. LOCATIES: [locatie 2] , [locatie 3] , Centrale as. Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier en Zwarte Piet Frysk bloed tsjoch op! Wol no ris brûze en siede, En bûnzje troch us ieren om! (Fries volkslied).”10

(…)

Op 18 november 2017, omstreeks 08:45 uur, is een groep demonstranten in drie bussen, een rode, een witte en een groene, en enkele personenauto’s vanuit Amsterdam vertrokken richting Dokkum. Zij waren onderweg naar de demonstratie van KOZP in Dokkum.’11 De bussen reden door de polder over de A6 naar Friesland.12 De bussen reden achter elkaar en de groene bus reed voorop’13, daarachter reed de rode’14 en de witte bus reed als laatste.15

Op 18 november 2017 tussen 08.30 uur en 09.00 uur stonden op [locatie 4] te [plaats] negen voertuigen en achttien mannen. Om 09.01 uur reden al deze auto’s in colonne de N356 op richting Burgum. Om 09.45 uur reden de voertuigen de A7 op.16

Op 18 november 2017, omstreeks 09.00 uur, verzamelde zich op de Afsluitdijk bij het [locatie 5] ter hoogte van de Breezanddijk een grote groep personen. Deze personen waren in meerdere voertuigen. Op verscheidene van deze voertuigen werd een Friese vlag gedragen. Omstreeks 09.15 uur stapten de personen allemaal in hun voertuigen en reden zij weg richting Leeuwarden.17

(…)

Op 18 november 2017, omstreeks 09:45 uur reden de bussen over de A6 op een plek waar pionnen stonden en de linkerbaan was afgesloten.18 Dit was op een nagenoeg recht weggedeelte van de autosnelweg A6 van Lemmer richting Joure voor het knooppunt Joure.

In verband met wegwerkzaamheden gold ter plaatse een snelheidsbeperking tot 70 kilometer per uur. Er was sprake van een min of meer constante stroom van voertuigen.19 De achterste bus werd ingehaald door een wit bestelbusje dat met hoge snelheid over de vluchtstrook reed. Het bestelbusje sneed de bus af, schoot voor de bus langs en remde hard. Daarop remde de achterste bus ook hard. De bestuurder van de auto was aan het wijzen en zwaaide met zijn vuisten. Kort daarop werd de achterste bus ingehaald door een motorrijder op een zwarte motor. De motorrijder was in het zwart gekleed en droeg een zwarte helm. De motorrijder ging voor de achterste bus rijden en remde heel hard. Daarna ging hetzelfde witte bestelbusje over de vluchtstrook naar de andere bussen.20 Enkele auto’s reden slingerend rond de bussen.21

(…)

Omstreeks 09:50 uur werd de groene bus in de omgeving van Joure afgesneden door een witte bestelauto die voor de bus kwam rijden. Daardoor moest de groene bus stoppen op de snelweg.22 De witte bestelauto kwam vanaf de linkerkant voor de bus rijden en sneed de bus. De buschauffeur moest hard op de rem.23 De groene bus moest abrupt remmen en kwam heel snel tot stilstand. Daardoor klapte één van de passagiers van deze bus naar achteren en kwam hij met de bovenkant van zijn nek tegen de rugleuning van zijn stoel, waardoor hij hoofdpijn kreeg en een hersenschudding opliep.24 De groene bus werd op de snelweg A6 klein gezet door een aantal voertuigen. Voor de bus stonden een witte bestelauto en een blauwe Seat Ibiza en naast de bus stond nog een auto.25 Op een gegeven moment stond de motor met het kenteken [kenteken] op de A6 ter hoogte van de fly-over schuin achter de groene bus, aan de linkerkant. De motorrijder stond op dat moment naast zijn motor.26

(…)

Op een gegeven moment reed de blauwe Seat Ibiza, die links voor de bus stond, naar de linker rijbaan om een tweede (rode) bus tot stilstand te brengen. Medeverdachte [medeverdachte 7] liep toen ook naar de tweede bus en ging voor de tweede bus staan.27 Op dat moment zit er nog geen barst in de voorruit van de rode bus.28

Toen werd in de groene bus geroepen: “Rijden, rijden” en probeerde de chauffeur verder te rijden. Op dat moment reed een motorrijder voor de groene bus en bracht zijn motor links voor de bus tot stilstand.29 De motorrijder kwam op dat moment schuin van achteren.30 De motorrijder wees met zijn rechterhand naar de chauffeur. Kort daarop stuurde de chauffeur van de bus naar rechts.31 Daarop zette de motorrijder zijn motor recht voor de bus.32 Deze motorrijder was verdachte. Hij stond stil voor de groene bus.33

(…)

Er was geen sprake van een volledige versperring van de weg. Het overige verkeer reed de blokkade voorbij via de meest linker (afgesloten) strook.34 Op een gegeven moment ging de voorste bus langs/door de barricade. Vervolgens reden de bussen de A7 op.35

Op 18 november 2017, omstreeks 09:53 uur, reed het verkeer op de Rijksweg A7 ter hoogte van Joure langzaam door filevorming en enige tijd later kwam het verkeer geheel tot stilstand.36 Dit gebeurde op de autosnelweg A7 van Joure richting Heerenveen, kort voorbij het aldaar langs de weg gelegen tankstation en nabij de afrit Oudehaske. Deze locatie bevond zich ongeveer anderhalve kilometer na de wegwerkzaamheden bij het knooppunt Joure. (…) Voorbij het tankstation maakte de weg een flauwe bocht naar links.37 De bussen reden langs het tankstation. Vanaf het tankstation reden ongeveer vijftien auto’s de weg op.38 Er reden auto’s links en rechts langs de achterste bus. Enkele inzittenden hadden gebalde en opgeheven vuisten.39 Meerdere auto’s bleven stilstaan voor de bussen, waardoor de bussen ook moesten stoppen.40 De bussen stonden achter elkaar en er stonden personenauto’s tussen de bussen in.41 De personenauto’s stonden zo opgesteld over beide rijstroken en de vluchtstrook van de A7 dat het overige verkeer niet kon passeren.42 De personenauto’s blokkeerden de snelweg.43 Het duurde ongeveer 15 minuten, voordat de politie er was.44 De voertuigen waren verlaten, zodat de ter plaatse gekomen politie de bestuurders niet kon aanspreken. Politieagenten hebben hier en daar mensen aangesproken en hen gevraagd of zij bestuurder waren van de stilstaande auto’s. Alle aangesproken personen wensten de vragen niet te beantwoorden.45 Er ontstond een file van ongeveer drie kilometer.46 De drie bussen stonden stil achter de personenauto’s. In deze bussen zaten mensen die een trui of T-shirt droegen met anti-Zwarte Piet-teksten.47 Diverse mensen stapten uit de auto’s en liepen richting de bussen48 en de voorzijde van de file.49 Bij de bus bewogen de mensen met hun armen en handen. Ook sloegen mensen tegen de bus.50 Er liepen tientallen mensen op de rijbaan.51 Er kon niemand langs.52

(…)

Op een gegeven moment deed de officier van dienst van de politie een algemene oproep aan de aanwezige personen om zich bij hem te verzamelen en vervolgens sprak hij een groep van 25 tot 30 personen aan. Hij zei tegen hen dat zij hun punt hadden gemaakt, hij verzocht hen in de auto of bus te stappen en de weg weer vrij te maken en hij zei desgevraagd dat zij minimaal 60 kilometer per uur mochten rijden. Vervolgens stapten diverse personen in personenauto’s en reden weg. Kort daarna werden de bussen begeleid door een motorrijder en even later haakten ook enkele busjes van de mobiele eenheid aan.53

De chauffeur van de achterste bus besloot de rit niet af te maken en terug te gaan. Daarop verlieten de passagiers deze bus en verdeelden zij zich over de twee andere bussen.54

Om 10.45 uur gingen de voertuigen weer stapvoets rijden.55 De bussen hebben ongeveer 45 minuten stilgestaan.56 De bussen gingen weer rijden onder politiebegeleiding. De bussen reden niet naar Dokkum, maar in een andere richting57. Bij Harlingen kregen de inzittenden van de bussen te horen dat ze niet naar Dokkum gingen omdat er een demonstratieverbod gold.58 De bussen werden toen door de politie begeleid naar Amsterdam.59.”

Rol verdachte

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte op 18 november 2017 als bestuurder van een motor met kenteken [kenteken] bij het gebeuren op de A6 aanwezig was. Zowel de groene bus als de rode bus zijn korte tijd tot stilstand gebracht. Verdachte stond stil voor de groene bus.

