Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:9290

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
31-10-2019
Zaaknummer
21-006479-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2018:4557
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Blokkade A7. Oproep Facebook ‘Project P’. Demonstratie KOZP landelijke intocht Sinterklaas Dokkum.

Verwerping diverse formele verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie in de vervolging (geen schending vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel en/of verbod willekeur).

Verwerping diverse kwalificatieverweren (m.b.t. art. 9 Gw, beschermd belang feit 2).

Veroordeling ter zake van (1) het medeplegen van opruiing, (2) het opzettelijk uitlokken van (medeplegen van) het versperren van de A7, terwijl daarvan gevaar voor de verkeersveiligheid te duchten is, (3) het opzettelijk uitlokken van (medeplegen van) door bedreiging met geweld een geoorloofde betoging verhinderen en (4) het opzettelijk uitlokken van (medeplegen van) dwang op de A7.

Ondanks uitgebreidere bewezenverklaring komt het hof tot een lagere strafoplegging dan door de rechtbank opgelegd en door het openbaar ministerie is geëist. Strafoplegging in zaken van alle medeverdachten gelijk.

Het arrest bevat ten slotte beslissingen op vorderingen van benadeelde partijen, onder meer inhoudende dat vergoeding van immateriële schade in natura in de gevraagde vorm niet mogelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006479-18

Uitspraak d.d.: 31 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 november 2018 met parketnummer 18-730086-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24, 25 en 26 september 2019, 31 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

- veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 33,34, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en afwijzing van de vordering voor het overige;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ‘ [benadeelde 2] ’ tot een bedrag van € 2.608,96, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en afwijzing van de immateriële schade en een bedrag van € 10,- en niet-ontvankelijkverklaring van de vordering voor het overige;

- afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] .

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Verdachte is ter terechtzitting verschenen, evenals mr. T. van der Goot (hierna: de raadsman) en mr. W. Anker, beiden advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

Bij bovengenoemd vonnis is verdachte ter zake van het – kort gezegd – medeplegen van het opruien tot een strafbaar feit (feit 1) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (hoofdelijk) toegewezen tot een bedrag van € 33,34 en voor het overige afgewezen. De vordering van de benadeelde partij ‘ [benadeelde 2] ’ is (hoofdelijk) toegewezen tot een bedrag van € 2.160,- en afgewezen ten aanzien van de immateriële schade en een bedrag van € 10,-. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het vonnis houdt voorts in dat de hiervoor genoemde toegewezen bedragen telkens zijn vermeerderd met de wettelijke rente en dat steeds de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zijn door de rechtbank afgewezen.

Van de onder 2, 3 primair en subsidiair en 4 ten laste gelegde feiten is verdachte vrijgesproken.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Formele verweren

1 Schending van het vertrouwensbeginsel (uitlating verbalisant [verbalisant 1] )

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, omdat die vervolging in strijd zou zijn met het vertrouwensbeginsel. Hiertoe is het volgende aangevoerd.

Verdachte is op 16 november 2017 door verbalisant [verbalisant 1] gebeld met het verzoek om een zogenoemd event op Facebook (genaamd “Kick Out Kick Out Zwarte Piet ”) te verwijderen. Dit event werd door verdachte en [betrokkene 1] gehost.

[verbalisant 1] heeft verklaard dat er voorafgaand aan dat gesprek overleg heeft plaatsgevonden met het openbaar ministerie en dat hij tegen verdachte heeft gezegd dat het openbaar ministerie en de burgemeester hebben aangegeven dat verdachte, als deze content zou blijven staan, zou kunnen worden vervolgd voor opruiing. Verdachte heeft het verzoek van de politie begrepen als een voorwaarde voor niet-vervolging. Op grond van deze uitlating alsmede daarmee samenhangende feiten en omstandigheden - zoals in de pleitnota’s in eerste aanleg en hoger beroep verwoord - mocht verdachte er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij alleen een risico op strafvervolging liep indien zij de oproep op Facebook niet verwijderde. Nu zij samen met [betrokkene 1] het verzoek om de oproep van Facebook te verwijderen heeft ingewilligd, is strafvervolging in strijd met de beginselen van een goede procesorde, aldus de raadsman.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op het vertrouwensbeginsel moet worden verworpen. De advocaat-generaal heeft in dat kader voorop gesteld dat er geen sprake is geweest van een uitdrukkelijke toezegging richting verdachte dan wel [betrokkene 1] , inhoudende dat zij niet vervolgd zouden worden als zij de oproep zouden verwijderen. De uitlatingen die zijn gedaan, zijn onvoldoende om daarop een gerechtvaardigd vertrouwen op niet-vervolging te baseren. Daarbij heeft het openbaar ministerie tevens het gedrag van verdachte ná het verwijderen van de oproep bij betrokken, zoals het feit dat zij actief is geweest in de Whatsapp-groep die met betrekking tot de A7-blokkade is opgezet.

Oordeel hof

Het hof stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aan het openbaar ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.

Zo'n uitzonderlijk geval doet zich voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet nadat door het openbaar ministerie gedane, of aan het openbaar ministerie toe te rekenen, uitlatingen (of daarmee gelijk te stellen gedragingen) bij de verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen hebben gewekt dat hij niet (verder) zal worden vervolgd. Onder omstandigheden kan aan een toezegging van een politieagent het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat vervolging achterwege zal blijven.1

Op grond van het dossier stelt het hof vast dat door de politie zowel tegen verdachte als tegen [betrokkene 1] is gezegd dat zij de oproep op Facebook dienden te verwijderen en dat zij zouden kunnen worden vervolgd voor opruiing, indien zij dit niet zouden doen. [verbalisant 1] heeft daaromtrent als getuige bij de rechter-commissaris verklaard: “Ik heb dringend het advies gegeven om de content te verwijderen omdat dat tot opruiing zou leiden. U vraagt mij of ik ook besproken heb of er consequenties aan verbonden waren als [verdachte] het zou laten staan. Ik heb gezegd dat het OM en de burgemeester hebben aangeven dat als deze content zou blijven staan dat dat zij vervolgd zou kunnen worden voor opruiing en dat de politie haar daarom dringend adviseerde om het te verwijderen. (…) U vraagt mij of ik iets in de trant gezegd heb dat zij niet vervolgd zou worden als zij aan het advies gehoor zou geven. Nee, zo heb ik dat niet gezegd.”2

Het hof stelt verder vast dat het event na het verzoek van de politie van Facebook is verwijderd, dat [betrokkene 1] niet als verdachte is aangemerkt en niet is vervolgd, terwijl dat bij verdachte wel het geval is geweest.

De vraag of verdachte er op grond van voornoemde uitlatingen van [verbalisant 1] en de door de raadsman genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij niet ter zake van opruiing zou worden vervolgd, beantwoordt het hof ontkennend. De mededelingen die jegens verdachte zijn gedaan, kunnen niet worden aangemerkt als een concrete toezegging dat verdachte niet zou worden vervolgd voor opruiing indien het event/de oproep werd verwijderd. Ook anderszins is geen sprake van uitlatingen of daarmee gelijk te stellen gedragingen op grond waarvan verdachte er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij niet zou worden vervolgd. Van een uitzonderlijk geval zoals bedoeld in de jurisprudentie van de Hoge Raad is derhalve geen sprake. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

2. Schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel (niet vervolgen [betrokkene 1] )

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting van het hof voorts bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten, omdat er sprake zou zijn van schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel. Hiertoe heeft de raadsman primair aangevoerd dat verdachte wel is vervolgd en [betrokkene 1] niet, terwijl hun rollen gelijk en inwisselbaar zijn. Beiden zijn verantwoordelijk voor het hosten van de betreffende Facebookpagina, beiden zijn verantwoordelijk voor de oproep op Facebook en beiden zijn door de politie aangesproken en verzocht voornoemde content te verwijderen. Mogelijk was de rol van [betrokkene 1] bij het hosten van voornoemde Facebookpagina zelfs groter en meer initiërend dan die van verdachte.

Naar aanleiding van het vonnis, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de rollen niet vergelijkbaar zijn nu [betrokkene 1] zich - anders dan verdachte - nadien niet op enigerlei wijze heeft bemoeid met de actie waartoe was opgeroepen, heeft de raadsman aangevoerd dat de opruiing is gestopt nadat het bericht van Facebook is gehaald. Nu de rechtbank het verweer heeft verworpen door te verwijzen naar feiten en omstandigheden van latere datum, wordt miskend dat de rechter onderzoekt op de grondslag van de tenlastelegging, aldus de raadsman.

Standpunt openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van het hof verwezen naar het standpunt van het openbaar ministerie in eerste aanleg. Volgens het openbaar ministerie dient het verweer met betrekking tot de schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel te worden verworpen. Het openbaar ministerie stelt dat niet kan worden gesproken van gelijke gevallen nu [betrokkene 1] na het verwijderen van de oproep op Facebook met zijn activiteiten is gestopt, terwijl verdachte na het verwijderen van die oproep onverminderd met haar activiteiten is doorgegaan.

Oordeel hof

Zoals hiervoor reeds bij het onder 1 besproken verweer is vermeld, leent de beslissing om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Slechts in uitzonderlijke gevallen is plaats voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.

Een uitzonderlijk geval als hier bedoeld, doet zich onder meer voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur.3

Met de rechtbank en het openbaar ministerie is het hof van oordeel dat de door de verdediging genoemde gevallen niet vergelijkbaar zijn. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat niet is gebleken dat [betrokkene 1] zich - nadat de oproep van Facebook was verwijderd - nog op enigerlei wijze heeft bemoeid met de actie waartoe was opgeroepen. Verdachte daarentegen heeft nog meerdere handelingen verricht die in het verlengde lagen van die oproep. De stelling van de verdediging dat deze feiten en omstandigheden niet bij de beoordeling van het verweer zouden mogen worden betrokken, volgt het hof niet. Het verwijt in de tenlastelegging is immers niet los te zien van de feiten en omstandigheden waarbinnen die verweten gedraging zich heeft afgespeeld. Geen rechtsregel staat eraan in de weg om die feiten en omstandigheden bij de beoordeling van het verweer te betrekken. Gezien het hiervoor overwogene geeft de beslissing van het openbaar ministerie om verdachte wél, en [betrokkene 1] niet te vervolgen, geen blijk van willekeur. Het verweer wordt verworpen.

3. Schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel (niet vervolgen daders andere wegblokkades)

Standpunt verdediging

De verdediging heeft voorts bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit, omdat die vervolging in strijd zou zijn met het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het openbaar ministerie niet heeft gemotiveerd waarom verdachte en medeverdachten wel zijn vervolgd, terwijl in min of meer vergelijkbare gevallen waarin ook sprake was van het stilleggen van verkeer en het blokkeren van wegen, niemand is vervolgd. De raadsman heeft een korte - niet limitatief bedoelde - opsomming gegeven van deze gevallen en heeft in hoger beroep een aantal recente voorbeelden aangehaald. Daarbij is hij ingegaan op de overweging van de rechtbank dat het in de onderhavige zaak gaat om een blokkade gericht tegen een specifieke groep (de inzittenden van drie bussen met anti-Zwarte Piet-demonstranten). In de door de verdediging genoemde voorbeelden uit Jorwerd, Breda en Oosterblokker ging het volgens de raadsman óók om een specifieke groep, dus in die zin onderscheiden deze gevallen zich niet van elkaar. Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat de overweging van de rechtbank dat de blokkade op de A7 bedoeld was om het bepaalde personen onmogelijk te maken gebruik te maken van hun demonstratierecht, miskent dat het doel juist is geweest om een langzaamaanactie te starten. De raadsman heeft aldus zijn beroep op het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel gehandhaafd.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie stelt dat het beroep van de verdediging moet worden verworpen omdat geen sprake is van gelijke gevallen. De advocaat-generaal heeft er in dat kader onder meer op gewezen dat de personen die de A7 hebben geblokkeerd niet als demonstranten in de zin van de wet zijn aan te merken en dat het in deze zaak om een snelweg gaat, hetgeen van invloed is op het te duchten gevaar. Ten aanzien van de recente voorbeelden van de raadsman, heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat niet alle feiten en omstandigheden uit die zaken bekend zijn en in die zin niet kunnen worden betrokken bij de beoordeling van de onderhavige zaak. Hoe dan ook is volgens de advocaat-generaal geen sprake van een schending van de door de verdediging genoemde beginselen.

Oordeel hof

Het juridische kader aan de hand waarvan voornoemd verweer moet worden beoordeeld, is reeds bij de hiervoor onder 1 en 2 genoemde verweren opgenomen.

Evenals de rechtbank en het openbaar ministerie is het hof van oordeel dat de vervolgingsbeslissing die ten aanzien van verdachte (en medeverdachten in deze zaak) is genomen, geen blijk geeft van willekeur. Voor het hof is in dat kader doorslaggevend dat er in de onderhavige zaak aangiftes zijn gedaan door personen die stellen dat zij door de versperring in de uitoefening van een absoluut grondrecht zijn belemmerd. In de door de raadsman aangehaalde gevallen gaat het om belangen van geheel andere aard. Gezien het voorgaande is geen sprake van een vervolging die in strijd is met het gelijkheidsbeginsel noch met andere beginselen van een goede procesorde. Het hof verwerpt het verweer.

4. Schending van het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel (niet vervolgen inzittenden van enkele andere auto’s vóór de bussen)

Standpunt verdediging

Door de verdediging is tot slot bepleit dat de vervolging van verdachte ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten in strijd is met het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel en dat het openbaar ministerie daarom in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat er meerdere auto’s vóór de bussen hebben gestaan waarvan de inzittenden niet zijn vervolgd. De stelling van het openbaar ministerie dat de vervolgingsbeslissing is gebaseerd op de personen die vóór de bussen hebben gelopen, gaat niet op nu medeverdachten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] eveneens zijn vervolgd terwijl zij hun auto niet hebben verlaten.

Daarnaast heeft de raadsman specifiek gewezen op de vervolgingsbeslissing ten aanzien van [betrokkene 2] . Het openbaar ministerie heeft te kennen gegeven dat deze persoon niet is vervolgd omdat aan hem reeds een boete was opgelegd wegens het stilstaan op de vluchtstrook, maar dit betreft een geheel ander feit dan het versperren van een landweg, zodat het zogenoemde ‘ne bis in idem-beginsel’ hierop niet van toepassing is. Al met al vertoont de vervolgingsbeslissing volgens de raadsman “trekken van een loterij”, en lijkt het niet vervolgen van [betrokkene 2] en het wel vervolgen van verdachte en medeverdachten volstrekt willekeurig.

Standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat voornoemd verweer moet worden verworpen. Hiertoe is aangevoerd dat de conclusie van de raadsman dat deelname aan de Whatsapp-groep “A7 besloten groep” niet leidend is geweest voor de vervolgingsbeslissing, onjuist is. Er zijn twee personen aangeduid als verdachten (NN16 en NN17) waarvan de identiteit niet achterhaald is kunnen worden. Ten aanzien van wie de identiteit kon worden vastgesteld, is vervolging ingesteld, aldus de advocaat-generaal.

Oordeel hof

Het juridische kader aan de hand waarvan voornoemd verweer moet worden beoordeeld, is reeds bij de hiervoor onder 1 en 2 genoemde verweren opgenomen. In aanvulling daarop is van belang dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad de enkele omstandigheid dat derden, wier gedragingen (mogelijk) evenzeer als die van verdachte het voorwerp van strafvervolging zouden dienen te zijn, ten onrechte niet worden vervolgd, niet zonder meer leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging tegen verdachte.4

Het hof is van oordeel dat de beslissing van het openbaar ministerie om [betrokkene 2] niet op gelijke wijze als verdachte en de medeverdachten te vervolgen, mede gelet op de inhoud van de door hem op schrift gestelde verklaring in het dossier5 geen blijk geeft van willekeur. Dat sprake is van aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing die meebrengt dat een (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur, valt uit de door de verdediging naar voren gebrachte feiten en omstandigheden ook overigens niet af te leiden. Ook dit verweer wordt verworpen.

Conclusie:

Het openbaar ministerie wordt ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten ontvankelijk geacht in de vervolging.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1:
zij in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , en/of (elders) in de provincie Fryslân, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de ‘ [benadeelde 2] ’ had geoorloofd, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205), een of meer perso(o)n(en) opzettelijk aangezet tot en/of opgestookt tot

A.

- het opzettelijk versperren van enige openbare landweg, te weten een of meer (snel)weg(en) in de provincie Fryslân (strafbaar gesteld in artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

B.

- het door geweld of bedreiging met geweld (trachten te) verhinderen van een geoorloofde betoging (strafbaar gesteld in artikel 143 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

C.

- een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden (strafbaar gesteld in artikel 284 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht),

door tezamen en in vereniging, althans alleen, via (de sociaalnetwerksite) Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep(en) en/of tekst(en) te vermelden:

“Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en/of

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en/of

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel) wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en/of

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en/of

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en/of

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en/of

"LOCATIES [locatie 2] "en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en/of "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!, althans een oproep van gelijke aard en/of strekking (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33),

zulks terwijl meerdere personen gevolg hebben gegeven aan die oproep.

