Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:9160

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
Wahv 200.236.308/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek via de e-mail om aanhouding van de zitting van de kantonrechter. In het procesreglement “Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder), rechtbanken, kantonzaken” is niet voorzien in de mogelijkheid van het indienen van uitstelverzoeken per e-mail. Nu het hier een niet-voorziene mogelijkheid van berichtenverkeer betreft ligt het op de weg van de betrokkene om niet alleen de verzending maar ook de ontvangst van de e-mail van 29 november 2017 door de infobalie van de

rechtbank aannemelijk te maken. Daarin is de betrokkene niet geslaagd. Van de betrokkene mocht ook worden verwacht dat hij voorafgaand aan de zitting van de kantonrechter de ontvangst van het aanhoudingsverzoek had geverifieerd, nu hij niet voor de zitting de (voorlopige) beslissing op zijn aanhoudingsverzoek had vernomen. Niet kan worden geoordeeld dat de kantonrechter gehouden was om te responderen op het verzoek om

aanhouding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.236.308/01

CJIB-nummer

: 209297397

Uitspraak d.d.

: 29 oktober 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 11 januari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De betrokkene voert in hoger beroep aan dat zijn recht om aanwezig te zijn bij de zitting van de kantonrechter is geschonden. Hij had de kantonrechter per e-mail medegedeeld niet naar de zitting van 11 januari 2018 te kunnen komen en om uitstel verzocht.

2. Het is vaste rechtspraak dat als een partij voorafgaande aan de zitting van de kantonrechter een uitdrukkelijk verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak doet, en de kantonrechter zonder op dat verzoek te beslissen een uitspraak in die zaak heeft gedaan, er sprake kan zijn van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.

3. Uit de stukken in het dossier leidt het hof het volgende af. De betrokkene is bij brief van

23 november 2017 opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 14 december 2017. Bij

e-mail van 23 november 2017 heeft de betrokkene om aanhouding verzocht van de behandeling

van zijn zaak op deze zitting. Bij brief van 27 november 2017 is de betrokkene vervolgens opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 11 januari 2018.

4. De betrokkene heeft bij zijn hoger beroepschrift een kopie bijgesloten van de e-mail die hij op 29 november 2017 om 17:29 uur heeft verzonden aan de infobalie van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle. In deze e-mail is aangegeven dat de betrokkene niet op 11 januari 2018 op de zitting aanwezig kan zijn en dat hij graag wil komen op een andere datum. Links onderaan de e-mail staat dat deze e-mail is geprint uit de map ''sent items''. De betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat hij het per e-mail gedane aanhoudingverzoek heeft verzonden. (Een print van) deze e-mail bevindt zich echter niet in het van de rechtbank ontvangen dossier. De zaak is buiten aanwezigheid van de betrokkene behandeld op 11 januari 2018.

5. In de Wahv is de mogelijkheid van elektronisch berichtenverkeer in de beroepsprocedure bij de kantonrechter niet opengesteld. In het procesreglement ''Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) rechtbanken, kantonzaken''1staat dat een verzoek om uitstel van de zitting schriftelijk wordt gedaan aan de kantonrechter van de desbetreffende locatie, onder vermelding van het zaaknummer (zie artikel 3.5). De mogelijkheid van het indienen van uitstelverzoeken per e-mail is hierin ook niet voorzien.

6. Het hof laat in het midden of, gelet op de communicatie met betrekking tot de e-mail van

23 november 2017, bij de betrokkene de rechtens te honoreren verwachting is gewekt dat ook bij

e-mail om uitstel kan worden verzocht. Nu het hier een niet-voorziene mogelijkheid van berichtenverkeer betreft ligt het op de weg van de betrokkene om niet alleen de verzending maar - nu daarvan niet blijkt - ook de ontvangst van de e-mail van 29 november 2017 door de infobalie van de rechtbank aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd.

7. In dit verband merkt het hof op dat van de betrokkene ook mocht worden verwacht dat hij, nu hij voor de zitting de (voorlopige) beslissing op zijn aanhoudingsverzoek niets had vernomen, voorafgaand aan de zitting van de kantonrechter de ontvangst van het aanhoudingverzoek had geverifieerd.

8. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de kantonrechter gehouden was om te responderen op het verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak ter zitting van 11 januari 2018. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is geen sprake.

9. De bezwaren van de betrokkene richten zich verder tegen de opgelegde sanctie.

10. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 18 juli 2017 om 07:42 uur op de Heinoseweg N35 te Zwolle met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

11. De betrokkene stelt dat op het moment dat het eerste gedeelte van het voertuig al over de stopstreep was, het verkeerslicht nog oranje (het hof begrijpt: geel) licht heeft uitgestraald. Hij is van mening dat het bedrag van de sanctie daarom moet worden gematigd.

12. De regelgever heeft voor gedragingen als deze de hoogte van het sanctiebedrag bepaald. Daarbij is niet van belang hoe lang het verkeerslicht rood licht heeft uitgestraald voordat een voertuig dat verkeerslicht passeert. Gelet hierop vormt de door de betrokkene genoemde omstandigheid geen aanleiding voor matiging van het sanctiebedrag.

13. Gelet op het voorgaande slagen de verweren van de betrokkene niet. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

1 Te vinden onder: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Procesreglement-Wet-Mulder-kanton-1-1-2013.pdf