Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7580

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-09-2019
Datum publicatie
19-09-2019
Zaaknummer
21-000606-19
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2019:1391, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Deelneming criminele organisatie, medeplegen woninginbraken en opzetheling. Medeplegen verdachte in een geval aangenomen op grond van zijn wetenschap van de inbraak vooraf aan die inbraak en zeer kort daarna, nauwe betrokkenheid bij het vervoer en openen van de gestolen kluizen en het delen in de buit. Toepassing jeugdstrafrecht ondanks meerderjarigheid en oplegging PIJ-maatregel.

Verdachte heeft in georganiseerd verband meerdere woninginbraken gepleegd en van inbraak afkomstige goederen geheeld. De modus operandi bij de woninginbraken was opvallend omdat vrijwel steeds op de eerste verdieping van een woning werd ingeklommen of in een appartement op de eerste verdieping en na de inbraak vanaf die eerste verdieping weer naar buiten werd gesprongen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000606-19

Uitspraak d.d.: 19 september 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 29 januari 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-705421-17 en 16-659608-18, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-700059-16, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( Soedan ) op [1998] ,

thans verblijvende in [verblijfplaats] te [plaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 september 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. S.Ph.Chr. Wester, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 7 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring en andere beslissing ten aanzien van de benadeelde partijen komt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na toewijzing van de gevorderde nadere omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 16-705421-17:

1.
(zaaksdossier 19) hij in of omstreeks de periode van 15 december 2016 tot en met 22 augustus 2017 te Soest en/of Soesterberg en/of Amersfoort, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of [mededader 4] en/of één of meer onbekende anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (woning)inbraken al dan niet gepleegd met geweld en/of heling;

2.
(zaaksdossier 2) hij op of omstreeks 20 januari 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een fotocamera (Canon Power shot) en/of een telefoonoplader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3. primair
(zaaksdossier 3) hij in of omstreeks de periode van 8 februari 2017 tot en met 11 februari 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen diverse sieraden en/of een laptop (merk Asus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3. subsidiair
(zaaksdossier 3) hij op of omstreeks 10 februari 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een laptop (merk Asus) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


4.
(zaaksdossier 4) hij op of omstreeks 23 april 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een (trouw)ring en/of een zilveren broche, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen een kast heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer 3] in/tegen het gezicht heeft/hebben gestompt/geslagen;

5.
(zaaksdossier 5) hij op of omstreeks 07 juli 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachten voorgenomen misdrijf, om opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengst van (een) door misdrijf verkregen goed(eren), te weten een of meer horloge(s), immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), potentiële koper(s) voor die/dat horloge(s) benaderd en/of onderhandeld over de prijs, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.
(zaaksdossier 6) hij op of omstreeks 11 juli 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [slachtoffer 4] ) heeft weggenomen twee horloge(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8. primair
(zaaksdossier 8) hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2017 tot en met 26 juli 2017 te Soesterberg, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [slachtoffer 6] ) heeft weggenomen een kluis en/of diverse sieraden (waaronder een duikhorloge) en/of een tablet en/of vier, althans een of meer laptop(s) (met randapparatuur) en/of een (mobiele) telefoon en/of een portemonnee en/of een kentekenbewijs en/of twee alarmmelder(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of het RIVM, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8. subsidiair
(zaaksdossier 8) hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een goed, te weten een horloge (merk Tommy Hilfiger) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

9.
primair
(zaaksdossier 16) hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2017 tot en met 12 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen twee computers en/of sieraden en/of geld en/of een televisie en/of een geldkist en/of munitie, in elk enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

9. subsidiair
(zaaksdossier 16) hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2017 tot en met 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een computer (merk Imac) en/of een geldkistje en/of munitie en/of een televisie (merk Sony Bravia), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die/dit goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;


10.
(zaaksdossier 17) hij in of omstreeks de periode van 31juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een zwarte kluis (merk Stuv) (met daarin onder meer ongeveer 17.000 euro aan contant geld

en/of diverse sieraden) en/of een crèmekleurige kluis (merk Benco Save), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

11.
(zaaksdossier 12) hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, munitie van categorie III, te weten tien scherpe patronen kaliber .38 (merk Winchester) en/of twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Geco) en/of twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Lapua), voorhanden heeft gehad.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Zaak met parketnummer 16-659608-18 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) van zijn/hun gading en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning is gegaan en/of een raam van die woning heeft opengebroken en/of vervolgens via dat raam de woning is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 3 primair, 8 primair en 9 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende ten aanzien van feiten 2 en 10.