2
primair:

zij in of omstreeks de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren en/of te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, tezamen in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de (snelweg) Rijksweg A7, heeft versperd,

immers hebben verdachte en haar mededader(s), tezamen en in vereniging, althans alleen,

- omstreeks 15 november 2017 een oproep op Facebook geplaatst met onder meer de teksten (vertaald vanuit het Fries): “Geen gesodemieter met herrieschoppers tijdens ons kinderfeest” en/of “Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint” en/of “We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum” en/of “De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum” en/of “Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is. Dokkum heeft ons nodig!” en/of “LOCATIES [locatie 2] ” en/of “ [locatie 3] ” en/of “Centrale as” en/of

- Op 16 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de tekst: “Wel allemaal aanmelden voor de Fryske Opstand he?” en/of

- Op 18 november 2017 een bericht geplaatst in een groepschat op Facebook met de tekst: “Geen ongelukken veroorzaken!!!! Hou het veilig!!!!!” en/of

- Op 18 november 2017 telefonische gesprekken (te weten om 9.31 uur gedurende 2 minuten en 31 seconden en/of om 9.58 uur gedurende 29 seconden en/of om 10.49 uur gedurende 57 seconden) gevoerd en/of contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] , die aanwezig was bij de versperring van de A7 nabij Oudehaske, welke versperring van ongeveer 9.52 tot 10.44 uur heeft geduurd; en/of

- Op 18 november 2017 te Dokkum een interview gegeven in verband met de versperring op de A7 aan De Telegraaf bij en over het leeg gebleven vak dat voor de demonstranten was bestemd; en/of

- Op 18 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de volgende tekst (vertaald vanuit het Fries): “Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Bedankt Fryslân! #Trots.” en/of

- zich als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobus(sen), (met daarin onder meer demonstranten) en/of (vervolgens)

- als bestuurder van dat motorrijtuig (in die/een groep motorrijtuigen), daarmee rijdende over die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd en/of (vervolgens) dat/die motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand gebracht en/of doen of laten brengen en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich (in die/een groep motorrijtuigen) doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens dat/die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig welke hij/zij bestuurde(n) en/of in welke hij/zij was/waren gezeten, op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen en/of laten (stil)staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig welke hij/zij bestuurde(n) en/of in welke hij/zij was/waren gezeten op die Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobus(sen) bevindende en stilstaande motorrijtuigen

gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die bestuurder(s) en/of inzittende(n) van die autobus(sen) en die een of meer zich achter en/of bij die autobus(sen) bevindende motorrijtuigen gedwongen te stoppen en/of de vrije doorgang belet en/of belemmerd en/of verhinderd hun reis te vervolgen, waardoor die Rijksweg A7 voor het bestemde gebruik niet meer toegankelijk was en/of een file is ontstaan en/of zodoende die Rijksweg A7 voor langere, althans enige, tijd (ongeveer 45 minuten) versperd,

terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

2
subsidiair:

een (groot) aantal personen op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de (snelweg) Rijksweg A7, hebben versperd, immers hebben zij op die Rijksweg A7,

- zich als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobus(sen), (met daarin onder meer demonstranten) en/of (vervolgens)

- als bestuurder van dat motorrijtuig (in die/een groep motorrijtuigen), daarmee rijdende over die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd en/of(vervolgens) dat/die motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand gebracht en/of doen of laten brengen en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich (in die/een groep motorrijtuigen) doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens dat/die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen, en/of(vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten, op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen en/of laten (stil)staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten op die Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobus(sen) bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen en zodoende die bestuurder(s) en/of inzittende(n) van die autobus(sen) en die een of meer zich achter en/of bij die autobus(sen) bevindende motorrijtuigen gedwongen te stoppen en/of de vrije doorgang belet en/of belemmerd en/of verhinderd hun reis te vervolgen, waardoor die Rijksweg A7 voor het bestemde gebruik niet meer toegankelijk was en/of een file is ontstaan en/of zodoende die Rijksweg A7 voor langere, althans enige, tijd (ongeveer 45 minuten) versperd,

terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was;

welk feit verdachte in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , en/of (elders) in de provincie Fryslân, in elk geval in Nederland, door misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

door tezamen en in vereniging, althans alleen, via (de sociaalnetwerksite) Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep(en) en/of tekst(en) te vermelden:

"Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en/of

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en/of

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en/of

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en/of

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en/of

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en/of

"LOCATIES [locatie 2] " en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en/of "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!", althans een oproep van gelijke aard en/of strekking (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33).

3
primair:

zij in of omstreeks de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in elk geval in de gemeente Dongeradeel, en/of te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, tezamen in vereniging met een ander of anderen, door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging heeft verhinderd, immers hebben verdachte en haar mededader(s) tezamen en in vereniging, althans alleen

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de ‘ [benadeelde 2] ' had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- omstreeks 15 november 2017 een oproep op Facebook geplaatst met onder meer de teksten (vertaald vanuit het Fries): “Geen gesodemieter met herrieschoppers tijdens ons kinderfeest” en/of “Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint” en/of “We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum” en/of “De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum” en/of “Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is. Dokkum heeft ons nodig!” en/of “LOCATIES [locatie 2] ” en/of “ [locatie 3] ” en/of “Centrale as” en/of

- Op 16 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de tekst: “Wel allemaal aanmelden voor de Fryske Opstand he?” en/of

- Op 18 november 2017 een bericht geplaatst in een groepschat op Facebook met de tekst: “Geen ongelukken veroorzaken!!!! Hou het veilig!!!!!” en/of

- Op 18 november 2017 telefonische gesprekken (te weten om 9.31 uur gedurende 2 minuten en 31 seconden en/of om 9.58 uur gedurende 29 seconden en/of om 10.49 uur gedurende 57 seconden) gevoerd en/of contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] , die aanwezig was bij de versperring van de A7 nabij Oudehaske, welke versperring van ongeveer 9.52 tot 10.44 uur heeft geduurd; en/of

- Op 18 november 2017 te Dokkum een interview gegeven in verband met de versperring op de A7 aan De Telegraaf bij en over het leeg gebleven vak dat voor de demonstranten was bestemd; en/of

- Op 18 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de volgende tekst (vertaald vanuit het Fries): “Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Bedankt Fryslân! #Trots.” en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet)demonstranten van de ‘ [benadeelde 2] ’ zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske in de richting van Dokkum (had(den) begeven (op weg naar die geoorloofde betoging),

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd, en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand gebracht en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens die (groep) motorrijtuigen (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen

en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet)

demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet)betoging te Dokkum, en/of

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen,

in elk geval bewerkstelligd dat die inzittenden van die autobussen zodanige vertraging ondervonden, zodat werd verhinderd dat zij de geplande en geoorloofde (anti-zwarte Piet) betoging in Dokkum (tijdig) konden bereiken, waardoor het recht om in Dokkum een betoging te houden niet kon worden verwezenlijkt,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en) en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen).

3
subsidiair:

een groot aantal personen op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in elk geval in de gemeente Dongeradeel, tezamen en in vereniging met elkaar, door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging heeft/hebben verhinderd, immers hebben zij

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de ‘ [benadeelde 2] ' zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) in de richting van Dokkum had(den) begeven (op weg naar die geoorloofde betoging), als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 gegroepeerd/verzameld en/of doen of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig geremd, althans (abrupt) snelheid geminderd, en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand gebracht en/of

- als inzittende van een motorrijtuig zich doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) alwaar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd en vervolgens die (groep) motorrijtuigen (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet)betoging te Dokkum, en/of

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen, in elk geval bewerkstelligd dat die inzittenden van die autobussen zodanige vertraging ondervonden, zodat werd verhinderd dat zij de geplande en geoorloofde (anti-zwarte Piet) betoging in Dokkum (tijdig) konden bereiken, waardoor het recht om in Dokkum een betoging te houden niet kon worden verwezenlijkt,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezichtsbedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en) en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen);

welk feit verdachte in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , en/of (elders) in de provincie Fryslân, in elk geval in Nederland, door misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

door tezamen en in vereniging, althans alleen, via (de sociaalnetwerksite) Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep(en) en/of tekst(en) te vermelden:

"Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en/of

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en/of

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en/of

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en/of

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en/of

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en/of

"LOCATIES [locatie 2] " en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en/of "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!", althans een oproep van gelijke aard en/of strekking (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33).

3 meer subsidiair:

zij in of omstreeks de periode 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te Dokkum, in elk geval in de gemeente Dongeradeel, en/of te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte en verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen in vereniging, door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde betoging te verhinderen, tezamen en in vereniging met haar mededaders,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en/of een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en/of

- omstreeks 15 november 2017 een oproep op Facebook geplaatst met onder meer de teksten (vertaald vanuit het Fries): “Geen gesodemieter met herrieschoppers tijdens ons kinderfeest” en/of “Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint” en/of “We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum” en/of “De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum” en/of “Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is. Dokkum heeft ons nodig!” en/of “LOCATIES [locatie 2] ” en/of “ [locatie 3] ” en/of “Centrale as” en/of

- Op 16 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de tekst: “Wel allemaal aanmelden voor de Fryske Opstand he?” en/of

- Op 18 november 2017 een bericht geplaatst in een groepschat op Facebook met de tekst: “Geen ongelukken veroorzaken!!!! Hou het veilig!!!!!” en/of

- Op 18 november 2017 telefonische gesprekken (te weten om 9.31 uur gedurende 2 minuten en 31 seconden en/of om 9.58 uur gedurende 29 seconden en/of om 10.49 uur gedurende 57 seconden) gevoerd en/of contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] , die aanwezig was bij de versperring van de A7 nabij Oudehaske, welke versperring van ongeveer 9.52 tot 10.44 uur heeft geduurd; en/of

- Op 18 november 2017 te Dokkum een interview gegeven in verband met de versperring op de A7 aan De Telegraaf bij en over het leeg gebleven vak dat voor de demonstranten was bestemd; en/of

- Op 18 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de volgende tekst (vertaald vanuit het Fries): “Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Bedankt Fryslân! #Trots.” en/of

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van [benadeelde 2] zich in een of meer autobussen over de Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) in de richting van Dokkum hadden begeven (op weg naar die geoorloofde betoging),

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) zich op de Rijksweg A7 heeft gegroepeerd/verzameld en/of doen en/of laten groeperen/verzamelen voor en/of achter en/of bij een of meerdere op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske), abrupt en/of krachtig heeft geremd, althans (abrupt) snelheid heeft geminderd en vervolgens dat motorrijtuig (abrupt) tot stilstand heeft gebracht en/of (daarbij)

- als inzittende van een motorrijtuig zich heeft doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 (nabij Oudehaske) waar abrupt en/of krachtig werd geremd, althans (abrupt) snelheid werd geminderd, en vervolgens die (groep) motorrijtuig(en) (abrupt) tot stilstand kwam(en),

ten gevolge waarvan een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen (ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing) genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of deze (vervolgens) tot stilstand te brengen, en/of (vervolgens) (nabij Oudehaske)

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 heeft doen of laten parkeren/staan en/of (vervolgens)

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 heeft verlaten en/of (vervolgens)

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 heeft begeven en/of (vervolgens)

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen heeft gegroepeerd/verzameld en/of aldaar heeft rondgelopen en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- langere, althans enige, tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet) betoging te Dokkum, en/of

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor langere (ongeveer 45 minuten), althans enige, tijd in een file terecht kwamen,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- abrupt en krachtig afremmen, althans (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en)en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten (richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4 primair:

zij in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, en/of te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , tezamen in vereniging met haar mededaders, een ander of anderen, te weten een of meer bestuurder(s) van autobussen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of een of meer andere op die weg aanwezige bestuurder(s) en/of inzittende(n) van motorrijtuig(en), door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die voornoemde bestuurder(s) en/of inzittende(n), wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

immers hebben verdachte en haar mededader(s), tezamen en in vereniging, althans alleen:

- omstreeks 15 november 2017 een oproep op Facebook geplaatst met onder meer de teksten (vertaald vanuit het Fries): “Geen gesodemieter met herrieschoppers tijdens ons kinderfeest” en/of “Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint” en/of “We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum” en/of “De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum” en/of “Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is. Dokkum heeft ons nodig!” en/of “LOCATIES [locatie 2] ” en/of “ [locatie 3] ” en/of “Centrale as” en/of

- Op 16 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de tekst: “Wel allemaal aanmelden voor de Fryske Opstand he?” en/of

- Op 18 november 2017 een bericht geplaatst in een groepschat op Facebook met de tekst: “Geen ongelukken veroorzaken!!!! Hou het veilig!!!!!” en/of

- Op 18 november 2017 telefonische gesprekken (te weten om 9.31 uur gedurende 2 minuten en 31 seconden en/of om 9.58 uur gedurende 29 seconden en/of om 10.49 uur gedurende 57 seconden) gevoerd en/of contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] , die aanwezig was bij de versperring van de A7 nabij Oudehaske, welke versperring van ongeveer 9.52 tot 10.44 uur heeft geduurd; en/of

- Op 18 november 2017 te Dokkum een interview gegeven in verband met de versperring op de A7 aan De Telegraaf bij en over het leeg gebleven vak dat voor de demonstranten was bestemd; en/of

- Op 18 november 2017 via Twitter een bericht geplaatst met de volgende tekst (vertaald vanuit het Fries): “Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Bedankt Fryslân! #Trots.” en/of

als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en) (op die Rijksweg A7) die een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere bestuurder(s) van motorrijtuigen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of die andere op die weg aanwezige motorrijtuig(en)

- gedwongen de/het door hem/hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen en/of (zodoende)

- gedwongen te dulden dat zij in een onveilige verkeerssituatie en/of een file terecht kwamen en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen en/of de plaats hunner bestemming niet (tijdig) konden bereiken en/of (ernstige) vertraging ondervonden en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum niet konden verwezenlijken/uitvoeren

en bestaande dat geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezicht bedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en)en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten en/of wijzen (in de richting de autobussen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van intimiderende en/of provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meer autobus(sen).

4
subsidiair:

een groot aantal personen op of omstreeks 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske (in de richting van Heerenveen), in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen in vereniging met elkaar, een ander of anderen, te weten een of meer bestuurder(s) van autobussen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of een of meer andere op die weg aanwezige bestuurder(s) en/of inzittende(n) van motorrijtuig(en), door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die voornoemde bestuurder(s) en/of inzittende(n), wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, immers hebben zij

- als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en), tezamen en in vereniging, (op die Rijksweg A7) (al dan niet na een oproep in de (sociale) media (zie map 1, p. 32 en 33) die een of meer bestuurder(s) van die autobussen en/of een of meer andere bestuurder(s) van motorrijtuigen en/of een of meer inzittende(n) van die autobussen en/of die andere op die weg aanwezige motorrijtuig(en)

- gedwongen de/het door hem/haar/hen bestuurde motorrijtuig(en) abrupt en/of krachtig af te remmen en/of (vervolgens) (abrupt) tot stilstand te brengen en/of (zodoende)

- gedwongen te dulden dat zij in een onveilige verkeerssituatie en/of een file terecht kwamen en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen en/of de plaats hunner bestemming niet (tijdig) konden bereiken en/of(ernstige) vertraging ondervonden en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum niet konden verwezenlijken/uitvoeren

en bestaande dat geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) uit het tezamen en in vereniging, althans alleen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- zogenoemd afsnijden van een of meer van die autobus(sen) en/of

- abrupt en krachtig afremmen en/of (abrupt) snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijba(a)n(en) en/of vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- al dan niet dragen van gezichtsbedekkende kleding, te weten (een) sjaal(s) en/of hoodie(s) en/of helm(en) en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten en/of wijzen (in de richting de autobus(sen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), althans het maken van intimiderende en/of provocerende en/of opruiende en (be)dreigende bewegingen/gebaren en/of

- slaan tegen een of meer autobus(sen);

welk feit verdachte in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, te [plaats 2] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , en/of (elders) in de provincie Fryslân, in elk geval in Nederland, door misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

door tezamen en in vereniging, althans alleen, via (de sociaalnetwerksite) Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep(en) en/of tekst(en) te vermelden:

"Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en/of

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en/of

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verhinderen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en/of

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en/of

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en/of

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en/of

"LOCATIES [locatie 2] " en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en/of "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!", althans een oproep van gelijke aard en/of strekking (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33).

In hoger beroep heeft de raadsman erop gewezen dat in het tenlastegelegde feit onder 1 een fout is geslopen in de vanuit het Fries vertaalde tekst van het Facebook-event. ‘Ferjeien’ betekent in het Nederlands ‘verjagen’ en niet zoals ten onrechte is vertaald ‘verhinderen’. Het hof sluit zich hierbij aan en zal in die zin het tenlastegelegde verbeterd lezen. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank heeft met verwijzing naar de redengevende bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden in het vonnis vastgesteld. De overwegingen zoals hieronder opgenomen acht het hof juist en neemt die over. Dit geldt ook voor de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen, een enkele aanvulling/verbetering daarbij in aanmerking genomen.6

Algemeen

“Op 18 november 2017 was de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum. De actiegroep Kick Out Zwarte Piet (hierna: KOZP ) en de [benadeelde 2] (hierna: [benadeelde 2] ) hebben een demonstratie gepland tijdens deze intocht.7 KOZP is een groepering die protesteert tegen Zwarte Piet.8 KOZP zou gaan demonstreren in Dokkum en [benadeelde 2] zou garant staan voor een veilig verloop van de demonstratie.9

Op 10 november 2017 heeft [benadeelde 4] namens [benadeelde 2] kennis gegeven aan de burgemeester van de gemeente Dongeradeel (hierna: de burgemeester) dat [benadeelde 2] op 18 november 2017 tussen 10:30 uur en 13:30 uur een betoging zou houden in Dokkum met als doel “opkomen voor een racisme vrij Sinterklaasfeest + Nederland”. Naar aanleiding van deze kennisgeving heeft de burgemeester bij besluit van 16 november 2017 voorschriften en beperkingen gesteld ten aanzien van de aangekondigde betoging. Deze houden onder meer in dat het is toegestaan om op 18 november 2017 gedurende het tijdvak van 10:30 uur tot 11:15 uur, voorafgaand aan de daadwerkelijke intocht van Sinterklaas, een dynamische demonstratie (demonstratiemars) te houden op een gedeelte van de route van Sinterklaas

door de binnenstad van Dokkum. Daarnaast is het op grond van deze voorschriften en beperkingen toegestaan om gedurende het tijdvak van 11:15 uur tot 13:30 uur op een door de burgemeester aangewezen locatie op het terrein van de intocht een statische demonstratie te houden.10

Op 11 november 2017 is op de Facebookpagina van “Zwarte Piet is Racisme” bekend gemaakt dat KOZP een oproep deed om op 18 november 2017 naar de landelijke Sinterklaasintocht in Dokkum te komen. Tevens is bekend gemaakt dat van 10.30 uur tot 11.15 uur een “Mars voor beschaving (met toespraken)” zou plaatsvinden en van 11.15 uur tot 13.00 uur een “protest tegen Zwarte Piet” en dat vanuit Amsterdam en Rotterdam bussen zouden vertrekken.11 Via de website [website 1] hebben zich 150 à 160 deelnemers aangemeld.12

Op 12 november 2017 is op het twitteraccount van verdachte (@ [verdachte] ) een tweet geplaatst met de tekst: “Het sjibbolet van Grutte Pier moet weer van stal! “Bûter, brea en griene tsiis...” #zwartepiet.” Dit was een reactie op een tweet van het Algemeen Dagblad met de tekst: “De groep Kick Out Zwarte Piet heeft voor de deadline in Dokkum een demonstratievergunning aangevraagd.’ Op 15 november 2017 heeft verdachte een tweet geplaatst met de tekst: “De eerste Friese acties komen los. Onruststokers KOZP niet welkom in #Dokkum#ZwartePiet.” Diezelfde dag heeft [betrokkene 3] een tweet geplaatst met de tekst: “Friese onderneemster @ [verdachte] wil geen randstedelijke relschoppers ‘tussen onze kinderen’ bij intocht Sinterklaas in Dokkum.” Bij die tweet is een filmpje gevoegd. In dit filmpje zegt verdachte: “Oké, even serieus. [verdachte] je moet je er niet zo druk om maken. Oh, we gaan toch niet rellen om een kinderfeestje. Nee inderdaad. Ik maak me er wel druk om. Mensen. Friesland. Er komen gewoon 150 relschoppers van Kick Out Zwarte Piet . Echt Google die mensen. Die komen naar, zaterdagochtend naar Dokkum toe, met bussen uit Amsterdam uit Rotterdam om tussen onze kinderen, op een A locatie langs de intocht van Sinterklaas te staan gaan. Omringd met politie. Grote spandoeken, roepend dat wij racisten zijn. Sorry hoor, maar dat is voor mij geen vreedzaam protest. Dat is gewoon opdringen, dat is gewoon schreeuwen, roepen, razen. Discussie over Zwarte Piet, oké daar heb ik echt geen problemen mee. Als je Zwarte Piet wilt afschaffen, praat er over, houd een demonstratie, stem, maar niet tussen de kinderen. Kom op. En dan denk ik, we zijn in Friesland, laten ze met hun agressieve gesodemieter überhaupt met het gezeur in Amsterdam blijven. Dat ze daar niet wijs zijn weten we allang. Maar hier hebben we nog een beetje nuchter verstand. Dus ik dacht ja, laten we op een ludieke manier zien dat we het daar helemaal niet mee eens zijn. Dat we helemaal geen zin in dat gezeur hebben hier. En deel dit evenement en kom allemaal langs. En uh ja echt, niet tussen onze kinderen. En nu moet ik aan het werk.”13