Voorts heeft de rechtbank specifiek als feiten en omstandigheden omtrent de rol van verdachte vastgesteld:

“Verdachte heeft gelezen dat [medeverdachte 1] een oproep heeft gedaan en dat die is verboden door justitie.60

Verdachte reed op 18 november 2017 op zijn motor vanaf Heerenveen naar Joure.61 Deze motor had het kenteken [kenteken] . Verdachte droeg een donkerkleurig motorpak, donkerkleurige motorhandschoenen en een donkerkleurige helm.62 In verband met wegwerkzaamheden bij Joure reed hij rechtdoor naar Sint Nicolaasga en daarna weer terug de A6 op bij de aansluiting op de A7. Verdachte zag dat op het viaduct auto’s stilstonden en dat de deuren van een paar van die auto’s open stonden.63 Een motorrijder stond enige tijd stil op het viaduct. Toen de groep auto’s, waartoe onder meer de auto van medeverdachte [medeverdachte 8] behoorde, kwam aanrijden, reed de motor weg richting Drachten.64 Toen verdachte de A6 op reed, zag hij de bussen van de demonstranten. Hij zag een rode, een groene en een witte bus. Toen verdachte vanaf het viaduct naar beneden reed om in te voegen, zag hij dat er geen ruimte was. Verdachte wrong zich toen door het verkeer. Hij ging zoveel mogelijk links naar de linkerbaan van de A6.65

De motorrijder was agressief. Op een gegeven moment deed hij zijn helm af en liep hij dreigend langs de bussen.66 Nadat alle bussen stilstonden, liep de motorrijder naar de achterste bus. Hij liep op een agressieve manier naar de buschauffeur en gaf aan waar zij met de bus moest gaan staan.67 Het kenteken van de motor was [kenteken] .68

Op een gegeven moment reed verdachte (het hof begrijpt: op de A6) links naast de groene bus. Verdachte zag dat mensen remden, auto’s stilstonden en mensen op de weg stonden.69

(…)

De rode bus reed van de linker naar de rechter rijstrook (het hof begrijpt: op de A6) en bleef daar rijden. Op het moment dat de rode bus wegreed, reed verdachte met zijn motor achter de rode bus aan.70 De motorrijder reed met hoge snelheid naar de bus toe.71 De motorrijder ging naast de rode bus rijden en gebaarde naar de chauffeur om de bus aan de kant te zetten. De bus ging niet van de weg af.72 Verdachte reed de rode bus voorbij en ging voor de rode bus rijden.73 De motorrijder sneed de rode bus af.74 Verdachte stopte voor de rode bus.75 Doordat de motorrijder abrupt voor de bus stopte, moest de buschauffeur een noodstop maken om te voorkomen dat de motorrijder werd overreden.76 Doordat de buschauffeur hard moest remmen, kwam de camera(man) tegen de voorruit van de bus en is die ruit stuk gegaan.77 Op het moment dat de motorrijder voor de bus remde, was een tik te horen. Meteen daarna zat er een barst in de voorruit van de bus.78

(…)

Verdachte is vanaf de A6 doorgereden naar de A7. Op een gegeven moment zag hij dat daar allemaal auto’s tevoorschijn kwamen. Verdachte en het overige verkeer moesten stoppen.79 Verdachte zag op de A7 stilstaande bussen en veel auto’s.80 Verdachte stond op de derde of vierde rij. Verdachte heeft in overleg met mensen die de blokkade deden een paar mensen doorgelaten. Dit betrof onder meer een melkauto.81 Verdachte bevond zich in de groep van personen die verantwoordelijk was voor de blokkade op de A7. Verdachte liep samen met enkele anderen op [naam 3] (hierna: [naam 3] ) af en probeerde hem weg te sturen.82 Verdachte is op de A7 blijven staan tot de politie kwam. Nadat hij met de politie had gesproken en met een agent naar de rode bus was gelopen, is hij op zijn motor gestapt en weggereden.83

Ook deze overwegingen van de rechtbank over de rol van verdachte, inclusief de bewijsmiddelen waarnaar is verwezen, zijn juist en neemt het hof over. Dit geldt ook voor de eigen waarneming van de rechtbank waarnaar in de voetnoten 26, 28, 30 en 78 is verwezen. Het hof heeft de betreffende foto en camerabeelden - buiten de terechtzitting om - bekeken en komt tot dezelfde waarneming en conclusie als door de rechtbank beschreven. Deze waarneming kan voor het bewijs worden gebruikt nu de camerabeelden ter terechtzitting van het hof aan de orde zijn gesteld, de verdediging en het openbaar ministerie ook van de beelden kennis hebben genomen en er geen bezwaar is gemaakt tegen het niet vertonen van de beelden ter zitting.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

FEIT 1 (primair)

Onder feit 1 primair wordt verdachte verweten dat hij zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk versperren van de A7, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat sprake is van het medeplegen van het ten laste gelegde feit door verdachte, omdat hij geen rol heeft gespeeld in de blokkade, zijn opzet niet was gericht op het versperren van de A7 en er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen gericht op dat versperren. Hiervoor zijn juist contra-indicaties aanwezig. Het enkele aanwezig zijn is onvoldoende om verdachte als medepleger aan te merken.

Centraal in het verweer van de verdediging staat dat verdachte stelt toevallig ter plaatse te zijn geweest, dat hij een eigen agenda had en dat er zeker geen sprake was van een vooropgezet plan of vooraf gemaakte afspraken, gericht op het versperren van de A7 om de demonstratie in Dokkum te voorkomen. Verdachte kende niemand van de andere verdachten en heeft niet meegedaan aan de versperring. Dat verdachte stil is gaan staan op de A7 komt omdat hij op de A6 is aangereden door één van de bussen van de demonstranten en hij de schade wilde verhalen op de betreffende chauffeur. Verdachte heeft op de A7 gewacht op de komst van de politie. Toen de eerste politieagenten arriveerden heeft hij hen aangesproken en zijn gegevens laten noteren. Daarna is verdachte weggereden om op het politiebureau aangifte te doen. Dit verweer is primair de reden dat verdachte van het onder 1 (maar ook van het onder 2 en 3) ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, aldus de verdediging.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De blokkade op de A7 is zonder meer te kwalificeren als een versperring in de zin van artikel 162 Wetboek van Strafrecht (Sr) en de bijdrage die verdachte aan het gebeuren op de A7 heeft geleverd, is wel van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken.

Oordeel hof

Bj de beoordeling van het onder 1 primair ten laste gelegde feit zal het hof eerst ingaan op het door de verdachte geschetste alternatieve scenario. Dit oordeel is tevens relevant voor de beoordeling van de onder 2 en 3A en 3B ten laste gelegde feiten.

Alternatief scenario

In aanvulling op hetgeen hiervoor onder ‘standpunt verdediging’ is vermeld, is specifiek van belang dat verdachte heeft verklaard dat de rode bus op de A6 tegen de achterzijde van zijn motor is gereden en dat dit is gebeurd vlak voordat hij met zijn motor voor de groene bus kwam te staan. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij daarna is doorgereden naar de A7 en daar zijn motor heeft stilgezet, omdat hij verhaal wilde halen in verband met de aanrijding op de A6. Dát was de reden dat verdachte ter plaatse was. Die aanwezigheid had derhalve niets te maken met de actie om demonstranten te verhinderen in Dokkum aan te komen.

De rechtbank heeft met betrekking tot de verklaring van verdachte overwogen:

“De rechtbank stelt voorop dat zij bewezen acht dat overal waar in het dossier wordt gesproken over “de motorrijder”, dit betrekking heeft op verdachte. Daartoe overweegt zij het volgende. Op de camerabeelden, die zijn beschreven in verschillende processen-verbaal van bevindingen en die de rechtbank zelf ook heeft bekeken, en de in het dossier gevoegde foto’s is één motorrijder te zien. Verdachte heeft zichzelf herkend als de motorrijder die op deze beelden te zien is. Verschillende aangevers, getuigen en medeverdachten spreken in hun verklaringen over één motorrijder. Eén van de aangevers heeft het kenteken van de motor opgeschreven, te weten [kenteken] . Dit betreft het kenteken van de motor van verdachte. Daarbij komt dat de verdediging niet heeft betwist dat verdachte de motorrijder is over wie de medeverdachten, aangevers en getuigen spreken.

Van een deel van de gebeurtenissen die zich op 18 november 2017 hebben afgespeeld op de A6 zijn camerabeelden gemaakt. Deze camerabeelden, die zijn gemaakt vanuit de groene en de rode bus, zijn op een dvd gebrand en bij het dossier gevoegd. Een beschrijving van deze camerabeelden is neergelegd in enkele processen-verbaal van bevindingen.84 De rechtbank heeft deze camerabeelden zelf ook bekeken en geconstateerd dat de beschrijving daarvan in de processen-verbaal van bevindingen juist is.

De rechtbank constateert dat de lezing van verdachte niet overeenkomt met (de beschrijving van) wat er op de camerabeelden te zien is. Uit de beschrijving blijkt namelijk dat op de camerabeelden te zien is dat eerst de rode bus over de linker rijbaan langs de groene bus rijdt en dat verdachte ongeveer 11 seconden later met zijn motor in beeld komt rijden en zijn motor links voor de groene bus tot stilstand brengt. De rechtbank constateert dat op de camerabeelden tevens te zien is dat verdachte vanaf links, en daarmee vanaf de achterzijde van de bus, het beeld in komt rijden. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet mogelijk is dat verdachte aan de achterzijde is aangereden door de rode bus en dat hij vervolgens alleen - zonder verder te rijden - zijn motor opzij heeft gezet en toen voor de

groene bus terecht is gekomen. In dat geval had verdachte immers eerst in beeld moeten komen en daarna pas de rode bus. Bovendien kwam verdachte niet van opzij voor de groene bus maar van achteren. Naar het oordeel van de rechtbank wordt dit bevestigd door de foto op pagina 1754 van [het] dossier, opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen AH-NNO6-02. Zoals in het proces-verbaal van bevindingen AH-NNO6-0285 staat, is deze foto genomen op de A6 ter hoogte van de fly-over. Op deze foto is te zien dat verdachte naast zijn motor staat, schuin achter de groene bus. De rode bus is op die foto niet in beeld.

