Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:8040

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
WAHV 200.227.578
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 WVW 1994. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat met het voertuig gevaar of hinder is veroorzaakt of kon worden veroorzaakt. Dat er een wit kruis op de weg was aangebracht, brengt niet zonder meer mee dat sprake is van gevaar/hinder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.227.578

2 oktober 2019

CJIB 205350654

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland

van 27 oktober 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”, welke gedraging zou zijn verricht op 16 februari 2017 om 12.42 uur op de Molenwoid te Midwoud met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene voert aan dat er geen sprake is van hinder of gevaar. Een bewoner heeft eens geklaagd dat er dubbel geparkeerd werd en dat daardoor de doorgang naar de steeg werd belemmerd. Daarom heeft de gemeente een wit kruis op de straat gezet. De plek is al 35 jaar een parkeerplaats en de hulpdiensten konden er altijd bij. De verbalisant verklaart weliswaar dat er niet op een goede manier bij de achterkant van het gebouw kan worden gekomen, maar dat is ook niet nodig aangezien er een speciale oprit en ingang aan de voorkant is. Voertuigen worden ook niet gehinderd met uitparkeren. Ze parkeren immers in, dus dan kunnen ze er ook uit.

3. De onder 1. vermelde gedraging is een overtreding van artikel 5 van de Wegen-verkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). De betrokkene ontkent niet haar auto op voornoemde plaats te hebben geparkeerd. Voor de vraag of deze gedraging is verricht dient te worden vastgesteld of er door de manier waarop de betrokkene de auto ter plaatse heeft neergezet gevaar op de weg of hinder voor het verkeer op de weg is of kan worden veroorzaakt.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Voertuig staat op een wit kruis en een np tegel, die de gemeente geplaatst heeft voor 2 manieren. 1) voertuigen kunnen niet uitpakken 2) minder valide en hulpdiensten kunnen niet op een goede manier naar de achterkant van gebouw komen. 10 min geen laad en los act."

5. Verder bevat het dossier foto's van de situatie ter plaatse die de betrokkene heeft toegestuurd. Hierop is een doodlopende straat te zien. Aan het einde is op de rijbaan een wit kruis te zien met daarbij een tegel waar "NP" op staat. Op verschillende foto's is ook een voertuig te zien dat midden op het kruis geparkeerd staat. Links en rechts van het voertuig is nog een deel van de rijbaan vrij.

6. Het hof stelt voorop dat niet is gebleken dat ter plaatse een parkeerverbodsbord (zoals het bord E1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) dan wel een bord met een verbod om stil te staan (zoals het bord E2 van voornoemde bijlage) aanwezig is. Hieruit volgt dat het ter plaatse parkeren dan wel laten stilstaan van een voertuig op de weg in beginsel is toegestaan, mits niet wordt gehandeld in strijd met het algemene verbod van artikel 5 WVW 1994. Dat ter plaatse een wit kruis en een tegel met "NP" waren aangebracht op het wegdek, doet hier niet aan af.

7. Het hof is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de betrokkene haar voertuig zodanig had neergezet dat daardoor gevaar of hinder werd veroorzaakt dan wel kon worden veroorzaakt. In het licht van wat de betrokkene heeft aangevoerd en onderbouwd met foto's, heeft de verbalisant niet concreet aangegeven waar dat gevaar of die hinder dan uit zou hebben (kunnen) bestaan. Dat er een kruis op het wegdek was geplaatst, maakt niet dat parkeren op die plaats zonder meer gevaar of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de rijbaan eindigt op de plaats van de gedraging en hulpdiensten niet nog verder door kunnen rijden, zodat het voertuig in dat opzicht niet per se in de weg staat. De rijbaan is breed genoeg om naast het voertuig de stoep en steeg te kunnen bereiken. Gelet op de foto's valt ook niet zonder meer in te zien dat overige voertuigen niet kunnen uitparkeren. Bij deze stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag dient aan de betrokkene te worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 205350654 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.