Verdachte heeft dit filmpje opgenomen en op internet geplaatst. Het filmpje van verdachte is toegevoegd aan een Facebook event dat al door iemand anders was aangemaakt. In het filmpje heeft verdachte opgeroepen dit event te delen.14 Op 15 november 2017 heeft verdachte gereageerd op de tweet van [betrokkene 3] met het bericht: “Spesjale boadskip foar Kick Out Zwarte Piet @ [naam 1] @ [naam 2] :).“ Op 16 november 2017 heeft verdachte gereageerd op een tweet van @ [naam 1] met het bericht: “Wij willen jullie protest niet tussen, of zelfs maar in de buurt van onze kinderen. Zo simpel is het.” Ook heeft zij op 16 november2017 getweet: “Wel allemaal aanmelden voor de Fryske Opstand hé? ;)“ Onder de tweet stond een link naar een Facebook event.15

[betrokkene 1] heeft op Facebook een event aangemaakt met de naam “Kick Out Kick Out Zwarte Piet ”. In dit event werd een oproep gedaan om langzaam te gaan rijden op de toegangswegen naar Dokkum. Na het aanmaken van dit event heeft [betrokkene 1] contact gehad met verdachte over dit event. Verdachte heeft tegen hem gezegd dat hij het misschien anders moest aanpakken, omdat er nu misschien mensen waren die dachten dat hij voor KOZP was.16 Verdachte heeft vanaf ongeveer 15 november 2017 contact gehad met [betrokkene 1] over het event “Project P”. 17

Verdachte en degene die het oorspronkelijke event had aangemaakt (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] ), zijn bij elkaar gekomen om te bespreken wat ze gingen doen. Vervolgens is het event van naam veranderd en is de tekst erop gezet.’18 Kort na het contact met verdachte heeft [betrokkene 1] de tekst van het event veranderd. Verdachte heeft deze tekst als organisator mede naar buiten gebracht.19

Op Facebook is een eventpagina aangemaakt met de naam “Project P”. Daarbij is vermeld dat dit evenement zal plaatsvinden op 18 november 2017 van 08.30 uur tot 11.30 uur. Het event werd gehost door [betrokkene 1] en [verdachte] . Op de site van “Project P” stond een oproep in het Fries, welke vertaald naar het Nederlands inhield: “Geen gesodemieter met herrieschoppers tijdens ons kinderfeest. We geven toch niks om een paar miezerige busjes met ZeurPieten, Bliksem?! Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti-Zwarte Piet-demo langs de route van de Sint. Dat ze gek in het hoofd zijn daar in ’t westen dat weten we al lang. Wij zullen nou eens zien laten dat wij nog wel over een beetje nuchter verstand beschikken. Discussie prima, maar geen gesodemieter in de buurt van onze kinderen. We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum. De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese Vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/ verhinderen zo dat ze onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum. Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is. Dokkum heeft ons nodig! VRAAG: 1- Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en “Grutte Pieren” die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur! 2- Begeef jullie zaterdag om 08.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 07.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route. LOCATIES: [locatie 2] , [locatie 3] , Centrale as. Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier en Zwarte Piet Frysk bloed tsjoch op! Wol no ris brûze en siede, En bûnzje troch us ieren om! (Fries volkslied).”20

(…)

Op 18 november 2017, omstreeks 08:45 uur, is een groep demonstranten in drie bussen, een rode, een witte en een groene, en enkele personenauto’s vanuit Amsterdam vertrokken richting Dokkum. Zij waren onderweg naar de demonstratie van KOZP in Dokkum.21 De bussen reden door de polder over de A6 naar Friesland.22 De bussen reden achter elkaar en de groene bus reed voorop’23, daarachter reed de rode24 en de witte bus reed als laatste.25

Op 18 november 2017 tussen 08.30 uur en 09.00 uur stonden op [locatie 4] te [plaats 1] negen voertuigen en achttien mannen. Om 09.01 uur reden al deze auto’s in colonne de N356 op richting Burgum. Om 09.45 uur reden de voertuigen de A7 op.26

Op 18 november 2017, omstreeks 09.00 uur, verzamelde zich op de Afsluitdijk bij het [locatie 5] ter hoogte van de Breezanddijk een grote groep personen. Deze personen waren in meerdere voertuigen. Op verscheidene van deze voertuigen werd een Friese vlag gedragen. Omstreeks 09.15 uur stapten de personen allemaal in hun voertuigen en reden zij weg richting Leeuwarden.27

Op 18 november 2017, omstreeks 09:45 uur reden de bussen over de A6 op een plek waar pionnen stonden en de linkerbaan was afgesloten.28 Dit was op een nagenoeg recht weggedeelte van de autosnelweg A6 van Lemmer richting Joure voor het knooppunt Joure.

In verband met wegwerkzaamheden gold ter plaatse een snelheidsbeperking tot 70 kilometer per uur. Er was sprake van een min of meer constante stroom van voertuigen.29 De achterste bus werd ingehaald door een wit bestelbusje dat met hoge snelheid over de vluchtstrook reed. Het bestelbusje sneed de bus af, schoot voor de bus langs en remde hard. Daarop remde de achterste bus ook hard. De bestuurder van de auto was aan het wijzen en zwaaide met zijn vuisten. Kort daarop werd de achterste bus ingehaald door een motorrijder op een zwarte motor. De motorrijder was in het zwart gekleed en droeg een zwarte helm. De motorrijder ging voor de achterste bus rijden en remde heel hard. Daarna ging hetzelfde witte bestelbusje over de vluchtstrook naar de andere bussen.30 Omstreeks 09:50 uur werd de groene bus in de omgeving van Joure afgesneden door een witte bestelauto die voor de bus kwam rijden. Daardoor moest de groene bus stoppen op de snelweg.31 De witte bestelauto kwam vanaf de linkerkant voor de bus rijden en sneed de bus. De buschauffeur moest hard op de rem.32 De groene bus moest abrupt remmen en kwam heel snel tot stilstand. Daardoor klapte één van de passagiers van deze bus naar achteren en kwam hij met de bovenkant van zijn nek tegen de rugleuning van zijn stoel, waardoor hij hoofdpijn kreeg en een hersenschudding opliep.33

Enkele auto’s reden slingerend rond de bussen.34 De groene bus werd op de snelweg A6 klem gezet door een aantal voertuigen. Voor de bus stonden een witte bestelauto en een blauwe Seat Ibiza en naast de bus stond nog een auto.35 Op een gegeven moment reed de blauwe Seat Ibiza, die links voor de bus stond, naar de linker rijbaan om een tweede (rode) bus tot stilstand te brengen. Toen werd in de groene bus geroepen: “Rijden, rijden” en probeerde de chauffeur verder te rijden. Op dat moment reed een motorrijder voor de groene bus en bracht hij zijn motor links voor de bus tot stilstand. De motorrijder wees met zijn rechterhand naar de chauffeur. Kort daarop stuurde de chauffeur van de bus naar rechts.36 Daarop zette de motorrijder zijn motor recht voor de bus.37 Kort daarna kon de rode bus, die op de linker rijstrook werd geblokkeerd, verder rijden. De rode bus reed van de linker naar de rechter rijstrook en bleef daar rijden. Op het moment dat de rode bus wegreed, reed de motorrijder achter de rode bus aan.38 De motorrijder reed met hoge snelheid naar de bus toe.39 De motorrijder ging naast de rode bus rijden en gebaarde naar de chauffeur om de bus aan de kant te zetten. De bus ging niet van de weg af. Daarop sneed de motorrijder de rode bus af en hij stopte abrupt voor de bus. De buschauffeur moest een noodstop maken om te voorkomen dat de motorrijder werd overreden.40 Doordat de buschauffeur hard moest remmen, kwam de camera(man) tegen de voorruit van de bus en is die ruit stuk gegaan.41 De motorrijder was agressief. Op een gegeven moment deed hij zijn helm af en liep hij dreigend langs de bussen.42 Nadat alle bussen stilstonden, liep de motorrijder naar de achterste bus. Hij liep op een agressieve manier naar de buschauffeur en gaf aan waar zij met de bus moest gaan staan.43 Er was geen sprake van een volledige versperring van de weg. Het overige verkeer reed de blokkade voorbij via de meest linker (afgesloten) strook.44 Op een gegeven moment ging de voorste bus langs/door de barricade. Vervolgens reden de bussen de A7 op.45

Op 18 november 2017, omstreeks 09:53 uur, reed het verkeer op de Rijksweg A7 ter hoogte van Joure langzaam door filevorming en enige tijd later kwam het verkeer geheel tot stilstand.46 Dit gebeurde op de autosnelweg A7 van Joure richting Heerenveen, kort voorbij het aldaar langs de weg gelegen tankstation en nabij de afrit Oudehaske. Deze locatie bevond zich ongeveer anderhalve kilometer na de wegwerkzaamheden bij het knooppunt Joure. (…) Voorbij het tankstation maakte de weg een flauwe bocht naar links.47 De bussen reden langs het tankstation. Vanaf het tankstation reden ongeveer vijftien auto’s de weg op.48 Er reden auto’s links en rechts langs de achterste bus. Enkele inzittenden hadden gebalde en opgeheven vuisten.49 Meerdere auto’s bleven stilstaan voor de bussen, waardoor de bussen ook moesten stoppen.50 De bussen stonden achter elkaar en er stonden personenauto’s tussen de bussen in.51 De personenauto’s stonden zo opgesteld over beide rijstroken en de vluchtstrook van de A7 dat het overige verkeer niet kon passeren.52 De personenauto’s blokkeerden de snelweg.53 Het duurde ongeveer 15 minuten, voordat de politie er was.54 De voertuigen waren verlaten, zodat de ter plaatse gekomen politie de bestuurders niet kon aanspreken. Politieagenten hebben hier en daar mensen aangesproken en hen gevraagd of zij bestuurder waren van de stilstaande auto’s. Alle aangesproken personen wensten de vragen niet te beantwoorden.55 Er ontstond een file van ongeveer drie kilometer.56 De drie bussen stonden stil achter de personenauto’s. In deze bussen zaten mensen die een trui of T-shirt droegen met anti-Zwarte Piet-teksten.57 Diverse mensen stapten uit de auto’s en liepen richting de bussen58 en de voorzijde van de file.59 Bij de bus bewogen de mensen met hun armen en handen. Ook sloegen mensen tegen de bus.60 Er liepen tientallen mensen op de rijbaan.61 Er kon niemand langs.62

(…)

Op een gegeven moment deed de officier van dienst van de politie een algemene oproep aan de aanwezige personen om zich bij hem te verzamelen en vervolgens sprak hij een groep van 25 tot 30 personen aan. Hij zei tegen hen dat zij hun punt hadden gemaakt, hij verzocht hen in de auto of bus te stappen en de weg weer vrij te maken en hij zei desgevraagd dat zij minimaal 60 kilometer per uur mochten rijden. Vervolgens stapten diverse personen in personenauto’s en reden weg. Kort daarna werden de bussen begeleid door een motorrijder en even later haakten ook enkele busjes van de mobiele eenheid aan.63

De chauffeur van de achterste bus besloot de rit niet af te maken en terug te gaan. Daarop verlieten de passagiers deze bus en verdeelden zij zich over de twee andere bussen.64

Om 10.45 uur gingen de voertuigen weer stapvoets rijden.65 De bussen hebben ongeveer 45 minuten stilgestaan.66 De bussen gingen weer rijden onder politiebegeleiding. De bussen reden niet naar Dokkum, maar in een andere richting67. Bij Harlingen kregen de inzittenden van de bussen te horen dat ze niet naar Dokkum gingen omdat er een demonstratieverbod gold.68 De bussen werden toen door de politie begeleid naar Amsterdam.69.”

Rol verdachte

Uit de hiervoor aangehaalde en overgenomen overwegingen blijkt dat verdachte in de week voorafgaand aan 18 november 2017 actief is geweest op Twitter en dat zij daarop berichten heeft geplaatst met betrekking tot de aangevraagde demonstratievergunning door de groep ‘ Kick Out Zwarte Piet ’ ( KOZP ). Verder is vastgesteld dat er een filmpje van verdachte op Facebook is geplaatst en dat verdachte betrokken is geweest bij een event op Facebook genaamd “Kick Out Kick Out Zwarte Piet ”. Op deze pagina is een oproep geplaatst waarin anderen worden aangespoord om in actie te komen, om te voorkomen dat ‘de onruststokers’ (het hof begrijpt: de demonstranten) in Dokkum aankomen. Deze oproep speelt in de aan verdachte ten laste gelegde feiten een belangrijke rol.

Voorts heeft de rechtbank specifiek als feiten en omstandigheden omtrent de rol van verdachte vastgesteld:

“Op 16 november 2017 heeft een politieagent verdachte opgebeld en tegen haar gezegd dat de actie op Facebook door het openbaar ministerie en de burgemeester wordt gezien als opruien en dat de politie wil dat alle content omtrent deze actie van internet wordt verwijderd. Verdachte heeft in dit telefoongesprek aangegeven dat zij dit zal doen maar dat ze wil overleggen alvorens de content te verwijderen.70

Verdachte heeft contact gehad met [betrokkene 1] over het stoppen van het event en zij is in overleg met [betrokkene 1] gestopt met het event.71 [betrokkene 1] heeft de facebookpagina van het event “Project P” verwijderd.72

Verdachte heeft op 17 november 2017, om 23:44 uur. in een chatgesprek op Facebook tussen personen die, al dan niet direct, betrokken waren bij het incident, het bericht geplaatst: ‘Ik wil alleen even zeggen dat iedereen gewoon voorzichtig moet doen met nieuwe mensen want het zou jammer zijn als er politie of journalisten nu tussenkomen.” Een andere deelnemer aan het gesprek heeft daarop gereageerd met het bericht: “Jaa wa kreit et nou ienne holle om inien mei de televaag te praten.” Daar heeft verdachte weer op gereageerd met het bericht: “Ik ben bang dat hij het nu echt heel groot gaat worden en dan is die kant ook heel groot.”

Daarop heeft medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) de berichten geplaatst: “Geen mensen meer toevoegen” en “Maar we gaan door?!?” Al deze berichten zijn direct na elkaar geplaatst in dezelfde minuut in hetzelfde chatgesprek.73

Een minuut later heeft [medeverdachte 3] in datzelfde chatgesprek het bericht geplaatst: “Neegens wat van aantrekken gewoon doorgaan.” Weer een minuut later heeft verdachte daarop gereageerd met het bericht: “Ja mee eens.” Tussen deze beide berichten zijn geen andere berichten geplaatst in het chatgesprek.74 Na enkele instemmende reacties van anderen heeft verdachte diezelfde minuut het bericht geplaatst: “En in de gaten houden als er nu nog wat in de pers verschijnt dan kunnen we het hopelijk traceren waar het vandaan komt.”75

Een uur later, om 00:46 uur, heeft verdachte in hetzelfde chatgesprek een link geplaatst naar de webpagina “https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/17/gastvrij-dokkum-houdt-ook rekeningmetrampelementen-14063055-a1581536” en direct daarna berichten met de teksten: “Het is toch niet te geloven”, “ze krijgen een warm onthaal van de burgemeester”, “inclusief rondleiding” en “werkelijk.”76 Twee minuten later heeft zij een bericht gestuurd met de tekst: “Ik heb t op mijn facebookpagina gezet, allemaal ff delen!!”77

De volgende ochtend, zaterdag 18 november 2017, om 7:19 uur, heeft verdachte in hetzelfde chat-gesprek het bericht geplaatst: “Ik ga zo nog een filmpje online gooien de burgemeester heeft mij vrijdagavond bedreigd jgt ik word echt zo boos.”78 Om 7:36 uur heeft verdachte het bericht geplaatst: “Ik gooi zo filmpje op Facebook.” Daarop hebben anderen gereageerd met de berichten: “Goedzo [verdachte] ” en “Aanpakken dat wijf.” Vervolgens heeft verdachte het bericht geplaatst: “En daarna ga ik uit de groep.”79 Om 7:54 uur en 8:03 uur heeft verdachte in het chatgesprek links geplaatst naar een Facebookpagina en haar eigen twitteraccount.80

Op zaterdag 18 november 2017, om 8:56 uur, heeft verdachte in hetzelfde chatgesprek het bericht geplaatst: “Geen ongelukken veroorzaken!!!! Hou het veilig!!!!!’81

(…)

Op zaterdag 18 november 2017, tussen 9:31 uur en 10:49 uur is er zes maal (een poging tot) contact geweest tussen de telefoon van verdachte en de telefoon van [medeverdachte 3] , waarbij vier maal verbinding is gemaakt. Vanaf 9:31:56 uur is gedurende 151 seconden met de telefoon van verdachte gebeld naar de telefoon van [medeverdachte 3] . Om 9:57:18 uur is geprobeerd te bellen met de telefoon van [medeverdachte 3] naar de telefoon van verdachte. Vier seconden later is enkele seconden gebeld met de telefoon van [medeverdachte 3] naar de telefoon van de verdachte. Vanaf 9:58:43 uur is gedurende 29 seconden gebeld met de telefoon van verdachte naar de telefoon van [medeverdachte 3] . Om 10:45:05 uur is geprobeerd te bellen met de telefoon van verdachte naar de telefoon van [medeverdachte 3] en vanaf 10:49:50 uur is gedurende 57 seconden gebeld met de telefoon van [medeverdachte 3] naar de telefoon van verdachte.82

[medeverdachte 3] was aanwezig bij de blokkade van de A7.83 Nu verdachte niet heeft verklaard dat haar telefoon die dag door anderen is gebruikt en zij heeft verklaard dat zij die dag heel veel contact heeft gehad, dat het kan zijn dat [medeverdachte 3] haar heeft gebeld en dat zij die dag ook wel nummers heeft teruggebeld84, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte deze gesprekken zelf heeft gevoerd.

Op zaterdag 18 november 2017, na afloop van de blokkade, heeft verdachte in Dokkum voor het vak dat bestemd was voor de mensen die wilden demonstreren tegen Zwarte Piet een interview gegeven aan (onder meer) Omrop Fryslân en de Telegraaf.85

Op zaterdag 18 november 2017 heeft verdachte een tweet gestuurd met de tekst: “As it net kin sa’t it mat, dan mat it mar sat it kin. Bedankt Fryslân! #Trots.” Dit is een reactie op een tweet met de tekst: “ [verdachte] is blij met leeg demonstratievak bij intocht Sinterklaas. “Friesland wil dit gewoon niet!” telegraaf.nl/nieuws/1265923... via @ [naam 5] .”86

Meerdere personen die aanwezig waren bij de blokkade van de A7, onder wie de medeverdachten [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] , hebben kennis genomen van de oproep van verdachte op Facebook en wilden aanwezig zijn bij en/of meedoen aan de daarin genoemde actie.87

Ook deze overwegingen over de rol van verdachte, inclusief de bewijsmiddelen waarnaar is verwezen, zijn juist en neemt het hof over.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

FEIT 1

Onder feit 1 wordt verdachte verweten dat zij zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan het opruien van andere personen tot het plegen van één of meer strafbare feiten, te weten het (medeplegen van) opzettelijk versperren van een openbare landweg (A), het (medeplegen van) door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging (B) en/of het medeplegen van dwang (C).

