Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7246

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
21-004639-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld wegens diefstal met bedreiging met geweld en geweld. Verdachte, die lid is van een motorclub, keurde af dat aangever een hesje droeg gelijkend op hesjes die door leden van motorclubs worden gedragen. Verdachte sprak aangever hier op een intimiderende en dreigende manier op aan en trok daarna het hesje van het lichaam van aangever. Vervolgens nam hij het hesje mee. Overweging omtrent oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004639-17

Uitspraak d.d.: 5 september 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 25 augustus 2017 met parketnummer 18-730355-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde en oplegging van een gevangenisstraf van 60 dagen waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. J.B. Pieters, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde (diefstal met geweld en bedreiging met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 juli 2016 te [plaats] , in elk geval in de gemeente [gemeente] , op of aan de openbare weg, te weten op een parkeerterrein op of aan of bij de [straat] , in elk geval een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (leren) hesje met op de achterkant (onder meer) de tekst "Sons of Anarchy" en/of California" en/of een E-smoker en/of geld (ongeveer 15 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader

- die [slachtoffer] in een auto heeft opgewacht en/of

- op die [slachtoffer] is afgelopen en/of

- op intimiderende wijze (neus aan neus) voor die [slachtoffer] is gaan en/of blijven staan en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij drie kansen had om zijn vestje uit te doen en/of dat hij het jasje wat hij droeg niet mocht dragen en/of dat hij dat jasje uit moest trekken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( op razende en/of dwingende toon) die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Uit, uit, jackje uit!" en/of "Je weet hoe het werkt met MC." en/of "Waar kom je vandaan?" en/of "Waar staat jullie clubhuis?" en/of "Doe je jasje uit!" en/of "Je krijgt drie waarschuwingen.", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( dreigend) voor de dochter van die [slachtoffer] is gaan staan (toen deze de politie wilde bellen) en/of daarbij (dreigend) tegen die dochter van die [slachtoffer] heeft gezegd dat zei moest ophouden met bellen en dat hij anders haar telefoon zou afpakken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking,

- het (leren) hesje met op de achterkant (onder meer) de tekst "Sons of Anarchy" en/of California" (met daarin de E-smoker en/of het geld (ongeveer 15 euro)) heeft vastgepakt en (met kracht) van het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrokken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Door de verdediging is ter zitting van het hof bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat verdachte niet het oogmerk had om zich het hesje wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte wilde slechts dat aangever het hesje niet zou dragen. Verdachte heeft weliswaar het hesje van het lichaam van aangever getrokken en meegenomen, maar ook uit het handelen nadien blijkt dat er geen sprake was van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Immers verdachte heeft op 8 juli 2016 reeds een afspraak gemaakt om het hesje aan aangever terug te geven, aldus de verdediging.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Uit die bewijsmiddelen blijkt, voor zover hier relevant, dat verdachte aangever [slachtoffer] op een intimiderende en bedreigende wijze heeft gevraagd om zijn hesje uit te doen. Toen [slachtoffer] dat weigerde, heeft verdachte met kracht het hesje van [slachtoffer] ’s lichaam getrokken. Vervolgens is verdachte met medeneming van het hesje weggelopen, in de gereedstaande auto gestapt en weggereden.

Het hof overweegt dat verdachte door niet alleen het hesje uit te trekken maar vervolgens ook mee te nemen, hierover als heer en meester heeft beschikt. Hieruit volgt dat verdachte het oogmerk had om het hesje zich wederrechtelijk toe te eigen. Hieraan doet niet af dat verdachte heeft gehandeld vanuit de opvatting dat het afkeurenswaardig was dat aangever dit hesje droeg noch dat hij achteraf (onder voorwaarde) bereid was om het hesje aan aangever terug te geven. Het verweer wordt verworpen.

Met betrekking tot het ten laste gelegde medeplegen overweegt het hof dat er onvoldoende bewijs is voor de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 juli 2016 te [plaats] , op de openbare weg, te weten op een parkeerterrein aan de [straat] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (leren) hesje met op de achterkant (onder meer) de tekst "Sons of Anarchy" en/of California" en een E-smoker en geld (ongeveer 15 euro), toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die [slachtoffer] in een auto heeft opgewacht en

- op die [slachtoffer] is afgelopen en

- op intimiderende wijze (neus aan neus) voor die [slachtoffer] is gaan en blijven staan en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij drie kansen had om zijn vestje uit te doen en dat hij het jasje wat hij droeg niet mocht dragen en dat hij dat jasje uit moest trekken, en

- op razende en/of dwingende toon die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Uit, uit, jackje uit!" en "Je weet hoe het werkt met MC." en "Waar kom je vandaan?" en "Waar staat jullie clubhuis?" en "Doe je jasje uit!" en "Je krijgt drie waarschuwingen.", en

- dreigend voor de dochter van die [slachtoffer] is gaan staan toen deze de politie wilde bellen en daarbij dreigend tegen die dochter van die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij moest ophouden met bellen en dat hij anders haar telefoon zou afpakken,

- het (leren) hesje met op de achterkant (onder meer) de tekst "Sons of Anarchy" en/of California" (met daarin de E-smoker en/of het geld (ongeveer 15 euro)) heeft vastgepakt en (met kracht) van het lichaam van die [slachtoffer] heeft getrokken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld en geweld. Verdachte, die lid is van een motorclub, zag in een restaurant aangever zitten die een hesje droeg gelijkend op hesjes die door leden van motorclubs worden gedragen. Verdachte keurde dit dragen door aangever af en besloot aangever hier buiten het restaurant op aan te spreken. Dit deed hij op een intimiderende en bedreigende manier. Aangever weigerde het hesje uit te doen waarna verdachte het hesje van het lichaam van aangever trok. Toen de dochter van aangever die ook ter plaatse was, daarop 112 belde, maakte verdachte tegen haar op intimiderende wijze duidelijk daar niet van gediend te zijn. Verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit van aangever en aangevers dochter en heeft geen respect getoond voor het eigendomsrecht van aangever. Daarnaast veroorzaken delicten als deze gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en omstanders.

Het hof heeft bij de straftoemeting ten nadele van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 7 augustus 2019 in het verleden voor onder andere mishandeling onherroepelijk is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel een passende en geboden bestraffing is.

Ter zitting van het hof is door de verdediging verzocht om hiervan af te zien. Verdachte heeft een full time baan en een gezin met twee jonge kinderen. Als verdachte een gevangenisstraf opgelegd krijgt, zal hij mogelijk zijn baan kwijtraken.

Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop in onderhavige zaak redenen om af te zien van het opleggen van een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel langer duurt dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Wel acht het hof gelet op de aard en ernst van het feit een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis passend en geboden. Het hof zal deze straffen aan verdachte opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 59 (negenenvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,

en op 5 september 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.