Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8519

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
WAHV 200.229.221
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeren bij blauwe streep. Dat de blauwe streep, in afwijking van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, 9 centimeter breed zou zijn in plaats van 10 cm, brengt niet mee dat geen sprake is van een blauwe streep als bedoeld in artikel 25 RVV 1990. Het is vaste rechtspraak van het hof dat de bepalingen van het BABW zich richten tot de wegbeheerder.

Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2020/105
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.229.221

15 oktober 2019

CJIB 202871120

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland

van 25 september 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep terwijl de toegestane parkeertijd is verstreken”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 november 2016 om 13:14 uur op de Noorderkerkstraat te Elburg met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene stelt dat er ten onrechte een sanctie is opgelegd, aangezien de blauwe streep niet voldoet aan de eisen die gesteld worden in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de daarop gebaseerde Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. In de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is voorgeschreven dat strepen een minimale breedte van 10 centimeter dienen te hebben, terwijl de breedte van de streep in onderhavig geval 9 centimeter is. Volgens de betrokkene is er dan ook sprake van schending van de rechtszekerheid aangezien er van burgers verlangd wordt dat zij zich te allen tijde houden aan rechtsregels, terwijl er vanuit de zijde van de overheid sancties opgelegd mogen worden, ongeacht of de - van overheidswege opgestelde - rechtsregels juist worden toegepast, of niet.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 25 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 25 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

"1. Het is verboden in een parkeerschijfzone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.

2. Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf.

Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst."

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Ik, verbalisant, zag dit voertuig geparkeerd staan in een parkeerschijfzone, terwijl de toegestane parkeerduur met 104 minuten was verstreken."

5. Dat de blauwe streep, in afwijking van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, 9 centimeter breed zou zijn in plaats van 10 centimeter, brengt niet mee dat er geen sprake is van een blauwe streep in de zin van artikel 25 van het RVV 1990. Het is vaste rechtspraak van dit hof dat de bepalingen in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zijn gericht tot de wegbeheerder. Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen.

6. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet betwist dat hij zijn voertuig op de datum en het tijdstip als hiervoor vermeld op de Noorderkerkstraat te Elburg heeft geparkeerd zonder voor dat tijdstip geldende parkeerschijf, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.

7. Dat bij de betrokkene enig misverstand is ontstaan over de vraag of sprake was van een parkeerverbodszone is niet gebleken. Uit de verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd blijkt dat de betrokkene een duidelijk zichtbare parkeerschijf op het dashboard had neergelegd, waaruit echter bleek dat de toegestane parkeertijd was verstreken. Reeds gelet hierop treft het beroep van de betrokkene op de door hem aangehaalde beslissing van de kantonrechter geen doel.

8. De sanctie is terecht opgelegd. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.