Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8130

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
WAHV 200.202.425
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het verweer van de betrokkene dat de politie ook heeft gehandeld in strijd met de geslotenverklaring, slaag niet. De betrokkene en de politie zijn geen gelijkwaardige verkeersdeelnemers. Het hof verwijst naar het door de Minister van Infrastructuur en Milieu gegeven beschikking van 21 januari 2013, kenmerk RWS 2013/3317, waarbij ten behoeve van politieambtenaren vrijstelling wordt verleend van de bepalingen van het RVV 1990.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.202.425

7 oktober 2019

CJIB 186799883

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 20 september 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om aanvullende informatie.

Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de betrokkene. Deze heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer)”, welke gedraging zou zijn verricht op 26 november 2014 om 15:36 uur op de Prins Bernhardstraat te Hillegom met het voertuig met het kenteken

[00-YY-YY] .

2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht. Het bezwaar van de betrokkene komt in feite neer op een klacht over het handelen van de politie bij de staandehouding. De betrokkene beklaagt zich er verder over dat de politie ook heeft gehandeld in strijd met de geslotenverklaring. De politie is namelijk door dezelfde straat teruggereden.

3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet ontkent gehandeld te hebben in strijd met een geslotenverklaring, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

4. Het hof stelt voorop dat in deze procedure de vraag ter beoordeling voorligt of de gedraging is verricht en of sprake is van zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd zou moeten worden. De klacht van de betrokkene over de handelswijze van de verbalisanten valt buiten de reikwijdte van deze procedure. Voor zover de betrokkene daaromtrent alsnog een klacht wenst in te dienen, dient zij zich te wenden tot de korpschef van het korps waarvan die verbalisanten deel uitmaken.

5. Het verweer van de betrokkene dat de politie ook gehandeld heeft in strijd met de geslotenverklaring, begrijpt het hof als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Dit verweer slaagt niet. De betrokkene en een politieambtenaar zijn geen gelijkwaardige verkeersdeelnemers. In dit kader verwijst het hof naar het door de Minister van Infrastructuur en Milieu gegeven beschikking van 21 januari 2013, kenmerk RWS 2013/3317, waarbij ten behoeve van (kort gezegd) politieambtenaren - met inachtneming van de genoemde voorwaarden - vrijstelling wordt verleend van de bepalingen van het RVV 1990.

6. Gelet op het voorgaande zijn er naar het oordeel van het hof geen redenen om de sanctie achterwege te laten of het bedrag daarvan te matigen. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.