Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:765

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
31-01-2019
Zaaknummer
200.190.364/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst. Vordering tot betaling ook in hoger beroep toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.190.364/01

(zaaknummer rechtbank Oost-Nederland, sector kanton, locatie Zwolle 3951437)

arrest van 29 januari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND ECO B.V.,

gevestigd te Zwolle,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde

hierna: HE,

advocaat: mr. T.H.I.M. van Pierik,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LYSNO B.V.,

gevestigd te Kampen, kantoorhoudende te Eindhoven,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Lysno,

advocaat: mr. H.H.C. van de Kerkhof.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 18 april 2016,

- het arrest van 31 mei 2016,

- productie 1 en 2 aan de zijde van HE,

- de memorie van grieven met producties,

- de memorie van antwoord met producties,

- akte uitlating producties.

1.2.

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

1.3.

HE vordert in het hoger beroep – samengevat – vernietiging van de door de kantonrechter gewezen vonnissen van 8 september 2015 en 26 januari 2016 en alsnog afwijzing van de vorderingen van Lysno met veroordeling van Lysno in de kosten van beide instanties.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in rechtsoverweging 1 van het bestreden vonnis van 8 september 2015. Aangevuld met wat er in hoger beroep is vast komen te staan, gaat het in deze zaak om het volgende:

2.2.

HE heeft op 29 oktober 2014 aan Lysno een inkoopopdracht verstrekt voor de levering van 250 ledlampen 'ISO-150 27watt 850' voor een prijs van € 9.110,00, inclusief verwijderingsbijdrage en btw . Het betreft kunststof buislampen van 1,5 m lang.

De bestelde ledlampen zijn in november 2014 aan HE geleverd en op enig moment geïnstalleerd bij de voetbalclub PEC Zwolle. HE heeft de factuur onbetaald gelaten.

2.3.

Vervolgens heeft PEC Zwolle geklaagd over het doorhangen van de ledlampen: de kunststof buizen zouden niet recht blijven, maar doorbuigen.

2.4.

In een e-mail van 8 juli 2015 schreef PEC Zwolle aan HE:

[…] – Er zijn twee soorten ledbuizen 1500mm geleverd TL 1500 mm 27/w850 L EN TL 1500mm 22w/850 L. De lichtbronnen van 27w zijn geplaatst in de hele omloop. Deze ledbuizen hangen door. Hans heeft dit ook gezien en heeft aangegeven een oplossing hiervoor te zoeken. […]

2.5.

In een e-mail van 8 oktober 2015 schreef PEC Zwolle aan Lysno:

Ik heb aangegeven dat wij tevreden zijn over de geleverde lichtbronnen, ze functioneren naar behoren en tot op heden hebben wij geen uitval gehad (uitgezonderd een tweetal lampen onder de bar van het spelershome / inmiddels zijn ze vervangen).

Wel heb ik een opmerking gemaakt over het 'doorhangen' van de 1500mm lichtbronnen (verkoopprijs Lysno +/- €45,- excl. BTW p/s – bij afname grote aantallen +/- €35,- excl BTW p/s) die zijn geplaatst in de omloop van het stadioncomplex. Het was mij niet duidelijk of het doorhangen schadelijk is voor de lamp en/of van invloed is op de lichtsterkte (aantal lumen). Aan mij is teruggekoppeld dat dit waarschijnlijk geen kwaad kon. HEF zou het voor de zekerheid nog even uitzoeken.

Fijn om van jou de bevestiging te krijgen dat het doorhangen niet schadelijk is voor de lamp, geen invloed heeft op de werking (de lichtsterkte / aantal lumen), niet verder zal gaan doorhangen en de garantie gewoon blijft gelden.”

2.6.

HE heeft Installatiebedrijf Nooter B.V. de ledlampen laten onderzoeken. In een op 15 maart 2016 gedateerde brief van Nooter B.V. aan Holland Eco Finance staat:

Betreft : doorbuigen LED-verlichting bij PEC-Zwolle.

