Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8500

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
Wahv 200.236.182/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Inhalen bij een doorgetrokken streep. Anders dan de betrokkene veronderstelt is er - al naar gelang de lengte van de doorgetrokken streep - geen uitzondering van toepassing op het verbod een doorgetrokken streep te overschrijden. Dat de minimumlengte in artikel 2, vierde lid, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens wordt genoemd, doet hier niet aan af. Het is vaste rechtspraak van het hof dat de bepalingen van het BABW zich richten tot de wegbeheerder. Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2020/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.236.182/01

CJIB-nummer

: 209840799

Uitspraak d.d.

: 15 oktober 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen)”, welke gedraging zou zijn verricht op

8 augustus 2017 om 12:21 uur op de Jurriaan Kokstraat te Scheveningen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De betrokkene betwist niet dat hij een witte ononderbroken streep heeft overschreden, maar hij stelt zich op het standpunt dat hij niet in overtreding is geweest. Uit de verkeerswet blijkt dat over een doorgetrokken streep rijden niet betekent dat je direct een boete krijgt. Als de doorgetrokken streep korter is dan twintig meter dan mag deze bereden worden, tenzij er gevaar is voor overige weggebruikers. Op zo'n kort stukje heeft hij dat dus gedaan. De betrokkene klaagt er verder over dat de officier van justitie geen beeldmateriaal heeft verstrekt en dat er nooit antwoord is gekomen op de vraag bij welk perceel de overtreding is begaan. Tot slot merkt de betrokkene nog op dat hij niet is staandegehouden.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 76, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990).

4. Artikel 62 van het RVV 1990 bepaalt dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Artikel 76, eerste lid, tweede volzin, van het RVV 1990 bepaalt dat bestuurders zich niet links van een doorgetrokken streep mogen bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen.

5. In hoofdstuk IV, artikel 2, vierde lid, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is het volgende bepaald ten aanzien van de doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 76 van het RVV 1990: ''De minimumlengte van de doorgetrokken streep bedraagt 20 m.''

6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die onder meer door deze ambtenaar zelf is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring:

''Bestuurder haalde een personenauto in door middel van overschrijding van een doorgetrokken streep. Bestuurder niet staande kunnen houden ivm het tijdens de dienst rijden in een burgervoertuig en ivm een afspraak op het politiebureau.''

8. Naar aanleiding van het verweer van de betrokkene heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal een aanvullende verklaring overgelegd van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Zij verklaart - voor zover hier van belang - het volgende op ambtsbelofte:

''Op het stuk waar de overtreding heeft plaatsgevonden zijn twee stukken waar er een doorgetrokken streep is. Het eerste stuk is vanaf de Bethelkerk tot de T-splitsing met de Heemraadstraat. Volgens afstandmeten.nl betreft dit een afstand van 65,15 meter. (…) Het tweede stuk is vanaf de T-splitsing met de Heemraadstraat tot de T-splitsing met de Marcelisstraat. Volgens afstandmeten.nl betreft dit een afstand van 20,74 meter. (…) Beide stukken zijn dus langer dan 20 meter. Daarbij komt dat er zeker een gevaar setting is omdat er een auto op de tegenliggende weg uit een zijstraat kon komen of een geparkeerde auto de weg op zou kunnen draaien. Deze bestuurders verwachten geen voertuig welke een doorgetrokken streep overschreden heeft en zullen niet naar rechts kijken tijdens het invoegen.''

9. Het verweer dat, zo begrijpt het hof zijn standpunt, ten onrechte niet is staandegehouden faalt. De ambtenaar heeft verklaard dat zij de bestuurder niet kon staandehouden omdat zij in een burgervoertuig reed en zij daarnaast op weg was naar een afspraak op het politiebureau. Onder dergelijke omstandigheden mag de sanctie met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder worden opgelegd.

10. Op grond van de in het zaakoverzicht vermelde gegevens stelt het hof in de eerste plaats vast dat onderhavige zaak een visuele waarneming van de ambtenaar betreft, waarbij geen beeldmateriaal van de geconstateerde gedraging is gemaakt. Er is dan ook geen beeldmateriaal van de gedraging beschikbaar.

11. De betrokkene merkt in reactie op de aanvullende verklaring van de ambtenaar terecht op dat zijn geboortedatum hier onjuist in is vermeld. Het hof beschouwt dit als een kennelijke verschrijving en verbindt daaraan geen gevolgen.

12. Het hof begrijpt het standpunt van de betrokkene zo dat hij meent dat je mag inhalen bij een doorgetrokken streep die korter is dan 20 meter. Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

13. Het bepaalde in artikel 62 van het RVV 1990 in verbinding met artikel 76 van het RVV 1990 houdt een absoluut verbod in. De enkele omstandigheid dat de doorgetrokken streep is overschreden, is dan ook voldoende voor de vaststelling van de gedraging. Er is derhalve - al naar gelang de lengte van de doorgetrokken streep - geen uitzondering van toepassing op dit verbod. Dat de lengte in artikel 2, vierde lid, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens wordt genoemd, doet hier niet aan af. Het is vaste rechtspraak van dit hof dat de bepalingen in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zijn gericht tot de wegbeheerder. Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen.

14. Gelet op vorenstaande is komen vast te staan dat de onderhavige gedraging is verricht. Ten aanzien van zijn stelling dat de pleeglocatie niet exact is genoemd merkt het hof nog op dat het geen aanleiding ziet om aan te nemen dat bij de betrokkene enig misverstand kan zijn ontstaan omtrent de pleeglocatie, nu de betrokkene erkent dat hij een witte ononderbroken streep heeft overschreden.

15. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn om de sancties achterwege te laten of het bedrag van de sancties te matigen.

16. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat slechts bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

17. De omstandigheid dat hij de overige weggebruikers niet in gevaar zou hebben gebracht met zijn inhaalactie, is geen omstandigheid die aanleiding geeft af te wijken van de vastgestelde tarieven. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van gevaarzetting. Om die reden kan niet worden gezegd dat die omstandigheid dusdanig is dat de sanctie dient te worden gematigd of in zijn geheel achterwege dient te blijven.

18. De sanctie is dan ook terecht opgelegd. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.