Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8859

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-10-2019
Datum publicatie
29-10-2019
Zaaknummer
21-003642-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tegen vonnis kantonrechter staat geen hoger beroep open en evenmin cassatie. Geen conversie mogelijk. Hoger beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003642-17

Uitspraak d.d.: 22 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige straf kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 5 juli 2017 met parketnummer 96-140974-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 oktober 2019. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Artikel 404, tweede lid, Sv bepaalt – onder meer – dat ter zake vonnissen betreffende overtredingen geen hoger beroep openstaat wanneer geen andere straf of maatregel is opgelegd dan een geldboete tot een maximum van € 50. Verdachte is bij voormeld vonnis door de kantonrechter veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 50. Dat brengt mee dat in deze zaak geen hoger beroep openstaat.

De advocaat-generaal heeft zich onder verwijzing naar artikel 404, vierde lid, Sv op het standpunt gesteld dat tegen het vonnis van de kantonrechter beroep in cassatie openstaat, zodat het ingestelde rechtsmiddel als cassatieberoep moet worden doorgezonden naar de Hoge Raad. Artikel 404, vierde lid, Sv ziet echter op vonnissen die een overtreding betreffen van een verordening van – kort gezegd – een lagere regelgever. Het vonnis van de kantonrechter betreft een overtreding van artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht, strafbaar gesteld in artikel 447e Sr. Artikel 404, vierde lid, Sv is in dit geval dus niet van toepassing.

Verdachte moet niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,

mr. Z.J. Oosting en mr. J.J. Beswerda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.C. Huizenga, griffier,

en op 22 oktober 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.