Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8912

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
Wahv 200.224.631/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeren buiten parkeervak bij een van de borden E4 t/m E13 van bijlage I van het RVV 1990. De gemachtigde stelt dat de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking onvoldoende concreet is. Het hof deelt die mening niet. De locatie waar de betrokkene stond geparkeerd, valt binnen de afgegrensde parkeergelegenheid waar bord E4 stond geplaatst. Daarmee valt het terrein onder de werking van dit bord en kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.224.631/01

CJIB-nummer

: 194487369

Uitspraak d.d.

: 23 oktober 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 september 2017, betreffende

[betrokkene] E/V [A] (hierna: de betrokkene),

wonende te [B] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [C] , kantoorhoudende te [D] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 9 oktober 2019. Namens de betrokkene is niemand verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [E] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E13 van Bijlage I van het RVV 1990”, welke gedraging zou zijn verricht op 27 december 2015 om 00:49 uur op het Tempelplein te Sittard met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de inleidende beschikking volstrekt onvoldoende concreet is. De betrokkene moet blijkbaar zelf maar een keuze maken uit één van de borden E4 tot en met E13. Voorts stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat de gedraging niet is verricht. Het bord E4 heeft namelijk geen werking op de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd. Aan het bord is geen zonale werking toegekend. Het bord heeft dus slechts werking tot het eerstvolgende kruispunt. Na het kruispunt van het Tempelplein met de Gruizenstraat is het bord niet herhaald, zodat het na die kruising geen werking meer heeft. Ook is het bord niet correct geplaatst volgens het Verdrag van Wenen inzake verkeersteksens, omdat het niet parallel aan de as van de weg is geplaatst. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft de gemachtigde foto's afkomstig van Google Streetview overgelegd.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 24, vierde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inhoudende dat indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E9 of E11 tot en met E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, slechts in die vakken mag worden geparkeerd.

4. Met betrekking tot de stelling dat in de inleidende beschikking de gedraging niet duidelijk wordt vermeld, overweegt het hof dat de inleidende beschikking een korte omschrijving van de gedraging dient te bevatten, zodat een betrokkene in staat is om zelf na te gaan op welke gedraging de sanctie betrekking heeft. Het hof is van oordeel dat de omschrijving van de gedraging in dit geval voldoende duidelijk is omschreven.

5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een parkeergelegenheid, aangeduid middels bord E4 RVV 1990, buiten de aldaar aangegeven parkeervakken. Ik constateerde dat als volgt was geparkeerd: Op het trottoir."

7. In het dossier bevindt zich voorts een aanvullend proces-verbaal d.d. 24 mei 2017, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
"Het Tempelplein betreft een parkeerplaats aangegeven met een E4-bord van het RVV 1990. In de bijlage ziet u een overzichtsfoto van de situatie ter plaatse. Hierop is ook het E4-bord te zien met de tekst: 'Tempelplein'. Dit bord staat centraal op het plein. Verder zijn er op dit plein duidelijk aangebrachte vakken te zien. Ten tijde van de overtreding zag ik dat de genoemde personenauto voorzien van het Nederlandse kenteken [00-YY-YY] geparkeerd stond buiten de vakken welke aangebracht waren op het wegdek. Ik zag dat het voertuig geparkeerd stond bij de afvalcontainers nabij Hendriks bloemenfiliaal (te zien op de overzichtsfoto). Dit betreft geen parkeervak."

8. Als bijlage bij bovengenoemd proces-verbaal zijn twee foto's gevoegd. Op de eerste foto is een parkeerterrein te zien. In het midden van dit terrein is een bord E4 geplaatst met daaronder de tekst 'Tempelplein'. Op de tweede foto is een voertuig met het kenteken [00-YY-YY] te zien.

9. Op de foto's afkomstig van Google Streetview die door de gemachtigde zijn overgelegd is een parkeerterrein te zien. Rondom dit parkeerterrein zijn paaltjes geplaatst. Aan het begin van het parkeerterrein is een bord E4 geplaatst met daaronder het symbool voor betaald parkeren (hand met munt). Dit bord is iets schuin geplaatst ten opzichte van de wegas. Ter hoogte van het midden van het parkeerterrein bevindt zich rechts een zijstraat, de Gruizenstraat, met daarbij het bord G7 (voetpad). Aan het einde van het parkeerterrein, tegenover een winkel genaamd 'Hendriks', bevindt zich een trottoir met daarop een afvalcontainer. Dit stuk trottoir bevindt zich nog binnen het met paaltjes omgeven gedeelte.

10. Het hof stelt op grond van de stukken vast dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een parkeerterrein dat is voorzien van parkeervakken en dat het voertuig van de betrokkene niet in een parkeervak stond. Uit de foto's in het dossier blijkt dat in het midden van het parkeerterrein een bord E4 is geplaatst. De stelling van de gemachtigde dat het aan het begin van het parkeerterrein geplaatste bord E4 niet is herhaald, is dan ook feitelijk onjuist en evenmin relevant, omdat het een duidelijk afgegrensd parkeerterrein betreft waarvoor het centraal op het plein geplaatste bord E4 geldt. Het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens heeft geen rechtstreekse werking, zodat het beroep dat de gemachtigde daarop heeft gedaan hier verder onbesproken kan blijven. Uit artikel 24, vierde lid, van het RVV 1990 volgt dat een bord E4 gelding heeft voor de parkeergelegenheid waar dat bord is geplaatst. Op basis van de foto's in het dossier stelt het hof vast dat de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd valt binnen de parkeergelegenheid waar het bord E4 is geplaatst. Gelet hierop valt die locatie onder de werking van dit bord en kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

11. Niet is gebleken dat sprake is van een dermate onduidelijke situatie dat er aanleiding is om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Gelet op de inrichting van het parkeerterrein en de plaatsing van het bord E4 had het de betrokkene duidelijk moeten zijn dat zij haar voertuig in een parkeervak moest parkeren. Indien de betrokkene hierover twijfelde, had het op haar weg gelegen om een en ander te onderzoeken. Dat de betrokkene dit heeft nagelaten, is dan ook een omstandigheid waarvan de gevolgen voor haar rekening dienen te blijven.

12. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.

13. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.