Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8452

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
13-11-2019
Zaaknummer
200.263.861
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering benadeelde partij, ex artikel 421 lid 4 Sv, niet-ontvankelijk. Geen straf of maatregel opgelegd dan wel toepassing van artikel 9a Sr. Tegen een niet-ontvankelijkverklaring staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.263.861

(parket- en volgnummer rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, 05-199451-17 en 3)

arrest van 15 oktober 2019

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. M.J. Hoogendoorn,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde] ,

niet verschenen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de aantekening mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 23 april 2019.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 23 juli 2019,

- de akte inzake ontvankelijkheid van [appellant] .

2.2

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

3 De ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1

[appellant] heeft in een strafrechtelijke procedure tegen [geïntimeerde] een vordering ingesteld als benadeelde partij. De politierechter heeft [geïntimeerde] vrijgesproken van het ten laste gelegde strafbare feit en de vordering van [appellant] afgewezen.

3.2

[appellant] heeft zijn hoger beroep van het vonnis van de politierechter gebaseerd op artikel 421 lid 4 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Daaruit maakt het hof op dat het Openbaar Ministerie en/of [geïntimeerde] tegen het vonnis geen hoger beroep hebben ingesteld. Op grond van artikel 421 lid 4 Sv kan de benadeelde partij in dat geval tegen het deel van het vonnis waarbij haar vordering is afgewezen, in hoger beroep komen bij het gerechtshof. In dat geding zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inzake het rechtsgeding in hoger beroep van overeenkomstige toepassing. De behandeling van de vordering wordt door het gerechtshof afgewikkeld als ware zij ook in eerste aanleg door de civiele rechter beoordeeld.

3.3

De politierechter heeft de vordering van [appellant] kennelijk niet op inhoudelijke gronden afgewezen, maar vanwege de omstandigheid dat [geïntimeerde] is vrijgesproken van het ten laste gelegde strafbare feit. Immers, op grond van artikel 361 lid 2, aanhef en onder a, Sv is de benadeelde partij alleen ontvankelijk in haar vordering indien de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd, dan wel in geval van toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De afwijzing van de vordering van [appellant] door de politierechter moet daarom worden begrepen als een niet-ontvankelijkverklaring van die vordering.

Tegen deze beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring heeft de wet geen hoger beroep opengesteld (zie Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1688). In een bijzondere appelmogelijkheid, zoals die van artikel 421 lid 4 Sv, behoeft ook niet te worden voorzien, nu zodanige niet-ontvankelijkverklaring de benadeelde partij niet berooft van de mogelijkheid haar vordering tot schadevergoeding aan de burgerlijke rechter (in het onderhavige geval de kantonrechter) voor te leggen.

3.4

Gelet op het voorgaande zal [appellant] niet-ontvankelijk worden verklaard zijn hoger beroep.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van de afwijzing van de vordering benadeelde partij in het mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 23 april 2019.

Dit arrest is gewezen door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, H. Wammes en S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019.