[…]

Zoals ook mondeling met U besproken hebben wij geconstateerd dat de refit LED-buizen merk Lysno 1.50 mtr bij PEC-Zwolle ondertussen steeds meer doorbuigen.

Hierdoor zijn inmiddels meerdere buizen uitgevallen en dienen deze volgens afspraak vervangen te worden. (garantie) Wel verwachten wij dat het uitval percentage snel groter zal worden en er daardoor risico's voor de verlichting van de omgang ontstaan.

Wij stellen U voor het betreffende type te vervangen door een LED-buis met een

gegarandeerde stijfheid, het model dat wij ook hebben gemonteerd LUX7 waar geen uitval in is geconstateerd.

De analyse van onze technicus kunnen wij als volgt samenvatten;

1. Door de verdere uitputting van de stijfheid van de plastic buis zakken de buizen door.

2. Hierdoor gaan de pootjes uit de lampvoeten, (eenzijdige stroom toevoer)

3. Mogelijkheid dat er via een beperktere verbinding kortsluiting en mogelijk zelfs

vonken ontslaan. "Brandgevaar"

[…]”

2.7.

Op 30 maart 2016 schreef PEC Zwolle aan HE:

Dank voor je mail en het begeleidend schrijven van de firma Nooter.

Uit de bijgaande rapportage blijkt dat doorhangende ledbuizen de nodige risico's vormen.

Er wordt gesproken over verdere uitputting van de stijfheid van de plastic ledbuizen, waardoor de buizen nog meer gaan doorhangen. Hierdoor gaan de pootjes uit de lampvoeten (eenzijdige stroom toevoer) en er is een mogelijkheid dat via een beperktere verbinding kortsluiting en mogelijk zelfs vonken ontstaan (brandgevaar). Dit risico is onaanvaardbaar.

Ik ben het met je eens dat de lichtbronnen omgewisseld dienen te worden voor LUX7 lichtbronnen. Het verzoek deze omwisselactie per omgaande uit te laten voeren.

Hierbij wil ik duidelijk benadrukken dat de kosten voor het omzetten van het armatuur en de levering van de nieuwe lichtbronnen niet voor rekening zijn van PEC Zwolle.”

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1.

Lysno heeft in eerste aanleg – samengevat – gevorderd dat HE wordt veroordeeld tot betaling aan Lysno van € 10.299,17.

3.2.

Lysno heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zij de ledlampen aan HE heeft verkocht en geleverd. HE heeft de facturen van respectievelijk € 9.755,88 en € 638,53 ten onrechte onbetaald gelaten.

3.3.

HE voerde als verweer dat zij niet gehouden was tot betaling van de aan Holland Eco Finance gezonden factuur. Er was sprake van een testproject, maar omdat Lysno bepaalde informatie niet beschikbaar stelde, is het project niet succesvol verlopen. Vijftien ledlampen kan Lysno weer komen ophalen. De ledlampen die in het kader van het project geïnstalleerd zijn bij PEC Zwolle moeten omgeruild worden, omdat PEC Zwolle klachten heeft over de ledlampen, aldus HE.

3.4.

De kantonrechter heeft bij vonnissen van 8 september 2015 en 26 januari 2016 – samengevat – geoordeeld dat een bedrag van € 838,53 gefactureerd is aan Holland Eco Finance B.V. en dat Holland Eco Finance B.V. een ander rechtspersoon is (het gaat hier niet om een handelsnaam van HE). Dit deel van de vordering is daarom afgewezen. Het verweer van HE dat de ledlampen niet betaald hoefden te worden, is door de kantonrechter als onvoldoende onderbouwd verworpen. Concrete informatie en stukken ontbraken en de stelling is niet te rijmen met de gegeven inkoopopdracht. Het verweer dat de lampen niet beantwoordden aan de overeenkomst, is verworpen onder verwijzing naar de in 2.5 geciteerde e-mail, omdat PEC Zwolle kennelijk wel tevreden was over de lampen. HE is veroordeeld tot betaling van € 9.948,22 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1.