Daarbij komt dat niemand anders heeft verklaard dat verdachte is aangereden door de rode bus en dat uit de verklaringen van [benadeelde 4]86 en de chauffeur van de rode bus, [chauffeur] (hierna: [chauffeur] ), weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen87, kan worden afgeleid dat, voor zover de motor van verdachte al in aanraking is gekomen met de rode bus, dit is gebeurd nadat verdachte de rode bus had afgesneden en abrupt voor die bus was gestopt. [benadeelde 4] en [chauffeur] hebben beiden verklaard dat de bus door deze actie van verdachte hard moest remmen, dat daardoor iets of iemand tegen de voorruit van de rode bus is gekomen en dat daardoor de voorruit van die bus stuk is gegaan. Bij het bekijken van de camerabeelden heeft de rechtbank geconstateerd dat de voorruit van de rode bus nog heel was op het moment dat verdachte met zijn motor voor de groene bus kwam staan en dat deze ruit gebarsten is op het moment dat verdachte kort daarna de rode bus heeft ingehaald en voor die bus is gaan rijden. Op de camerabeelden van een Zwitserse cameraploeg88 is te zien dat medeverdachte [medeverdachte 7] voor de rode bus langsloopt op het moment dat verdachte stilstaat voor de groene bus. Ook is op die beelden te zien dat er op dat moment nog geen barst in de voorruit van de rode bus zit. Op de camerabeelden van “Allochtoons Twitter”89 is te zien dat verdachte met zijn motor stil staat voor de groene bus, dat de rode bus op een gegeven moment doorrijdt, dat verdachte op zijn motor achter de rode bus aanrijdt, dat hij de rode bus inhaalt en dat hij voor de rode bus gaat rijden. Op de beelden van de Zwitserse cameraploeg is te zien dat verdachte voor de rode bus komt, dat de chauffeur hard moet remmen en dat er vervolgens - nadat eerst een tik te horen is - wel een barst in de voorruit van de rode bus zit.”

De hiervoor beschreven camerabeelden van “Allochtoons Twitter” en de Zwitserse cameraploeg sluiten op elkaar aan, zoals is beschreven in het proces-verbaal van bevindingen AH-NN06-02.90

Het hof acht de hiervoor opgenomen overweging van de rechtbank juist en neemt die over. Dit geldt ook voor de daarin opgenomen eigen waarneming van de rechtbank (voetnoten 88 en 89). Het hof heeft de betreffende beelden gezien en komt tot dezelfde waarneming en conclusie als de rechtbank.

Gelet op het hiervoor overwogene is het door verdachte geschetste alternatieve scenario omtrent de aanrijding in strijd met de hiervoor genoemde bewijsmiddelen. Het hof constateert daarom dat er geen aanrijding heeft plaatsgevonden voordat verdachte voor de groene bus kwam te staan, en er voor hem dus ook geen aanleiding bestond om op de A7 verhaal te halen bij één van de buschauffeurs.

De door verdachte gestelde toevallige aanwezigheid op de A6 acht het hof evenmin aannemelijk. Het hof gelooft niet dat verdachte toevallig in de blokkade terecht is gekomen en zal deze verklaring dan ook terzijde schuiven. Hiertoe stelt het hof voorop dat verdachte kennis heeft genomen van de oproep van medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte wist dus dat op 18 november 2017 zou worden geprobeerd ervoor te zorgen dat demonstranten niet (tijdig) in Dokkum zouden komen om op die manier een demonstratie tijdens de intocht van Sinterklaas te voorkomen. Daarnaast leidt het hof uit de actieve rol die verdachte op verschillende momenten op de A6 en de A7 heeft gehad én naderhand in de besloten A7-Whatsapp-groep, af dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de situatie daar bewust heeft opgezocht. Verdachte is immers met zijn motor naar de A6 bij Joure gereden, heeft stilgestaan op het viaduct en is vlak nadat hij de bussen van de demonstranten zag aankomen, gelijk met een groep auto’s de A6 opgereden. De verklaring van verdachte dat hij op het viaduct stilstond om met zijn hand het vizier van zijn helm schoon/droog te maken (in verband met de regen), acht het hof ongeloofwaardig. Op de A6 heeft verdachte zijn motor voor de groene bus gezet en heeft daarna de rode bus ingehaald, afgesneden en er hard voor geremd. Ook heeft verdachte op de A6 gebaren gemaakt naar de chauffeurs van de bussen, die naar het oordeel van het hof niet anders kunnen worden opgevat dan gericht op het tot stilstand brengen van de bussen en het niet verder laten rijden van de bussen. Met een aanrijding had dit niets van doen. Korte tijd later is verdachte doorgereden naar de A7. Het onder 1 ten laste gelegde feit ziet op de vervolgens ontstane situatie aldaar.

Medeplegen van het versperren van een landweg

Onder het versperren van een weg moet worden verstaan het op een weg aanbrengen van een zodanige belemmering dat die weg niet toegankelijk is voor het bestemde gebruik. Daaronder valt niet alleen de handeling waardoor de belemmering ontstaat, maar ook het niet opheffen of laten voortduren van die belemmering.

De rol die verdachte bij het gebeuren op de A6 en de A7 heeft gehad, is reeds hiervoor vastgesteld. Verdachte heeft kennisgenomen van de oproep van medeverdachte [medeverdachte 1] waarin mensen werden aangespoord om massaal de (snel)wegen op te rijden om ze (het hof begrijpt: ‘de onruststokers’, oftewel de demonstranten) te vertragen/verhinderen, dan wel - in de originele Friese tekst - te verjagen. Uit de gebruikte bewoordingen blijkt dat het achterliggende doel van de actie is, dat voorkomen wordt dat de demonstranten die op weg waren naar Dokkum, Dokkum bereiken, “zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen”. Blijkens de oproep moet aan de demonstranten getoond worden dat ‘dat geouwehoer’ niet welkom is. Voorts is in de oproep vermeld dat de organisatie het vertrek van de onruststokers zal volgen en updates zal geven van routes en tijden, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd, toen bleek dat de bussen via de polder naar Friesland reden in plaats van over de Afsluitdijk .

Toen de drie bussen met demonstranten voorbij Joure waren, zijn ongeveer 15 auto’s die zich bij een tankstation tussen Joure en Heerenveen hadden verzameld, gezamenlijk de weg opgegaan. Vervolgens werd er afgeremd en zijn er meerdere auto’s daar op de A7, vóór de bussen tot stilstand gekomen. De bussen moesten daardoor ook stoppen. Ook verdachte heeft zijn motor tussen de auto’s tot stilstand gebracht. De bussen stonden achter elkaar en er stonden auto’s vóór en tussen de bussen in. De auto’s en motor stonden zo opgesteld over beide rijstroken én de vluchtstrook dat het overige verkeer niet kon passeren. Veel inzittenden hebben hun voertuig verlaten en zijn op de A7 gaan staan/lopen. Zoals bij de vastgestelde feiten uiteen is gezet, heeft ook verdachte enige tijd op de A7 gestaan, is daar bezig geweest met het doorlaten van een melkwagen en heeft journalist [naam 3] proberen weg te sturen. Verdachte is uiteindelijk met zijn motor weggereden. Door de blokkade is een file ontstaan van ongeveer 3 kilometer en de bussen hebben uiteindelijk ongeveer 45 minuten stilgestaan.

De vraag of sprake was van het versperren van de A7 beantwoordt het hof gezien het voorgaande bevestigend. De strafbare belemmerende handeling in de onderhavige zaak heeft bestaan uit het tot stilstand brengen en stil laten staan van diverse voertuigen op de A7 en het met meerdere personen tussen deze voertuigen gaan staan. Het geheel van voertuigen en personen onder deze omstandigheden bezien, maakt naar het oordeel van het hof dat er sprake is geweest van een versperring.

Met betrekking tot het verweer dat de (mede)verdachten slechts een langzaamaanactie op touw hebben willen zetten en de uiteindelijke blokkade het gevolg is geweest van miscommunicatie, stelt het hof voorop dat uit het strafdossier niet blijkt dat één van de in hoger beroep gegane medeverdachten heeft verklaard dat hij/zij weliswaar graag weg wilde van de A7 toen bleek dat de actie anders uitpakte, maar dat dat niet mogelijk was. Integendeel: uit verklaringen van sommige verdachten kan worden afgeleid dat ze níet verder wilden91 en er zijn zelfs verdachten die achteruit zijn gereden92 en zich op die manier bij de blokkade hebben gevoegd. Ook is een verdachte doelbewust omgereden, naar de blokkade toe93.

Het hof is van oordeel dat het verweer dat (mede)verdachten slechts een langzaamaanactie wilden voeren en derhalve geen opzet hadden op het versperren van de A7, niet opgaat. Voor zover dat al het plan zou zijn geweest - hetgeen niet is komen vast te staan - hebben de deelnemers door het op deze wijze, met voornoemd doel, massaal de weg op gaan, zonder duidelijke communicatie en met een totaal gebrek aan organisatie, bewust de aanmerkelijke kans op een ander verloop - een blokkade - op de koop toegenomen.

Met betrekking tot het opzet van verdachte op het versperren van de weg verwijst het hof voorts naar hetgeen hiervoor ten aanzien van (de verwerping van) het geschetste alternatieve scenario is overwogen.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van medeplegen is van belang dat voor het versperren van een snelweg meerdere voertuigen en meerdere personen nodig zijn waarmee de versperring daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. Het delict zoals dat in deze zaak is ten laste gelegd, vereist derhalve een zekere collectiviteit. Het hof is daarom met de rechtbank van oordeel dat niet alleen de bestuurders van de auto’s die vooraan in de groep reden en/of als eerste hun auto tot stilstand hebben gebracht, de A7 hebben versperd, maar ook degenen die vervolgens hebben meegeholpen om de blokkade verder uit te bouwen, deze te laten voortduren en/of niet op te heffen.

Welke rol iemand precies heeft gehad (bestuurder/bijrijder), waar iemand zich precies op de weg en in de blokkade heeft bevonden (voor, naast of achter de bussen), of iemand er van meet af aan bij was, of zich er later heeft bijgevoegd, en of iemand al dan niet de auto heeft verlaten, acht het hof gezien het voorgaande niet relevant voor de vraag of sprake is van medeplegen. Het specifieke karakter van dit strafbare feit maakt dat het enkele (doelgericht) ter plaatse aanwezig zijn en het op die manier getalsmatig versterken en laten voortduren van de versperring een zeer belangrijk aspect is in de vraag of iemand als medepleger kan worden aangemerkt. Door het zich met dit doel bewust voegen bij de blokkade, maakt iemand zich onderdeel van het strafbare feit. In de onderhavige zaak kan daarom reeds van medeplegen worden gesproken indien kan worden bewezen dat iemand op één van voormelde manieren ter plaatse was en deel heeft uitgemaakt van de versperring, met het (gezamenlijke) doel om te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum zouden kunnen demonstreren. In dat geval kan worden vastgesteld dat zij zich in bewuste en nauwe samenwerking met elkaar hebben schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 162 Sr.

