Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7581

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-09-2019
Datum publicatie
19-09-2019
Zaaknummer
21-000746-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzetheling. Onderzoeksplicht.

Verdachte heeft meerdere laptops en een computer voorhanden gehad die van inbraak afkomstig bleken te zijn. Deze waren haar aangeboden door een haar onbekende man. Verdachte heeft die gekocht voor een gering bedrag zonder verder enig onderzoek te doen naar de aanbieder of de herkomst van de laptops en computer. Het feit dat verdachte al jaren plaatselijk bekend staat als iemand die kapotte laptops en computers repareert, zou juist reden voor verdachte moeten zijn geweest om oplettend te zijn op hetgeen haar wordt aangeboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000746-19

Uitspraak d.d.: 19 september 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 29 januari 2019 met parketnummer 16-700139-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [1982] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. J.G.M. Dassen, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in haar hoger beroep verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

2.
zij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid elektronica, te weten (onder andere)

- een laptop (merk HP) (zaaksdossier 8) en/of

- een laptop (merk Fujitsu) (zaaksdossier 8) en/of

- een mini laptop (merk HP) (zaaksdossier 14) en/of

- een laptop (merk Asus) (zaaksdossier 15) en/of

- een computer (merk Apple Imac) (zaaksdossier 16),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of een of meer van haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, van welk feit verdachte een gewoonte heeft gemaakt;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft op 22 augustus 2017 vier laptops en een IMac-computer in haar woning voorhanden gehad die (relatief) kort daarvoor bij diverse woninginbraken waren gestolen.

De laptops en computer werden haar aangeboden door een voor haar onbekende man. Verdachte heeft op geen enkele wijze onderzoek gedaan naar de aanbieder of de herkomst van de laptops en computer. Het feit dat verdachte in Soest bekend staat als iemand die kapotte laptops en computers repareert en naar eigen zeggen dat al jaren doet, zou juist voor haar reden moeten zijn geweest om oplettend te zijn op hetgeen haar wordt aangeboden. Bovendien heeft verdachte de laptops en computer niet ter reparatie in ontvangst genomen maar heeft zij ze gekocht, de vier laptops voor 200 euro en de IMac voor 70 euro. Dat zijn naar het oordeel van het hof geen marktconforme prijzen, te meer omdat uit de aangiftes van [aangever 1] en [aangever 2] blijkt dat de weggenomen laptop merk HP en merk Fujitsu (zaaksdossier 8) van respectievelijk 2015 en 2016 zijn, de HP mini (zaaksdossier 14) van 2015 en deze ten tijde van de diefstal in 2017 derhalve nog relatief nieuw waren. Overigens heeft geen van de aangevers aangegeven dat de ontvreemde laptops/computer niet meer werkten. Ook uit het door de verbalisanten verrichte onderzoek in de aangetroffen laptops en computer blijkt dit niet. Een aantal van de aangetroffen laptops bleken te zijn geschoond en van nieuwe software voorzien. Voorts blijkt uit een tapgesprek van 20 juli 2017 tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dat zij een account van de Imac (Macintosh) moest weghalen en daarna deze Imac weer wilde verkopen en dat dat niet via Marktplaats kon. Het hof acht de verklaring van verdachte dat het om oude en kapotte laptops en een computer ging dan ook niet aannemelijk.

Op grond van het vorenstaande is naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte wist dat het om gestolen goederen ging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


zij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid elektronica, te weten (onder andere)

- een laptop (merk HP) (zaaksdossier 8) en/of

- een laptop (merk Fujitsu) (zaaksdossier 8) en/of

- een mini laptop (merk HP) (zaaksdossier 14) en/of

- een laptop (merk Asus) (zaaksdossier 15) en/of

- een computer (merk Apple Imac) (zaaksdossier 16),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of een of meer van haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, van welk feit verdachte een gewoonte heeft gemaakt;

art 417 Wetboek van Strafrecht art 417 bis lid 1 ahf/onder a Wetboek van Strafrecht

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een aantal laptops en een computer, welke goederen zijn weggenomen bij diverse woninginbraken. Deze helingshandelingen vormen een stimulans voor het plegen van woninginbraken en houden een afzetmarkt voor gestolen goederen in stand. Verdachte heeft daarmee bijgedragen aan dit criminele circuit.

In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is.

Het hof ziet aanleiding – mede gelet op het feit dat verdachte een first offender is en de eis van de advocaat-generaal – een lagere werkstraf op te leggen dan de rechtbank heeft opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. K.A.J.M. Wetzels en mr. M. Schoemaker, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier,

en op 19 september 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 september 2019.

Tegenwoordig:

mr. R.H. Koning, voorzitter,

mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,

mr. R. Hermans, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.