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte de tekst zoals deze is opgenomen in de tenlastelegging niet heeft opgesteld en dat zij ook niet de persoon is geweest die deze tekst op Facebook heeft geplaatst. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen en dat verdachtes opzet niet gericht was op iets ongeoorloofds. Verdachte had enkel ludieke bedoelingen, zoals het houden van een langzaamaanactie. In hoger beroep heeft de raadsman er in dat kader specifiek op gewezen dat de tekst die op Facebook is geplaatst in de Friese taal is opgesteld, onder meer inhoudende “(…) met Fryske Flaggen de (snel)diken op om harren te fertraagjen/ferjeien sa dat ús bern ongestoord in moai Sintfeest fiere kinne yn Dokkum”. Het woord ‘ferjeien’ zou volgens de raadsman vertaald moeten worden met ‘verjagen’ en niet met ‘verhinderen’, zoals nu is gebeurd. Met de (juiste) term ‘verjagen’ valt niet in te zien dat daarmee de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat mensen gaan stilstaan. Ook overigens kan niet worden bewezen dat verdachte opzet had op het versperren van een landweg, noch op de onder B en C vermelde strafbare feiten.

Voorts heeft de raadsman bepleit dat een veroordeling ter zake van opruiing in strijd zou zijn met het in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting. De uitlatingen van verdachte moeten worden gezien als bijdrage aan het publieke debat. Dit dient eveneens tot vrijspraak leiden.

Standpunt openbaar ministerie

Volgens het openbaar ministerie kan het onder 1 ten laste gelegde feit, in alle onder A, B en C genoemde onderdelen, wettig en overtuigend worden bewezen. Aan de voorwaarden voor opruiing is voldaan en verdachte heeft willens en wetens anderen aangezet om te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum een betoging konden houden. Het beroep op artikel 10 EVRM gaat niet op, nu de oproep van verdachte niet is gericht op het uitdragen van een gemeenschappelijke meningsuiting maar op het tegenhouden van demonstranten en het verhinderen van hun betoging in Dokkum. Dit zijn zogenoemde ‘violent intentions’ die niet worden begrepen onder het recht van vrijheid van vreedzame vergadering en vrijheid van vereniging.

Juridisch kader

Met de term opruiing wordt - voor zover hier van belang - bedoeld dat wordt geprobeerd om

anderen een feit te laten plegen dat als strafbaar feit kan worden beschouwd. Anders gezegd is opruiing het bij anderen opwekken van de gedachte aan het plegen van een strafbaar feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het opwekken van het verlangen om dat feit te bewerkstelligen. Het belang van strafbaarstelling van opruiing is blijkens de opname van het artikel in Titel V van het Wetboek van Strafrecht gelegen in de bescherming van de openbare orde.

Voor opruiing is niet vereist dat de opruier wist dat hij opriep tot een feit dat strafbaar is. Ook is niet vereist dat degene tot wie de aansporing is gericht wist dat het feit waartoe wordt opgeruid strafbaar is.

De opruiing dient in het openbaar plaats te vinden op mondelinge wijze, bij afbeelding of bij geschrift. Het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven. Door het plaatsen van uitlatingen op voor het publiek toegankelijke sociale media worden deze in de openbaarheid gebracht.

Het strafbare feit waartoe wordt opgeruid, moet rechtstreeks in het geschrift zijn aangeduid, maar daarbij hoeven niet de woorden van de strafwet te zijn gebruikt. Een herkenbare omschrijving van het feit waartoe wordt opgeruid volstaat.88 Daarbij kan worden gekeken naar de gehele inhoud van het geschrift en de strekking daarvan. Uit de omschrijving van de handelingen in de tenlastelegging moet voldoende blijken dat de handelingen waartoe is opgeroepen, indien zij waren uitgevoerd, een strafbaar feit zouden opleveren. Om tot een bewezenverklaring van opruiing te komen, is niet vereist dat de opruiing enig gevolg heeft gehad. Ook is niet vereist dat komt vast te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbare feit, waartoe is opgeruid, zal plaatsvinden.

In het delict opruiing ligt het opzet van de opruier op het laten plegen van een strafbaar feit besloten. Anders dan bij uitlokking, waarbij de uitlokker opzet moet hebben op zowel het aanzetten van een ander een delict te begaan als op alle bestanddelen van een delict waartoe hij uitlokt, hoeft de opruier niet op elk afzonderlijk bestanddeel van het strafbare feit waartoe hij opruit opzet te hebben. Daarbij is van belang dat bij uitlokking het beschermde belang van de strafbaarstelling afhankelijk is van de aard van het delict waartoe wordt uitgelokt en dat bij opruiing sprake is van een gevaarzettingsdelict waarbij het beschermd belang in alle gevallen – ongeacht het strafbare feit waartoe wordt opgeroepen – is gelegen in de bescherming van de openbare orde. Dat het opzet van de opruier slechts in meer algemene generieke zin moet zijn gericht op het strafbare feit waartoe wordt opgeruid, past voorts in de wetssystematiek en de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waarin – zoals hierboven reeds geschetst – in de tenlastelegging van opruiing kan worden volstaan met slechts een herkenbare omschrijving van het strafbare feit waartoe wordt opgeruid.

Ook degene die met zijn uitlating willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitlating derden zou kunnen bewegen tot het plegen van een strafbaar feit, handelt opzettelijk (in de vorm van voorwaardelijk opzet).

Of sprake is van een opruiende uitlating hangt onder meer af van de bewoordingen en de context waarin de uitlating is gedaan, de kennelijke bedoeling van de uitlating, de plaats waar en de gelegenheid waarbij de uitlating is gedaan en de doelgroep tot wie de uitlating kennelijk is gericht.

Oordeel hof

Zoals uit de vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt, heeft [betrokkene 1] aanvankelijk op Facebook een event aangemaakt genaamd “Kick Out Kick Out Zwarte Piet ”, waarin hij heeft opgeroepen langzaam te gaan rijden op de toegangswegen naar Dokkum. Verdachte heeft een filmpje opgenomen en op internet gezet en dit filmpje is toegevoegd aan het event van [betrokkene 1] . Na overleg tussen verdachte en [betrokkene 1] is de naam van het event veranderd in ‘Project P’ en is de tekst geplaatst zoals is ten laste gelegd. Ter zitting van de rechtbank heeft verdachte verklaard dat zij deze tekst als organisator mede naar buiten heeft gebracht. Het filmpje van verdachte had eenzelfde strekking als de tekst van de uiteindelijke oproep. In het filmpje heeft verdachte opgeroepen het event te delen en om gevolg te geven aan de daarin vermelde oproep.

Het verwijt dat verdachte onder 1 wordt gemaakt ziet blijkens de tenlastelegging op het opstarten van dat event op Facebook genaamd ‘Project P’ waarin (vertaald vanuit het Fries) “elke oprechte Fries” wordt opgeroepen om zich op een bepaalde dag en tijdstip, op één van de genoemde locaties te verzamelen, om vervolgens “massaal” de (snel)weg op te gaan om “de onruststokers” te vertragen/verjagen, “zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest kunnen vieren in Dokkum”.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit de weergegeven feiten en omstandigheden blijkt dat er tussen verdachte en [betrokkene 1] een bewuste en nauwe samenwerking bestond, gericht op een gezamenlijk doel, te weten het voorkomen dat de demonstranten in Dokkum zouden gaan demonstreren. Deze samenwerking zag op het plaatsen van voormelde oproep op Facebook. De bijdrage die verdachte daaraan heeft geleverd is van zodanig gewicht dat zij als medepleger kan worden aangemerkt en medeverantwoordelijk kan worden gehouden voor het opstarten van het event ‘Project P’ en de oproep zoals die op Facebook is geplaatst. Dat verdachte – zoals zij stelt – niet degene zou zijn geweest die de tekst zelf heeft opgesteld en niet degene is geweest die fysiek de tekst op Facebook heeft geplaatst, doet aan het voorgaande niet af.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of verdachte en [betrokkene 1] zich door het plaatsen van die oproep aan opruiing hebben schuldig gemaakt.

In de onderhavige zaak staat niet ter discussie dat bewezen kan worden dat de oproep in het openbaar bij geschrift is gedaan.

Voorts is van belang dat anderen in deze oproep rechtstreeks worden aangespoord om zich op een aantal specifiek genoemde locaties, op een concreet tijdstip te verzamelen, om daarna massaal de (snel)wegen op te rijden om de bussen te vertragen en/of te verhinderen, of - zoals de raadsman heeft aangegeven - te vertragen en/of verjagen. Het hof neemt - zoals hierboven overwogen - van de raadsman aan dat de oorspronkelijke Friese tekst inhoudende het woord ‘ferjeien’ vertaald had moeten worden met ‘verjagen’. Dit maakt het oordeel van het hof echter niet anders. Ook als wordt uitgegaan van de oorspronkelijke Friese tekst, houdt de oproep hoe dan ook een aanmoediging in om met het gebruik van voertuigen te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum aankomen. Dát is de kern van de oproep.

Naar het oordeel van het hof heeft de oproep een opruiende strekking. In de oproep wordt onmiskenbaar opgeroepen tot het verhinderen van een (geoorloofde) betoging, zoals is ten laste gelegd onder 1B, maar (meer impliciet) ook tot de onder 1A en 1C genoemde strafbare feiten. De oproep om (massaal) met voertuigen de weg op te gaan met het doel te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum aankomen, kan immers niet anders worden begrepen dan als een aanmoediging om de demonstranten – hoe dan ook – de weg te versperren en hen aldus te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden.

Dat verdachte heeft gesteld ‘slechts’ een langzaamaanactie voor ogen te hebben gehad, maakt het voorgaande niet anders. Hoewel verdachte stelt die bedoeling niet te hebben gehad, moet zij hebben kunnen begrijpen, en heeft zij in elk geval welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard, dat anderen de tekst in de oproep zouden opvatten als een aansporing om voornoemde strafbare feiten te plegen. Verdachte heeft anderen bewust opgeroepen om zich te verzamelen en massaal met voertuigen de weg op te gaan, met het doel om te voorkomen dat een specifieke groep zijn eindbestemming zou bereiken. Zij heeft deze oproep (samen met [betrokkene 1] ) op Facebook geplaatst en daarmee de uitvoering van de actie volledig uit handen gegeven. Door op die manier te handelen heeft verdachte de kans dat haar uitlatingen anderen tot strafbaar gedrag zouden bewegen, op de koop toegenomen. De handelingen van verdachte van na die oproep, zoals dat verdachte in de ochtend van 18 november 2017 op Facebook een bericht heeft geplaatst inhoudende “Geen ongelukken veroorzaken! Hou het veilig!”, maakt het voorgaande niet anders. Uit berichten die verdachte in de avond van 17 november 2017 in de groepschat op Facebook heeft geplaatst, kan juist worden afgeleid dat zij volhard heeft in die oproep.

Gezien het voorgaande is aan alle voorwaarden voor een bewezenverklaring van opruiing, zoals ten laste gelegd onder feit 1, voldaan.

Artikel 10 EVRM

Met betrekking tot het beroep op artikel 10 EVRM overweegt het hof als volgt.

Het door artikel 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting is een zeer belangrijke verworvenheid in een democratische samenleving. Het geeft een ieder in beginsel het recht in vrijheid uiting te geven aan zijn of haar (al dan niet politieke) opvattingen. Echter, evenals andere door het EVRM gewaarborgde vrijheden, is de vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Ingevolge het tweede lid van artikel 10 EVRM kan de overheid bepaalde voorwaarden, restricties of sancties opleggen en dusdoende de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting beperken. Die bepaling verbindt echter strikte voorwaarden aan deze interventiemogelijkheden van de overheid. Deze - cumulatieve - voorwaarden, zoals uitgewerkt in de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, houden in dat:

1) in de inmenging voorzien is bij wet;

2) deze moet strekken tot het verwezenlijken van één van de doeleinden, genoemd in het tweede lid van artikel 10 EVRM (“legitimate aim”) en

3) de inmenging noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving.

Bij dit laatste vereiste kunnen drie factoren worden onderscheiden. Er moet a) sprake zijn van een “pressing social need” voor de beperking, b) de beperking moet proportioneel zijn gelet op het beoogde doel en c) de daarvoor aangevoerde redenen dienen “relevant and sufficient" te zijn.

Aan de onder 1) en 2) genoemde voorwaarden in deze zaak is voldaan. Hierbij is van belang dat, conform lid 2 van genoemd artikel 10 EVRM, het met de inbreuk op de vrijheid van meningsuiting gediende doel het voorkomen van, onder andere, strafbare feiten is. De strafbaarstelling van opruiing is bedoeld om te voorkomen dat anderen worden aangezet tot het plegen van strafbare feiten.

Ook aan het onder 3) vermelde vereiste is voldaan. Het hof sluit zich wat dat betreft aan bij de overweging van de rechtbank, voor zover inhoudende:

“De rechtbank is van oordeel dat de beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting in dit geval ook noodzakelijk is in een democratische samenleving. Daartoe overweegt zij het volgende. De anti-Zwarte Piet-demonstranten hebben kennisgeving gedaan van de betoging in Dokkum. De burgemeester heeft, als rechtmatig en bevoegd gezag, die betoging niet verboden. Wel heeft zij daaraan voorschriften en beperkingen verbonden. Verdachte heeft zich niet beperkt tot het plaatsen van kritische kanttekeningen bij het standpunt van de anti-Zwarte Piet-demonstranten, het volgens haar te verwachten gedrag van de anti-Zwarte Pietdemonstranten en/of de beslissing van de burgemeester. De handelingen waartoe verdachte heeft opgeroepen kunnen niet worden aangemerkt als een betoging of demonstratie, omdat deze niet primair het karakter van gemeenschappelijke meningsuiting hebben, maar daarbij andere elementen, zoals feitelijke dwang, overheersen (vgl. Kamerstukken II. 1985/86, 19 427, nr. 3, p. 8 en 9, en het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:669).”

Deze overweging is juist. Het hof neemt die overweging over en voegt daar het volgende aan toe. Verdachte heeft zich in opruiende bewoordingen uitgelaten over het verhinderen van de demonstratie van de demonstranten. Deze uitlatingen nodigen geenszins uit tot een open gedachtenwisseling. Integendeel: verdachte en [betrokkene 1] hebben met hun uitlatingen juist anderen aangezet tot het plegen van strafbare feiten teneinde de demonstranten in hun uitingsvrijheid te frustreren. De in de oproep opgenomen uitlatingen kunnen daarom niet worden beschouwd als een bijdrage aan het publieke debat.

Aldus komt het hof tot de conclusie dat de inbreuk op verdachtes recht op vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd is en dat deze inbreuk niet in strijd is met artikel 10 EVRM. Er is geen sprake van een context die het opruiende karakter aan de oproep op Facebook ontneemt.

Conclusie:

De verweren van de verdediging strekkende tot vrijspraak worden verworpen. Het onder 1 ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Het hof overweegt in dit verband nog dat de opsteller van de tenlastelegging ervoor heeft gekozen om zonder dat dit vereist is op grond van de wet of jurisprudentie, de strafbare feiten waartoe is opgeruid onder A, B en C – samengevat – te vermelden aan de hand van de tekst zoals opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Het hof komt ook grotendeels tot een bewezenverklaring van deze onderdelen van de tenlastelegging (te weten onder meer de bedreiging met geweld) en verwijst voor de motivering van deze onderdelen naar hetgeen in het navolgende bij de bespreking van feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair en feit 4 subsidiair wordt overwogen.

FEIT 2 (primair):

Onder 2 primair wordt verdachte verweten dat zij zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk versperren van de Rijksweg A7, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken, nu niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van “te duchten gevaar voor de veiligheid van het verkeer”. In dat verband heeft de raadsman aangevoerd dat het VOA-rapport is opgesteld op grond van onderzoek dat pas een maand na de ten laste gelegde feiten is gestart en dat in de tussengelegen tijd de situatie ter plaatse wezenlijk kan zijn veranderd. Aangezien niet is vast te stellen dat op 18 november 2017 de snelheidsbeperking ter hoogte van hectometerpaaltje 138,0 was opgeheven, komt de conclusie van de rechtbank dat ter plaatse een maximumsnelheid van 130 km/u gold, onder druk te staan. Volgens de raadsman is meer aannemelijk dat ter plaatse een maximumsnelheid van 70 km/u gold, wat betekent dat de remweg de helft minder lang is dan bij 130 km/u. Ook andere omstandigheden, zoals het feit dat de auto’s geleidelijk langzamer zijn gaan rijden en alarmlichten aan hadden, maken dat niet kan worden bewezen dat ‘gevaar te duchten’ was.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet als medepleger van dit feit kan worden aangemerkt. Het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is van een daarvoor vereiste intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht, is volgens de raadsman juist.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie acht de bijdrage die verdachte aan het gebeuren op de A7 heeft geleverd, wel van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. Naar het oordeel van de advocaat-generaal dient daarbij het totaal aan gedragingen van verdachte en medeverdachten in ogenschouw te worden genomen. De oproep op Facebook is volgens het openbaar ministerie zodanig gedetailleerd dat daaruit klip en klaar volgt waar en hoe laat de actie moet plaatsvinden. Ook worden er aanwijzingen gegeven hoe de actie moet worden uitgevoerd. De bedoeling van verdachte laat aan duidelijkheid derhalve niets te wensen over en de medeverdachten hebben haar aanwijzingen grotendeels opgevolgd. Verdachte heeft gezien het voorgaande een wezenlijke intellectuele bijdrage aan het delict geleverd die ook substantieel te noemen is. Bovendien was er tussen verdachte en haar medeverdachten, in het bijzonder medeverdachte [medeverdachte 3] , sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Nu de overige onderdelen van het ten laste gelegde feit, zoals het te duchten gevaar, wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, dient het hof tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde feit te komen.

Oordeel hof

Naast de vraag of sprake is geweest van het opzettelijk versperren van een weg waarbij gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was, dient de vraag te worden beantwoord of verdachte als medepleger daarvan kan worden aangemerkt. Op deze vraag zal eerst worden ingegaan.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medepleger kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde feit zoals die uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden afgeleid, is reeds hiervoor vastgesteld. Duidelijk is dat verdachte niet bij het gebeuren op de A7 aanwezig is geweest en dat zij de ten laste gelegde feitelijke handelingen derhalve niet zelf heeft verricht.

Hoewel verdachte bij de aanloop naar het gebeuren op de A7 wel een wezenlijke rol heeft gehad, is verdachtes rol kort voor, tijdens en na de blokkade beperkt gebleven. Op die momenten kan niet van een intensieve samenwerking met één of meer medeverdachten, gericht op het versperren van de A7 worden gesproken. Dat verdachte tot kort voor het begin van de blokkade actief is geweest in een chatgesprek op Facebook waarin over de actie werd gecommuniceerd, is daarvoor onvoldoende nu niet blijkt dat zij daarin concrete aanwijzingen en/of opdrachten heeft gegeven voor de manier waarop de actie diende plaats te vinden. Ook het feit dat verdachte tijdens en vlak na de blokkade telefoongesprekken heeft gevoerd met één van de medeverdachten die wel aanwezig was bij de blokkade, kan niet als zodanig gelden, omdat gelet op de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld wát er tijdens die gesprekken over en weer is gezegd.