Gelet op het hiervoor overwogene acht het hof bewezen dat er tussen de verdachte en de medeverdachten sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking gericht op het versperren van de A7. Dat verdachte eerder dan anderen is weggereden, maakt dat niet anders. Het delict was op dat moment reeds voltooid.

Voor een bewezenverklaring is voorts van belang of door de versperring gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is geweest, zoals ten laste is gelegd in artikel 162 Sr.

Artikel 162 Sr is opgenomen in Titel VII van Boek II, Misdrijven, waardoor de algemene veiligheid wordt in gevaar gebracht. De toelichting bij het wetsvoorstel tot deze Titel houdt onder meer in:

"Gemeenschappelijk kenmerk van de hier ingedeelde misdrijven is het veroorzaken van gevaar, dat de algemeene veiligheid bedreigt en waarvan hij die het veroorzaakt onmogelijk vooraf den omvang kan berekenen of naar willekeur bepalen. Hoe afkeeriger men zich betoont van preventieve maatregelen, hoe meer men geneigd is ieder vrij te laten in zijne handelingen, des te krachtiger behoort de verantwoordelijkheid tegenover het publiek op den voorgrond te treden.

Of de dader zich regtstreeks van eene natuurkracht (vuur, water) bedient, of wel van voorwerpen van menschelijke kunst (een gebouw, vaartuig, spoortrein) is volkomen onverschillig. Hij kan opzettelijk of door schuld hebben gehandeld. Het gevaar kan goederen of menschen betreffen en zich al of niet hebben verwezenlijkt. Zoodra de handelingen waarvan de wet gevaar voor de algemeene veiligheid voorziet, zijn verrigt, is het misdrijf voltooid. Het opzet behoeft slechts gerigt te zijn op de in de wet omschreven handeling, afgescheiden van het gemeen gevaar en van de gevolgen voor bepaalde personen."94

Artikel 162 Sr betreft een zogenoemd abstract gevaarzettingsdelict. Dit betekent dat er niet daadwerkelijk gevaar voor de veiligheid van het verkeer hoeft te zijn ontstaan, maar dat dergelijk gevaar ten tijde van de versperring naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Zoals uit het voorgaande blijkt, is niet vereist dat het om levensgevaar of gevaar voor (ernstig) letsel gaat, maar kan het ook gevaar voor schade aan voertuigen betreffen. Opzet op het te duchten gevaar hoeft niet te worden bewezen, nu dit gevolg aan het opzet is onttrokken.

Het hof stelt vast dat door het moedwillige handelen van verdachte en de medeverdachten het verkeer op de A7 volledig tot stilstand is gekomen en dat daardoor een file van meerdere kilometers is ontstaan, zonder dat het ging om een aangekondigde en/of vooraf aangeduide beperking of belemmering van de doorstroming van het verkeer.

Dit handelen levert te duchten gevaar voor de verkeersveiligheid op. Dat verdachte en/of de medeverdachten geleidelijk zouden hebben geremd en daarbij hun alarmlichten aan hadden, maakt dat niet anders. Ook kan in het midden blijven - anders dan de rechtbank heeft geoordeeld en de verdediging in de zaken van de medeverdachten heeft bepleit - of ter plaatse nu een maximumsnelheid van 130 km/u of 70 km/u gold. Het gaat er immers niet om dat het gevaar zich concreet heeft verwezenlijkt, maar of dat naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was. Gezien het voorgaande was hiervan sprake.

Conclusie:

Aldus kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk versperren van de A7, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

FEIT 2 (primair)

Onder 2 primair wordt verdachte verweten dat hij zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan het door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft daarbij primair verwezen naar de verweren die ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit zijn gevoerd. Verdachte kan niet als medepleger worden aangemerkt en zijn opzet was niet gericht op het verhinderen van een betoging. Voorts heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat geen sprake is geweest van geweld of bedreiging daarmee. Sowieso kan een causaal verband tussen het handelen van verdachte (en de medeverdachten) en het niet doorgaan van de betoging niet worden vastgesteld. Voor zover het hof tot het oordeel komt dat wel kan worden bewezen dat verdachte ter plaatse was om te proberen de demonstratie in Dokkum te verhinderen, geldt dat sprake is van vrijwillige terugtred. Verdachte is immers na zijn gesprek met de politie op zijn motor gestapt en weggereden. In het uiterste geval moet verdachte daarom ten aanzien van dit feit ontslagen worden van alle rechtsvervolging.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie meent dat de rechtbank ten onrechte tot een vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit is gekomen. Daartoe is onder meer aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat sprake was van een ernstig openbare orde probleem en dat door het toepassen van dwang, een versperring, intimidatie en het in gevaar brengen van personen en goederen de betoging is verhinderd. Door fors te remmen en door een motor dwars voor een bus te zetten en een botsing te veroorzaken hebben 20 automobilisten de bussen tot stilstand gebracht en vervolgens intimiderend en dreigend (gebalde vuisten, boze blikken, slaan tegen de bus, roepen van teksten, blote kont laten zien) de reis naar Dokkum belet. Deze handelingen dienen volgens het openbaar ministerie te worden aangemerkt als ernstige verkeersagressie en gevaarzettend gedrag. De auto’s en een motor zijn niet voor hun normale bestemming gebruikt maar ingezet als geweldsmiddel om andere verkeersdeelnemers tot stoppen te dwingen. Het creëren van een dergelijke gevaarlijke situatie kan niet anders dan als een vorm van geweld of bedreiging met geweld worden gezien.

Ten aanzien van het verweer dat er geen causaal verband bestaat tussen de handelingen van de verdachten en het niet doorgaan van de betoging in Dokkum, heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat uitgegaan moet worden van het besluit van de loco-burgemeester en de daarin opgenomen motivering. Ten tijde van de blokkade op de A7, die aanving omstreeks 09:52 uur, was er nog sprake van een geoorloofde betoging. De handelingen van de verdachten op de A7 hebben, blijkens die motivering, bijgedragen aan het besluit van de loco-burgemeester om de dynamische betoging en de statische betoging te verbieden.

Nu ook aan de vereisten van medeplegen is voldaan, kan het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen, aldus de advocaat-generaal. Van een vrijwillige terugtred is geen sprake, nu de blokkade op dat moment al was voltooid.

Oordeel hof

Artikel 143 Sr ziet op bescherming van de openbare orde, toegespitst op (vergaderingen en) betogingen. Opzet ligt besloten in de delictshandeling ‘het door geweld of bedreiging met geweld verhinderen’. Opzet op het geoorloofde karakter van de betoging hoeft er niet te zijn. Indien wordt bewezen dat het handelen van de verdachte en de medeverdachten als “geweld of bedreiging met geweld” kan worden aangemerkt, dient nog te worden vastgesteld dat dat ook de oorzaak is geweest van het niet doorgaan van de betoging. Onder verhinderen valt zowel het van de aanvang af niet laten doorgaan van de betoging (door geweld of bedreiging daarmee) als het verstoren van een reeds aangevangen betoging, zodanig dat deze niet tot het einde gevoerd kan worden.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van geweld of bedreiging met geweld is het volgende van belang.

Blijkens de tekst ziet het in de tenlastelegging omschreven feit op de situatie op de A7. Uit de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte en/of medeverdachten in auto’s de bussen van de demonstranten die op de A7 onderweg waren naar Dokkum hebben ingehaald/dat zij voor die bussen zijn gaan rijden, dat zij vervolgens snelheid hebben geminderd en op die manier de bussen tot stilstand hebben gebracht. Door meerdere auto’s en een motor op de rijbaan en de vluchtstrook te plaatsen is de A7 geblokkeerd. Verder is gebleken dat er met (gebalde) vuisten en/of omhoog geheven armen (richting de bussen) is gezwaaid en dat er tegen één of meerdere autobussen is geslagen.

Deze handelingen zijn in de tenlastelegging opgenomen en kunnen als zodanig worden bewezen. Van de overige handelingen is niet komen vast te staan dat deze op de A7 hebben plaatsgevonden, zodat ten aanzien daarvan vrijspraak zal volgen.

Met betrekking tot de wel bewezen onderdelen, zoals hiervoor genoemd, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of dit handelen als (bedreiging met) geweld kan worden aangemerkt.

Anders dan de rechtbank beantwoordt het hof deze vraag bevestigend, in die zin dat het handelen zoals hiervoor omschreven kan worden aangemerkt als een bedreiging met geweld jegens de demonstranten. Hiertoe acht het hof ten eerste van belang dat de demonstranten op weg waren naar een bijeenkomst waarvan bekend was dat zij - op z’n zachtst gezegd - niet met open armen zouden worden ontvangen. De capriolen die door een bestelbus en verdachte op de A6 werden uitgehaald, bestaande uit onder meer het afsnijden van de bussen en het zeer abrupt remmen vlak voor de bussen, moeten hen in dat gevoel hebben bevestigd en hebben gemaakt dat van een beladen sfeer sprake was, hetgeen ook blijkt uit de verklaringen van een van de buschauffeurs en van een aantal inzittenden in de bus. Vervolgens zagen de inzittenden van de bussen op de A7 dat er vanaf het tankstation ongeveer 15 auto’s de weg opkwamen en dat zij door die auto’s (en een motor) werden omsloten. De voertuigen werden afgeremd en tot stilstand gebracht, waardoor ook de bussen werden gedwongen om op de snelweg tot stilstand te komen. Dit gebeuren alleen al moet gezien de hiervoor geschetste achtergrond voor de inzittenden van de bussen bedreigend zijn geweest. Dit is vervolgens nog eens versterkt doordat een groot aantal personen is uit-/afgestapt en richting de bussen is gelopen. Er zijn daarbij armbewegingen gemaakt en er is op de bus(sen) geslagen. Het kan niet anders zijn dan dat dit gedrag bij de demonstranten angst heeft ingeboezemd. Dat dit inderdaad zo is blijkt uit de aangiftes en de uitoefening van het spreekrecht.

