Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7845

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-09-2019
Datum publicatie
26-09-2019
Zaaknummer
21-001720-19 ia
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2019:1188
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een tussenarrest gewezen in de zaak die bekend staat als de moord, subsidiair doodslag, zonder lijk. De rechtbank Noord-Nederland heeft de toenmalige echtgenoot van het sinds 10 januari 2010 vermiste slachtoffer uit Siddeburen bij vonnis van 26 maart 2019 wegens doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar. Ontkennende verdachte. De onderzoekswensen van de verdediging zijn op de regiezitting van 4 september 2019 besproken en deels toegewezen. Het hof heeft daaraan ambtshalve enkele te verrichten onderzoekshandelingen toegevoegd. Zo dient er een proces-verbaal opgemaakt te worden over de wijze waarop destijds met het DNA-materiaal is omgegaan, dient het forensisch sporenmateriaal herbeoordeeld te worden met behulp van de huidige forensische kennis en technologie en dient aan het dossier al het beschikbare beeld- en fotomateriaal te worden toegevoegd, voor zover niet reeds opgenomen. Voorts wenst het hof door een cultureel antropoloog te worden geïnformeerd over de (culturele) betekenis van het afknippen van haar en over de werkwijze van lijkenspeurhonden en hun instructeurs/hondengeleiders. Ten slotte dient een proces-verbaal te worden opgemaakt over de bevindingen van destijds van de buurtagent voor wat betreft zijn contacten met verdachte (kort) na de verdwijning van dienst echtgenote. Het hof stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris om uitvoering te geven aan het vorenstaande.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001720-19

Uitspraak d.d.: 18 september 2019

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 26 maart 2019 met parketnummer 18-630047-10 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 26 maart 2019 verdachte vrijgesproken van moord en hem ter zake van doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Voorts zijn er beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen. De rechtbank heeft daarnaast de gevangenneming van verdachte bevolen, welke beslissing, na hoger beroep door de verdediging, door dit hof op 15 april 2019 is bekrachtigd. Vanwege het verblijf van verdachte in Marokko is dit bevel tot op heden niet ten uitvoer gelegd.

Namens de verdachte is tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de regiezitting van het hof van

4 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd geweest door

mr. L.P. den Hollander. De raadsman, mr. F.H. Kappelhof, heeft namens de (afwezige) verdachte en daartoe door hem uitdrukkelijk gemachtigd het woord gevoerd.

Het hof heeft kennis genomen van de appelschriftuur van de raadsman van 16 mei 2019, houdende een aantal onderzoekswensen, de reactie daarop van de advocaat-generaal van

8 augustus 2019, alsmede de toelichting daarop ter terechtzitting van 4 september 2019 van de zijde van de verdediging en het openbaar ministerie, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die zitting.

Beoordeling van de onderzoekswensen van de verdediging, tevens houdende beslissingen inzake de door het hof noodzakelijk geachte onderzoekshandelingen

DNA

Het hof wijst toe het verzoek van de raadsman om de politie een proces-verbaal op te laten maken met betrekking tot de wijze waarop is bemonsterd, de mogelijke risico’s van contaminatie en de inachtneming van de relevante, (destijds) geldende FT en FO normen.

Herbeoordeling forensisch sporenmateriaal

Gelet op de bijzondere ernst en aard van de zaak, mede bezien in het licht van de gedateerdheid van de zaak (2010) en het ontbreken van een stoffelijk overschot, acht het hof het noodzakelijk dat er met behulp van de huidige forensische kennis en technologie een herbeoordeling plaatsvindt van al het voorhanden zijnde forensisch sporenmateriaal, zowel van hetgeen reeds is onderzocht, als van het bij het opsporingsonderzoek verkregen materiaal dat nog niet is onderzocht. Het hof acht het beleggen van een regiebijeenkomst bij de raadsheer-commissaris daartoe aangewezen, in aanwezigheid van de advocaat-generaal, de raadsman en een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut om de te onderzoeken aspecten af te bakenen, nader te concretiseren en onderzoeksvragen te formuleren.