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank heeft in haar vonnis het volgende overwogen:

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op 20 januari 2017 om 17.50 uur haar woning aan de [adres] in Soest verlaten had. 1 Toen zij die dag om 20.45 uur thuis kwam, bleken de voor- en achterdeur van binnenuit afgesloten te zijn. In de tuin onder het raam lag een zorgpas die er om 17.15 uur nog niet lag. [slachtoffer 1] zag in de woning dat er was ingebroken. 2 Een fotocamera van het merk Canon Power Shot 280 en een oplader van een telefoon waren weggenomen. 3 Het keukenraampje boven het aanrecht was geforceerd. 4

De verbalisant [verbalisant] zag dat de tuin volledig omheind was en dat er op de plek waar de zorgpas gevonden was, in het bevroren gras twee voetsporen stonden. Voor de voetsporen stond een handafdruk. De verbalisant verklaart dat de dader kennelijk van het garagedak de tuin in is gesprongen en daarbij de zorgpas is verloren. De zorgpas stond op naam van [verdachte] , geboortedatum [1998] . 5

Overweging

Gelet op het korte tijdsbestek waarin de woninginbraak moet hebben plaatsgevonden, het feit dat de zorgpas vóór deze woninginbraak nog niet in de tuin lag en de waarnemingen van verbalisant [verbalisant] dat de zorgpas naast een hand- en voetafdruk(ken) is aangetroffen welke overeenkomen met het in de tuin springen door de dader, stelt de rechtbank vast dat de dader van de woninginbraak degene is geweest die de zorgpas heeft verloren. Deze zorgpas is van verdachte.

Verdachte heeft pas op de terechtzitting een verklaring gegeven voor het feit dat zijn zorgpas in de tuin van de woning aan de [adres] in Soest is gevonden vlak nadat daar was ingebroken. Verdachte heeft verklaard dat hij, op het moment dat deze inbraak plaatsvond, zijn portemonnee kwijt was waar ook zijn zorgpas in zat. Daarvan heeft hij ook aangifte gedaan. Verder heeft verdachte verklaard dat hij voordat hij aangifte deed alles nog had, ook zijn zorgpas. Ter zitting heeft de officier van justitie meegedeeld dat uit de politiesystemen is gebleken dat verdachte op 26 april 2017 aangifte heeft gedaan.

De rechtbank stelt vast dat deze datum ruim is gelegen na de datum van de woninginbraak, welke op 20 januari 2017 plaatsvond. De rechtbank acht de door verdachte gegeven verklaring daarom niet aannemelijk. Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en het ontbreken van een aannemelijke alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van de zorgpas van verdachte in de tuin van aangeefster, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de inbraak heeft gepleegd.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onderdeel ‘medeplegen’, nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de inbraak door meer dan één persoon is gepleegd.

Het hof sluit zich aan bij bovengenoemde overwegingen van de rechtbank en maakt die tot de zijne. Aanvullend overweegt het hof dat de bij dit feit gehanteerde modus operandi van ‘klimmen en springen’ weliswaar niet uniek is te noemen maar – gelet op de andere bewezenverklaarde woninginbraken of pogingen daartoe – kennelijk wel specifiek is voor verdachte.

Ten aanzien van feit 10:

De rechtbank heeft in haar vonnis als bewijsmiddelen opgenomen:

[slachtoffer 10] heeft verklaard dat er tussen 31 juli 2017 en 10 augustus 2017 is ingebroken in zijn woning aan de [adres] in Soest. 6 Daarbij zijn twee kluizen weggenomen. Eén crèmekleurige van het merk Benco Save en één zwarte van het merk Stuv. In de zwarte kluis zat € 17.000,- en diverse sieraden. 7 Aan de achterzijde van de woning is een raam opengebroken. 8

Het telefoongesprek van 31 juli 2017 om 22.41 uur tussen verdachte en [mededader 3] houdt het volgende in: 9

[mededader 3] : Today zijn ze holiday gegaan

[verdachte] : Ja

[mededader 3] : vacation

[verdachte] : Ja

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.09.49 uur tussen [mededader 3] en een andere persoon houdt het volgende in: 10

[mededader 3] = [mededader 3]

NN = NNman

NN: Is het niet beter om daar heen te komen, of kom je naar raam van je flat.