Het hof is met het openbaar ministerie van oordeel dat het op genoemde wijze opzettelijk creëren van een dergelijke gevaarlijke situatie niet anders dan als bedreiging met geweld kan worden gezien. Het gaat daarbij om alle genoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien. Voormelde handelingen zijn tegen de geschetste achtergrond van zodanig intimiderende aard, dat bij de demonstranten de redelijke vrees kon ontstaan dat hen werkelijk (fysiek) geweld zou worden aangedaan. Derhalve komt het hof tot een bewezenverklaring van het onderdeel in de tenlastelegging “door bedreiging met geweld”.

Ten aanzien van de vraag of er een verband bestaat tussen de bedreiging met geweld en het niet doorgaan van de betoging overweegt het hof het volgende.

Het hof stelt voorop dat reeds is vastgesteld dat het doel van de actie van verdachte en de medeverdachten was dat de demonstratie in Dokkum, die tussen 10:30 uur en 13:30 uur was toegestaan, niet door zou gaan. Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat de blokkade kort voor 10:00 uur een feit was en dat de bussen en auto’s om 10:45 uur weer stapvoets konden rijden.

Het dossier bevat het besluit van de loco-burgemeester [getuige 4] van de (toenmalige) gemeente Dongeradeel d.d. 18 november 2017 dat de eerder toegestane betoging - waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen de dynamische en de statische betoging - wordt verboden gelet op door de politie verstrekte informatie. De loco-burgemeester is als getuige bij de rechter-commissaris gehoord. Uit dit verhoor blijkt dat de dynamische optocht niet doorging omdat de demonstranten te laat waren. Het verbod op de betoging is omstreeks 11:00 uur genomen.95

Het hof is van oordeel dat uit de inhoud van het besluit d.d. 18 november 2017, in samenhang bezien met de aanvullende verklaring van loco-burgemeester [getuige 4] duidelijk blijkt dat het feit dat de A7 door verdachte en de medeverdachten opzettelijk is versperd, waardoor de demonstranten vertraging opliepen, een rol heeft gespeeld in de besluitvorming omtrent het niet laten doorgaan van de algehele manifestatie. Het hof is van oordeel dat de blokkade aldus wezenlijk heeft bijgedragen aan het feit dat de betoging niet kon worden uitgevoerd. Het openbaar ministerie heeft terecht aangevoerd dat het feit dat ook andere omstandigheden ten grondslag kunnen hebben gelegen aan het verbod op de manifestatie, het verband tussen de blokkade op de A7 en het verbod op de betoging niet ongedaan maakt.

Nu de verdachte en de medeverdachten bij het voorgaande tezamen en in vereniging met elkaar hebben gehandeld - zie hieromtrent de overwegingen bij feit 1 - kan worden bewezen dat zij als medeplegers door bedreiging met geweld de geoorloofde betoging hebben verhinderd, zoals is ten laste gelegd.

Voor zover de verdediging zich op het standpunt heeft gesteld dat sprake is geweest van een vrijwillige terugtred van verdachte, faalt dat verweer. Dat verdachte op enig moment na het arriveren van de politie op zijn motor is gestapt en is weggereden, maakt niet dat hij er niet (mede) verantwoordelijk voor kan worden gehouden dat de demonstranten Dokkum niet konden bereiken en niet konden gaan demonstreren. De blokkade was op dat moment al een feit. Bovendien is gesteld noch gebleken dat verdachte is weggereden omdat hij wilde dat de blokkade werd opgeheven en dat de demonstranten hun weg konden vervolgen en alsnog hun betoging konden houden.

Conclusie:

Het hof acht het onder 2 primair ten laste gelegde feit, te weten het medeplegen van het door bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging, wettig en overtuigend bewezen. De verweren van de verdediging strekkende tot vrijspraak worden verworpen.

FEIT 3A en 3B:

Onder 3A is ten laste gelegd dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van dwang op de A6. Onder 3B is verdachte hetzelfde feit ten laste gelegd, maar dan ten aanzien van het gebeuren op de A7.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van het onder 3A en 3B ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft daarbij primair verwezen naar de verweren die ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit zijn gevoerd. Verdachte kan niet als medepleger worden aangemerkt en er is geen sprake geweest van dwang door (bedreiging met) geweld of (bedreiging met) een feitelijkheid. Verdachtes houding was niet intimiderend. Verdachte is een opvallende persoonlijkheid maar de rol die hem is toebedeeld mag daardoor niet worden ingekleurd.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft overeenkomstig het requisitoir in eerste aanleg geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 3A en 3B ten laste gelegde feiten. Zowel op de A6 als de A7 is sprake geweest van (bedreiging met) geweld en kan verdachte als medepleger van dwang worden aangemerkt, zoals is ten laste gelegd.

Oordeel hof

Dit strafbare feit wordt in het algemeen aangeduid als “dwang”. Er is sprake van strafbare dwang als de verdachte - zonder dat hij daartoe bevoegd was - door het toepassen van drukmiddelen opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer iets heeft gedaan, niet heeft gedaan of heeft geduld. Dit betekent dat het misdrijf pas voltooid is wanneer iemand daadwerkelijk is gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden en dat er een causaal verband moet bestaan tussen de toegepaste dwangmiddelen en het gevolg. In het bestanddeel dwingen ligt een opzetvereiste besloten. Voorwaardelijk opzet is voldoende.

Met betrekking tot feit 3A (situatie A6):

De rol die verdachte bij dit feit heeft gehad is onder het kopje ‘Feiten en omstandigheden’ uiteen gezet. Dit strookt met hetgeen in het vonnis is vastgesteld.

De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld:

“Op grond van de hierboven samengevat weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte en enkele anderen op de A6 met de door hen bestuurde motor en auto’s de bussen met anti-Zwarte Piet-demonstranten hebben afgesneden en abrupt hebben afgeremd voor die bussen en daardoor die bussen abrupt tot stilstand hebben gebracht.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat de chauffeur van de rode bus ten gevolge van het handelen van verdachte hard heeft moeten remmen, waardoor een camera(man) tegen de voorruit van die bus is gekomen en een barst in die voorruit is ontstaan. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte en één van zijn mededaders op een dwingende manier hebben gewezen en/of gebaard naar de bestuurders van de bussen. Gelet op de omstandigheden waaronder deze gebaren zijn gemaakt, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte daarmee de bedoeling had om die bestuurder te bewegen die bus te doen stoppen.

De rechtbank is van oordeel dat deze op de A6 verrichte handelingen - in onderling verband en samenhang bekeken - kunnen worden aangemerkt als het dreigen met het aanwenden van fysieke kracht tegen de bus(sen) en de bestuurder(s) daarvan en daarmee als bedreiging met geweld in de zin van artikel 284 Sr.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat verdachte en enkele van zijn mededaders door deze handelingen de bestuurders en inzittenden van de bussen hebben gedwongen de door hen bestuurde motorrijtuigen abrupt en krachtig af te remmen en vervolgens abrupt tot stilstand te brengen. Ook hebben verdachte en enkele van zijn mededaders hen daardoor gedwongen te dulden dat zij in een onveilige verkeerssituatie terecht kwamen.

(…)

De rechtbank is van oordeel dat uit de door verdachte en enkele van zijn mededaders verrichte handelingen blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze mededaders gericht op het door bedreiging met geweld dwingen van de bestuurders en de inzittenden van de bussen met anti-Zwarte Piet-demonstranten om iets te doen, niet te doen of te dulden.”

Het hof acht deze overwegingen juist en neemt die over.

Met betrekking tot feit 3B (situatie A7):

De rol die verdachte bij dit feit heeft gehad is onder het kopje ‘Feiten en omstandigheden’ reeds uiteen gezet.

De handelingen op de A7 die volgens het openbaar ministerie dienen te worden aangemerkt als (bedreiging met) geweld en/of (bedreiging met) een andere feitelijkheid in het kader van de onder 3B ten laste gelegde dwang, komen overeen met de handelingen waarmee het bestanddeel (bedreiging met) geweld is omschreven in het kader van de onder 2 primair ten laste gelegde verhindering van een betoging.

Zoals het hof ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft overwogen, kunnen de handelingen van verdachte en de medeverdachten die gericht waren tegen de bussen met demonstranten, worden aangemerkt als bedreiging met geweld.

In het verlengde van hetgeen onder 2 primair is overwogen, acht het hof tevens bewezen dat verdachte en de medeverdachten door middel van voornoemde handelingen de bestuurders en inzittenden van de bussen met demonstranten hebben gedwongen:

- te remmen en de bussen tot stilstand te brengen;

- te dulden dat zij in een file terecht kwamen;

- te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen, dat zij de plaats van bestemming niet

(tijdig) konden bereiken en/of dat zij (ernstige) vertraging ondervonden.

Het hof is voorts van oordeel dat verdachte en de medeverdachten door middel van deze handelingen de bestuurders en inzittenden van de bussen met anti-Zwarte Piet-demonstranten hebben gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum, niet konden verwezenlijken/uitvoeren.

Omtrent het verband tussen de blokkade op de A7 en het niet doorgaan van de betoging verwijst het hof naar hetgeen daaromtrent bij feit 2 primair is overwogen.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat verdachte en de medeverdachten door hun handelen ten minste bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat alle hiervoor genoemde gevolgen van de blokkade zouden intreden en dat zij de bestuurders en inzittenden van de bussen met demonstranten daartoe zouden dwingen.

