Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7604

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
19-09-2019
Zaaknummer
200.232.718/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst solarsysteem: gebondenheid onderneming door verklaringen en gedragingen van bestuurder?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2019-0184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.232.718/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5683507)

arrest van 17 september 2019

in de zaak van

PowerField Free Zone N.V.,

gevestigd te Dokkum,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in voorwaardelijke reconventie,

hierna: PowerField,

advocaat: mr. K. Roderburg, kantoorhoudend te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [A] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in voorwaardelijke reconventie,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof verwijst voor het eerdere verloop van het geding naar het tussenarrest van

16 april 2019. In dat tussenarrest heeft het hof een comparitie van partijen gelast. Die comparitie is gehouden op 25 juli 2019. Van die comparitie is proces-verbaal opgemaakt. Na afloop van de comparitie hebben partijen arrest gevraagd, waarna het hof arrest heeft bepaald op het ten behoeve van de comparitie door PowerField overgelegde procesdossier aangevuld met het proces-verbaal van de comparitie van partijen.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat voor zover in hoger beroep van belang uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.14 van het bestreden vonnis van

26 september 2017, omdat daartegen geen grieven zijn gericht en ook anderszins niet is gebleken van bezwaren daartegen, aangevuld met voor de beslissing van belang zijnde feiten die verder als niet betwist zijn komen vast te staan.

2.2

Blue Technology and Consulting B.V. (hierna: Blue Technology) heeft medio 2013 van Solar Centrum Nederland Ltd. (hierna: Solar) een solarsysteem gekocht, bestaande uit 30 zonnepanelen met toebehoren voor een koopprijs van € 7.000,-. Solar heeft dit systeem op 12 juni 2013 op de woning van [geïntimeerde] in Duitsland geplaatst. De koopprijs is betaald.

2.3

[B] is een broer van [geïntimeerde] en tevens bestuurder van Blue Technology.

2.4

Solar voerde naast haar eigen naam de handelsnamen PowerField en ZonnePort. Bestuurder van Solar was [C] (hierna: [C] ).

2.5

Na plaatsing van het solarsysteem op de woning van [geïntimeerde] is gebleken dat het systeem niet kon worden aangesloten, omdat de geleverde stroom-omvormers in Duitsland niet zijn goedgekeurd.

2.6

In een e-mailbericht van 19 juli 2013 heeft [C] via het e-mailadres powerfield@live.nl aan de broer van [geïntimeerde] laten weten:

"The project by your brother is still bad, no German installer will react to my question

Next week i will send one of my installers to make the connection ourselves."

2.7

Op 28 november 2013 heeft Blue Technology in cc een binnen de organisatie van Solar gestuurd e-mailbericht van [C] ontvangen. Dit e-mailbericht luidt:

"De 2 omvormers in Duitsland worden omgewisseld voor 2 Duitse omvormers SMA3000TL. Helaas moeten we deze kosten zelf dragen en vooraf betalen. Onze kaspositie is echter belabberd, we zitten te wachten op gelden welke nog niet binnen zijn, en deze hebben we echt nodig. Zodra we de mogelijkheid hebben gaan we de bestelling afronden en de omvormers omwisselen. Het spijt me voor de trage afhandeling, maar we lossen het op."

2.9

Op 14 maart 2014 is PowerField opgericht. Ook PowerField voert de handelsnamen PowerField en ZonnePort. Bestuurder van PowerField is [C] .

2.10

In een e-mailbericht van 19 maart 2014 heeft Blue Technology vanaf het e-mailadres info@bluetnc.com het volgende aan Solar bericht:

"We still have not solved the problem of the house in Germany as you know. I was the one who introduce Symen to my family but I am embarrassed that it is still not in a working condition and he is not able to use the solar panels."

2.11

Op 30 maart 2014 heeft [C] vanaf het e-mailadres powerfieldaruba@outlook.com aan de broer van [geïntimeerde] laten weten:

"I had a phonecall with [D] , and i understood that the system of your family in Germany was still not working. I'm very sorry and ashamed for this! I can understand that this brings you in a difficult position also. In Holland we did have a very bad financial season, we did get big projects, but it's all on long term. That does not bring us any cashflow and does cost a lot of time and effort (and so money). I’m afraid that keeping the cost of business to a minimum, makes your family to a victim. Now the winter is over, and normal (little systems) will sell again. This brings the very much needed cashflow and allows us to 'play' again. I’ve contacted [E] (sales manager Holland) to buy SMA inverters from Germany so the problem can be solved as soon as possible. As soon as we got the inverters, [D] will install it right away. I'm sorry it happened this way and hope your family can enjoy their solarsystem soon."

En op 31 maart 2014:

“I let you know as soon as we got the inverters”

2.12

Solar is opgeheven met ingang van 26 mei 2015 en is per 27 mei 2015 uitgeschreven uit het handelsregister.