Toevoegen foto- en beeldmateriaal

Het hof acht het voorts noodzakelijk dat al het beschikbare foto- en overig beeldmateriaal, voor zover niet reeds opgenomen in het dossier, wordt toegevoegd aan het dossier.

Betekenis afknippen haar

Uit het dossier blijkt dat in een afvalemmer in de badkamer in de woning van verdachte een

haarstreng, ook aan te merken als een paardenstaart, is aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat deze toebehoorde aan [vermiste] . Deze haarstreng is vermoedelijk op enig moment in de avond of nacht van 10 januari 2010 afgeknipt. Uit webcamcontacten van die avond lijkt te kunnen volgen dat [vermiste] in elk geval tot ongeveer 20.00 uur beschikte over haar oorspronkelijke haar. Het hof wenst door een cultureel antropoloog geïnformeerd te worden over de mogelijke betekenis(sen) van het afknippen van het eigen haar of dat van een ander, daarbij mede uitgaande van het gegeven dat [vermiste] kapster was en hechtte aan haar uiterlijk en zowel verdachte als [vermiste] in meer of mindere mate moslim waren. Voor het hof is het de vraag of aan dit gegeven een (culturele) betekenis kan worden toegekend.

Lijkenspeurhonden

Voorts is in de bewijsvoering van de rechtbank gebruik gemaakt van de bevindingen van lijkenspeurhonden. Door de raadsman zijn vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van deze bevindingen en de conclusies die daaruit door de rechtbank zijn getrokken.

Los daarvan wil ook het hof nader geïnformeerd worden over de werkwijze van de ingezette honden en hun instructeurs, de specialisatie(s) van de honden waar het gaat om het herkennen van lijkengeur of bloed of een combinatie daarvan, hun reactie op beide soorten sporen, de herkenbare verschillen daarin en de betekenis die daaraan kan/moet worden toegekend. Ook wil het hof geïnformeerd worden over het ontstaan van een lijkengeur, de termijn waarop dat gebeurt, de omstandigheden die dat bepalen en wat dit betekent voor de termijn waarbinnen of waarbuiten lijkenspeurhonden kunnen worden ingezet.

De destijds bij het betreffende onderzoek betrokken instructeurs/hondengeleiders, dan wel een ter zake kundige verbalisant, dienen/dient daartoe een aanvullend proces-verbaal op te maken.

Proces-verbaal bevindingen buurtagent

Het hof wijst het verzoek van de raadsman om verbalisant [verbalisant] , destijds buurtagent te [plaats] , te horen in zoverre toe dat een proces-verbaal dient te worden opgemaakt over de bevindingen van de betreffende agent met betrekking tot zijn contacten met verdachte in de periode (kort) na de verdwijning van [vermiste] . Hierbij is met name de vraag aan de orde of/in hoeverre verdachte erop heeft aangedrongen om actie te ondernemen om zijn vrouw te vinden.

Onderzoek medische toestand [moeder vermiste]

Het verzoek van de raadsman om nader onderzoek te doen naar de mentale toestand van [moeder vermiste] , de moeder van [vermiste] , wordt afgewezen, nu een juridische basis voor een dergelijk verzoek ontbreekt en het hof ook overigens geen mogelijkheden ziet om thans de mentale toestand van [moeder vermiste] op 10 januari 2010 nader in kaart te brengen. Bij dit oordeel heeft het hof betrokken dat [moeder vermiste] , in het bijzijn van haar dochter [zuster vermiste] , op 18 januari 2018 in Casablanca gehoord is door de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Noord-Nederland. De daarop betrekking hebbende stukken maken deel uit van het dossier.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek onder gelijktijdige schorsing daarvan.

Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde uitvoering te geven aan het bovenstaande en, indien zijn/haar bevindingen daartoe gaandeweg aanleiding geven, tot aanvullende verrichtingen over te gaan.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partijen.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. L.J. Hofstra, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 18 september 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.