Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:907

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
18-06-2019
Zaaknummer
200.241.934
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind. Ontslag bewindvoerder. Gewichtige redenen. 1:448 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.241.934

(zaaknummer rechtbank Overijssel 6455452)

beschikking van 31 januari 2019

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Findool B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Nijverdal,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de voormalige bewindvoerder,

advocaat: mr. M.A. Knobben te Deventer,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de rechthebbende,

advocaat: mr. J.W. Haafkes te Enschede.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende 1] ,

wonende met een onbekende woon- of verblijfplaats in [land] ,

[belanghebbende 2] ,

wonende op een geheim adres,

[belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 5] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team Toezicht – Bewindsbureau, zittingsplaats Enschede) van 3 april 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het beroepschrift met producties 1 tot en met 7, ingekomen op 29 juni 2018, en

  • -

    het verweerschrift met producties 1 en 2.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 20 december 2018 plaatsgevonden. Namens de voormalige bewindvoerder zijn mevrouw [medewerker 1] en de heer [medewerker 2] verschenen, bijgestaan door haar advocaat. De rechthebbende is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat en de heer [begeleider] als haar begeleider. Ook is [belanghebbende 3] verschenen. De overige belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Namens informant Stichting Uitvoering Vermogensbeheer Meerderjarigen Stuiver, gevestigd en kantoorhoudende te Enschede (hierna: Stuiver), is mevrouw [medewerker 3] verschenen.

3 De feiten

3.1

De kantonrechter heeft bij beschikking van 24 april 1987 over alle tegenwoordige en toekomstige goederen die toebehoren aan de rechthebbende, een bewind in de zin van artikel 1: 431 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingesteld en een bewindvoerder (de voormalige bewindvoerder) benoemd.

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 8 november 2017, heeft de rechthebbende (via haar begeleider [begeleider 2] ) verzocht de voormalige bewindvoerder te ontslaan en Stuiver te benoemen tot opvolgend bewindvoerder.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de kantonrechter de voormalige bewindvoerder ontslagen als bewindvoerder en Stuiver als opvolgend bewindvoerder benoemd.

4.2

De voormalige bewindvoerder is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan het hof voor te leggen. De voormalige bewindvoerder verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de verzoeken van de rechthebbende af te wijzen en haar opnieuw te benoemen tot bewindvoerder, eventueel onder aanvulling en verbetering van gronden.

Ter zitting van het hof heeft de voormalige bewindvoerder haar verzoek gewijzigd, in die zin dat de gevolgen van de bestreden beschikking in geval van vernietiging van die beschikking, niet ongedaan hoeven te worden gemaakt.

4.3

De rechthebbende voert verweer en verzoekt de voormalige bewindvoerder in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van artikel 1:448 lid 2 BW wordt een bewindvoerder ontslag verleend hetzij op eigen verzoek hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van een medebewindvoerder, de rechthebbende of het openbaar ministerie dan wel ambtshalve. In dit hoger beroep is de vraag aan de orde of er gewichtige redenen zijn om de voormalige bewindvoerder ontslag te verlenen.

5.2

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat er gewichtige redenen zijn om de voormalige bewindvoerder te ontslaan. Aangezien uit de jurisprudentie blijkt dat strenge eisen worden gesteld aan het aannemen van een gewichtige reden om tot ontslag van een bewindvoerder over te gaan, verdient een dergelijk oordeel een uitgebreide motivering. Nu de kantonrechter met een korte motivering heeft volstaan overweegt het hof ter aanvulling het volgende.

Ook in hoger beroep is komen vast te staan dat de gewichtige reden om de voormalige bewindvoerder te ontslaan voornamelijk is gelegen in de persoon van de rechthebbende en derhalve grotendeels buiten de invloedsfeer ligt van de voormalige bewindvoerder. Uit het verslag van een gedragskundige over de sociaal emotionele ontwikkeling van de rechthebbende blijkt dat sprake is van een disharmonisch ontwikkelingsprofiel en dat zij zich bevindt binnen de eerste socialisatiefase waarin het hechtingsproces en het opbouwen van een basale emotionele veiligheid centraal staat, passend bij een ontwikkeling in de leeftijd van zes tot achttien maanden. Het vertrouwen is een belangrijk aspect voor de rechthebbende. In de ogen van de rechthebbende is zij meermalen door de voormalige bewindvoerder teleurgesteld. Er hebben zich verschillende incidenten voorgedaan, zoals het te laat overschrijven van gelden op de bankrekening van de rechthebbende. Deze incidenten hebben bij de rechthebbende geleid tot onduidelijkheid, negativiteit en stress, zoals het hof ook afleidt uit het verslag van de gedragskundige en het betoog van de verschenen broer van de rechthebbende. Hierdoor is het vertrouwen van de rechthebbende in de voormalige bewindvoerder geschaad. Vanwege voormelde persoonlijke omstandigheden is het voor de rechthebbende moeilijk om teleurstellingen te verwerken en een vertrouwensband te herstellen. In het licht hiervan gaat het hof voorbij aan de stelling van de voormalige bewindvoerder dat zij recent nog nieuwe werkafspraken met (de begeleiding van) de rechthebbende heeft gemaakt en dat daaraan nog nauwelijks uitvoering is gegeven - wat daar overigens van zij nu dit naar verwachting van het hof niet zal leiden tot het benodigde herstel van het vertrouwen. Het vertrouwen is vrij langdurig geschaad en de relatie is ernstig verstoord. Voor de rechthebbende lukt het na diverse teleurstellingen niet meer om de samenwerking met de voormalige bewindvoerder aan te gaan. Het verzoekschrift van de rechthebbende is dan ook niet, zoals de voormalige bewindvoerder stelt, te voorbarig ingediend.

Het hof is van oordeel dat het vorenstaande voldoende gewichtige redenen oplevert om de voormalige bewindvoerder te ontslaan.

6 De slotsom

Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, team Toezicht – Bewindsbureau, zittingsplaats Enschede, van 3 april 2018;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Smeeïng-van Hees, J.B. de Groot en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op 31 januari 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.