2.13

De gemachtigde van [geïntimeerde] heeft PowerField bij e-mailbericht van 9 februari 2016 in gebreke gesteld waarbij een termijn van 3 weken is gesteld om de gebreken aan het solarsysteem te verhelpen. Tevens werd hierin benadrukt dat [geïntimeerde] recht heeft op een functionerend solarsysteem en dat de installatie- en aansluitkosten eveneens voor rekening van PowerField zouden komen. Ook heeft [geïntimeerde] als schadevergoeding de stroomkosten gevorderd die hij na 12 juni 2013 heeft moeten maken.

2.14

Bij brief van 6 mei 2016 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] aan PowerField (ter attentie van [C] ) laten weten:

“Op onze e-mail van 9 februari jl. heeft u op 7 maart jl. medegedeeld ons binnen één week te informeren hoe de zaak wordt opgelost. Op 14 maart jl. kondigde u aan ons een e-mail te sturen en dat u nog een Duitse installateur zou moeten zoeken. Op 24 maart jl. deelde u mede dat er druk aan de zaak zou worden gewerkt.

Gelet op het zich herhalende patroon sinds 2013 geven wij u hierbij een laatste gelegenheid ons per e-mail uiterlijk op 27 mei a.s. te bevestigen dat de gebreken aan het nog niet gebruikte solarsysteem uiterlijk op 30 juni a.s. verholpen zullen zijn.”

2.15

Bij brief van 4 juli 2016 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] aan PowerField (ter attentie van [C] ) laten weten:

“Met referte aan ons telefoongesprek van 20 juni jl. geven wij u hierbij een laatste gelegenheid om uiterlijk op 13 juli a.s. op onze e-mail van 6 mei jl. schriftelijk te reageren”

2.16

Blue Technology en [geïntimeerde] hebben op 4 augustus 2016 een akte van cessie ondertekend waarbij Blue Technology haar rechten voortvloeiende uit de door haar met Solar gesloten koopovereenkomst heeft overgedragen aan [geïntimeerde] .

2.17

Bij brief van 11 augustus 2016 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] aan PowerField (ter attentie van [C] ) bericht:

“Aangezien u ook niet op onze e-mail van 4 juli jl. heeft gereageerd, ontbindt cliënt - zoals reeds aangekondigd in onze e-mail van 9 februari jl. - de tussen u en zijn broer gesloten koopovereenkomst - zijn broer heeft alle rechten voortvloeiende uit deze koopovereenkomst aan cliënt gecedeerd - met betrekking tot het solarsysteem dat op 12 juni 2013 bij cliënt is geplaatst.”

2.18

Bij brief van 1 november 2016 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] aan PowerField (ter attentie van [C] ) geschreven:

“Met referte aan onze telefoongesprekken van 23 september en 3 oktober jl. wilde u ons nog een tegenvoorstel doen in verband met het op 11 augustus van u gevorderde bedrag ad

€ 11.916,49.”

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg in conventie samengevat gevorderd de veroordeling van PowerField tot betaling van een bedrag van € 15.673,08 (waarvan € 7.000,- aan terugbetaling van de koopsom en € 8.673,08 aan schadevergoeding), vermeerderd met rente en kosten.

3.2

PowerField heeft in eerste aanleg in voorwaardelijk reconventie (voor het geval in conventie wordt geoordeeld dat de overeenkomst is ontbonden) samengevat gevorderd de veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling een bedrag van € 7.000,- als waardevergoeding van het solarsysteem.

3.3

De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 september 2017 de vorderingen van [geïntimeerde] in conventie toegewezen, de vorderingen van PowerField in reconventie afgewezen en PowerField zowel in conventie als in reconventie veroordeeld in de proceskosten.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

PowerField heeft in hoger beroep vernietiging van het vonnis van 26 september 2017 van de kantonrechter en alsnog afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] gevorderd. PowerField heeft vijf grieven geformuleerd tegen het vonnis.

Eiswijziging

4.2

In de memorie van grieven heeft PowerField de door haar in eerste aanleg ingestelde eis in voorwaardelijke reconventie gewijzigd, in die zin dat zij thans de veroordeling van [geïntimeerde] vordert tot retourlevering aan PowerField van het solarsysteem zoals beschreven in de offerte van 10 mei 2013.

[geïntimeerde] heeft in de memorie van antwoord zijn vordering tot betaling van schadevergoeding verminderd tot € 7.240,67.

De eiswijzigingen zijn processueel gezien op het juiste tijdstip gedaan en van bezwaren daartegen is niet gebleken. Het hof zal dan ook recht doen op de gewijzigde vorderingen.

Gebondenheid PowerField

4.3

[geïntimeerde] vordert in deze zaak van PowerField terugbetaling van de door haar voldane koopsom van € 7.000,- alsmede een schadevergoeding. PowerField heeft zich daartegen verweerd en zich daarbij onder meer op het standpunt gesteld dat de overeenkomst niet met haar maar met Solar is gesloten.

4.4

De kantonrechter is aan dit verweer voorbij gegaan en acht PowerField gebonden aan de overeenkomst. Tegen dit oordeel van de kanonrechter richt zich grief 1 van PowerField.

