Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8350

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
WAHV 200.231.978
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoorplicht. De gemachtigde is in dit geval voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord door de officier van justitie. Van de gemachtigde mag, als professioneel rechtsbijstandverlener, worden verwacht dat hij met voldoende redenen onderbouwt waarom een hoorzitting opnieuw niet door kan gaan op een voorgestelde datum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.231.978

10 oktober 2019

CJIB 202825467

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 29 november 2017

betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het recht om te worden gehoord is geschonden. De kantonrechter heeft dat miskend. De officier van justitie heeft de gemachtigde wel uitgenodigd voor een hoorzitting, maar deze had voorafgaande aan de zitting niet in alle dossiers die staan genoemd op de uitnodiging de stukken verstrekt. Een betrokkene dan wel zijn gemachtigde heeft recht op het procesdossier om zich te kunnen verweren.

2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in de brief van 27 december 2016 met daarin de gronden tegen de inleidende beschikking heeft verzocht om te worden gehoord. In het dossier bevindt zich een (aangetekend verzonden) uitnodiging van 27 februari 2017 van de CVOM voor een hoorzitting op 29 maart 2017, of een telefonische hoorzitting op 27 of
28 maart 2017. De uitnodiging had betrekking op meerdere zaken, waarvan de CJIB-nummers in een bijlage zijn genoemd. Per brief van 9 maart 2017 heeft de gemachtigde aangegeven verhinderd te zijn op de voorgestelde data. Op 13 maart 2017 heeft de CVOM een brief (aangetekend) verstuurd waarin de gemachtigde nog éénmaal wordt uitgenodigd voor een hoorzitting. De datum voor die hoorzitting is 5 april 2017. In de brief wordt vermeld dat wanneer binnen de gegeven termijn geen reactie op het schrijven wordt ontvangen of als de gemachtigde na het maken van een afspraak zonder tegenbericht niet bereikbaar is of verschijnt, dit wordt gezien als een mededeling conform artikel 7:17 aanhef en onder d Algemene wet bestuursrecht. In een brief met datum 23 maart 2017 merkt de gemachtigde op dat nog steeds niet in elke zaak het procesdossier is verstrekt en wordt verzocht om dat gebrek te herstellen om daarna een nieuwe datum te plannen. De gemachtigde schrijft ook dat hij niet afziet van het recht om te worden gehoord.

3. Naar het oordeel van het hof is de gemachtigde voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De officier van justitie heeft, nadat de gemachtigde had aangegeven verhinderd te zijn op het moment in de eerste uitnodiging, de zitting verplaatst en een nieuwe uitnodiging verstuurd. Van de gemachtigde mag, als professioneel rechtsbijstandsverlener, worden verwacht dat hij met voldoende redenen onderbouwt waarom een hoorzitting opnieuw niet door kan gaan op een voorgestelde datum. Hoewel in beginsel de op een zaak betrekking hebbende stukken moeten zijn verstrekt voorafgaand aan de hoorzitting, heeft de gemachtigde in reactie op het tweede voorstel enkel niet nader gespecificeerd aangevoerd dat niet in alle zaken de stukken zijn verstrekt. De gemachtigde had dit in reactie op de eerste uitnodiging ook al slechts in algemene bewoordingen aangegeven. De gemachtigde heeft niet ontkend in deze zaak de stukken te hebben ontvangen. Zonder verdere onderbouwing van de verhindering van de gemachtigde op het moment van de tweede datum voor een hoorzitting, kan dan ook niet gezegd worden dat de officier van justitie nogmaals een voorstel voor een hoorzitting had moeten doen. Dat de gemachtigde heeft aangevoerd geen afstand te doen van het recht te worden gehoord, doet daar niet aan af.

4. Verder richten de bezwaren van de gemachtigde zich tegen de beslissing van de kantonrechter om de inleidende beschikking in stand te laten. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 88,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 11 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 3 november 2016 om 17.48 uur op de N11 te Hazerswoude-Rijndijk met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

5. De gemachtigde ontkent namens de betrokkene de gedraging. Het was niet mogelijk om te hard te rijden omdat er vlak voor de flitscontrole een ongeval was gebeurd waardoor het erg druk en chaotisch was op de weg. Ook liepen er mensen langs de rijbaan, waarschijnlijk waren die betrokkene bij het ongeval.

6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de gegevens zoals vermeld op de inleidende beschikking. Kort samengevat is verder vermeld dat is gemeten dat met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] een (ongecorrigeerde) snelheid van 84 km/h is gereden, terwijl de maximaal toegestane snelheid 70 km/h was. Verder bevat het dossier foto's van de gedraging. Hierop is een voertuig met voornoemd kenteken te zien. De gegevens in de databalk bij de foto's komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht.

8. De gemachtigde ontkent de gedraging, maar geeft hiervoor geen/onvoldoende argumenten. Wat hij heeft aanvoert komt neer op een enkele ontkenning van de gedraging. Het dossier bevat evenmin aanwijzingen dat de gegevens niet juist zijn. Het hof ziet daarom geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

9. Gelet op de het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.