Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7749

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-09-2019
Datum publicatie
09-10-2019
Zaaknummer
Wahv 200.223.383/01
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Als snorfietser bij ontbreken (verplicht) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken. Camera-installatie bij doorgang onder Rijksmuseum. Om te kunnen vaststellen dat de gedraging is verricht moet in dit geval komen vast te staan dat met de snorfiets van de betrokkene is gereden in de voetgangerszone. De foto's geven hierover geen duidelijkheid. Gedetailleerde informatie omtrent de manier waarop door deze camera-installatie overtredingen worden vastgesteld, ontbreekt. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2020/107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.223.383/01

CJIB-nummer

: 195868299

Uitspraak d.d.

: 24 september 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 123,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Er zijn nog verschillende brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de kantonrechter heeft miskend dat op grond van de foto's van de gedraging niet kan worden vastgesteld dat ter plaatse met de snorfiets is gereden.

2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van “als (snor)fietser bij ontbreken (verplicht) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken (bijv. rijden op trottoir, voetpad)”, welke gedraging zou zijn verricht op

13 februari 2016 om 10:58 uur op de Museumstraat te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] . Dit kenteken betreft volgens het zaakoverzicht een snorfiets.

3. Deze gedraging betreft een overtreding van artikel 5, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Deze bepaling geldt ingevolge artikel 2b van het RVV 1990 ook voor snorfietsers.

4. Artikel 5 van het RVV 1990 luidt - voor zover relevant - als volgt:

"1. Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.

2. Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.''

5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. In het dossier bevindt zich een afdruk van de door de aangewezen ambtenaar opgemaakte ''aankondiging van beschikking''. Dit stuk houdt als zijn verklaring onder meer het volgende in:

"Ik, …, zag/hoorde dat op genoemde datum tijdstip en plaats met het omschreven voertuig de volgende gedraging/overtreding werd verricht. (…)

Toelichting: aan weerszijden van de doorgang onder het Rijksmuseum te Amsterdam is er een camera installatie geplaatst boven de weg ten behoeve van de handhaving van een voetgangersgebied, aangeduid door de borden volgens model G7, Bijlage 1 RVV 1990 voorzien van de tekst: "Zone" met onderborden waarop respectievelijk is vermeld "fietsen toegestaan op de rijloper" en "snorfietsers verboden."

7. Om te kunnen vaststellen dat de gedraging is verricht moet in dit geval komen vast te staan dat met de snorfiets van de betrokkene is gereden in de voetgangerszone.

8. In het dossier bevinden zich verder twee afdrukken van een foto. Ze zijn donker en onscherp, met name de tweede foto. Datum en tijd onderaan de foto's zijn leesbaar, evenals het onder één van de foto's vergroot afgedrukte kenteken. De leesbare gegevens komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Op de eerste foto is te zien dat er iemand op de snorfiets zit. Of er met de snorfiets wordt gereden, laat staan of dat ook op een voetpad is gebeurd, kan op basis van deze foto's niet worden vastgesteld.

9. Gedetailleerde informatie omtrent de manier waarop door deze camera-installatie overtredingen worden vastgesteld, ontbreekt (vgl. ook het arrest van het hof van 3 mei 2019, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2019:3868). Zo is niet duidelijk op welk weggedeelte de camera is gericht en of dat vóór of na het bord G7 is. Ook blijkt niet of, en zo ja op welke wijze, het systeem controleert of er sprake is van een rijdend voertuig. Bij die stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof beslist als na te melden.

10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 768,-.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 195868299 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 768,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.