[mededader 3] : Ik kan niet. Hij is te zwaar.

NN: Heb je twee of niet???

[mededader 3] : Ja.

NN: Waar ben jij nu?

[mededader 3] : Op die plaats.

NN: Bij die woning?

[mededader 3] : Ja.

NN: Kunnen we elkaar…

[mededader 3] : Wat?

NN: Kan je naar die weg komen, richting Hoogvliet.

[mededader 3] : We gaan naar de moskee, naar de moskee.

NN: Is goed, kom daar naartoe.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.15.25 uur tussen [mededader 3] en een andere persoon houdt het volgende in: 11

NN = NNman

[mededader 3] = [mededader 3]

NN: Hallo.

[mededader 3] : [...] , die christelijke man is hier bij de weg, hij heeft ons gezien, gaan we gelijk met hem naar binnen. En we halen later die dingen weg.

NN: Nee, nee, nee, we nemen nu die dingen mee, we nemen nu die dingen mee en ik ben zo bij je.

[mededader 3] : Is goed, is goed.

NN: Schiet op, schiet op.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.28.31 uur tussen [mededader 3] en een andere persoon houdt het volgende in: 12

NN = [NNman]

[mededader 3] = [mededader 3]

NN: Hallo.

[mededader 3] : Waar ben jij?

NN: Loop een beetje richting [...] !!!

[mededader 3] : Wat?

NN: Loop een beetje richting [...] ???

[mededader 3] : Dat kan niet, dat ding is heel zwaar, we zijn nu bij de moskee en we hebben maar 1 stuk meegenomen.

NN: Ik kom net de weg op vriend.

[mededader 3] : Bij de moskee en we hebben maar een stuk meegenomen.

NN: Nou, pak dan die andere ook gelijk en leg die in bosjes en snel.

[mededader 3] : Er zijn daar mensen, er is daar een fietser, het kan niet nu.

NN: Nouwwwwwww....

De telefoon van [mededader 3] peilt op dat moment uit op een zendmast op de [adres] te Soest. In Soest is een moskee op 230 meter loopafstand van de [adres] te Soest. 13

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.30.08 uur tussen [mededader 3] en een andere persoon houdt het volgende in: 14

[mededader 3] = [mededader 3]

NN = [NNman]

Me: Voor die zware, moet je naar de locatie komen? Waar ik toen was?

NN: Wat?

[mededader 3] : Kom naar die locatie waar ik was.

NN: Oke, is goed.

[mededader 3] : Vlakbij de woning.

NN: Waar? Waar?

[mededader 3] : Vlakbij de woning?? Waar je ons hebt gezien??

NN: Oke...jongen.

[mededader 3] : Die is te zwaar.

NN: Oke..is goed.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.47.16 uur tussen verdachte en andere personen houdt het volgende in: 15

[verdachte]

N: Yo

[verdachte] : [verdachte] , waar jij? ( [verdachte] fluistert)

N: Ik ben hier man, bij [...] (fon) jij?

[verdachte] : Ja, kom hier...

N:Yo,yo

(praten door elkaar)

[verdachte] Yo luister [...] , luister...

N: Ja

[verdachte] : Ben je afgezet door [...] ?

N: Ja, waarom

[verdachte] : Ben, ben je met [...] ?

N: ja

[verdachte] : Geef es [...]

N: Yo.. [...] hee... hee [...] hij praat met jou

[...] komt aan de telefoon en zegt: Ja!

[verdachte] : Hallo luister es...

[...] : Ja

[verdachte] : Wij gaan kloezoe ophalen en wij brengen die wel naar mijn osso. Ga je mee zo of niet?

N: Watte?

[verdachte] : Kloezoe zo ophalen en brengen je zo naar mijn osso. Ga je mee of niet?

N: Ja, is goed..