Ten slotte is het hof van oordeel dat uit de activiteiten van verdachte na de blokkade, zoals het te woord staan van de pers, evenmin een vergaande betrokkenheid bij of zeggenschap over de uitgevoerde blokkade kan worden afgeleid.


Op grond van het voorgaande is het hof - anders dan het openbaar ministerie - van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten niet is komen vast te staan. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van verdachte aan het feitelijke gebeuren op de A7 is van onvoldoende gewicht.

Verdachte zal daarom van het onder 2 primair ten laste gelegde feit worden vrijgesproken. Het verweer van de verdediging slaagt in zoverre. Bij de bespreking van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde zal het hof nader ingaan op de overige verweren van de verdediging.

FEIT 2 (subsidiair)

Onder feit 2 subsidiair wordt verdachte kort gezegd verweten dat zij opzettelijk heeft uitgelokt dat andere personen tezamen en in vereniging opzettelijk de A7 hebben versperd, waarbij gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

Standpunt verdediging

Met betrekking tot het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een uitlokkingsmiddel in de zin van artikel 47 Sr. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op alle bestanddelen van het delict, ook niet in voorwaardelijke zin. Daarbij heeft hij specifiek gewezen op een opmerking van verdachte op Facebook op 18 november 2017 om 08:56 uur inhoudende “Geen ongelukken veroorzaken, hou het veilig”. Dit weerspreekt dat verdachte heeft opgeroepen tot het plegen van strafbare feiten door de snelweg te blokkeren, dan wel dat zij het aanmerkelijke risico hierop heeft aanvaard.

Standpunt openbaar ministerie

Voor het geval het hof tot een vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde feit zou komen, heeft het openbaar ministerie gerequireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit. Daartoe heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat het opzet van verdachte op de uitgelokte feiten volgt uit de oproep op Facebook. Duidelijk is dat het initiatief van het versperren van de A7 van verdachte is gekomen. De medeverdachten hebben de actie niet zelf bedacht, maar zijn daartoe door de oproep van verdachte aangezet. Ook kan worden bewezen dat er gebruik is gemaakt van een zogenoemd ‘uitlokkingsmiddel’, in casu het verschaffen van inlichtingen. Dat het uitgelokte delict is gevolgd en dat dat een strafbaar feit betreft is evident en maakt dat het hof tot een bewezenverklaring van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit kan komen.

Juridisch kader

Van uitlokking is sprake als iemand een ander heeft aangezet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor de uitgelokte zelf kan worden gestraft. De uitlokker werkt in beginsel zelf niet mee aan de uitvoering van het delict. De uitlokking moet opzettelijk zijn geschied, waarbij het opzet van de uitlokker – zoals hiervoor reeds is overwogen – gericht moet zijn op zowel het aanzetten van een ander een delict te begaan als op de bestanddelen van dat delict waartoe wordt uitgelokt. Voorwaardelijk opzet volstaat. Daarnaast is van belang dat het opzet van de uitlokker niet op een bepaalde wijze van uitvoering van het delict gericht hoeft te zijn. Voor uitlokking van medeplegen is voldoende dat de uitlokker één van de medeplegers heeft overgehaald.

Het overhalen van de ander moet zijn geschied door gebruikmaking van een of meer van de in art. 47 Sr genoemde uitlokkingsmiddelen, zoals het verschaffen van inlichtingen. Dat de uitlokker een ander op het idee moet hebben gebracht - doen besluiten - het delict te begaan, behoeft niet uit te sluiten dat andere omstandigheden dan (het gebruik van) een uitlokkingsmiddel meewerken tot dat besluit, maar het uitlokkingsmiddel moet wel de doorslag geven.

Onder inlichtingen als hiervoor bedoeld zijn begrepen mededelingen van feitelijke aard die van belang zijn met het oog op het te plegen delict, in die zin dat deze geschikt zijn om in de omstandigheden van het geval te bewerkstelligen dat het delict wordt gepleegd.

Oordeel hof

De uitlokking zoals dat in de onderhavige zaak is ten laste gelegd ziet op het starten van het eerder genoemde event op Facebook genaamd ‘Project P’ en het daarop vermelden van de oproep, zoals dat ook bij de bespreking van feit 1 aan de orde is gekomen. Het hof heeft in die overwegingen reeds vastgesteld dat verdachte (mede)verantwoordelijk kan worden gehouden voor het vermelden van die betreffende tekst op Facebook. De vragen die het hof vervolgens moet beantwoorden is of (1) bewezen kan worden dat medeverdachten de A7 opzettelijk hebben versperd terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was, en - zo ja - of (2) bewezen kan worden dat verdachte dit feit opzettelijk heeft uitgelokt.

1) Is er sprake van het (door medeverdachten) medeplegen van het opzettelijk versperren van de A7, terwijl daarvan gevaar voor veiligheid van het verkeer te duchten was?

Onder het versperren van een weg moet worden verstaan het op een weg aanbrengen van een zodanige belemmering dat die weg niet toegankelijk is voor het bestemde gebruik. Onder versperren valt niet alleen de handeling waardoor de belemmering ontstaat, maar ook het niet opheffen of laten voortduren van die belemmering.

Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat medeverdachten zich met een gezamenlijk doel in de vroege ochtend van 18 november 2017 met auto’s op verschillende plekken hebben verzameld, waaronder bij het tankstation aan de A7 tussen Joure en Heerenveen, en dat deze auto’s gezamenlijk de weg op zijn gegaan toen de drie bussen met demonstranten naderden. Vervolgens werd er afgeremd en zijn er meerdere auto’s (en een motor) daar op de A7, vóór de bussen tot stilstand gekomen. De bussen moesten daardoor ook stoppen. De bussen stonden achter elkaar en er stonden auto’s vóór en tussen de bussen in. De auto’s stonden zo opgesteld over beide rijstroken én de vluchtstrook dat het overige verkeer niet kon passeren. Veel inzittenden hebben hun voertuig verlaten en zijn op de A7 gaan staan/lopen. Door de blokkade is een file ontstaan van ongeveer 3 kilometer en de bussen hebben uiteindelijk ongeveer 45 minuten stilgestaan.

De vraag of sprake was van het versperren van de A7 beantwoordt het hof gezien het voorgaande bevestigend. De strafbare belemmerende handeling in de onderhavige zaak heeft bestaan uit het tot stilstand brengen en laten stilstaan van diverse voertuigen op de A7 en het met meerdere personen tussen deze voertuigen gaan staan en lopen. Het geheel van voertuigen en personen maakt dat er sprake is geweest van een versperring.

Met betrekking tot het verweer dat de (mede)verdachten slechts een langzaamaanactie op touw hebben willen zetten en de uiteindelijke blokkade het gevolg is geweest van miscommunicatie, stelt het hof voorop dat uit het strafdossier niet blijkt dat één van de in hoger beroep gegane medeverdachten heeft verklaard dat hij/zij weliswaar graag weg wilde van de A7 toen bleek dat de actie anders uitpakte, maar dat dat niet mogelijk was. Integendeel: uit verklaringen van sommige verdachten kan worden afgeleid dat ze níet verder wilden89 en er zijn zelfs verdachten die achteruit zijn gereden90 en zich op die manier bij de blokkade hebben gevoegd. Ook is een verdachte doelbewust omgereden, naar de blokkade toe91.

Het hof is van oordeel dat het verweer dat (mede)verdachten slechts een langzaamaanactie wilden voeren en derhalve geen opzet hadden op het versperren van de A7, niet opgaat. Door het op deze wijze, met voornoemd doel, massaal de weg op gaan, zonder duidelijke communicatie en met een totaal gebrek aan organisatie, hebben de deelnemers bewust de aanmerkelijke kans op een ander verloop - een blokkade - op de koop toegenomen.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van medeplegen is van belang dat voor het versperren van een snelweg meerdere voertuigen en meerdere personen nodig zijn waarmee de versperring daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. Het delict zoals dat in deze zaak is ten laste gelegd vereist derhalve een zekere collectiviteit. Het hof is daarom met de rechtbank van oordeel dat niet alleen de bestuurders van de auto’s die vooraan in de groep reden en/of als eerste hun auto tot stilstand hebben gebracht, de A7 hebben versperd, maar ook degenen die vervolgens hebben meegeholpen om de blokkade verder uit te bouwen, deze te laten voortduren en/of niet op te heffen.

Welke rol iemand precies heeft gehad (bestuurder/bijrijder), waar iemand zich precies op de weg en in de blokkade heeft bevonden (voor, naast of achter de bussen), of iemand er van meet af aan bij was, of zich er later heeft bijgevoegd, en of iemand al dan niet de auto heeft verlaten, acht het hof gezien het voorgaande niet relevant voor de vraag of sprake is van medeplegen. Het specifieke karakter van dit strafbare feit maakt dat het enkele (doelgericht) ter plaatse aanwezig zijn en het op die manier getalsmatig versterken en laten voortduren van de versperring een zeer belangrijk aspect is in de vraag of iemand als medepleger kan worden aangemerkt. Door het zich met dit doel bewust voegen bij de blokkade, maakt iemand zich onderdeel van het strafbare feit. In de onderhavige zaak kan daarom reeds van medeplegen worden gesproken indien kan worden bewezen dat iemand op één van voormelde manieren ter plaatse was en deel heeft uitgemaakt van de versperring, met het (gezamenlijke) doel om te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum zouden kunnen demonstreren. In dat geval kan worden vastgesteld dat zij zich in bewuste en nauwe samenwerking met elkaar hebben schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 162 Sr.

Gelet op het hiervoor overwogene acht het hof bewezen dat er tussen de medeverdachten sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking gericht op het versperren van de A792.

Voor een bewezenverklaring is voorts van belang of door de versperring gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is geweest, zoals ten laste is gelegd in artikel 162 Sr.

Artikel 162 Sr is opgenomen in Titel VII van Boek II, Misdrijven, waardoor de algemene veiligheid wordt in gevaar gebracht. De toelichting bij het wetsvoorstel tot deze Titel houdt onder meer in:

"Gemeenschappelijk kenmerk van de hier ingedeelde misdrijven is het veroorzaken van gevaar, dat de algemeene veiligheid bedreigt en waarvan hij die het veroorzaakt onmogelijk vooraf den omvang kan berekenen of naar willekeur bepalen. Hoe afkeeriger men zich betoont van preventieve maatregelen, hoe meer men geneigd is ieder vrij te laten in zijne handelingen, des te krachtiger behoort de verantwoordelijkheid tegenover het publiek op den voorgrond te treden.

Of de dader zich regtstreeks van eene natuurkracht (vuur, water) bedient, of wel van voorwerpen van menschelijke kunst (een gebouw, vaartuig, spoortrein) is volkomen onverschillig. Hij kan opzettelijk of door schuld hebben gehandeld. Het gevaar kan goederen of menschen betreffen en zich al of niet hebben verwezenlijkt. Zoodra de handelingen waarvan de wet gevaar voor de algemeene veiligheid voorziet, zijn verrigt, is het misdrijf voltooid. Het opzet behoeft slechts gerigt te zijn op de in de wet omschreven handeling, afgescheiden van het gemeen gevaar en van de gevolgen voor bepaalde personen."93

Artikel 162 Sr betreft een zogenoemd abstract gevaarzettingsdelict. Dit betekent dat er niet daadwerkelijk gevaar voor de veiligheid van het verkeer hoeft te zijn ontstaan, maar dat dergelijk gevaar ten tijde van de versperring naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Zoals uit het voorgaande blijkt, is niet vereist dat het om levensgevaar of gevaar voor (ernstig) letsel gaat, maar kan het ook gevaar voor schade aan voertuigen betreffen. Opzet op het te duchten gevaar hoeft niet te worden bewezen, nu dit gevolg aan het opzet is onttrokken.

Het hof stelt vast dat door het moedwillige handelen van medeverdachten het verkeer op de A7 volledig tot stilstand is gekomen en dat daardoor een file van meerdere kilometers is ontstaan, zonder dat het ging om een aangekondigde en/of vooraf aangeduide beperking of belemmering van de doorstroming van het verkeer.

Dit handelen levert te duchten gevaar voor de verkeersveiligheid op. Dat medeverdachten geleidelijk zouden hebben geremd en daarbij hun alarmlichten aan hadden, maakt dat niet anders. Ook kan in het midden blijven - anders dan de rechtbank heeft geoordeeld en de verdediging heeft bepleit - of ter plaatse nu een maximumsnelheid van 130 km/u of 70 km/u gold. Het gaat er immers niet om dat het gevaar zich concreet heeft verwezenlijkt, maar of dat naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was. Gezien het voorgaande was hiervan sprake.

Aldus kan wettig en overtuigend worden bewezen dat medeverdachten zich hebben schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk versperren van de A7, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.

2) Heeft verdachte dit feit opzettelijk uitgelokt?

Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Anders dan de verdediging heeft bepleit, kan bewezen worden dat verdachte anderen tot actie heeft gemaand en dat zij daarbij gebruik heeft gemaakt van een uitlokkingsmiddel, te weten het verschaffen van inlichtingen. Het hof is met het openbaar ministerie van oordeel dat de oproep op Facebook als zodanig kan worden aangemerkt, nu dit een zeer specifiek bericht betreft. In de oproep worden niet alleen een concrete dag, tijdstip en locaties vermeld, ook wordt (globaal) aangegeven hoe de actie moet worden uitgevoerd. Men moet zich op genoemde dag en tijdstip verzamelen op één van de genoemde locaties (bij de Friese grens en de Centrale As naar Dokkum), waarna massaal de (snel)wegen op kan worden gegaan om ze (het hof begrijpt: ‘de onruststokers’, oftewel de demonstranten) te vertragen/verhinderen, dan wel - in de originele Friese tekst - te verjagen. Uit de gebruikte bewoordingen blijkt dat het achterliggende doel van de actie is dat voorkomen wordt dat de demonstranten die op weg waren naar Dokkum, Dokkum bereiken, “zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen”. Blijkens de oproep moet aan de demonstranten getoond worden dat ‘dat geouwehoer’ niet welkom is. Voorts wordt in de oproep vermeld dat de organisatie het vertrek van de onruststokers zal volgen en updates zal geven van routes en tijden, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd, toen bleek dat de bussen via de polder naar Friesland reden in plaats van over de Afsluitdijk .

Uit het voorgaande blijkt dat in de oproep mededelingen zijn gedaan van feitelijke aard, die van belang zijn voor de uitvoering van het delict. Derhalve zijn door de oproep inlichtingen verschaft, zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, sub 2 Sr.

Uit het dossier blijkt voorts dat er medeverdachten zijn die kennis hebben genomen van voornoemde oproep en dat zij aanwezig wilden zijn bij en/of mee wilden doen aan de daarin genoemde actie. Dit is vervolgens ook gebeurd, conform verdachtes bedoeling. Het hof leidt hieruit af dat de aanzet voor de actie, in ieder geval voor sommigen, de oproep van verdachte (en [betrokkene 1] ) is geweest.

Het hof is voorts van oordeel dat niet alleen bewezen kan worden dat verdachte opzet had op de uitlokking als zodanig, maar ook (in voorwaardelijke zin) op de bestanddelen van het uitgelokte feit, zoals die hiervoor onder 1) aan de orde zijn gekomen.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het versperren van de A7 terwijl daarvan gevaar voor de verkeersveiligheid te duchten is – is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

In de oproep op Facebook heeft verdachte anderen bewust opgeroepen om zich te verzamelen en massaal met voertuigen de weg op te gaan, met het doel om te voorkomen dat een specifieke groep hun eindbestemming zou bereiken. Verdachte heeft de uitvoering van de actie volledig uit handen gegeven en er zijn geen voorzorgsmaatregelen getroffen. Het hof is van oordeel dat verdachte door anderen op dergelijke wijze tot actie op te roepen - via dit medium, zonder die handelingen nader te specificeren en/of te coördineren - bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het verkeer op de A7 door de uitvoerders van die oproep op een zodanige manier zou worden belemmerd dat sprake zou zijn van een ‘versperring’ in de zin van artikel 162 Sr, zoals ook daadwerkelijk is gebeurd.

De handelingen van verdachte van na die oproep, zoals dat verdachte nadien op Facebook een bericht heeft geplaatst inhoudende “Geen ongelukken veroorzaken! Hou het veilig!”, maakt het voorgaande niet anders.

Conclusie

Het hof acht het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit, te weten opzettelijke uitlokking van medeplegen van het opzettelijk versperren van een landweg, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was, wettig en overtuigend bewezen. De verweren van de verdediging strekkende tot vrijspraak worden verworpen.

FEIT 3 (primair)

Onder 3 primair wordt verdachte verweten dat zij zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan het door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 3 primair ten laste gelegde feit. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van (bedreiging met) geweld. Het oordeel van de rechtbank hieromtrent acht de verdediging juist.

Voor zover al bewezen kan worden dat er gezichtsbedekkende kleding is gedragen en er bewegingen met handen of vuisten zijn gemaakt, geldt dat dit niet is gedaan met het opzet om een betoging te verhinderen. Voorts bestaat er geen causaal verband tussen de verweten handelingen van de verdachten en het niet doorgaan van de betoging. Dat de betoging - zowel de statische als de dynamische demonstratie - niet is doorgegaan, is volgens de raadsman aan andere omstandigheden te wijten. Hierbij heeft hij verwezen naar hetgeen de locoburgemeester mw. [getuige 4] bij de rechter-commissaris heeft verklaard.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie meent dat de rechtbank ten onrechte tot een vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde feit is gekomen. Daartoe is onder meer aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat sprake was van een ernstig openbare orde probleem en dat door het toepassen van dwang, een versperring, intimidatie en het in gevaar brengen van personen en goederen de betoging is verhinderd. Door fors te remmen en door een motor dwars voor een bus te zetten en een botsing te veroorzaken hebben 20 automobilisten de bussen tot stilstand gebracht en vervolgens intimiderend en dreigend (gebalde vuisten, boze blikken, slaan tegen de bus, roepen van teksten, blote kont laten zien) de reis naar Dokkum belet. Deze handelingen dienen volgens het openbaar ministerie te worden aangemerkt als ernstige verkeersagressie en gevaarzettend gedrag. De auto’s en een motor zijn niet voor hun normale bestemming gebruikt maar ingezet als geweldsmiddel om andere verkeersdeelnemers tot stoppen te dwingen. Het creëren van een dergelijke gevaarlijke situatie kan niet anders dan als een vorm van geweld of bedreiging met geweld worden gezien.

Ten aanzien van het verweer dat er geen causaal verband bestaat tussen de handelingen van de verdachten en het niet doorgaan van de betoging in Dokkum, heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat uitgegaan moet worden van het besluit van de loco-burgemeester en de daarin opgenomen motivering. Ten tijde van de blokkade op de A7, die aanving omstreeks 09:52 uur, was er nog sprake van een geoorloofde betoging. De handelingen van de verdachten op de A7 hebben, blijkens die motivering, bijgedragen aan het besluit van de loco-burgemeester om de dynamische betoging en de statische betoging te verbieden.

Nu ook aan de vereisten van medeplegen is voldaan, kan het onder 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen, aldus de advocaat-generaal.