De twee grieven van HE richten zich (1) tegen het passeren van haar bewijsaanbod van haar stelling dat er sprake was van een opschortende voorwaarde voor de betaling vanwege het testproject, de bedoeling van een langdurige samenwerking en eventuele overname door Lysno en (2) tegen de overweging dat HE niet aannemelijk heeft gemaakt dat PEC Zwolle klachten heeft over de door Lysno geleverde ledlampen.

4.2.

De eerste grief ziet op het verweer dat sprake was van een testproject, welk verweer de kantonrechter heeft opgevat als een – in appel niet bestreden – beroep op een opschortende voorwaarde, in die zin dat HE niet verplicht is de koopsom te betalen omdat de lampen eerst zouden worden getest en pas bij akkoordbevinding betaling zou plaatsvinden (vonnis van 8 september 2015, rov. 7-8). Vast staat dat er een koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Het verweer dat er – in het kader van een testproject – nog niet betaald hoefde te worden is een beroep op een opschortende voorwaarde die (nog) niet is vervuld. Het ligt dan op de weg van HE om onderbouwd te stellen dat die voorwaarde tussen partijen geldt (Hoge Raad, 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2228).

4.3.

In dit geval heeft HE niet meer gesteld dan dat er sprake zou zijn van een “testproject”. De betekenis en de consequenties van deze term voor de betalingsverplichtingen van HE heeft zij niet inzichtelijk gemaakt of onderbouwd. Ondanks het feit dat de kantonrechter in het bestreden vonnis van 8 september 2015 uitdrukkelijk overweegt (rov. 8.) dat HE haar stelling dat sprake is van een testproject niet met stukken heeft onderbouwd en dat hetzelfde geldt met betrekking tot de gestelde samenwerking en overname, komt HE ook in hoger beroep niet verder dan een kale herhaling van haar stelling dat sprake is van een testproject en een aanbod getuigen te horen. Zij stelt niet wat er dan precies afgesproken is en/of wanneer en met wie die afspraken gemaakt zijn. Onduidelijk is wat er getest ging worden: de samenwerking, de lampen of iets anders. Ook is niets gesteld over wat de rol van partijen was ten opzichte van elkaar en ten opzichte van PEC Zwolle als uiteindelijke afnemer. De e-mails waarmee HE kennelijk wil onderbouwen dat er sprake is van een “test-project” zijn onleesbaar. Ook is in eerste aanleg door Lysno een op 21 oktober 2014 gedateerde schriftelijke “leverings- en distributieovereenkomst” overgelegd, die door HE niet althans onvoldoende is bestreden, waaruit niet blijkt van een “test-project” of enige opschortende voorwaarde voor de betaling.

4.4.

Uit de stukken blijkt dat Lysno in de gelegenheid is gesteld om boekenonderzoek te doen bij HE en ook is niet betwist dat er sprake is geweest van overnamegesprekken. Daarmee komt het verweer dat er sprake zou zijn van een “testproject” niet in een ander daglicht te staan, zodat ook deze omstandigheden niet de conclusie rechtvaardigen dat HE niet zou hoeven te betalen voor de geleverde lampen. Dat alles klemt te meer omdat HE voor € 9.000,00 aan lampen geleverd heeft gekregen die zij heeft doorverkocht en waarvoor HE op haar beurt – naar het hof aanneemt – wel betaald is.

4.5.

Nu geen concrete te bewijzen feiten zijn gesteld die aan het voorgaande kunnen afdoen komt het hof aan bewijslevering op dit punt niet toe. De eerste grief faalt daarom.

4.6.

HE stelt in de toelichting op haar tweede grief dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden heeft, op grond van tekortkomingen van Lysno.

4.7.

Volgens de kantonrechter is niet gebleken dat de geleverde lampen niet voldoen omdat HE niet aannemelijk heeft gemaakt dat PEC Zwolle klachten heeft over de ledlampen. HE stelt dat de geleverde ledlampen niet aan de overeenkomst beantwoorden, omdat de ledlampen doorhangen en brandgevaarlijk zijn. HE stelt verder dat zij inmiddels op 3 november 2016 de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.

4.8.

