Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:6609

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15-08-2019
Datum publicatie
10-09-2019
Zaaknummer
WAHV 200.227.836
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mobiele telefoon vasthouden. Niet aannemelijk is dat de verbalisant zich heeft vergist en een Ipod heeft aangezien voor een mobiele telefoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.227.836

15 augustus 2019

CJIB 202384860

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel

van 8 november 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 247,50.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, aangevuld bij schrijven van 9 april 2018. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De bezwaren van de gemachtigde richten zich tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard.

2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van

€ 230,- opgelegd ter zake van “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden.” Deze gedraging zou zijn verricht op 5 oktober 2016 om 15:15 uur op de Rijksweg 36 te Vriezenveen.

3. De gemachtigde betwist dat de gedraging is verricht. De betrokkene heeft niet een mobiele telefoon, maar een iPod vastgehouden. Een iPod en mobiele telefoon zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Ter onderbouwing is een print overgelegd van de voorzijde van een Ipod. De betrokkene, zelf marechaussee, heeft bij de staandehouding aangegeven dat het een Ipod was, maar de agent wilde - zoals gebruikelijk - niet luisteren. Er is geen merk genoteerd van de zogenaamd waargenomen mobiel, geen kleur en er is niet gecontroleerd of deze wel echt is, terwijl dat wel vereist is. Het kan immers ook een speelgoedtelefoon zijn. Volgens de gemachtigde is niet vast komen te staan dat het daadwerkelijk een mobiele telefoon betrof.

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Gedragingsgegevens: Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn rechterhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof van het merk Samsung.

Aan betrokkene is de cautie verleend. Betrokkene gaf geen verklaring."

6. Het hof ziet in de stelling van de gemachtigde dat de betrokkene geen mobiele telefoon, maar een iPod vasthield, geen aanleiding om aan de andersluidende verklaring van de ambtenaar te twijfelen. De ambtenaar heeft verklaard dat hij bij staandehouding een mobiele telefoon heeft waargenomen als het op een telefoon gelijkende voorwerp dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand vasthield. Wanneer, zoals de gemachtigde stelt, het apparaat in kwestie feitelijk een iPod en geen telefoon betrof, had het op de weg van de betrokkene gelegen de ambtenaar daar direct op te attenderen, zodat deze ter plaatse een en ander had kunnen verifiëren. Het verschil is immers eenvoudig vast te stellen. Uit de door de gemachtigde overgelegde print blijkt dat op een iPod de telefoonbutton ontbreekt. Nu de betrokkene dit heeft nagelaten, is de andersluidende verklaring van de ambtenaar op dit punt niet op geloofwaardige wijze tegengesproken.

7. Verder schrijft geen rechtsregel voor dat de vaststelling dat een gedraging als deze is verricht, afhangt van het al dan niet noteren van het merk en type van het gebruikte telefoontoestel. Noch daargelaten dat het merk wel is genoteerd, faalt ook deze klacht van de gemachtigde.

8. Nu ook overigens niets is aangevoerd wat aanleiding geeft tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar en de stukken in het dossier daartoe evenmin aanleiding geven, staat naar het oordeel van het hof vast dat de gedraging is verricht. Er is terecht een sanctie opgelegd aan de betrokkene. Het beroep tegen de inleidende beschikking is ongegrond.

9. De klacht van de gemachtigde dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat er twee verbalisanten zijn die hebben gezien dat de betrokkene tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp vasthield, faalt. In het zaakoverzicht is een tweede verbalisant vermeld en op grond daarvan kan dit worden aangenomen. De kantonrechter kon ook zondermeer voorbij gaan aan de stelling van de gemachtigde dat de betrokkene als marechaussee ook ambtseed heeft zodat er geen sprake is van het woord van een gewone burger tegen het woord van een agent op ambtseed. Zou de betrokkene met betrekking tot deze zaak al iets hebben verklaard, dan komt daaraan niet de bijzondere bewijskracht van een ambtsedige verklaring toe omdat hij niet in de uitoefening van zijn functie verklaart maar als betrokkene.

10. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

11. Voor een vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.