Oordeel hof

Onder verwijzing naar hetgeen bij feit 2 primair is overwogen, is het hof van oordeel dat ook bij het hier onder 3 primair ten laste gelegde feit, het ten laste gelegde medeplegen niet kan worden bewezen. Dit oordeel komt er kort gezegd op neer dat verdachte weliswaar in de aanloop naar het gebeuren op de A7 een belangrijke rol heeft gehad, maar dat haar bijdrage aan de daadwerkelijke uitvoering van het delict van onvoldoende gewicht is om haar als medepleger te kunnen aanmerken. Het hof zal verdachte reeds daarom van het onder 3 primair ten laste gelegde feit vrijspreken. Bij de bespreking van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit, zal worden ingegaan op de overige verweren van de verdediging.

FEIT 3 (subsidiair):

Onder feit 3 subsidiair is ten laste gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke uitlokking van het medeplegen van door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging.

Standpunt verdediging

Zoals bij de bespreking van feit 2 reeds is aangegeven heeft de raadsman bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich aan uitlokking heeft schuldig gemaakt. Voorts gelden de onder 3 primair vermelde verweren ook ten aanzien van dit subsidiair ten laste gelegde feit.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat er een bewezenverklaring kan volgen voor het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit.

Oordeel hof

De uitlokking zoals dat hier ten laste is gelegd ziet, net als het onder 2 ten laste gelegde feit, op het starten van het eerder genoemde event op Facebook genaamd ‘Project P’ en het daarop vermelden van de oproep, zoals dat ook bij de bespreking van feit 1 aan de orde is gekomen. Het hof heeft in die overwegingen reeds vastgesteld dat verdachte (mede)verantwoordelijk kan worden gehouden voor het vermelden van die betreffende tekst op Facebook. De vragen die het hof vervolgens moet beantwoorden zijn of (1) bewezen kan worden dat medeverdachten zich hebben schuldig gemaakt aan het met (bedreiging met) geweld verhinderen van een geoorloofde betoging en - zo ja - of (2) bewezen kan worden dat verdachte dit feit opzettelijk heeft uitgelokt.

1) Is er sprake van het (door medeverdachten) medeplegen van door geweld of bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging?

Artikel 143 Sr ziet op bescherming van de openbare orde, toegespitst op (vergaderingen en) betogingen. Opzet ligt besloten in de delictshandeling ‘het door geweld of bedreiging met geweld verhinderen’. Opzet op het geoorloofde karakter van de betoging hoeft er niet te zijn. Indien wordt bewezen dat het handelen van de medeverdachten als “geweld of bedreiging met geweld” kan worden aangemerkt, dient nog te worden vastgesteld dat dát ook de oorzaak is geweest van het niet doorgaan van de betoging. Onder verhinderen valt zowel het van de aanvang af niet laten doorgaan van de betoging (door geweld of bedreiging daarmee) als het verstoren van een reeds aangevangen betoging, zodanig dat deze niet tot het einde gevoerd kan worden.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van geweld of bedreiging met geweld, is het volgende van belang.

Blijkens de tekst ziet het in de tenlastelegging omschreven feit op de situatie op de A7. Uit de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat medeverdachten in auto’s de bussen van de demonstranten die op de A7 onderweg waren naar Dokkum hebben ingehaald, dat zij snelheid hebben geminderd en op die manier de bussen tot stilstand hebben gebracht. Door meerdere auto’s en een motor op de rijbaan en de vluchtstrook te plaatsen is de A7 geblokkeerd. Verder is gebleken dat er met (gebalde) vuisten en/of omhoog geheven armen (richting de bussen) is gezwaaid en dat er tegen één of meerdere autobussen is geslagen.

Deze handelingen zijn in de tenlastelegging opgenomen en kunnen als zodanig worden bewezen. Van de overige handelingen is niet komen vast te staan dat deze op de A7 hebben plaatsgevonden, zodat ten aanzien daarvan vrijspraak zal volgen.

Met betrekking tot de wel bewezen onderdelen, zoals hiervoor genoemd, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of dit handelen als (bedreiging met) geweld kan worden aangemerkt.

Anders dan de rechtbank beantwoordt het hof deze vraag bevestigend, in die zin dat het handelen zoals hiervoor omschreven kan worden aangemerkt als een bedreiging met geweld jegens de demonstranten. Hiertoe acht het hof ten eerste van belang dat de demonstranten op weg waren naar een bijeenkomst waarvan bekend was dat zij - op z’n zachtst gezegd - niet met open armen zouden worden ontvangen. De capriolen die door een bestelbus en een motorrijder op de A6 werden uitgehaald, bestaande uit onder meer het afsnijden van de bussen en het zeer abrupt remmen vlak voor de bussen, moeten hen in dat gevoel hebben bevestigd en hebben gemaakt dat van een beladen sfeer sprake was, hetgeen ook blijkt uit de verklaringen van een van de buschauffeurs en van een aantal inzittenden in de bussen. Vervolgens zagen de inzittenden van de bussen op de A7 dat er vanaf het tankstation ongeveer 15 auto’s de weg opkwamen en dat zij door die auto’s (en een motor) werden omsloten. De voertuigen werden afgeremd en tot stilstand gebracht, waardoor ook de bussen werden gedwongen om op de snelweg tot stilstand te komen. Dit gebeuren alleen al moet gezien de hiervoor geschetste achtergrond voor de inzittenden van de bussen bedreigend zijn geweest. Dit is vervolgens nog eens versterkt doordat een groot aantal personen is uitgestapt en richting de bussen is gelopen. Er zijn daarbij armbewegingen gemaakt en er is op de bus(sen) geslagen. Het kan niet anders zijn dan dat dit gedrag bij de demonstranten angst moet hebben ingeboezemd. Dat dit inderdaad zo is, blijkt uit de aangiftes en de uitoefening van het spreekrecht.

Het hof is met het openbaar ministerie van oordeel dat het op genoemde wijze opzettelijk creëren van een dergelijke gevaarlijke situatie niet anders dan als bedreiging met geweld kan worden gezien. Het gaat daarbij om alle genoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien. Voormelde handelingen zijn tegen de geschetste achtergrond van zodanig intimiderende aard, dat bij de demonstranten de redelijke vrees kon ontstaan dat hen werkelijk (fysiek) geweld zou worden aangedaan. Derhalve komt het hof tot een bewezenverklaring van het onderdeel in de tenlastelegging “door bedreiging met geweld”.

Ten aanzien van de vraag of er een verband bestaat tussen de bedreiging met geweld en het niet doorgaan van de betoging overweegt het hof het volgende.

Het hof stelt voorop dat reeds is vastgesteld dat het doel van de actie van de medeverdachten was dat de demonstratie in Dokkum, die tussen 10:30 uur en 13:30 uur was toegestaan, niet door zou gaan. Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat de blokkade kort voor 10:00 uur een feit was en dat de bussen en auto’s om 10:45 uur weer stapvoets konden rijden.

Het dossier bevat het besluit van de loco-burgemeester [getuige 4] van de (toenmalige) gemeente Dongeradeel d.d. 18 november 2017 dat de eerder toegestane betoging - waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen de dynamische en de statische betoging - wordt verboden gelet op door de politie verstrekte informatie. De loco-burgemeester is als getuige bij de rechter-commissaris gehoord. Uit dit verhoor blijkt dat de dynamische optocht niet doorging omdat de demonstranten te laat waren. Het verbod op de betoging is omstreeks 11:00 uur genomen.94

Het hof is van oordeel dat uit de inhoud van het besluit d.d. 18 november 2017, in samenhang bezien met de aanvullende verklaring van loco-burgemeester [getuige 4] , duidelijk blijkt dat het feit dat de A7 door de medeverdachten opzettelijk is versperd, waardoor de demonstranten vertraging opliepen, een rol heeft gespeeld in de besluitvorming omtrent het niet laten doorgaan van de algehele manifestatie. Het hof is van oordeel dat de blokkade aldus wezenlijk heeft bijgedragen aan het feit dat de betoging niet kon worden uitgevoerd. Het openbaar ministerie heeft terecht aangevoerd dat het feit dat ook andere omstandigheden ten grondslag kunnen hebben gelegen aan het verbod op de manifestatie, het verband tussen de blokkade op de A7 en het verbod op de betoging niet ongedaan maakt.

Nu medeverdachten bij het voorgaande tezamen en in vereniging met elkaar hebben gehandeld - zie hieromtrent de overwegingen bij feit 2 - kan worden bewezen dat zij als medeplegers met bedreiging met geweld de geoorloofde betoging hebben verhinderd, zoals is ten laste gelegd.

Voor zover de verdediging zich nog op het standpunt heeft willen stellen dat de blokkade langer heeft geduurd doordat de medeverdachten van de politie niet eerder mochten wegrijden en dit de reden is waarom (een deel van) de demonstratie niet kon doorgaan, overweegt het hof als volgt.

Verbalisant [verbalisant 2] , die als één van de eerste verbalisanten ter plaatse was en als contactpersoon met de meldkamer was aangewezen, is als getuige bij de rechter-commissaris gehoord en heeft bij die gelegenheid verklaard dat er ter plaatse naar zijn idee een grimmige sfeer heerste en dat de insteek vervolgens was om de-escalerend op te treden. [verbalisant 2] heeft voorts verklaard: “u vraagt mij of de insteek was om pas te beginnen met het opheffen van de blokkade zodra er ondersteuning was. Ja, we waren met z’n vieren en mijn inschatting was dat dat onvoldoende was om de blokkade op te heffen. Ik heb de meldkamer om ondersteuning van de ME gevraagd en om een chef van dienst omdat het om een ernstig openbare orde probleem ging. De ME was onderweg vanuit Dokkum.” Het hof is van oordeel dat deze beslissing van de politie gelet op alle feiten en omstandigheden die uit het dossier blijken, alleszins te billijken is. Voor zover medeverdachten daardoor langer ter plaatse zijn gebleven dan zij eigenlijk wilden, is dit een logisch gevolg van hun eigen handelen dat voor hun eigen rekening en risico komt. In ieder geval staat dit op geen enkele wijze in de weg aan het oordeel dat er een causaal verband bestaat tussen de blokkade op de A7 en het niet doorgaan van de betoging door de demonstranten.

2) Heeft verdachte dit feit opzettelijk uitgelokt?

Onder verwijzing naar hetgeen het hof onder 2 subsidiair heeft overwogen, beantwoordt het hof deze vraag bevestigend. Het event op Facebook en de daarop vermelde oproep kunnen als uitlokkingsmiddel worden aangemerkt. Uit het dossier blijkt dat medeverdachten kennis hebben genomen van voornoemde oproep en daaraan uitvoering hebben gegeven.

Voorts is het hof ook hier van oordeel dat niet alleen kan worden bewezen dat verdachte opzet had op de uitlokking, maar ook (in voorwaardelijke zin) op de bestanddelen van het uitgelokte feit, zoals die hiervoor aan de orde zijn gekomen. Dit geldt derhalve ook voor het onderdeel “bedreiging met geweld”.

In voornoemde oproep op Facebook heeft verdachte anderen bewust opgeroepen om zich – op met naam en toenaam genoemde locaties en op een specifiek tijdstip – te verzamelen en massaal met voertuigen de weg op te gaan, met het doel om te voorkomen dat een specifieke groep hun eindbestemming zou bereiken en de toegestane betoging kon uitvoeren. De oproep tot actie – door verdachte ook aangeduid als de ‘Fryske opstand’ – is op internet gezet en vervolgens is de uitvoering van de actie door verdachte volledig uit handen gegeven, zonder dat er voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om gevaar of (bedreiging met) geweld te voorkomen. Dat verdachte nadien op Facebook een bericht heeft geplaatst inhoudende “Geen ongelukken veroorzaken! Hou het veilig!” is niet als zodanig aan te merken. Mede gelet op het feit dat de oproep via social media onbegrensd is verspreid, had verdachte er op bedacht moeten zijn dat de oproep door heel veel personen zou worden opgepikt en dat de kans aanmerkelijk was te achten dat anderen de actie op een zodanige manier zouden uitvoeren dat dit bij de demonstranten de redelijke vrees op geweld zou oproepen en dat hun handelen derhalve een bedreiging met geweld zou opleveren. Verdachte heeft deze aanmerkelijke kans op de koop toegenomen.

Conclusie

Het hof acht het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit, te weten opzettelijke uitlokking van medeplegen van het met bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging, wettig en overtuigend bewezen. De verweren van de verdediging strekkende tot vrijspraak worden verworpen.

FEIT 4 (primair)

Onder feit 4 primair wordt verdachte verweten dat zij zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan dwang, zoals strafbaar is gesteld in artikel 284 Sr.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. Niet alleen kan verdachte niet als medepleger worden aangemerkt, ook is geen sprake van het ‘door (bedreiging met) geweld of enige andere feitelijkheid’ dwingen van anderen iets te doen, niet te doen of te dulden.

Standpunt openbaar ministerie

Volgens de advocaat-generaal kan het onder 4 primair ten laste gelegde feit wel wettig en overtuigend worden bewezen. De rol van verdachte is van zodanig gewicht geweest dat zij als medepleger kan worden aangemerkt en voorts is – zoals reeds bij feit 3 is besproken – voldaan aan de eis dat sprake is van geweld of bedreiging met geweld. Hierdoor moesten de bussen tot stilstand komen en werden de inzittenden gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden niet konden verwezenlijken/uitvoeren.

Oordeel hof

Onder verwijzing naar hetgeen bij feit 2 en 3 primair is overwogen, is het hof van oordeel dat ook bij het hier onder 4 primair ten laste gelegde feit, het ten laste gelegde medeplegen niet kan worden bewezen. Dit oordeel komt er kort gezegd op neer dat verdachte weliswaar in de aanloop naar het gebeuren op de A7 een belangrijke rol heeft gehad, maar dat haar bijdrage aan de daadwerkelijke uitvoering van het delict van onvoldoende gewicht is om haar als medepleger te kunnen aanmerken. Het hof zal verdachte reeds daarom van het onder 4 primair ten laste gelegde feit vrijspreken.

FEIT 4 (subsidiair):

Onder feit 4 subsidiair is ten laste gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke uitlokking van het medeplegen van dwang, zoals strafbaar is gesteld in artikel 284 Sr.

Standpunt verdediging

Zoals bij de bespreking van feit 2 en 3 reeds is aangegeven heeft de raadsman bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich aan uitlokking heeft schuldig gemaakt. Voorts gelden de onder 4 primair vermelde verweren ook ten aanzien van dit subsidiair ten laste gelegde feit.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat er een bewezenverklaring kan volgen voor het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit.

Oordeel hof

De uitlokking zoals dat hier ten laste is gelegd ziet, evenals de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, op het starten van het eerder genoemde event op Facebook genaamd ‘Project P’ en het daarop vermelden van de tekst, zoals dat ook bij de bespreking van eerdere feiten aan de orde is gekomen. Het hof heeft in die overwegingen reeds vastgesteld dat verdachte (mede)verantwoordelijk kan worden gehouden voor het vermelden van die betreffende tekst op Facebook. De vragen die het hof vervolgens moet beantwoorden is of (1) bewezen kan worden dat medeverdachten andere bestuurders/inzittenden door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid hebben gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, en (2) of bewezen kan worden dat verdachte dit feit opzettelijk heeft uitgelokt.

1) Is er sprake van het (door medeverdachten) medeplegen van door (bedreiging met) geweld en/of een andere feitelijkheid dwingen van andere bestuurders iets te doen, niet te doen en/of te dulden?

Dit strafbare feit wordt in het algemeen aangeduid als “dwang”. Er is sprake van strafbare dwang als de verdachte – zonder dat hij/zij daartoe bevoegd was - door het toepassen van drukmiddelen opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer iets heeft gedaan, niet heeft gedaan of heeft geduld. Dit betekent dat het misdrijf pas voltooid is wanneer iemand daadwerkelijk is gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden en dat er een causaal verband moet bestaan tussen de toegepaste dwangmiddelen en dat gevolg. In het bestanddeel dwingen ligt een opzetvereiste besloten. Voorwaardelijk opzet is voldoende.

De handelingen op de A7 die volgens het openbaar ministerie dienen te worden aangemerkt als (bedreiging met) geweld en/of (bedreiging met) een andere feitelijkheid in het kader van de onder 4 ten laste gelegde dwang, komen overeen met de handelingen waarmee het bestanddeel (bedreiging met) geweld is omschreven in het kader van de onder 3 ten laste gelegde verhindering van een betoging.

Zoals het hof ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit heeft overwogen, kunnen de handelingen van de medeverdachten die gericht waren tegen de bussen met demonstranten, worden aangemerkt als bedreiging met geweld.

In het verlengde van hetgeen onder 3 subsidiair is overwogen, acht het hof tevens bewezen dat de medeverdachten door middel van voornoemde handelingen de bestuurders en inzittenden van de bussen met demonstranten hebben gedwongen:

- te remmen en de bussen tot stilstand te brengen;

- te dulden dat zij in een file terecht kwamen;

- te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen, dat zij de plaats van bestemming niet

(tijdig) konden bereiken en/of dat zij (ernstige) vertraging ondervonden.

Het hof is voorts van oordeel dat de medeverdachten door middel van deze handelingen de bestuurders en inzittenden van de bussen met anti-Zwarte Piet-demonstranten hebben gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum, niet konden verwezenlijken/uitvoeren.

Omtrent het verband tussen de blokkade op de A7 en het niet doorgaan van de betoging verwijst het hof naar hetgeen daaromtrent bij feit 3 subsidiair is overwogen.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat medeverdachten door hun handelen ten minste bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat alle hiervoor genoemde gevolgen van de blokkade zouden intreden en dat zij de bestuurders en inzittenden van de bussen met demonstranten daartoe zouden dwingen.

Nu medeverdachten bij het voorgaande tezamen en in vereniging met elkaar hebben gehandeld - zie hieromtrent de overwegingen bij feit 2 - kan worden bewezen dat zij zich als medeplegers door bedreiging met geweld aan dwang hebben schuldig gemaakt.

2) Heeft verdachte dit feit opzettelijk uitgelokt?

Onder verwijzing naar hetgeen het hof onder 2 en 3 subsidiair heeft overwogen, beantwoordt het hof deze vraag eveneens bevestigend. Het event op Facebook en de daarop vermelde oproep kunnen als uitlokkingsmiddel worden aangemerkt. Uit het dossier blijkt dat medeverdachten kennis hebben genomen van die oproep en daaraan uitvoering hebben gegeven.

Voorts is het hof ook hier van oordeel dat niet alleen kan worden bewezen dat verdachte opzet had op de uitlokking, maar ook (in voorwaardelijke zin) op de bestanddelen van het uitgelokte feit, zoals die hiervoor aan de orde zijn gekomen. Dit geldt ook voor het onderdeel “bedreiging met geweld”.