Nu verdachte en de medeverdachten bij het voorgaande tezamen en in vereniging met elkaar hebben gehandeld - zie hieromtrent de overwegingen bij feit 1 en 2 - kan worden bewezen dat zij zich als medeplegers door bedreiging met geweld aan dwang hebben schuldig gemaakt.

De verwerping van het verweer omtrent de gestelde vrijwillige terugtred, geldt ook ten aanzien van feit 3A en 3B.

Conclusie:

Het hof acht het onder feit 3A en 3B ten laste gelegde, inhoudende dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan het plegen van dwang op de A6 en de A7, wettig en overtuigend bewezen. De verweren van de verdediging strekkende tot vrijspraak worden verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair:

hij op 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de snelweg Rijksweg A7, heeft versperd, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen, op die Rijksweg A7,

- zich als bestuurder van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobussen, met daarin onder meer demonstranten en

- als bestuurder van dat motorrijtuig in die groep motorrijtuigen, daarmee rijdende over die Rijksweg A7 nabij Oudehaske, geremd en vervolgens dat/die motorrijtuig(en) tot stilstand gebracht

ten gevolge waarvan bestuurders van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) af te remmen en/of vervolgens tot stilstand te brengen, en/of vervolgens nabij Oudehaske

- het motorrijtuig dat verdachte bestuurde en waarop verdachte was gezeten, op de rijbaan van die Rijksweg A7 laten (stil)staan en vervolgens

- het motorrijtuig dat verdachte bestuurde en waarop verdachte was gezeten op die Rijksweg A7 verlaten en

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en aldaar rondgelopen

en zodoende die bestuurders en inzittenden van die autobussen en die een of meer zich achter en/of bij die autobussen bevindende motorrijtuigen gedwongen te stoppen en de vrije doorgang belet en/of belemmerd en/of verhinderd hun reis te vervolgen, waardoor die Rijksweg A7 voor het bestemde gebruik niet meer toegankelijk was en een file is ontstaan en zodoende die Rijksweg A7 voor enige tijd versperd,

terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

2 primair:

hij op 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen tezamen en in vereniging met anderen, door bedreiging met geweld een geoorloofde betoging heeft verhinderd, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel zakelijk weergegeven de [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en

- al dan niet na berichtgeving op Facebook betreffende een zogenoemd 'event', onder meer zakelijk weergegeven aangaande een oproep om massaal de wegen op te gaan om ze (de (anti-zwarte Piet) demonstranten) te vertragen/verhinderen, zodat de kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest in Dokkum konden vieren, (zie map 1, p. 32 en 33) en

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de [benadeelde 2] zich in autobussen over de Rijksweg A7 nabij Oudehaske in de richting van Dokkum hadden begeven, op weg naar die geoorloofde betoging,

als bestuurders en/of inzittenden van een groep motorrijtuigen zich op de Rijksweg A7 gegroepeerd/verzameld voor en/of achter en/of bij op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 nabij Oudehaske, geremd, en vervolgens dat motorrijtuig tot stilstand gebracht of

- als inzittende van een motorrijtuig zich doen en/of laten vervoeren naar de plaats op die Rijksweg A7 nabij Oudehaske alwaar werd geremd en vervolgens die groep motorrijtuigen tot stilstand kwam,

ten gevolge waarvan bestuurders van die autobussen en een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) te remmen en/of deze tot stilstand te brengen, en/of vervolgens nabij Oudehaske

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen of laten parkeren/staan en/of vervolgens

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 verlaten en

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en

- enige tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en

- enige tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet)betoging te Dokkum, en

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor enige tijd in een file terecht kwamen, en heeft bewerkstelligd dat die inzittenden van die autobussen zodanige vertraging ondervonden, zodat werd verhinderd dat zij de geplande en geoorloofde (anti-zwarte Piet) betoging in Dokkum (tijdig) konden bereiken, waardoor het recht om in Dokkum een betoging te houden niet kon worden verwezenlijkt,

en bestaande die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging met anderen

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- afremmen en/of snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het tot stilstand brengen van die autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijbanen en vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen).

3.

hij op 18 november 2017,

A. - op de Rijksweg A6, nabij Joure, en

B. - op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen,

tezamen in vereniging met zijn mededader(s), anderen, te weten bestuurders van autobussen en inzittenden van die autobussen

door bedreiging met geweld gericht tegen die voornoemde bestuurders en/of inzittenden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

A. (op de A6)

immers heeft verdachte als bestuurder van een motorrijtuig, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), op die Rijksweg A6 (al dan niet na een oproep in de sociale media)

die bestuurders van die autobussen en/of inzittenden van die autobussen

- gedwongen de door hen bestuurde motorrijtuigen abrupt af te remmen en abrupt tot stilstand te brengen en/of

- gedwongen te dulden dat zij in een onveilige verkeerssituatie terecht kwamen

en bestaande die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging,

- op een dwingende manier wijzen en/of gebaren naar een of meer bestuurder(s) van die autobussen, kennelijk met de bedoeling die bestuurder(s) van die autobus(sen) tot stoppen te dwingen, en

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) en

- abrupt afremmen en/of abrupt snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) en vervolgens

- het abrupt tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en

- wijzen in de richting van de autobussen en/of het omhoog houden van de/een arm(en),

en

B. (op de A7)

heeft verdachte als bestuurder van een motorrijtuig, tezamen en in vereniging met zijn mededaders,

op die Rijksweg A7 (al dan niet na een oproep in de (sociale) media, die bestuurders van die autobussen en inzittenden van die autobussen

- gedwongen de door hen bestuurde motorrijtuigen af te remmen en tot stilstand te brengen en/of zodoende

- gedwongen te dulden dat zij in een file terecht kwamen en

- gedwongen te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen en/of de plaats hunner bestemming niet tijdig konden bereiken en ernstige vertraging ondervonden en

- gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum niet konden verwezenlijken/uitvoeren

en bestaande die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- afremmen en snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) en/of

- het tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijbanen en vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten en/of wijzen (in de richting de autobus(sen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), en/of

- slaan tegen een of meer autobus(sen).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk een openbare landweg versperren, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van door bedreiging met geweld een geoorloofde openbare vergadering of betoging verhinderen.

Het onder 3A en 3B bewezen verklaarde levert telkens op:

medeplegen van een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Zoals bij de bewijsoverwegingen uiteen is gezet, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een viertal strafbare feiten. Het gaat daarbij telkens om hetzelfde feitencomplex.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft een oproep op Facebook geplaatst waarin mensen werden aangespoord om tot actie over te gaan, om te voorkomen dat de KOZP -demonstranten in Dokkum aan zouden komen. Zij is in haar opzet geslaagd: de actie is door veel personen opgepikt en door middel van een blokkade op de A7 hebben verdachte en medeverdachten feitelijk voorkomen dat de demonstratie in Dokkum uitgevoerd kon worden.

Voorafgaand aan de blokkade op de A7 heeft verdachte op zijn motor zeer gevaarlijke capriolen op de A6 uitgehaald, onder meer door één van de bussen af te snijden en daarna abrupt te remmen.

Het handelen van verdachte en de medeverdachten heeft niet alleen geleid tot ernstige (verkeers)hinder en verstoring van de openbare orde, maar ook tot bedreiging met geweld en er is in ver gaande mate inbreuk gemaakt op de bewegingsvrijheid van andere weggebruikers. Bovendien is als gevolg van het handelen van verdachte op de A6 zowel fysieke als materiële en immateriële schade ontstaan.

Wat evenwel de kern van het verwijt betreft dat verdachte en de andere verdachten wordt gemaakt, is dat zij anderen hebben belemmerd in de uitoefening van belangrijke grondrechten, te weten het recht op vrije meningsuiting en het recht op betoging. Dit zijn fundamentele rechten die essentieel zijn in een democratische samenleving.

Verdachte en de medeverdachten waren van mening dat het niet wenselijk was dat de demonstranten juist tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas kwamen demonstreren in Dokkum en waren het niet eens met de beslissing van het bestuur daaromtrent. Zij hebben vervolgens het recht in eigen hand genomen en voor eigen rechter gespeeld. Het op een dergelijke manier ondermijnen van een beslissing van het bestuur en het anderen de mogelijkheid ontnemen om te demonstreren, is zeer ernstig en ontoelaatbaar. Juist impopulaire meningen die indruisen tegen de (lokaal) heersende opvattingen en die mogelijk op verzet kunnen rekenen, moeten in een democratische samenleving door een demonstratie geuit kunnen worden.

Dat verdachte en medeverdachten vreesden voor (nog) ernstigere ongeregeldheden als de demonstranten wel in Dokkum waren aangekomen, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het reguleren van betogingen en het handhaven van de openbare orde en veiligheid bij uitstek taken zijn van de overheid en niet van (groepen van) individuele burgers. Het was dan ook niet aan verdachte en de medeverdachten om te bepalen waar en wanneer de KOZP -demonstranten mochten demonstreren. Ook was het niet aan hen om door hen gevreesde ongeregeldheden te voorkomen door zelf nota bene strafbare feiten te plegen. Van een overmachtssituatie was ten tijde van de blokkade geen sprake. Het handelen van verdachte en de medeverdachten kan als eigenrichting worden aangemerkt, hetgeen niet kan worden getolereerd omdat dit ernstig afbreuk doet aan de democratische rechtstaat.

Anders dan de rechtbank en het openbaar ministerie ziet het hof geen aanleiding om verdachte een hogere straf dan de medeverdachten op te leggen. Ook al is er ten aanzien van verdachte sprake van een uitgebreidere bewezenverklaring omdat ook het handelen op de A6 daarin is opgenomen, in de kern betreft het een collectieve actie, waarbij alle deelnemers hetzelfde doel hadden. Dat de één op sommige momenten actiever en/of prominenter in beeld is geweest dan een ander, acht het hof onvoldoende specifiek om de één meer verantwoordelijkheid toe te dichten dan de ander en dit in een op te leggen straf tot uitdrukking te brengen. Dat verdachte, anders dan andere verdachten die thans in hoger beroep zijn, werkelijk schade heeft veroorzaakt, is iets wat bij de vorderingen van de benadeelde partijen aan de orde zal komen en acht het hof niet zodanig dat verdachte daardoor een hogere straf verdient.

