Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8666

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
Wahv 200.197.255/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De gemachtigde stelt dat vanwege het ontbreken van een ambtsedige verklaring van de ambtenaar niet kan worden vertrouwd op de in het zaakoverzicht vermelde gegevens en dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Bovendien is de ambtsedige verklaring een zaakstuk in de zin van richtlijn nr. 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures zodat een ambtsedige verklaring aan de gemachtigde beschikbaar had moeten worden gesteld. Het hof stelt vast dat het dossier geen ambtsedige verklaring van de ambtenaar bevat. De Wahv stelt niet de eis dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een ambtenaar ten grondslag ligt. Het enkele ontbreken van een fysiek (ondertekend) proces-verbaal betekent dan ook niet dat de sanctie niet in stand kan blijven en het rechtvaardigt ook geenszins de conclusie dat er getwijfeld moet worden aan de gegevens in het zaakoverzicht. Nu het dossier geen ambtsedige verklaring behelst (en dit gelet op het voorgaande ook niet op grond van enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven), faalt de klacht

van de gemachtigde dat dit hem beschikbaar had moeten worden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.197.255/01

CJIB-nummer

: 187953600

Uitspraak d.d.

: 18 oktober 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 3 augustus 2016, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 121,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 15 juni 2017 en 16 juli 2018 zijn nog brieven ontvangen van de gemachtigde van betrokkene.

Beoordeling

1. Het hoger beroep richt zich - onder meer - tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij deze inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 148,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 17 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 28 februari 2015 om 20:47 uur op de N211 te 's-Gravenzande met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. Het bezwaar van de gemachtigde komt er in de kern op neer dat een ambtsedige verklaring van een ambtenaar ontbreekt, dat daarom niet kan worden vertrouwd op de in het zaakoverzicht vermelde gegevens en dat dientengevolge niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De ambtsedige verklaring is een zaakstuk in de zin van richtlijn nr. 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures zodat dit aan de gemachtigde beschikbaar had moeten worden gesteld. Verder bestrijdt de gemachtigde dat de betrokkene te hard heeft gereden en merkt hij op dat het fotofilmnummer zoals vermeld in het zaakoverzicht niet terug is te vinden op de foto's en dat het zaaknummer in het zaakoverzicht niet correspondeert met het zaaknummer zoals vermeld op de foto's. Dat de foto's en het zaakoverzicht bij elkaar horen, blijkt derhalve nergens uit.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gemachtigde merkt terecht op dat het dossier geen ambtsedige verklaring van de ambtenaar bevat. De Wahv stelt niet de eis dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een ambtenaar ten grondslag ligt. Het enkele ontbreken van een fysiek (ondertekend) proces-verbaal betekent dan ook niet dat de sanctie niet in stand kan blijven en het rechtvaardigt ook geenszins de conclusie dat er getwijfeld moet worden aan de gegevens in het zaakoverzicht.

5. Nu het dossier geen ambtsedige verklaring behelst (en dit gelet op het voorgaande ook niet op grond van enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven), faalt de klacht van de gemachtigde inhoudende dat dit hem beschikbaar had moeten worden gesteld, reeds om die reden.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:

"De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel.

Gemeten afgelezen snelheid: 70 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 67 km per uur.

Toegestane snelheid: 50 km per uur.

Overschrijding met : 17 km per uur.

(…)

De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van een geijkte radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal."

7. Voorts bevinden zich twee foto's van de gedraging in het dossier. Hierop is te zien dat het voertuig met kenteken [00-YY-YY] ter plaatse rijdt. Uit de gegevens in de databalk bij de foto's blijkt dat deze zijn gemaakt op de onder 1. genoemde datum, tijd en plaats. Bij het kopje 'snelheid' staat
70 km/h.

8. Het hof is van oordeel dat uit het samenstel van de foto's, de daarbij behorende gegevens en de gegevens in het zaakoverzicht volgt dat de gedraging is verricht. De enkele ontkenning te hard te hebben gereden, geeft het hof geen aanleiding aan voormelde gegevens te twijfelen.

9. Het hof volgt de gemachtigde niet in zijn stelling dat de foto's niet kunnen worden gelinkt aan het zaakoverzicht. Het kenteken, de datum, tijd en de locatie van de gedraging komen immers overeen. Dat het fotofilmnummer zoals vermeld in het zaakoverzicht niet bij de foto's staat en het zaaknummer in het zaakoverzicht niet correspondeert met het zaaknummer zoals vermeld bij de foto's, doet daar niet aan af.

10. Nu de gedraging vaststaat en niet gesteld of gebleken is dat geen sanctie mocht worden opgelegd, heeft de kantonrechter een juiste beslissing genomen door het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond te verklaren.

11. De gemachtigde beklaagt zich ten slotte over de hoogte van de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding. Nu de kantonrechter de inleidende beschikking in stand heeft gelaten, kan, gelet op het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197, in het midden blijven of de kantonrechter de hoogte van de proceskostenvergoeding juist heeft vastgesteld. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

12. Het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt, gelet op het hierboven genoemde arrest, afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.