In de oproep op Facebook heeft verdachte anderen bewust opgeroepen om zich – op met naam en toenaam genoemde locaties en op een specifiek tijdstip – te verzamelen en massaal met voertuigen de weg op te gaan, met het doel om te voorkomen dat een specifieke groep hun eindbestemming zou bereiken en de toegestane betoging kon uitvoeren. De oproep tot actie – door verdachte ook aangeduid als de ‘Fryske opstand’ – is op internet gezet en vervolgens is de uitvoering van de actie door verdachte volledig uit handen gegeven, zonder dat er voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om gevaar of (bedreiging met) geweld te voorkomen. Dat verdachte nadien op Facebook een bericht heeft geplaatst inhoudende “Geen ongelukken veroorzaken! Hou het veilig!” is niet als zodanig aan te merken. Mede gelet op het feit dat de oproep via social media onbegrensd is verspreid, had verdachte er op bedacht moeten zijn dat de oproep door heel veel personen zou worden opgepikt en dat de kans aanmerkelijk was te achten dat anderen de actie op een zodanige manier zouden uitvoeren dat dit bij de demonstranten de redelijke vrees op geweld zou oproepen en dat hun handelen derhalve een bedreiging met geweld zou opleveren. Verdachte heeft deze aanmerkelijke kans op de koop toegenomen.

Conclusie

Het hof acht het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit, te weten opzettelijke uitlokking van medeplegen van dwang, wettig en overtuigend bewezen. De verweren van de verdediging strekkende tot vrijspraak worden verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
zij in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, in het openbaar mondeling, bij geschrift tot enig strafbaar feit heeft opgeruid,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander,

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de ‘ [benadeelde 2] ’ had geoorloofd, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205), personen opzettelijk aangezet tot en/of opgestookt tot

A.

- het opzettelijk versperren van enige openbare landweg, te weten een snelweg in de provincie Fryslân (strafbaar gesteld in artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht) en

B.

- het door bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging (strafbaar gesteld in artikel 143 van het Wetboek van Strafrecht) en

C.

- een ander door bedreiging met geweld, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden (strafbaar gesteld in artikel 284 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht),

door tezamen en in vereniging, via de sociaalnetwerksite Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep en tekst te vermelden:

“Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel) wegen op en om ze te vertragen/verjagen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en

"LOCATIES [locatie 2] "en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!, (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33), zulks terwijl meerdere personen gevolg hebben gegeven aan die oproep.

2 subsidiair:

een groot aantal personen op 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de snelweg Rijksweg A7, hebben versperd, immers hebben zij op die Rijksweg A7,

- zich als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobussen, met daarin onder meer demonstranten en

- als bestuurder van dat motorrijtuig in die groep motorrijtuigen, daarmee rijdende over die Rijksweg A7, nabij Oudehaske, geremd, en vervolgens dat motorrijtuig tot stilstand gebracht of

- als inzittende van een motorrijtuig zich in die groep motorrijtuigen doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 nabij Oudehaske alwaar snelheid werd geminderd en vervolgens die groep motorrijtuigen tot stilstand kwam,

ten gevolge waarvan bestuurders van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) te remmen en vervolgens tot stilstand te brengen, en vervolgens nabij Oudehaske

- het motorrijtuig welke verdachte bestuurde en/of in welke verdachte was gezeten, op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen en/of laten (stil)staan en/of

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen en zodoende die bestuurders en/of inzittenden van die autobussen en die een of meer zich achter en/of bij die autobussen bevindende motorrijtuigen gedwongen te stoppen en/of de vrije doorgang belet en belemmerd en/of verhinderd hun reis te vervolgen, waardoor die Rijksweg A7 voor het bestemde gebruik niet meer toegankelijk was en een file is ontstaan en zodoende die Rijksweg A7 voor enige tijd (ongeveer 45 minuten) is versperd,

terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was;

welk feit verdachte in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, in Nederland, door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

door via de sociaalnetwerksite Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep en/of tekst te vermelden:

"Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verjagen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en

"LOCATIES [locatie 2] " en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en/of "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!", (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33).

3 subsidiair:

een groot aantal personen op 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen, tezamen en in vereniging met elkaar, door bedreiging met geweld een geoorloofde betoging hebben verhinderd, immers hebben zij

- nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) [benadeelde 2] had toegestaan, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205) en

- nadat de (anti-zwarte Piet) demonstranten van de ‘ [benadeelde 2] ' zich in autobussen over de Rijksweg A7 nabij Oudehaske in de richting van Dokkum hadden begeven op weg naar die geoorloofde betoging, als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van motorrijtuigen zich op de Rijksweg A7 gegroepeerd/verzameld voor en/of achter en/of bij op die weg rijdende autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten en vervolgens

- op die Rijksweg A7 nabij Oudehaske, geremd, en vervolgens dat motorrijtuig tot stilstand gebracht of

- als inzittende van een motorrijtuig zich doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 nabij Oudehaske alwaar werd geremd en vervolgens die groep motorrijtuigen tot stilstand kwam,

ten gevolge waarvan bestuurders van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(s) van motorrijtuigen ter voorkoming van een aanrijding en/of botsing genoodzaakt werden (met) de door hen bestuurde motorrijtuig(en) te remmen en deze tot stilstand te brengen, en vervolgens nabij Oudehaske

- het motorrijtuig op de rijbaan en/of de vluchtstrook van die Rijksweg A7 doen of laten parkeren/staan en/of

- het motorrijtuig op de Rijksweg A7 verlaten en/of

- zich als voetganger op die Rijksweg A7 begeven en/of

- als voetganger zich op die Rijksweg A7 voor en/of bij die autobussen en een of meer zich achter of bij die autobussen bevindende en stilstaande motorrijtuigen gegroepeerd/verzameld en/of aldaar rondgelopen en zodoende die inzittenden van die autobussen, te weten die (anti-zwarte Piet) demonstranten,

- de vrije doorgang heeft belet en/of belemmerd en

- enige, tijd heeft verhinderd hun reis naar Dokkum te vervolgen en/of

- enige, tijd heeft verhinderd dat werd gereden in de richting van de plaats hunner bestemming, te weten de geplande (anti-zwarte Piet)betoging te Dokkum, en/of

- heeft gedwongen te dulden dat zij voor enige tijd in een file terecht kwamen,

en hebben bewerkstelligd dat die inzittenden van die autobussen zodanige vertraging ondervonden, zodat werd verhinderd dat zij de geplande en geoorloofde (anti-zwarte Piet) betoging in Dokkum (tijdig) konden bereiken, waardoor het recht om in Dokkum een betoging te houden niet kon worden verwezenlijkt,

en bestaande die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging met anderen,

- over de vluchtstrook inhalen van een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en/of

- afremmen en snelheid minderen voor een of meer van die autobus(sen) met (anti-zwarte Piet) demonstranten en

- het tot stilstand brengen van die autobussen met (anti-zwarte Piet) demonstranten op die Rijksweg A7 en

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijbanen en vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en/of

- zwaaien met de (gebalde) vuisten richting de autobussen en/of het omhoog houden van de/een arm(en), en/of

- slaan tegen een of meerdere autobus(sen);

welk feit verdachte in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, in Nederland, door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

door via de sociaalnetwerksite Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep en/of tekst te vermelden:

"Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verjagen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en

"LOCATIES [locatie 2] " en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en/of "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!", (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33).

4 subsidiair:

een groot aantal personen op 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen, tezamen in vereniging met elkaar, anderen, te weten bestuurders van autobussen en/of inzittenden van die autobussen, door bedreiging met geweld gericht tegen die voornoemde bestuurders en/of inzittenden, wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, immers hebben zij

- als bestuurder(s) en/of inzittende(n) van (een) (groep) motorrijtuig(en), tezamen en in vereniging, op die Rijksweg A7 die bestuurders van die autobussen en een of meer inzittenden van die autobussen

- gedwongen de/het door hem/haar/hen bestuurde motorrijtuig(en) af te remmen en tot stilstand te brengen en zodoende

- gedwongen te dulden dat zij in een file terecht kwamen en

- gedwongen te dulden dat zij hun reis niet konden vervolgen en/of de plaats hunner bestemming niet (tijdig) konden bereiken en vertraging ondervonden en/of

- gedwongen te dulden dat zij hun recht om een betoging te houden in Dokkum niet konden verwezenlijken/uitvoeren

en bestaande die bedreiging met geweld uit het tezamen en in vereniging,

- over de vluchtstrook inhalen van die autobussen en

- afremmen en snelheid minderen voor die autobus(sen) en/of

- het (abrupt) tot stilstand brengen van een of meer van die autobus(sen) en/of

- blokkeren van die Rijksweg A7, door meerdere motorrijtuigen op de rijbanen en vluchtstrook van die Rijksweg A7 te parkeren/plaatsen en

- zwaaien met de (gebalde) vuisten en/of wijzen in de richting de autobus(sen) en/of het omhoog houden van de/een arm(en), en

- slaan tegen een of meer autobus(sen);

welk feit verdachte in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017 in Nederland, door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

via de sociaalnetwerksite Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep en/of tekst te vermelden:

"Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en

"We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum" en

"De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verjagen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en

"Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is" en

"Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en

"Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en

"LOCATIES [locatie 2] " en/of " [locatie 3] " en/of "Centrale as" en "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn Project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!", (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Door de verdediging zijn twee verweren gevoerd die ertoe strekken dat één of meer van de bewezenverklaarde feiten niet als strafbaar feit kunnen worden aangemerkt.

1 Betogingsvrijheid (artikel 9 Grondwet)

Standpunt verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het handelen van de verdachten moet worden gezien als een vorm van gemeenschappelijke meningsuiting en kan worden aangemerkt als een manifestatie in de zin van de Wet openbare manifestaties (Wom). Ook een niet aangemelde betoging valt in beginsel onder de bescherming van artikel 9 van de Grondwet (Gw). Zonder enige uitzondering hebben de verdachten hun zorgen geuit over de voorgenomen en toegestane demonstratie van KOZP . Het gevaar voor verstoring van het kinderfeest was reëel. De raadsman heeft hierbij verwezen naar de door de verdediging ter zitting getoonde compilatie van beelden van onder andere demonstraties bij eerdere intochten. Volgens de verdediging is het oordeel van de rechtbank dat er geen concrete redenen waren om te vrezen voor gewelddadig optreden dan ook niet juist. De raadsman heeft geconcludeerd dat de ten laste gelegde feiten niet als strafbare feiten kunnen worden aangemerkt en dat de feiten gelet op het karakter van een openbare manifestatie niet als zodanig kunnen worden gekwalificeerd. Om die reden dient ontslag van alle rechtsvervolging te volgen.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachten niet als demonstranten in de zin van de wet kunnen worden aangemerkt en dat de feiten als strafbare feiten kunnen worden gekwalificeerd.

Oordeel hof:

De raadsman heeft in zijn verweer geen specifieke strafuitsluitingsgrond genoemd, maar heeft zich kennelijk beroepen op een situatie die de wederrechtelijkheid dan wel de verwijtbaarheid als algemene voorwaarde voor strafbaarheid zou aantasten.

Het hof is met het openbaar ministerie van oordeel dat het handelen van de verdachten niet als manifestatie in de zin van de Wom heeft te gelden. De actie had immers niet primair het karakter van gemeenschappelijke meningsuiting, maar andere elementen zoals feitelijke dwang, overheersten. De verdachten hebben anderen bewust belemmerd in de uitoefening van een grondrecht.

Nu van enige wettelijke noch buitenwettelijke strafuitsluitingsgrond is gebleken, komt de strafbaarheid aan het feit niet te ontvallen. Het verweer wordt verworpen.

2 Beschermd belang feit 2

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat het versperren van de A7 niet kan worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat uit Tekst en Commentaar Strafrecht blijkt dat artikel 162 Sr95 het belang van de veiligheid van het lucht-, water- en wegverkeer beschermt tegen gevaarlijke handelingen van personen die niet primair (mede)verkeersdeelnemers zijn. In de jurisprudentie is geen enkel voorbeeld te vinden van een veroordeling of vervolging voor de overtreding van artikel 162 Sr van iemand die zelf verkeersdeelnemer was. In dit geval gaat het volgens de raadsman juist om verkeersdeelnemers en moet de bescherming van het belang van de verkeersveiligheid daarom worden gezocht in de Wegenverkeerswet en niet in artikel 162 Sr.

Standpunt openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen en dat de door de raadsman genoemde uitleg van het belang dat door artikel 162 Sr wordt beschermd niet strookt met de wetsgeschiedenis. Daarin is geen grondslag te vinden voor de stelling dat artikel 162 Sr alleen van toepassing is op personen die niet primair verkeersdeelnemers zijn.

Oordeel hof

Overeenkomstig het oordeel van de rechtbank in de zaken van de medeverdachten stelt het hof vast dat de wet voor strafbaarheid op grond van artikel 162 Sr niet de eis kent dat de dader niet primair een (mede)verkeersdeelnemer is. Nog daargelaten wat de duiding is van de door de raadsman aangehaalde woorden ‘niet primair’ overweegt het hof dat in de toelichting op artikel 162 Sr in Tekst en Commentaar Strafrecht geen rechtsbron wordt aangegeven voor een dergelijke beperkte uitleg van artikel 162 Sr. In de wetsgeschiedenis96 en in de literatuur97 is geen enkel aanknopingspunt te vinden voor zo’n restrictie. Daarom is het hof van oordeel dat artikel 162 Sr ook kan worden gepleegd door personen die primair (mede)verkeersdeelnemers zijn. Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde kan naar het oordeel van het hof worden gekwalificeerd als hierna is vermeld. Het verweer wordt verworpen.

De bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar.

Kwalificatie:

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van in het openbaar, bij geschrift, opruien tot enig strafbaar feit.

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk uitlokken van medeplegen van opzettelijk een openbare landweg versperren, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk uitlokken van medeplegen van door bedreiging met geweld een geoorloofde openbare vergadering of betoging verhinderen.

Het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk uitlokken van medeplegen van een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Zoals bij de bewijsoverwegingen uiteen is gezet, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opruiing en heeft zij opzettelijk een drietal strafbare feiten uitgelokt. Hoewel het in totaal om vier strafbare feiten gaat, gaat het in de kern telkens om hetzelfde handelen van verdachte.

Het strafwaardig handelen van verdachte ziet op de oproep op Facebook waarin mensen werden aangespoord om tot actie over te gaan, om te voorkomen dat de KOZP -demonstranten in Dokkum aan zouden komen. Verdachte is in die opzet geslaagd: de actie is door veel personen opgepikt en door middel van een blokkade op de A7 hebben de medeverdachten feitelijk voorkomen dat de demonstratie in Dokkum uitgevoerd kon worden. Het hof rekent verdachte aan dat zij een actie op touw heeft gezet en op internet heeft gedeeld, zonder de omvang en uitvoering van die actie op enigerlei wijze nader te controleren/coördineren of voorzorgsmaatregelen te treffen. Verdachte heeft een actie de wereld in geslingerd, zonder zich om de gevolgen daarvan te bekommeren.

Het handelen van verdachte en - vervolgens - de medeverdachten heeft niet alleen geleid tot ernstige (verkeers)hinder en verstoring van de openbare orde, maar ook tot bedreiging met geweld en er is een ver gaande inbreuk gemaakt op de bewegingsvrijheid van andere weggebruikers.

Wat evenwel de kern van het verwijt betreft dat verdachte en de andere verdachten kan worden gemaakt, is dat zij anderen hebben belemmerd in de uitoefening van belangrijke grondrechten, te weten het recht op vrije meningsuiting en het recht op betoging. Dit zijn fundamentele rechten die essentieel zijn in een democratische samenleving.

Verdachte en medeverdachten waren van mening dat het niet wenselijk was dat de demonstranten juist tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas kwamen demonstreren in Dokkum en waren het niet eens met de beslissing van het bestuur daaromtrent. Zij hebben vervolgens het recht in eigen hand genomen en voor eigen rechter gespeeld. Het op een dergelijke manier ondermijnen van een beslissing van het bestuur en het anderen de mogelijkheid ontnemen om te demonstreren, is zeer ernstig en ontoelaatbaar. Juist impopulaire meningen die indruisen tegen de (lokaal) heersende opvattingen en die mogelijk op verzet kunnen rekenen, moeten in een democratische samenleving door een demonstratie geuit kunnen worden.

Dat verdachte en medeverdachten vreesden voor (nog) ernstigere ongeregeldheden als de demonstranten wel in Dokkum waren aangekomen, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het reguleren van betogingen en het handhaven van de openbare orde en veiligheid bij uitstek taken zijn van de overheid en niet van (groepen van) individuele burgers. Het was dan ook niet aan verdachte en medeverdachten om te bepalen waar en wanneer de KOZP -demonstranten mochten demonstreren. Ook was het niet aan hen om door hen gevreesde ongeregeldheden te voorkomen door zelf nota bene strafbare feiten te plegen. Van een overmachtssituatie was ten tijde van de blokkade geen sprake. Het handelen van verdachte en de medeverdachten kan als eigenrichting worden aangemerkt, hetgeen niet kan worden getolereerd omdat dit ernstig afbreuk doet aan de democratische rechtstaat.

Anders dan de rechtbank en het openbaar ministerie ziet het hof geen aanleiding om verdachte voor haar rol een hogere straf dan de medeverdachten op te leggen. Verdachte is de opruier/uitlokker, de andere verdachten de uitvoerders. Hoe dan ook betreft het een collectieve actie, waarbij alle deelnemers hetzelfde doel hadden. Het hof is van oordeel dat alle deelnemers feitelijk ongeveer eenzelfde aandeel in het gebeuren hebben gehad. Dat de één zich op Facebook wat actiever heeft opgesteld dan een ander, of op de A7 prominenter in beeld is geweest dan een ander, acht het hof onvoldoende specifiek om de één meer verantwoordelijkheid toe te dichten dan de ander en dit in een op te leggen straf tot uitdrukking te brengen.

Met betrekking tot de aard en hoogte van de op te leggen straf stelt het hof ten aanzien van verdachte voorop dat het hof de door de rechtbank opgelegde en door het openbaar ministerie gevorderde straf, zowel ten aanzien van de voorwaardelijke gevangenisstraf, als de hoogte van de taakstraf, te fors acht. Verdachte heeft geen relevante documentatie en lijkt gezien hetgeen in het dossier is vermeld en het verhandelde ter terechtzitting een stabiel leven te hebben, zonder problemen op welk leefgebied dan ook.

Voorts is van belang dat er weliswaar meerdere feiten - en meer feiten dan in eerste aanleg - zijn bewezenverklaard, maar dat het per saldo telkens om dezelfde gedraging gaat, namelijk het uitvoeren van een actie die erop was gericht te voorkomen dat de KOZP -demonstratie in Dokkum door kon gaan. Daarom legt het hof geen hogere straf op, ook al gaat om vier feiten.

Ten slotte neemt hof bij de beoordeling mee dat er geen ernstige ongevallen zijn gebeurd en acht het hof aannemelijk dat het hier om een incident gaat. Het hof acht de kans niet groot dat verdachte opnieuw tot het plegen van een (soortgelijk) strafbaar feit over zal gaan. Een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur is dan ook niet nodig.