[verdachte] : Ja, is goed.. kom naar die plek waar wij net zijn gestopt met die waggie

N: Yo

[verdachte] : Yo, yo..

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 5.25.07 uur tussen verdachte en [mededader 3] houdt het volgende in: 16

[verdachte] = [verdachte]

[mededader 3] = [mededader 3]

F: [...] .

[mededader 3] : Ja.

[verdachte] : [...] , breng die euhhh...dingen en kom naar ..(ntv)..de garage, je weet wel.

[mededader 3] : Bij wie??

[verdachte] : Bij “ [...] ”(fon.) mijn garage, mijn garage. Jongen.

[mededader 3] : Ohhh...moet ik die spullen meenemen.

[verdachte] : Ja, nee, die goederen mee en kom naar die garage.

[mededader 3] : Oke, is goed.

[verdachte] : Doei.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 6.13.13 uur tussen [mededader 3] en een andere persoon houdt het volgende in: 17

[mededader 3] = [mededader 3]

NN = NNman

N: Je moet alleen gaan, die persoon wilt niet dat mensen naar de woning komen. Hij vertrouwt jou of niet, gewoon vertrouwen, graag of niet, anders ga ik zelf dit openen.

[mededader 3] : Begrijp je of niet? Hij wilt gelijk zelf zien, hij heeft gelijk.

N: Kan niet. Kan niet.

[mededader 3] : Dat is een recht wat hij heeft en dat is een recht wat jij hebt. Niks mee te maken.

N: Kan niet. Ik heb tegen jou gezegd, het kan niet, kan niet en als hij niet wilt. Dan ga ik die openen doen en ik ga je vertellen, hoeveel erin zit, dat is beter.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 13.48.10 uur tussen verdachte en andere personen houdt het volgende in: 18

[verdachte]

[verdachte] : Er waren 2 sampo (fon)in het bedrijf

N: Oh ja?

[verdachte] : Wolla

N: Hmmm.

[verdachte] : Eentje is al... eentje is al open.. en die ander..heb ik jouw ding nodig..

N: mm..mm

[verdachte] : He... ken je niet halen van amersfoort?

NNM: (hoesten) die slijpding

[verdachte] : Ja

NNM: (hoesten) Ja, waar ben je

[verdachte] : Ik ben hier in osso. .. .luister niet nu..over half uurtje ofzo..nee niet half ... .uurtje

Het telefoongesprek van 7 augustus 2017 om 12.17.08 uur tussen verdachte en [mededader 3] houdt onder meer het volgende in: 19

[verdachte] gaat naar Amersfoort en vraagt of [mededader 3] nog wat wil

[mededader 3] zegt dat [verdachte] niet alles uit moet geven

[verdachte] gaat maar 1 trainingspak kopen

[mededader 3] zegt al 2 dagen met 25 euro te doen.

Het telefoongesprek van 7 augustus 2017 om 14.37.55 uur tussen verdachte en [mededader 3] houdt onder meer het volgende in: 20

[mededader 3] heeft 12 barkies.

Het telefoongesprek van 8 augustus 2017 om 22.16.35 uur tussen verdachte en [mededader 3] houdt onder meer het volgende in: 21

[mededader 3] zegt tv, groot, gekocht te hebben van 800 euro bij Mediamarkt.

Het telefoongesprek van 10 augustus 2017 om 19.49.40 uur tussen [mededader 3] en een andere persoon houdt onder meer het volgende in: 22

[mededader 3] : [...] heeft geleefd als miljonair. 2 dagen lang. Hij heeft 2 en een half duizend opgemaakt. Wollah.

N:Hoe dan?

[mededader 3] : 2 en een half duizend euro opgemaakt.

N: Schroevendraaier heeft ie gezet?

[mededader 3] : Yeaahhh

N: Sowieso 500 naar jou?

[mededader 3] Ik heb allang. Ik heb de helft broeder. Ik heb meer dan hun gepakt.

N: Is normaal is normaal.