Met betrekking tot de aard en hoogte van de op te leggen straf acht het hof de door de rechtbank opgelegde en door het openbaar ministerie gevorderde straf, zowel ten aanzien van de voorwaardelijke gevangenisstraf, als de hoogte van de taakstraf, te fors. Verdachte heeft geen relevante documentatie en lijkt gezien hetgeen in het dossier is vermeld en het verhandelde ter terechtzitting een redelijk stabiel leven te hebben.

Voorts is van belang dat er weliswaar meerdere feiten - en meer feiten dan in eerste aanleg - zijn bewezenverklaard, maar dat het per saldo telkens om hetzelfde feitencomplex gaat, namelijk het uitvoeren van een actie die erop was gericht te voorkomen dat de KOZP -demonstratie in Dokkum door kon gaan. Daarom legt het hof geen hogere straf op ook al gaat het om vier feiten.

Ten slotte neemt het hof bij de beoordeling mee dat er geen ernstige ongevallen zijn gebeurd en acht het hof aannemelijk dat het hier om een incident gaat. Het hof acht de kans niet groot dat verdachte opnieuw tot het plegen van een (soortgelijk) strafbaar over zal gaan. Een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur is dan ook niet nodig.

Dit alles maakt dat het hof tot oplegging van een lagere straf komt dan in eerste aanleg is opgelegd en door het openbaar ministerie is geëist.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen vervangende hechtenis, een passende en noodzakelijke bestraffing is. Met die straf wordt voldoende tot uitdrukking gebracht dat handelen zoals dat in de onderhavige zaak is gebeurd, ontoelaatbaar en strafwaardig is en wordt op deze manier vanuit het oogpunt van generale preventie een voldoende signaal afgegeven.

Voor toepassing van artikel 9a Sr, zoals de raadsvrouw van verdachte heeft verzocht, ziet het hof gezien het voorgaande geen aanleiding. In zijn algemeenheid is bij bewezenverklaring van deze delicten een straf op zijn plaats en hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken.

Ten aanzien van de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte geldt ten slotte dat hoewel verdachte ter terechtzitting van het hof heeft aangegeven dat hij diverse fysieke klachten ondervindt en dat hij volledig is afgekeurd, niet is gebleken dat verdachte in het geheel niet in staat is een taakstraf te verrichten. Doorgaans kent de reclassering voldoende mogelijkheden om bij de uitvoering van de taakstraf op passende wijze rekening te houden met dergelijke lichamelijke beperkingen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.687,03, bestaande uit € 687,03 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 890,55, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en heeft nieuwe stukken ingediend waarmee hij zijn vordering heeft onderbouwd. Voor zover de benadeelde partij daarmee heeft beoogd zijn vordering te verhogen, geldt dat dat niet mogelijk is. Het hof heeft te oordelen over het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 primair en 3A en 3B bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het hierna te melden bedrag. Evenals de rechtbank acht het hof voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij € 10,- heeft betaald voor zijn busticket van Amsterdam naar Dokkum in verband met de betoging die niet is doorgegaan. De benadeelde partij heeft in die zin dus schade geleden. Verder acht het hof aannemelijk dat de benadeelde partij reiskosten heeft moeten maken in verband met het doen van aangifte (post 6) die het gevolg is van de bewezenverklaarde feiten.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade en de materiële schade die daarop betrekking heeft (post 3, 7 en 9), is het hof evenals de rechtbank van oordeel dat er een voldoende rechtstreeks verband blijkt tussen het onder 3A bewezenverklaarde feit en die gestelde schade. Het hof leidt uit het dossier af dat de noodstop ten gevolge waarvan de benadeelde partij met zijn hoofd/nek tegen de rugleuning van de groene bus is gebotst, een gevolg was van het afsnijden van de groene bus door het witte bestelbusje van medeverdachte [medeverdachte 7] . Ten aanzien van dat feit is medeplegen (met verdachte) bewezenverklaard. Het hof acht - anders dan de raadsvrouw - voldoende onderbouwd en ook overigens aannemelijk dat de hersenschudding die bij de benadeelde partij is vastgesteld het gevolg is van dat feit. Het hof acht de gevorderde immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 500,- redelijk en voor toewijzing gereed. Dit geldt ook voor de daarmee samenhangende, onder 3, 7 en 9 genoemde posten.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) zal worden toegewezen tot een bedrag van € 890,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot de dag der algehele voldoening.

Het overige deel van de gevorderde immateriële schade, alsmede de materiële schade voor zover het betreft de posten 1, 4, 5 en 8, is onvoldoende onderbouwd. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij (de hoogte van) deze schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. Het hof zal de benadeelde daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De verdachte dient de worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij en in het kader van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , ter zitting bijgestaan door mr. B. van Straaten

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8.275,46 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding in natura van immateriële schade gevorderd, in de vorm van het volgen van een ééndaagse workshop “diversiteit in de klas” en het volgen van lessen op basis van het lespakket “de geschiedenis van Sinterklaas en Zwarte Piet”, een en ander op straffe van een dwangsom. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 7.816,50 aan materiële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 primair en 3A en 3B bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Evenals de rechtbank acht het hof voldoende aannemelijk dat [benadeelde 2] € 2.170,- heeft betaald voor het huren van drie bussen, teneinde daarmee de demonstranten naar Dokkum te vervoeren. Doordat de betoging niet is doorgegaan, heeft [benadeelde 2] dit bedrag voor niets betaald en dus schade geleden. Dat alle demonstranten [benadeelde 2] € 10,- hebben betaald doet hier niet aan af, nu uit de gegeven toelichting blijkt dat [benadeelde 2] deze bedragen zal terugbetalen als deze schade wordt vergoed.

Het hof acht een voldoende rechtstreeks verband aanwezig tussen het bewezenverklaarde handelen van verdachte en de gestelde schade. Dit geldt niet alleen voor de huur van de bussen, maar ook voor de drukkosten van het demonstratiemateriaal. Anders dan in eerste aanleg heeft de benadeelde partij voldoende aannemelijk gemaakt dat deze schade het gevolg is van het bewezenverklaarde handelen en dat het betreffende materiaal niet nog op een ander moment kan worden gebruikt. Door middel van foto’s is aangetoond dat het materiaal betreft dat specifiek op Dokkum en/of Friesland is gericht. Het hof acht de gevorderde schadevergoeding gezien het voorgaande redelijk en voor toewijzing gereed. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering met betrekking tot de vordering van de huur van de bussen (hoofdelijk) zal worden toegewezen tot € 2.160,- (€ 10,- aftrek i.v.m. toewijzing vordering busticket benadeelde partij [benadeelde 1] ) en het demonstratiemateriaal tot
€ 448,96. In totaal: € 2.608,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Ten aanzien van de post van de beschadigde ruit van de rode bus ad € 5.656,50,- geldt dat de raadsvrouw van de benadeelde partij heeft meegedeeld dat deze schade reeds is vergoed, maar dat de vordering formeel wel wordt gehandhaafd. Het hof stelt hieromtrent vast dat nu is komen vast te staan dat de schade is vergoed, de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen en de vordering daarom in zoverre zal worden afgewezen.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade is het hof met de rechtbank van oordeel dat de schade die [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] gesteld geleden te hebben door de schending van de rechten op betoging en vrijheid van meningsuiting niet kan worden vergoed door middel van de door hen gevorderde schadevergoeding in natura. De rechtbank heeft daartoe overwogen

“(…) dat de essentie van schadevergoeding is dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand wordt gebracht zoals die zonder de schade toebrengende gebeurtenis zou zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank leidt het opleggen van de verplichting aan verdachte en de medeverdachten om een workshop en lessen bij [benadeelde 2] te volgen er niet toe dat [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zoveel mogelijk in de toestand worden gebracht zoals die zou zijn geweest wanneer zij wel in Dokkum hadden kunnen demonstreren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de geschonden rechten zien op het naar buiten (kunnen) brengen van meningen. Terwijl het opleggen van de verplichting tot het volgen van de workshop en de lessen gericht zouden zijn op het (onder dwang) overbrengen van kennis en standpunten op specifieke personen.”

Het hof acht dit oordeel juist en sluit zich hierbij aan. De gevorderde immateriële schadevergoeding is gezien het voorgaande niet voor toewijzing vatbaar.

Evenmin ziet het hof een mogelijkheid om ten aanzien van de immateriële schadevergoeding zelf een bedrag te bepalen en ten aanzien daarvan een schadevergoedingsmaatregel op te leggen zoals door de raadsvrouw is geopperd. Nu enige mate van onderbouwing en objectivering ontbreekt, is het voor het hof niet mogelijk om de schending waarvan sprake is geweest en ten aanzien waarvan mogelijk immateriële schadevergoeding zou kunnen worden toegekend, op geld te waarderen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de behandeling van de vordering ten aanzien van de immateriële schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Proceskosten:

Het hof acht aannemelijk dat [benadeelde 2] kosten heeft gemaakt ten behoeve van rechtsbijstand, zoals is gevorderd. De raadsvrouw mr. B van Straaten heeft namens [benadeelde 2] een vordering ingediend en zowel in eerste aanleg als in hoger beroep het woord gevoerd.

Net als de rechtbank zoekt het hof voor de vaststelling van de hoogte van deze kosten aansluiting bij het Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven. Daarbij is het bedrag van de proceskosten afhankelijk van de verrichte (genormeerde) werkzaamheden en van het belang van de zaak. Het belang van de zaak wordt gebaseerd op het bedrag van de gevorderde hoofdsom. Bij zaken met een hoofdsom tot € 10.000,00 geldt tarief 1. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 461,00.