Dit alles maakt dat het hof tot oplegging van een lagere straf komt dan in eerste aanleg is opgelegd en door het openbaar ministerie is geëist.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen vervangende hechtenis, een passende en noodzakelijke bestraffing is. Met die staf wordt voldoende tot uitdrukking gebracht dat handelen zoals dat in de onderhavige zaak is gebeurd, niet toelaatbaar en strafwaardig is en wordt op deze manier vanuit het oogpunt van generale preventie een voldoende signaal afgegeven. Anderzijds is deze straf passend bij de (persoonlijke) omstandigheden van de verdachte en doet deze recht aan de bijzondere omstandigheden waaronder de delicten zijn begaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.687,03, bestaande uit € 687,03 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 33,34, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en heeft nieuwe stukken ingediend waarmee hij zijn vordering heeft onderbouwd. Voor zover de benadeelde partij daarmee heeft beoogd zijn vordering te verhogen, geldt dat dat niet mogelijk is. Het hof heeft te oordelen over het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het hierna te melden bedrag. Evenals de rechtbank acht het hof voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij € 10,- heeft betaald voor zijn busticket van Amsterdam naar Dokkum in verband met de betoging die niet is doorgegaan. De benadeelde partij heeft in die zin dus schade geleden. Verder acht het hof aannemelijk dat de benadeelde partij reiskosten heeft moeten maken in verband met het doen van aangifte (post 6) die het gevolg is van de bewezenverklaarde feiten.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering gezien het voorgaande (hoofdelijk) zal worden toegewezen tot een bedrag van € 33,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot de dag der algehele voldoening.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade en de overige (daarmee samenhangende) materiële schadeposten is het hof net als de rechtbank en het openbaar ministerie van oordeel dat er onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen deze schade en het handelen van verdachte. De gevorderde immateriële schade ziet immers op een incident dat met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] op de A6 heeft plaatsgevonden. De benadeelde partij kan daarom voor het overige in haar vordering niet worden ontvangen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De verdachte dient de worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij en in het kader van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , ter zitting bijgestaan door mr. B. van Straaten

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.618,96 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding in natura van immateriële schade gevorderd, in de vorm van het volgen van een ééndaagse workshop “diversiteit in de klas” en het volgen van lessen op basis van het lespakket “de geschiedenis van Sinterklaas en Zwarte Piet”, een en ander op straffe van een dwangsom. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.160,- aan materiële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Evenals de rechtbank acht het hof voldoende aannemelijk dat [benadeelde 2] € 2.170,- heeft betaald voor het huren van drie bussen, teneinde daarmee de demonstranten naar Dokkum te vervoeren. Doordat de betoging niet is doorgegaan, heeft [benadeelde 2] dit bedrag voor niets betaald en dus schade geleden. Dat alle demonstranten [benadeelde 2] € 10,- hebben betaald doet hier niet aan af, nu uit de gegeven toelichting blijkt dat [benadeelde 2] deze bedragen zal terugbetalen als deze schade wordt vergoed.

Het hof acht een voldoende rechtstreeks verband aanwezig tussen het bewezenverklaarde handelen van verdachte en de gestelde schade. Dit geldt niet alleen voor de huur van de bussen, maar ook voor de drukkosten van het demonstratiemateriaal. Anders dan in eerste aanleg heeft de benadeelde partij voldoende aannemelijk gemaakt dat deze schade het gevolg is van het bewezenverklaarde handelen en dat het betreffende materiaal niet nog op een ander moment kan worden gebruikt. Door middel van foto’s is aangetoond dat het materiaal betreft dat specifiek op Dokkum en/of Friesland is gericht. Het hof acht de gevorderde schadevergoeding gezien het voorgaande redelijk en voor toewijzing gereed. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering met betrekking tot de vordering van de huur van de bussen (hoofdelijk) zal worden toegewezen tot € 2.160,- (€ 10,- aftrek i.v.m. toewijzing vordering busticket benadeelde partij [benadeelde 1] ) en het demonstratiemateriaal tot
€ 448,96. In totaal: € 2.608,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot de dag der algehele voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade is het hof met de rechtbank van oordeel dat de schade die [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] gesteld geleden te hebben door de schending van de rechten op betoging en vrijheid van meningsuiting niet kan worden vergoed door middel van de door hen gevorderde schadevergoeding in natura. De rechtbank heeft daartoe overwogen:

“(…) dat de essentie van schadevergoeding is dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand wordt gebracht zoals die zonder de schade toebrengende gebeurtenis zou zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank leidt het opleggen van de verplichting aan verdachte en de medeverdachten om een workshop en lessen bij [benadeelde 2] te volgen er niet toe dat [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zoveel mogelijk in de toestand worden gebracht zoals die zou zijn geweest wanneer zij wel in Dokkum hadden kunnen demonstreren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de geschonden rechten zien op het naar buiten (kunnen) brengen van meningen. Terwijl het opleggen van de verplichting tot het volgen van de workshop en de lessen gericht zouden zijn op het (onder dwang) overbrengen van kennis en standpunten op specifieke personen.”

Het hof acht dit oordeel juist en sluit zich hierbij aan. De gevorderde immateriële schadevergoeding is gezien het voorgaande niet voor toewijzing vatbaar.

Evenmin ziet het hof een mogelijkheid om ten aanzien van de immateriële schadevergoeding zelf een bedrag te bepalen en ten aanzien daarvan een schadevergoedingsmaatregel op te leggen zoals door de raadsvrouw is geopperd. Nu enige mate van onderbouwing en objectivering ontbreekt, is het voor het hof niet mogelijk om de schending waarvan sprake is geweest en ten aanzien waarvan mogelijk immateriële schadevergoeding zou kunnen worden toegekend, op geld te waarderen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de behandeling van de vordering ten aanzien van de immateriële schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Proceskosten:

Het hof acht aannemelijk dat [benadeelde 2] kosten heeft gemaakt ten behoeve van rechtsbijstand, zoals is gevorderd. De raadsvrouw mr. B van Straaten heeft namens [benadeelde 2] een vordering ingediend en zowel in eerste aanleg als in hoger beroep het woord gevoerd.

Net als de rechtbank zoekt het hof voor de vaststelling van de hoogte van deze kosten aansluiting bij het Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven. Daarbij is het bedrag van de proceskosten afhankelijk van de verrichte (genormeerde) werkzaamheden en van het belang van de zaak. Het belang van de zaak wordt gebaseerd op het bedrag van de gevorderde hoofdsom. Bij zaken met een hoofdsom tot € 10.000,00 geldt tarief 1. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 461,00.

Voor het opstellen van de vordering en het verlenen van rechtsbijstand ter terechtzitting (in eerste aanleg en hoger beroep) kent het hof telkens 1 punt toe. Uitgaande van de gevorderde hoofdsom, is tarief 1 van toepassing. De raadsvrouw heeft de gevorderde reiskosten in hoger beroep gespecificeerd op € 57,76.

De proceskosten in hoger beroep bedragen derhalve 1 x € 461,- + € 57,76,- = € 518,76. Het hof acht het evenals de rechtbank niet redelijk om verdachte en al haar medeverdachten ieder te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 518,76 aan proceskosten aan [benadeelde 2] . Dit zou er immers toe leiden dat [benadeelde 2] een veelvoud van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten zou ontvangen. Daarom zal het hof dit bedrag delen door 15 (aantal verdachten in hoger beroep) = € 34,58. Dit bedrag wordt vervolgens vermeerderd met de proceskosten die in eerste aanleg zijn toegekend, te weten € 50,- per verdachte.

Het hof zal verdachte derhalve veroordelen in de proceskosten ter hoogte van € 84,58 en in de kosten die [benadeelde 2] ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 4] en [benadeelde 3] , ter zitting bijgestaan door mr. B. van Straaten

Deze benadeelde partijen hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is gelijkluidend en ziet op vergoeding in natura van immateriële schade, in de vorm van het volgen van een ééndaagse workshop “diversiteit in de klas” en het volgen van lessen op basis van het lespakket “de geschiedenis van Sinterklaas en Zwarte Piet”, een en ander op straffe van een dwangsom. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep in beide gevallen afgewezen. De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en die vordering gehandhaafd.

Onder verwijzing naar hetgeen hieromtrent bij de vordering van de benadeelde partij “ [benadeelde 2] ” is overwogen, is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partijen kunnen daarom thans in hun vordering niet worden ontvangen en kunnen hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Gezien het voorgaande dienen deze benadeelde partijen en de verdachte elk hun eigen kosten te dragen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 47, 57, 131, 143, 162 en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair,
3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 33,34 (drieëndertig euro en vierendertig cent) bestaande uit € 33,34 (drieëndertig euro en vierendertig cent) materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 33,34 (drieëndertig euro en vierendertig cent) bestaande uit € 33,34 (drieëndertig euro en vierendertig cent) materiële schade bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 november 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.608,96 (tweeduizend zeshonderdacht euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 10,00 (tien euro) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op 84,58 (vierentachtig euro en achtenvijftig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.608,96 (tweeduizend zeshonderdacht euro en zesennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 36 (zesendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 november 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door

mr. G.A. Versteeg, voorzitter,

mr. L.T. Wemes en mr. L.J. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 31 oktober 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 O.a. HR 6 november 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BX4280) en HR 3 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:513).

2 Proces-verbaal getuigenverhoor [verbalisant 1] d.d. 25 september 2018.

3 O.a. HR 19 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:23).

4 HR 11 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:286).

5 Een op schrift gestelde verklaring van [betrokkene 2] , map 7, p. 2738.

6 Opmerking hof: in verband met eerdere verwijzingen in dit arrest wijkt de nummering van de voetnoten af van die in het vonnis. De inhoud is echter gelijk, behalve daar waar expliciet een aanvulling/verbetering is vermeld.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

9 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

10 Het besluit van de burgemeester d.d. 16 november 2017, map 1, p. 20 t/m 22.

11 Het proces-verbaal van bevindingen AH-016-01 d.d. 4 januari 2018, map 1, p. 27 en 28.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

13 Het proces-verbaal van verdenking [verdachte] d.d. 5 februari 2018, map 7, p. 2682 t/m 2685.

14 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 11 oktober 2018.

15 Het proces-verbaal van verdenking [verdachte] d.d. 5 februari 2018, map 7, p. 2682 t/m 2685.

16 De verklaring van getuige [betrokkene 1] ter terechtzitting van 11 oktober 2018.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 8 februari 2018, map 7, p. 2693.

18 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 11 oktober 2018.

19 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 11 oktober 2018.

20 Het signaaldocument van de Dienst Regionale Informatie Organisatie d.d. 15 november 2017, map 1, p. 31 t/m 33.

21 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

22 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 257.

23 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

24 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 217.

25 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 217.

26 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-2 d.d. 18 november 2017, map 1, p. 41 en 42.

27 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-1 d.d. 18 november 2017, map 1, p. 51.

28 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 259.

29 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 22 januari 2018, map 1, p. 164 t/m 166 en 171.

30 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 257.

31 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 229.

32 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 28 december 2017, map 1, p. 268.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 215, 216, 218 en 219.

34 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

35 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1754, 1756 en 1757.

36 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1754, 1756 en 1757.

37 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757.

38 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-01 d.d. 18 december 2017, map 5, p. 1748 en 1752, en het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757.

39 Het proces-verbaal van bevindingen AH-NN6-02 d.d. 6 februari 2018, map 5, p. 1757.

40 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

41 Het proces-verbaal van bevindingen AH-012-01 d.d. 20 december 2017, map 1, p. 273.

42 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 215.

43 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 257 en 258.

44 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 22 januari 2018, map 1, p. 171.

45 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

46 Het proces-verbaal van bevindingen AH-064-02 d.d. 8 februari 2018, map 1, p. 109 en 110.

47 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 22 januari 2018, map 1, p. 165, 167 en 168.

48 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

49 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

50 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

51 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184 (in plaats van 183 zoals in het vonnis vermeld).

52 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54 en het rapport PL0100-2017304585-5 d.d. 10 januari 2018, map 1, p. 104.

53 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54.

54 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

55 Het rapport PL0100-2017304585-5 d.d. 10 januari 2018, map 1, p. 104, p. 104.

56 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 17 februari 2018, map 1, p. 180.

57 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-20l7304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54 en 55.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 183.

59 Het proces-verbaal van bevindingen AH-064-02 d.d. 8 februari 2018, map 1, p. 110.

60 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184.

61 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-3 d.d. 21 november 2017, map 1, p. 54.

62 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 22 januari 2018, map 7, p. 2536.

63 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304585-3 d.d. 21 december 2017, map 1, p. 118 en 119.

64 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

65 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2017304735-2 d.d. 18 november 2017, map 1, p. 42.

66 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184, het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 230, en het proces verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 19 december 2017, map 1, p. 258.

67 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 4] d.d. 13 december 2017, map 1, p. 184.

68 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1] d.d. 14 december 2017, map 1, p. 220 en 221, en het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 230.

69 Het proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 3] d.d. 18 december 2017, map 1, p. 230.

70 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2018010541-2 d.d. 15 januari 2018, map 1, p. 36 en 37.

71 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 11 oktober 2018.

72 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 8 februari 2018, map 7, p. 2695.

73 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 509.

74 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 507.

75 Map 2 van het dossier met de titel ‘A-008-03 Facebookchat”, p. 506.

76 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 501.

77 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 500.

78 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat’, p. 495.

79 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 493 en 494.

80 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 491.

81 Map 2 van het dossier met de titel “A-008-03 Facebookchat”, p. 472.

82 Het proces-verbaal van bevindingen AH-069-01 d.d. 18 mei 2018 en het als bijlage daarbij gevoegde overzicht van historische telefoongegevens, los in het dossier gevoegd.

83 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 9 januari 2018, map 6, p. 2362 t/m 2366.

84 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 8 februari 2018, map 7, p. 2697.

85 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 8 februari 2018, map 7, p. 2691.

86 Het proces-verbaal van bevindingen AH-062-01 d.d. 5 februari 2018, map 7, p. 2687.

87 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 9] d.d. 12 januari 2018, map 5, p. 1879 t/m 1882, het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 10] d.d. 23 januari 2018, map 6, p. 2268 en 2269, en het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 9 januari 2018, map 6, p. 2363.

88 HR 9 september 1999 (ECLI:NL:HR:1997:ZC9557, niet gepubliceerd).

89 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 11] d.d. 18 januari 2018, map 5, p. 1965 e.v. (onder meer inhoudende dat hij het eens was met de actie om alles stil te zetten, dat het een succes was en dat hij blij is dat hij er geweest is), het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 12] d.d. 15 januari 2018, map 5, p. 1680 e.v. (onder meer inhoudende dat hij achter het doel van de actie stond en zijn sleutels uit het contact heeft gehaald zodat ze zijn auto niet konden weghalen) en het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , d.d. 9 januari 2018, map 6, p. 2358 e.v. (onder meer inhoudende dat hij vooraan stond en als eerste weg kon - maar dat pas na aanmanen van de politie deed).

90 Een schriftelijk stuk, te weten de inhoud van de Whatsapp-chat “A7 besloten groep”, map 3, p. 583 (onder meer inhoudende als bericht van [medeverdachte 3] op 20 november 2017: “Ik wie krekt wot te fier nei foaren sjitten dus ha een honderd meter achterut rieden”, en als reactie van [website 2] (zijnde [medeverdachte 13] , zie map 6, p. 2118): “haha jah [medeverdachte 3] , dat maken we nooit weer mee, achteruit rijden op een lege snelweg”.

91 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 14] d.d. 15 januari 2018, map 6, p. 2228 e.v.

92 Als aanvullende bewijsmiddelen neemt het hof in dit kader op: - Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , d.d. 9 januari 2018, map 6, p. 2358 e.v. (onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - : Ik wist dat ik zou worden aangehouden. Dat is de consequentie van zo’n actie als het blokkeren van de snelweg. Ik heb via Whatsapp contact gehad met anderen over de actie op de A7. We zouden eerst bij de Afsluitdijk afspreken. Ik was daar ook. Ik ben via de Facebookactie in contact gekomen met de groep personen die de blokkade wilde instellen op de A7. Er was een evenement opgericht op Facebook. Dat evenement heette “Project P’. Na de actie voelde ik mij goed omdat het een geslaagde actie was. Het plan was om ze af te remmen. Te vertragen zeg maar. Met ‘ze’ bedoel ik de bussen met de demonstranten. Ik was het ermee eens. Ik kwam erbij vanaf het tankstation BP. Ik stond bij het tankstation en toen zijn we opgereden toen we de bussen aan zagen komen. Ik reed vooraan vanaf het tankstation. Ik stond vooraan. Ik ben uit de auto gestapt. Ik was de eerste die weg kon omdat ik vooraan stond. Ik heb wel over de gevolgen van een blokkade voor andere weggebruikers nagedacht. Ik kan mij enigszins voorstellen dat het bedreigend was voor demonstranten. [verdachte] heeft in eerste instantie een oproep gedaan. Daarmee heeft zij veel mensen benaderd en wakker geschud. Ik vind de blokkade geslaagd en terecht). En: - Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 9] d.d. 12 januari 2018, map 5, p. 1876 e.v. (onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven - : Ik heb een oproep gezien van [verdachte] en toen had ik zoiets van zien wel wat er gebeurt en ik ben naar de Afsluitdijk gereden. Dat was die zaterdag rond 08:00 uur (het hof begrijpt: 18 november 2017). Het was de bedoeling om de grenzen van Friesland te bewaken. We troffen een hele ploeg daar. Ze stonden met Friese vlaggen. Ik heb iemand gevraagd wat we gingen doen. Die zei ze komen over Lemmer. We zijn daarna in de auto gegaan en richting Joure gereden. We reden naar de benzinepomp op de A7. Daar waren nog wel meer voertuigen. Na drie kwartier tot een uur zagen we de bussen aankomen en gingen we in de auto. We moesten de weg op en rustig rijden. Ik was één van de eersten die de snelweg opreed. We reden rustig de snelweg op en daarna langzaam remmen. Toen ik stilstond ben ik uitgestapt en bij de bus gaan kijken. Het was de bedoeling om de bussen tegen te houden. Na die tijd had ik een goed gevoel. Een beetje trots ook wel. Tijdens de actie vond ik het wel een beetje spannend. Je zet toch even de snelweg stil. Wat zou er gebeuren. Ik was het 100% eens met de dingen die wij gingen doen. Ik heb meegedaan zodat de anti-pieten-demonstranten niet in Dokkum aan zouden komen en daar de kinderen een leuk feestje zouden hebben. Dat was mijn bedoeling. De bussen probeerden eerst nog tussen het verkeer door te komen. Toen dat niet lukte zijn ze blijven staan. Ik kan me wel een beetje voorstellen dat het bedreigend was voor de demonstranten. Eerst stil zetten op de snelweg. Ze weten niet wat er gebeuren gaat. Sommigen van ons liepen met de vuisten in de lucht. Ik heb dat op filmpjes gezien).

93 H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, Tweede Deel, Tweede druk, Haarlem 1891, p. 116.

94 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris d.d. 4 oktober 2018.

95 Het hof begrijpt: meer in het bijzonder het in aantekening 5 bij dat artikel gestelde.

96 H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, Tweede Deel, Tweede druk, Haarlem 1891, p. 142 e.v.

97 B.J. Polenaar en Th. Heemskerck, Het Wetboek van Strafrecht in doorloopende aanteekeningen verklaard, Tweede Deel – Tweede en derde Boek, Amsterdam 1890 (blijkens het slotwoord), p. 173 e.v.,; C.J.H. Schepel, Wegenrecht in Nederland, dissertatie, Groningen 1895 en A. Wassenaar, Eenige opmerkingen omtrent art. 162 Swb, dissertatie, Groningen 1896.