Tussen 5 augustus 2017 te 04:28 uur en 7 augustus 2017 te 13:15 straalt het nummer [telefoonnummer] uitsluitend masten in Soest aan. 23

In de periode van 30 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 is er in het district Oost-Utrecht maar één inbraak gepleegd waarbij twee kluizen zijn weggenomen en dat betreft de [adres] te Soest. 24

Het hof overweegt:

Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen komt het hof tot de volgende conclusies:

  • -

    Uit de aangifte en het proces-verbaal van verhoor benadeelde blijkt dat de toenmalige bewoners van de [adres] op 31 juli 2017 op vakantie zijn gegaan;

  • -

    verdachte moet wetenschap hebben gehad van het feit dat in de woning van [slachtoffer 10] zou worden ingebroken. Immers, verdachte voert op 31 juli 2017 om 22.51 uur een telefoongesprek waarbij [mededader 3] aan hem bericht dat de bewoners “today” op vakantie zijn gegaan;

  • -

    verdachte heeft (minst genomen) zeer kort nadat de inbraak is gepleegd, wetenschap van die gepleegde inbraak en roept kennelijk hulp in voor het vervoer van de kluis. Immers, verdachte voert op 6 augustus 2017 om 3.47.16 uur een telefoongesprek dat ze een ‘kloezoe gaan ophalen en wij brengen die wel naar mijn osso. Ga je mee of niet’ en ‘kom naar die plek waar wij net zijn gestopt met die waggie’. Dit gesprek vindt plaats 19 minuten nadat [mededader 3] om 3.28.31 uur met een N.N.-persoon heeft gebeld met de mededeling ‘dat ding is heel zwaar …. we hebben maar 1 stuk meegenomen’;

  • -

    verdachte is kennelijk betrokken bij het openbreken van de kluizen en heeft kennelijk gereedschap nodig. Immers, verdachte voert op 6 augustus 2017 om 13.48.10 uur een gesprek met een NN-man: “eentje is al… eentje is al open… en die ander… heb ik jouw ding nodig. De NN-man zegt daarop ‘die slijpding’ waarop verdachte zegt ‘ja’.

  • -

    Verdachte heeft gedeeld in de buit. Immers, verdachte voert op 7 augustus 2017 om 12.17.08 uur een telefoongesprek met [mededader 3] waarin [mededader 3] tegen verdachte zegt dat hij niet alles uit moet geven.

Beoordelingskader

In de arresten HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/390, HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718, NJ 2015/395 en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen aan het medeplegen gewijd, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid.

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde

– intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Daarbij kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen.

Ten aanzien van die procesopstelling heeft de Hoge Raad in HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315, NJ 2016/413 en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323, NJ 2016/412 onder meer het volgende overwogen:

“Bij de beoordeling van het middel moet mede het volgende worden betrokken. Aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen kan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang (vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2880, NJ 2010/475). Voor het medeplegen van diefstal geldt hetzelfde.

Bij die beoordeling kan een rol spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor dat voorhanden hebben. De omstandigheid dat de verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden ter zake van het voorhanden hebben van de goederen kan op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet tot het bewijs bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien de verdachte voor zo'n omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken (vgl. HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733, NJ 1997/584).

Verdachte heeft bij de politie, bij de rechtbank en bij het hof geen verklaring willen afleggen over de tapgesprekken waaraan hij heeft deelgenomen.

Gelet op de hiervoor vastgestelde wetenschap vooraf en kort na de inbraak, verdachtes nauwe betrokkenheid bij het vervoer en het openen van de kluizen en het feit dat hij heeft gedeeld in de buit, is het hof van oordeel, mede ook gelet op het georganiseerd verband waarin verdachte met zijn medeverdachten opereerde (bewezenverklaring feit 1), dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van deze inbraak, zodat verdachte als medepleger van dit feit kan worden aangemerkt.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 en in de zaak met parketnummer 16-659608-18 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 16-705421-17:

1.
(zaaksdossier 19) hij in of omstreeks de periode van 15 december 2016 tot en met 22 augustus 2017 te Soest en/of Soesterberg en/of Amersfoort, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of [mededader 4] en/of één of meer onbekende anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (woning)inbraken al dan niet gepleegd met geweld en/of heling;

2.
(zaaksdossier 2) hij op of omstreeks 20 januari 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een fotocamera (Canon Power shot) en/of een telefoonoplader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3 subsidiair
(zaaksdossier 3) hij op of omstreeks 10 februari 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een laptop (merk Asus) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
4.
(zaaksdossier 4) hij op of omstreeks 23 april 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een (trouw)ring en/of een zilveren broche, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen een kast heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer 3] in/tegen het gezicht heeft/hebben gestompt/geslagen;

