Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:7191

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-09-2019
Datum publicatie
09-10-2019
Zaaknummer
WAHV 200.229.712
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2). Bevoegdheid Boa. Beleidsregels Boa. Niet kan worden vastgesteld dat de onderhavige geslotenverklaring is ingesteld in relatie tot de openbare orde, zodat niet kan worden vastgesteld dat de Boa bevoegd was tot het opleggen van een sanctie. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.229.712

5 september 2019

CJIB 201421616

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 24 oktober 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.

Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer)”, welke gedraging zou zijn verricht op 5 augustus 2016 om 11:55 uur op de Achterweg te Lisse met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. Deze gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) in samenhang met bord C2 (eenrichtingsweg) van Bijlage 1 bij dat reglement.

3. De betrokkene voert aan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa) die de sanctie heeft opgelegd daartoe niet bevoegd was. Deze boa mag voor een gedraging als de onderhavige alleen een sanctie opleggen als de openbare orde in het geding is. Daarvan was in dit geval geen sprake. Er was op dat moment namelijk geen manifestatie, evenement of iets dergelijks. Handhaving in het kader van de verkeersveiligheid is dan alleen voorbehouden aan de politie. De betrokkene verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 10 juli 2017 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2017:5888).

4. Blijkens de stukken van het dossier, waaronder de door de betrokkene overgelegde akte van opsporingsbevoegdheid van de betreffende boa, is de onderhavige sanctie opgelegd door [B] , die is beëdigd als boa voor het domein Openbare Ruimte.

5. Artikel 6.4 onder 16 van de ten tijde van de onderhavige gedraging geldende Beleidsregels boa houdt in dat de boa Openbare Ruimte bevoegd is tot handhaving ter zake van:

“Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Op 12 april 2011 is door het College van procureurs-generaal (brief met kenmerk Pag/B&S/15674) nadere invulling gegeven in het kader van gemeentelijke handhaving van de WVW. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is in relatie tot de openbare orde toegestaan. In bijlage L is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op categorie C borden.”

6. Gelet op het voorgaande is de bevoegdheid van de onderhavige boa om te handhaven op gedragingen als de onderhavige begrensd tot situaties die gerelateerd kunnen worden aan de openbare orde.

7. Het hof heeft in zijn arrest van 14 juni 2018 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:5537) geoordeeld dat het begrip openbare orde in de zin van de Beleidsregels boa moet worden ingevuld aan de hand van wat daarover in een brief van 12 april 2011 van het College van procureurs-generaal staat vermeld, namelijk:

“Het criterium openbare orde dient echter zo te worden verstaan, aldus het College, dat daaronder tevens valt het tegengaan van overlast, bijvoorbeeld door sluipverkeer, en het verbeteren van de leefbaarheid, bijvoorbeeld door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto's, de zogenaamde milieuzones.”

8. In een aanvullend proces-verbaal d.d. 3 april 2018 verklaart [B] op ambtsbelofte, voor zover relevant, het volgende:
"Het verkeersbesluit is al ruim 30 jaar van kracht en op dit moment niet te vinden in ons archief. Ik stuur u foto's van de huidige situatie waarbij er alleen voor vrachtverkeer toestemming is om via de C2 te rijden. Hierbij is ook van de politie een positief advies gegeven. De gemeente heeft bepaald dat voor de veiligheid van de kinderen de Achterweg eenrichting wordt. In bijlage 3 t/m 6 ziet u de situatie van de Achterweg komend vanaf de Vuursteeglaan. Op Achterweg 3 is een basisschool. Men kan niet vanaf de Lindenlaan de Achterweg in rijden (bijlage 1 en 2). Inrijrichting is dan vanaf de Vuursteeglaan. (…)"

Bij het aanvullend proces-verbaal zijn onder meer foto's van de situatie ter plaatse gevoegd, alsmede een advies tijdelijke verkeersmaatregelen van de politie d.d. 19 maart 2018.

9. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat voor de beoordeling van de vraag of de boa bevoegd was om de onderhavige sanctie op te leggen van belang is wat de boa heeft verklaard omtrent de redenen van handhaving. Daarnaast is ook de verkeerssituatie ter plaatse van belang. De advocaat-generaal voert aan dat de locatie van de gedraging is gelegen in de buurt van een basisschool en dat het algemeen bekend is dat bij een basisschool binnen een kort tijdsbestek veel kinderen worden weggebracht en opgehaald, wat drukke verkeerssituaties oplevert. Volgens de advocaat-generaal zorgt het bord C2 op deze locatie voor een goede doorstroming van het verkeer, waarmee de openbare orde is gediend. Aldus was de boa bevoegd om de onderhavige sanctie op te leggen.

10. Het hof constateert dat het dossier niet het verkeersbesluit bevat waarbij de onderhavige geslotenverklaring is ingesteld. Ook andere informatie waaruit blijkt met welk doel de geslotenverklaring is ingesteld ontbreekt. De verklaring van de boa dat de gemeente heeft bepaald dat de Achterweg voor de veiligheid van de kinderen een eenrichtingsweg wordt, blijkt niet uit de bijgevoegde stukken. Het overgelegde advies van de politie dateert van na de gedraging en ziet niet op het instellen van de onderhavige geslotenverklaring, maar op een voorgenomen verkeersbesluit betreffende het instellen van diverse (tijdelijke) verkeersmaatregelen ten behoeve van een bouwlocatie aan de Achterweg. Het hof is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de locatie van de gedraging is gelegen in de buurt van een basisschool niet maakt dat reeds daarom sprake is van een relatie met de openbare orde. Dat bij een basisschool drukke verkeerssituaties kunnen ontstaan en dat het bord C2 ter plaatse zorgt voor een goede doorstroming van het verkeer, betreft een invulling van de advocaat-generaal. Aldus kan niet worden vastgesteld dat de onderhavige geslotenverklaring is ingesteld in relatie tot de openbare orde. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de boa bevoegd was om voor de onderhavige gedraging een sanctie op te leggen. Bij die stand van zaken kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. Het hof zal dan ook beslissen als hierna te melden.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 201421616 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.