Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8351

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
Wahv 200.235.758/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Snelheid. Betrouwbaarheid meting met lasergun.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.235.758/01

CJIB-nummer

: 204785722

Uitspraak d.d.

: 10 oktober 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 15 februari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd. Een kopie daarvan is doorgestuurd naar de betrokkene.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 223,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 23 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 31 januari 2017 om 08:58 uur op de Tunnelweg te Kerkrade met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De betrokkene betwist de betrouwbaarheid van de meting en stelt dat de kantonrechter zou hebben verzuimd om hier nader onderzoek naar te doen. Daartoe verwijst hij naar een arrest van de Hoge Raad van 22 augustus 2000 (NJ 2001, 60; LJN AA 6827). Hij stelt dat de aanwezigheid van apparatuur aan boord van zijn voertuig de meting met de lasergun zou hebben verstoord. Hierdoor zou er volgens hem sprake zijn van een foutieve meting. De kantonrechter is bovendien niet ingegaan op het standpunt met betrekking tot de verstoring door de boordapparatuur. Daarnaast klaagt hij over het feit dat de ambtenaar de gemeten snelheid niet aan hem heeft getoond op de lasergun. Verder geeft de betrokkene te kennen dat de door hem afgelegde verklaring niet volledig in het zaakoverzicht is opgenomen. In reactie op het verweerschrift van de advocaat-generaal voert hij verder nog aan dat het relevant is om te weten of de bedienaar de laser onder een juiste meethoek heeft gebruikt. Nu de meethoek niet wordt vermeld in het zaakoverzicht, gaat hij ervan uit dat de meting is verricht onder een foutieve meethoek.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:

"De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 76 km per uur.

Werkelijk (gecorrigeerde) snelheid: 73 km per uur.

Toegestane snelheid: 50 km per uur.

Overschrijding met: 23 km per uur.

Merk/Soort meetmiddel: Truespeed LTI 20/20.

Serienummer: LS003152.

Meetafstand: 276,00 M.

Afstand tot rijlijn: 5,00 M.

Goedkeuring meetmiddel geldig tot: 08-12-2017. (…)

Verklaring betrokkene: Ik betwist de rechtsgeldig (het hof begrijpt: de rechtsgeldigheid) van de meting omdat ik niet die snelheid heb gereden. (…)''

5. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, d.d. 11 september 2017, bevat als verklaring van de betrokkene ambtenaar, inhoudende (voor zover hier relevant):

''De lasergun geeft aan de snelheid en de meetafstand van het gemeten voertuig. Deze gemeten waarden worden portofonisch doorgegeven aan de collega's die de overtreding verder afhandelen. De collega die de overtreding verder afhandelt herhaalt portofonisch nog eens deze waarden ter controle. Als de waarden kloppen geef ik de bevestiging portofonisch door dat de waarden van de meting overeenkomen.''

6. Met betrekking tot de klacht dat de verklaring van de betrokkene onvolledig is weergegeven in het zaakoverzicht, overweegt het hof dat de verklaring van de betrokkene niet wordt gebruikt voor de vaststelling dat de gedraging is verricht.

7. Voor zover de betrokkene meent dat uit de door hem genoemde uitspraak van de Hoge Raad volgt dat de kantonrechter een onderzoek moet doen naar de betrouwbaarheid en het juiste gebruik van het meetmiddel, berust dat op een onjuiste lezing van die uitspraak. Deze uitspraak heeft namelijk slechts betrekking op snelheidsmetingen die zijn verricht door middel van apparatuur voor het gebruik waarvan geen wettelijke regeling voorhanden is. Daarvan is in dit geval geen sprake; de snelheidsmeter die in dit geval is gebruikt valt immers onder het bereik van de Regeling meetmiddelen politie (zie artikel 1 onder a van die regeling). Bovendien was deze snelheidsmeter, zoals uit het voorgaande blijkt, gekeurd.