5.
(zaaksdossier 5) hij op of omstreeks 07 juli 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachten voorgenomen misdrijf, om opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengst van (een) door misdrijf verkregen goed(eren), te weten een of meer horloge(s), immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), potentiële koper(s) voor die/dat horloge(s) benaderd en/of onderhandeld over de prijs, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


6.
(zaaksdossier 6) hij op of omstreeks 11 juli 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [slachtoffer 4] ) heeft weggenomen twee horloge(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8 subsidiair
(zaaksdossier 8) hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een goed, te weten een horloge (merk Tommy Hilfiger) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

9
subsidiair
(zaaksdossier 16) hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2017 tot en met 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een computer (merk Imac) en/of een geldkistje en/of munitie en/of een televisie (merk Sony Bravia), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die/dit goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

10.
(zaaksdossier 17) hij in of omstreeks de periode van 31juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een zwarte kluis (merk Stuv) (met daarin onder meer ongeveer 17.000 euro aan contant geld en/of diverse sieraden) en/of een crèmekleurige kluis (merk Benco Save), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
11.
(zaaksdossier 12) hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, munitie van categorie III, te weten tien scherpe patronen kaliber .38 (merk Winchester) en/of twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Geco) en/of twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Lapua), voorhanden heeft gehad.

De in deze ten lastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;


Zaak met parketnummer 16-659608-18 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) van zijn/hun gading en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning is gegaan en/of een raam van die woning heeft opengebroken en/of vervolgens via dat raam de woning is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 2 en 6 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 5 bewezen verklaarde levert op:

poging tot opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 8 subsidiair en 9 subsidiair bewezen verklaarde levert op, telkens:

opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 10 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 11 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het in de zaak met parketnummer 16-659608-18 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte zijn meerdere voorlichtingsrapportages opgemaakt, waaronder een pro justitiarapport van drs. R.F. [deskundige 1] , kinder- en jeugdpsychiater, gedateerd 2 oktober 2018. Daarin concludeert de deskundige dat bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis en trekken van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Geadviseerd wordt ten aanzien van verdachte het jeugdstrafrecht toe passen en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. De deskundige acht alleen een klinische behandeling nuttig om de ontwikkeling van verdachte ten positieve te keren en recidive te voorkomen.

R.M.C. [deskundige 2] , GZ-psycholoog, heeft op diens onderzoek welke heeft geresulteerd in een rapportage van 6 oktober 2017 aanvullend psychologisch onderzoek verricht en daarover op 3 oktober 2018 gerapporteerd. De deskundige heeft geconcludeerd dat sprake is van een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis die in de adolescentie is begonnen en inmiddels heeft geleid tot een bedreigde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. De deskundige heeft gerapporteerd dat de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte van voortdurende invloed zijn geweest op het gedrag en het handelen. Om die reden adviseert de deskundige de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Voorts adviseert de deskundige tot toepassing van het jeugdstrafrecht en tot oplegging van een PIJ-maatregel. Dit laatste omdat dit in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte en om het hoge recidivegevaar op toekomstig delinquent gedrag te verlagen.

Het hof is van oordeel dat, hoewel slechts een van de deskundigen daartoe adviseert, op basis van de rapportages aannemelijk is geworden dat de feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend en zal daar bij de strafoplegging in die zin rekening mee houden.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Voorwaardelijke verzoek tot aanhouding

De raadsman heeft bij pleidooi in voorwaardelijke zin verzocht om – ingeval het hof overweegt een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) op te leggen – de behandeling aan te houden en een nieuwe dubbelrapportage op te laten maken.

Het hof wijst het verzoek af. Het hof heeft kennis genomen van een recent e-mailbericht van de heer [naam] aan de raadsman van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte sinds maart/april 2019 terug is op de [afdeling] en dat hij op diverse terreinen grote stappen heeft gemaakt, maar dit maakt het opmaken van een nieuwe rapportage niet noodzakelijk. De hiervoor aangehaalde deskundigenrapporten zijn opgemaakt in oktober 2018 – derhalve nog geen jaar oud – en geven aan dat sprake is van ernstige problematiek bij verdachte die een klinische behandeling vergt. Om die reden is door beide deskundigen oplegging van een PIJ-maatregel geadviseerd, hetgeen overigens ook door de reclassering is geadviseerd in haar rapport van 10 december 2018.