Het gaat hier om twee verschillende overeenkomsten. Lysno heeft de ledlampen verkocht aan HE. Zij vordert betaling en HE verweert zich door te stellen dat Lysno toerekenbaar tekort is geschoten, doordat de lampen niet aan de overeenkomst beantwoorden. De tweede overeenkomst is de koopovereenkomst tussen HE en PEC Zwolle. HE heeft de ledlampen verkocht aan PEC Zwolle. Eventuele klachten van PEC Zwolle over de ledlampen zien – in de eerste plaats – op de koopovereenkomst tussen haar en HE. Het is aan HE om te stellen welke klachten PEC Zwolle heeft en in hoeverre die klachten relevant zijn voor de overeenkomst tussen HE en Lysno.

4.9.

Uit de stellingen van partijen blijkt dat de buizen enigszins doorhangen. Op 8 oktober 2015 schreef PEC Zwolle (zie onder 2.5) opmerkingen te hebben gemaakt over het doorhangen. PEC Zwolle schreef te willen weten of het doorhangen schadelijk was voor de ledlampen of tot minder lichtsterkte zou leiden. Kennelijk zag PEC Zwolle het esthetisch effect van het doorhangen zelf niet als een ernstig probleem. HE licht niet toe wat deze klachten van PEC Zwolle voor betekenis zouden hebben in de verhouding tussen HE en Lysno. Met name stelt HE te weinig concrete feiten over de totstandkoming van de overeenkomst en wat daarbij dan precies is afgesproken. HE stelt bijvoorbeeld niet dat is overeengekomen dat de lampen in het geheel niet mogen doorhangen, of dat (en waarom) zij dat mocht verwachten. Bovendien heeft Lysno een garantie gegeven van vijf jaar op de lampen en niet blijkt dat deze garantie tot op heden is ingeroepen.

4.10.

Het hof neemt aan dat als er daadwerkelijk sprake is van brandgevaar (ook) tussen Lysno en HE geldt dat de ledlampen niet aan de overeenkomst beantwoorden. Maar dat er sprake is van brandgevaar is in deze procedure niet (voldoende) concreet door HE onderbouwd. De brief waar HE zich op beroept, houdt de samenvatting in van “de analyse van [een] technicus”. De analyse zelf is niet overgelegd en de samenvatting ervan maakt niet inzichtelijk waar die conclusie op is gebaseerd (zie onder 2.6). Een door Lysno ingeschakelde deskundige schrijft dat kortsluiting niet mogelijk is. Dat er volgens PEC Zwolle sprake is van brandgevaar is – kennelijk – gebaseerd op expliciete mededelingen van (of namens) HE dat er sprake is van brandgevaar en voor de stellingen van HE biedt dat daarom geen ondersteuning. Tegelijkertijd zijn – gelet op het partijdebat – tot aan de laatste aktewisseling in deze procedure, de ledlampen kennelijk niet vervangen. Dat laat zich moeilijk rijmen met de stelling van HE dat er sprake is van brandgevaar. Het hof komt daarom tot het oordeel dat het (in de verhouding tussen HE en Lysno) niet kan vaststellen dat er sprake is van brandgevaarlijke ledlampen, omdat HE op dit punt in het licht van het verweer van Lysno onvoldoende feitelijke gegevens heeft aangedragen. Daarom ook komt het hof niet toe aan een bewijsopdracht met betrekking tot dit punt of aan behandeling van het debat over de Dekra certificatie van de ledlampen.

4.11.

Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat er sprake is van een tekortkoming van Lysno. Dat betekent dat HE niet gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden. De tweede grief faalt ook.

5 De slotsom

5.1.

De beide grieven falen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

5.2.

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof HE in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Lysno zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 718,00

- salaris advocaat € 759,00 (1 punten × tarief I)

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter (Rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle) van 8 september 2015 en 26 januari 2016;

veroordeelt HE in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Lysno vastgesteld op € 718,00 voor verschotten en op € 759,00 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. van der Pol, M.A.M. Vaessen en A.C. Metzelaar, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2019.