8. De stelling dat de meting van de lasergun zou zijn verstoord, zal het hof passeren. Uit het door de advocaat-generaal ingebrachte schrijven van de verkeersspecialist [B] volgt (kort samengevat) dat de lasergun bij elke verstoring waardoor de waarde onzeker zou zijn, geen gemeten snelheid weer zal geven. Als er al wel een (geringe) verstoring plaats zal vinden, dan moet deze binnen de toegestane waarden vallen, aldus verkeerspecialist [B] .

9. Uit de hiervoor onder 5. weergegeven verklaring van de ambtenaar blijkt de werkwijze bij een dergelijke (gerichte) snelheidscontrole. In reactie op het standpunt van de betrokkene dat de gemeten snelheid niet door de ambtenaar is getoond, heeft verkeerspecialist [B] aangegeven dat het bij deze lasergun niet mogelijk is om de vorige snelheid terug te halen. Hoewel het, zoals de advocaat-generaal ook opmerkt, netjes was geweest dat de ambtenaar bij de staandehouding hier enige uitleg over had gegeven, ziet het hof hierin geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de meting.

10. Ten aanzien van de meethoek overweegt het hof het volgende. Door middel van vermelding van de afstand tot de rijlijn alsmede de afstand tot het gemeten voertuig in het zaakoverzicht van het CJIB, kan de hoek worden bepaald waaronder de meting is verricht en daarmee het zogenoemde cosinuseffect dat optreedt bij snelheidsmetingen met behulp van een laserapparaat. Indien het voertuig recht van voren of van achteren wordt gemeten (en de afstand tot de rijbaan dus gelijk is aan nul) is de gemeten snelheid gelijk aan de werkelijke snelheid. Is de hoek waaronder wordt gemeten maximaal, dat wil zeggen negentig graden, dan is de gemeten snelheid ongeacht de werkelijk gereden snelheid gelijk aan nul. Teneinde de werkelijk gereden snelheid zo dicht mogelijk te benaderen is het wenselijk dat cosinuseffect te minimaliseren. Dit wordt bereikt door de hoek waaronder wordt gemeten zo klein mogelijk te houden. In de praktijk wordt voorgeschreven dat de afstand tot de rijlijn niet groter is dan een tiende van de afstand tot het gemeten voertuig. Indien die verhouding 1:10 wordt gehanteerd wijkt de gemeten snelheid niet meer dan 0,5% af van de werkelijk gereden snelheid. Naarmate de hoek waaronder wordt gemeten groter is, wordt de gemeten snelheid in verhouding tot de werkelijk gereden snelheid lager, hetgeen dus in het voordeel van de betrokkene is (zie ook Hof Leeuwarden

22 januari 2008, LJN BD8232).

11. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de afstand tot de rijlijn 5 meter was en dat de meetafstand tot het voertuig 276,00 meter was. Hieruit kan worden afgeleid dat de ambtenaar zich niet loodrecht voor het voertuig van de betrokkene bevond. Derhalve is er sprake van een hoek tussen het laserapparaat en het voertuig, waardoor het meetresultaat lager uitvalt dan de werkelijk gereden snelheid. Kortom, deze meting is dus in het voordeel van de betrokkene. Het hof ziet ook hierin geen reden tot twijfel aan de juistheid van de meting. Nu verder niet wordt betwist dat met de gemeten snelheid is gereden, staat vast dat de onderhavige gedraging is verricht.

12. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard. Het hof wijst de klacht over het motiveringsgebrek af en zal de bestreden beslissing bevestigen. Uit de motivering van de beslissing van de kantonrechter blijkt voldoende dat de door de betrokkene aangedragen gronden van het beroep in de beslissing zijn betrokken. Dat de kantonrechter niet expliciet op de door de betrokkene aangedragen argumenten - die zien op de verstoring van de laser door de boordapparatuur - is ingegaan, houdt niet in dat er sprake is van strijd met het motiveringsbeginsel.

13. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.