Naar het oordeel van het hof is de problematiek van verdachte te omvangrijk en te ernstig om aan te nemen dat, nu het sinds kort beter gaat met verdachte, de problematiek van verdachte dusdanig is veranderd dat daarover opnieuw gerapporteerd zou moeten worden in het kader van afdoening van deze zaak.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Door de deskundigen en door de reclassering is geadviseerd om ten aanzien van verdachte, hoewel hij ten tijde van het plegen van de feiten al meerderjarig was, het jeugdstrafrecht toe te passen. Daarbij is meegewogen dat verdachte op een beneden gemiddeld intelligentieniveau functioneert en zijn handelen onvoldoende kan inschatten en overzien. Een pedagogisch klimaat en een pedagogische benadering worden passend geacht voor verdachte omdat hij nog afhankelijk is van structuur, begrenzing en begeleiding door volwassenen. Het hof zal daarom het advies overnemen en het jeugdstrafrecht toepassen.

Straf

Wat betreft de op te leggen straf is het hof van oordeel dat gelet op het aantal en de ernst van de bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats is van na te melden duur. Verdachte heeft zich in korte tijd in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal woninginbraken en heeft meerdere keren van inbraak afkomstige goederen geheeld. Door deze feiten werd schade aan de woningen toegebracht en werden de aangevers ernstig gedupeerd. Bij één woninginbraak werd verdachte overlopen en heeft hij de 77-jarige bewoonster geslagen en weggeduwd om weg te kunnen komen. Verdachte is blijkens zijn documentatie vaker ter zake van soortgelijke delicten met politie en justitie in aanraking gekomen en werd daarvoor tot voorwaardelijke vrijheidsstraffen met bijzondere voorwaarden en taakstraffen veroordeeld. Kennelijk hebben die hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Maatregel

Zoals hiervoor overwogen hebben de deskundigen [deskundige 1] en [deskundige 2] geadviseerd tot oplegging van een PIJ-maatregel. Blijkens het reclasseringsrapport van 10 december 2018 van [naam] ziet de reclassering geen mogelijkheden meer om verdachte in een ambulant kader te begeleiden en te behandelen. Intensieve behandeling en begeleiding zijn echter wel noodzakelijk om tot gedragsverandering te kunnen komen. De reclassering ziet haalbaarheid in een klinische setting. Om die reden adviseert de reclassering (ook) een PIJ-maatregel op te leggen.

Naar het oordeel van het hof is aan de voorwaarden voor oplegging van de maatregel ex artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht voldaan, immers:

  • -

    betreffen de bewezenverklaarde misdrijven feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;

  • -

    eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen oplegging van de maatregel; en

  • -

    is de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

Het hof neemt de conclusies en adviezen van de deskundigen over en maakt die tot de zijne.

Het hof zal, gelet op de ernstige en omvangrijke problematiek van verdachte en de noodzaak tot klinische behandeling, mede gelet op het grote recidivegevaar, de gevorderde PIJ-maatregel opleggen. De maatregel geldt voor de duur van drie jaar, waarbij deze na twee jaar voorwaardelijk eindigt, tenzij de maatregel wordt verlengd.

Nu de maatregel tevens wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen is verlenging van de maatregel mogelijk.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.306,--. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 9 primair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 41.133,42. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 40.833,42. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 10 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Het hof is van oordeel dat met betrekking tot de ontvreemde sieraden de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof overweegt daarover in het bijzonder:

De benadeelde partij heeft in zijn aangifte en het aanvullend verhoor aangegeven dat een deel van de in de kluis opgeborgen sieraden van hem waren en een deel van zijn overleden vrouw. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij een toelichting gegeven op zijn vordering en verklaard dat een deel van de sieraden aan zijn overleden ex-echtgenote toebehoorde en dat zij hem kort voor haar overlijden heeft gevraagd haar sieraden te bewaren voor hun minderjarige zoon, totdat deze zou gaan trouwen. Ook heeft de benadeelde partij aangegeven dat zijn zoon inmiddels 18 jaar oud is.