Voor het opstellen van de vordering en het verlenen van rechtsbijstand ter terechtzitting (in eerste aanleg en hoger beroep) kent het hof telkens 1 punt toe. Uitgaande van de gevorderde hoofdsom, is tarief 1 van toepassing. De raadsvrouw heeft de gevorderde reiskosten in hoger beroep gespecificeerd op € 57,76.

De proceskosten in hoger beroep bedragen derhalve 1 x € 461,- + € 57,76,- = € 518,76. Het hof acht het evenals de rechtbank niet redelijk om verdachte en al haar medeverdachten ieder te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 518,76 aan proceskosten aan [benadeelde 2] . Dit zou er immers toe leiden dat [benadeelde 2] een veelvoud van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten zou ontvangen. Daarom zal het hof dit bedrag delen door 15 (aantal verdachten in hoger beroep) = € 34,58. Dit bedrag wordt vervolgens vermeerderd met de proceskosten die in eerste aanleg zijn toegekend, te weten € 50,- per verdachte.

Het hof zal verdachte derhalve veroordelen in de proceskosten ter hoogte van € 84,58 en in de kosten die [benadeelde 2] ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 4] en [benadeelde 3] , ter zitting bijgestaan door mr. B. van Straaten

Deze benadeelde partijen hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is gelijkluidend en ziet op vergoeding in natura van immateriële schade, in de vorm van het volgen van een ééndaagse workshop “diversiteit in de klas” en het volgen van lessen op basis van het lespakket “de geschiedenis van Sinterklaas en Zwarte Piet”, een en ander op straffe van een dwangsom. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep in beide gevallen afgewezen. De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en die vordering gehandhaafd.

Onder verwijzing naar hetgeen hieromtrent bij de vordering van de benadeelde partij “ [benadeelde 2] ” is overwogen, is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partijen kunnen daarom thans in hun vordering niet worden ontvangen en kunnen die vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Gezien het voorgaande dienen deze benadeelde partijen en de verdachte elk hun eigen kosten te dragen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 47, 57, 143, 162 en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 890,55 (achthonderdnegentig euro en vijfenvijftig cent) bestaande uit € 390,55 (driehonderdnegentig euro en vijfenvijftig cent) materiële schade en € 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 890,55 (achthonderdnegentig euro en vijfenvijftig cent) bestaande uit € 390,55 (driehonderdnegentig euro en vijfenvijftig cent) materiële schade en
€ 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en immateriële schade op 18 november 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.608,96 (tweeduizend zeshonderdacht euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 5.666,50 (vijfduizend zeshonderdzesenzestig euro en vijftig cent) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
84,58 (vierentachtig euro en achtenvijftig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.608,96 (tweeduizend zeshonderdacht euro en zesennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 36 (zesendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 november 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door

mr. G.A. Versteeg, voorzitter,

mr. L.T. Wemes en mr. L.J. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 31 oktober 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 O.a. HR 19 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:23).

2 Opmerking hof: in verband met eerdere verwijzingen in dit arrest wijkt de nummering van de voetnoten af van die in het vonnis. De inhoud is echter gelijk, behalve daar waar expliciet een aanvulling/verbetering is vermeld.

3 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

5 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

6 Het besluit van de burgemeester d.d. 16 november 2017, map 1, p. 20 t/m 22.

7 Het proces-verbaal van bevindingen AH-016-01 d.d. 4 januari 2018, map 1, p. 27 en 28.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

9 Het proces-verbaal van verdenking [medeverdachte 1] d.d. 5 februari 2018, map 7, p. 2682 t/m 2685.

10 Het signaaldocument van de Dienst Regionale Informatie Organisatie d.d. 15 november 2017, map 1, p. 31 t/m 33.

11 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 257.

13 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

14 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 217.

15 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 217.

16 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-2 d.d. 18 november 2017, map 1, p. 41 en 42.

17 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-1 d.d. 18 november 2017, map 1, p. 51.

18 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 259.

19 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 22 januari 2018, map 1, p. 164 t/m 166 en 171.

20 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 257.

21 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

22 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

23 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 28 december 2017, map 1, p. 268.

24 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 215, 216, 218 en 219.

25 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1754, 1756 en 1757.

26 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1754, en de eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 11 oktober 2018 op basis van de foto op pagina 1754 van het dossier (map 5).

27 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN5-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1707 en 1712.

28 De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 11 oktober 2018 op basis van de camerabeelden op de bij het dossier gevoegde dvd, map AH_054_SRF_ZWITSERLAND, bestand “SAMICLAUSUNDDERSCHWARZE”, van 05:04 minuten tot 05:12 minuten.

29 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1754, 1756 en 1757.

30 De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 11 oktober 2018 op basis van de camerabeelden op de bij het dossier gevoegde dvd, map AH-020-03 ALLOCHTOONS TWITTER, bestand “OXVCRBZNPNCG84PF”, na 01:10 minuten (in plaats van de door de rechtbank genoemde 04:42 minuten).

31 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-0l d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1754, 1756 en 1757.

32 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, C) het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757.

33 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting d.d. 11 oktober 2018.

34 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 22 januari 2018, map 1, p. 171.

35 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

36 Het proces-verbaal van bevindingen AH-064-02 d.d. 8 februari 2018, map 1, p. 109 en 110.

37 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 22 januari 2018, map 1, p. 165, 167 en 168.

38 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

39 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

40 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

41 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184 (in plaats van 183 zoals in het vonnis vermeld).

42 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54 en het rapport PL0100-2017304585-5 d.d. 10 januari 2018, map 1, p. 104.

43 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54.

44 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

45 Het rapport PL0100-20l7304585-5 d.d. 10 januari 2018, map 1, p. 104.

46 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 17 februari 2018, map 1, p. 180.

47 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54 en 55.

48 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

49 Het proces-verbaal van bevindingen AH-064-02 d.d. 8 februari 2018, map 1, p. 110.

50 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184.

51 proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54.

52 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 22 januari 2018, map 7, p. 2536.

53 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304585-3 d.d. 21 december 2017, map 1, p. 118 en 119.

54 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

55 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-2 d.d. 18 november 2017, map 1, p. 42.

56 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184, het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 230, en het proces- verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

57 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 220 en 221, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 230.

59 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 230.

60 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1772.

61 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1772.

62 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1749 en 1752.

63 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari2018, map 5, p. 1772 en 1773.

64 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 8] d.d. 19 januari 2018, map 6, p. 2062.

65 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1773.

66 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 215.

67 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 257 en 258.

68 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 260.

69 Het proces-verbaal van verhoor van 1. [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1773.

70 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december2017, map 5, p. 1748 en 1752, het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757, en de verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting d.d. 11 oktober 2018.

71 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757.

72 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

73 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1778, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757.

74 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

75 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1778.

76 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december2017, map 1, p. 183.

77 Het proces-verbaal van bevindingen AH-012-01 d.d. 20 december 2017, map 1, p. 273.

78 De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 11 oktober 2018 op basis van de camerabeelden op de bij het dossier gevoegde dvd, map AH_054_SRF ZWITSERLAND, bestand “SAMICLAUSUNDDERSCHWARZE”, van 04:42 tot 04:49 minuten.

79 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting d.d. 11 oktober 2018.

80 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2018, map 5, p. 1772, 1773 en 1776.

81 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting d.d. 11 oktober 2018.

82 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1749 en 1752.

83 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting d.d. 11 oktober 2012.

84 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN06-01 d.d. 18 december 2017, p. 1748, en het proces verbaal van bevindingen AH-NN06-02 d.d. 6 februari 2018, p. 1756 t/m 1760.

85 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN06-02 d.d. 6 februari 2018, p. 1754.

86 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, deel 1, p. 183 en 184.

87 Het proces-verbaal van bevindingen AH-012-01 d.d. 20 december 2017, map 1, p. 273.

88 De eigen waarneming van de rechtbank van de camerabeelden op de bij het dossier gevoegde dvd, map AH 054 SRF ZWITSERLAND, bestand SAMICLAUSUNDDERSCHWARZE”.

89 De eigen waarneming van de rechtbank van de camerabeelden op de bij het dossier gevoegde dvd, map AH 020 03 ALLOCHTOONS TWITTER, bestand ‘OXVCRBZNPNCG84PF’.

90 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN06-02 d.d. 6 februari 2018, p. 1756 t/m 1760.

91 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 11] d.d. 18 januari 2018, map 5, p. 1965 e.v. (onder meer inhoudende dat hij het eens was met de actie om alles stil te zetten, dat het een succes was en dat hij blij is dat hij er geweest is), het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 12] d.d. 15 januari 2018, map 5, p. 1680 e.v. (onder meer inhoudende dat hij achter het doel van de actie stond en zijn sleutels uit het contact heeft gehaald zodat ze zijn auto niet konden weghalen) en het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , d.d. 9 januari 2018, map 6, p. 2358 e.v. (onder meer inhoudende dat hij vooraan stond en als eerste weg kon - maar dat pas na aanmanen van de politie deed).

92 Een schriftelijk stuk, te weten de inhoud van de Whatsapp-chat “A7 besloten groep”, map 3, p. 583 (onder meer inhoudende als bericht van [medeverdachte 3] op 20 november 2017: “Ik wie krekt wot te fier nei foaren sjitten dus ha een honderd meter achterut rieden”, en als reactie van [website 2] (zijnde [medeverdachte 13] , zie map 6, p. 2118): “haha jah [medeverdachte 3] , dat maken we nooit weer mee, achteruit rijden op een lege snelweg”.

93 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 14] d.d. 15 januari 2018, map 6, p. 2228 e.v.

94 H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, Tweede Deel, Tweede druk, Haarlem 1891, p. 116.

95 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris d.d. 4 oktober 2018.