4.5

Het hof stelt voorop dat de koopovereenkomst destijds met Solar is gesloten, dat Solar en PowerField verschillende juridische entiteiten zijn en dat gesteld noch gebleken is dat sprake is van rechtsopvolging onder algemene of bijzondere titel, uit hoofde waarvan de verplichtingen van Solar uit de koopovereenkomst zijn overgegaan op PowerField.

4.6

In geschil is de vraag of PowerField desondanks wel aan deze overeenkomst gebonden is. Het antwoord op die vraag hangt af van hetgeen [C] (die als bestuurder bevoegd was PowerField te vertegenwoordigen) en Blue Technology dan wel [geïntimeerde] als (gestelde) rechtsopvolger van Blue Technology daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden.

4.7

Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] uit de verklaringen en gedragingen van [C] redelijkerwijs niet mogen afleiden dat hij handelde namens PowerField.

Vast staat dat [C] bestuurder was van Solar, dat hij vanaf de oprichting van deze onderneming op 14 maart 2014 tevens bestuurder is van PowerField en dat Solar met ingang van mei 2015 is opgehouden te bestaan. Solar hield zich bezig met de levering van zonnepanelen, een activiteit waar PowerField zich ook enige tijd mede op heeft gericht. Dat ondernemingen met een raakvlak in activiteiten dezelfde bestuurder hebben, maakt echter niet dat de ene onderneming aansprakelijk is voor een tekortkoming van de andere onderneming. Bovendien brengt de opheffing van een onderneming niet automatisch mee dat de overeenkomst die deze onderneming met een derde heeft gesloten op de datum van ontbinding (al dan niet per rechtswege) is beëindigd. Genoemde omstandigheden noch het gebruik van het e-mailadres powerfieldaruba@outlook.com, rechtvaardigen de aanname dat [C] in zijn contacten met Blue Technology en de gemachtigde van [geïntimeerde] namens PowerField is opgetreden en/of dat PowerField de verplichtingen van Solar uit hoofde van de koopovereenkomst op zich heeft genomen. Dit geldt te minder, nu gesteld noch gebleken is dat [C] op enig moment daadwerkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij namens PowerField optrad. Denkbaar is dan ook, zoals PowerField stelt, dat [C] de kwestie uit coulance heeft willen oplossen, zonder PowerField contractspartij te willen maken.

[geïntimeerde] heeft nog aangevoerd dat PowerField naar aanleiding van de door de gemachtigde van [geïntimeerde] vanaf februari 2016 verzonden correspondentie niet het verweer heeft gevoerd dat de verkeerde partij is aangeschreven, maar in de omstandigheden van dit geval heeft [geïntimeerde] hieraan evenmin het vertrouwen kunnen ontlenen dat PowerField als contractspartij bij de overeenkomst valt aan te merken.

Bijkomende feiten of omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat [C] met zijn uitlatingen PowerField als contractspartij heeft willen binden of dat [geïntimeerde] dit gerechtvaardigd mocht aannemen, zijn gesteld noch gebleken.

4.8

Hoewel [geïntimeerde] dus al jarenlang niet over een werkend solarsysteem beschikt, komt het hof op grond van het voorgaande tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat [C] zich namens PowerField heeft gebonden tot nakoming van de koopovereenkomst die destijds met Solar is gesloten. PowerField is dus niet gehouden tot nakoming van de verplichtingen die Solar met het sluiten van die overeenkomst is aangegaan, zodat jegens PowerField ook geen aanspraak kan worden gemaakt op terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding. De kantonrechter heeft de tegen PowerField ingestelde vorderingen dan ook ten onrechte toegewezen.

4.9

Bij deze stand van zaken behoeven de overige grieven van PowerField geen afzonderlijke bespreking.

4.10

De reconventionele vordering die in eerste aanleg voorwaardelijk is ingesteld door PowerField behoeft ook geen bespreking, omdat de voorwaarde niet is vervuld.

4.11

Ter comparitie is aangegeven dat PowerField geen uitvoering heeft gegeven aan het te vernietigen vonnis, zodat de vordering tot terugbetaling zal worden afgewezen.

5 De slotsom

5.1.

De eerste grief van PowerField slaagt, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd.

5.2.

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties veroordelen. De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van PowerField zullen worden vastgesteld op nihil aan verschotten en op € 600,- aan salaris advocaat (2 punten x tarief € 300,-) en in hoger beroep op € 2.075,31 aan verschotten

(€ 97,31 aan explootkosten en € 1.978,- aan griffierecht) en op € 2.148,- aan salaris advocaat (2 punten x tarief € 1.074,-).

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van kantonrechter te Leeuwarden van 26 september 2017 en doet opnieuw recht;

wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van PowerField wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op nihil voor verschotten en op € 600,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 2.075,31 voor verschotten en op € 2.148,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Willemse, mr. I. Tubben en mr. W.F. Boele en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

17 september 2019.