Op grond van deze informatie kan het hof niet vaststellen wie de juridische eigenaar is van de sieraden, aangever zelf of zijn (inmiddels meerderjarige) zoon. Indien er geen testament is en het reguliere erfrecht van toepassing is dan zal de zoon van de benadeelde partij de erfgenaam van de sieraden van zijn moeder zijn en was het kennelijk niet de bedoeling om de sieraden in het vermogen van de benadeelde partij te laten vallen. Daarmee is het de zoon die (toekomstige) schade lijdt en niet de vader/benadeelde partij. De vordering is ook niet (mede) namens de zoon van de benadeelde partij ingediend. Verder is niet duidelijk welk deel van de sieraden van de benadeelde partij zelf is, zodat ook een partiele toewijzing van de schade niet tot de mogelijkheden behoort. Overigens is het hof van oordeel dat de wijze waarop de ontvreemde sieraden zijn getaxeerd niet zonder meer als sluitend kan worden aangemerkt en de vraag rijst of de geschatte bedragen reëel zijn. Het hof betrekt daarbij dat op dit punt ook verweer is gevoerd door de verdediging.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.325,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.175,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 4 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, zoals ook door de rechtbank is toegewezen. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Midden-Nederland van 1 mei 2017 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie, parketnummer 16-700059-16. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde, zij het dat de advocaat-generaal heeft gerequireerd tot afwijzing van de vordering.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken en met name gelet op de op te leggen PIJ-maatregel, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 63, 77c, 77g, 77i, 77s, 140, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 7 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 3 primair, 8 primair en 9 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 en in de zaak met parketnummer 16-659608-18 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 en in de zaak met parketnummer 16-659608-18 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen.

Benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 9] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 10] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 17.358,42 (zeventienduizend driehonderdachtenvijftig euro en tweeënveertig cent), bestaande uit € 17.058,42 (zeventienduizend achtenvijftig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 10] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 10 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 17.358,42 (zeventienduizend driehonderdachtenvijftig euro en tweeënveertig cent) bestaande uit € 17.058,42 (zeventienduizend achtenvijftig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en

€ 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 90 (negentig) dagen jeugddetentie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 10 augustus 2017.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.175,00 (duizend honderdvijfenzeventig euro), bestaande uit € 575,00 (vijfhonderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-705421-17 onder 4 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.175,00 (duizend honderdvijfenzeventig euro) bestaande uit € 575,00 (vijfhonderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen jeugddetentie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 23 april 2017.

Vordering tenuitvoerlegging

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Midden-Nederland van 3 december 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politie-rechter in de rechtbank Midden-Nederland van 1 mei 2017, parketnummer 16-00059-16, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 2 maanden.

Aldus gewezen door

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. K.A.J.M. Wetzels en mr. M. Schoemaker, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier,

en op 19 september 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 september 2019.

Tegenwoordig:

mr. R.H. Koning, voorzitter,

mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,

mr. R. Hermans, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 5 van zaaksdossier 2.

2 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 2.

3 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 8 van zaaksdossier 2.

4 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 2.

5 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 12 van zaaksdossier 2.

6 Proces-verbaal aangifte, pagina 9 van zaaksdossier 17.

7 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, pagina 16 van zaaksdossier 17.

8 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, pagina 14 van zaaksdossier 17.

9 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 59 van zaaksdossier 17.

10 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 61 van zaaksdossier 17.

11 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 62 van zaaksdossier 17.

12 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 63 van zaaksdossier 17.

13 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 55 van zaaksdossier 17.

14 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 64 van zaaksdossier 17.

15 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 66 van zaaksdossier 17.

16 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 67 van zaaksdossier 17.

17 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 69 van zaaksdossier 17.

18 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 72 van zaaksdossier 17.

19 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 86 van zaaksdossier 17.

20 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 87 van zaaksdossier 17.

21 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 87 van zaaksdossier 17.

22 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 88 van zaaksdossier 17.

23 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen met documentcode 20181213.1750 aangestraalde locaties.

24 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 55 van zaaksdossier 17.