Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:599

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-01-2019
Datum publicatie
24-01-2019
Zaaknummer
21-006322-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van een gewelddadige woningoverval en een mishandeling tot een gevangenisstraf van 4 jaren. Verdachte wordt vrijgesproken van een bedreiging. Ten tijde van het begaan van de feiten was verdachte voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Het hof herroept de voorwaardelijke invrijheidstelling en gelast dat de vrijheidsstraf van 300 dagen, die als gevolg van de toepassing van de regeling voorwaardelijke invrijheidsstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet worden ondergaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006322-17

Uitspraak d.d.: 24 januari 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 7 november 2017 met parketnummer 18-930170-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1982] ,

wonende te [adres 1] ,

thans verblijvende in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 april 2018 en 10 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. T.W. Delhaye, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

Het vonnis waarvan beroep

De meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 7 november 2017:

  • -

    verdachte ter zake van het onder 2 primair en 4 ten laste gelegde vrijgesproken;

  • -

    verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest;

  • -

    de benadeelde partij voor een deel niet-ontvankelijk in de vordering verklaard en het overige deel van de vordering afgewezen;

  • -

    de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling in ze zaak met nummer 99-000280-47 toegewezen en gelast dat de vrijheidsstraf die niet ten uitvoer is gelegd, als nog moet worden ondergaan, te weten 300 dagen.

De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep niet gehandhaafd. Daarom zal deze vordering niet in de procedure in hoger beroep betrokken worden.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, voor zover in hoger beroep van belang, ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 25 juni 2017 te [plaats]

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan/nabij de [straat 1] heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat geldbedrag/goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- ( meermalen) heeft gebonkt, geslagen en/of geschopt op/tegen een of meer ruiten van de woning waarin die [slachtoffer 2] zich bevond en/of

- een of meer ruiten van die woning kapot heeft gemaakt en/of

- toen verdachte bezig was (geweest) met het kapot maken van die ruit(en) en hij werd aangesproken/benaderd door die [slachtoffer 3] , dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Niet mee bemoeien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 3] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of

- met dat mes/voorwerp die [slachtoffer 3] in de borst, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of

- toen hij die woning was binnengegaan dreigend heeft geroepen/gezegd: "Geld, geld, geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- heeft geschopt en/of geslagen tegen de deur van de badkamer waarin die [slachtoffer 2] zich had verschanst/verstopt en/of

- nadat die [slachtoffer 2] die deur had geopend, dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen/gezegd: "Geld, geld, geld, waar is het", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- dreigend met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een of meer stekende en/of snijdende bewegingen naar die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en/of

- dreigend dat mes/voorwerp tegen een wang van die [slachtoffer 2] heeft gezet en/of

- nadat verdachte een geldbedrag uit een lade had gepakt, dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Doe open die deur", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of (daarbij) dreigend dat mes/voorwerp, zichtbaar voor die [slachtoffer 2] , in de hand heeft gehouden en/of

- nadat verdachte die woning had verlaten en hij werd achtervolgd door die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] , zichtbaar voor die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] dreigend een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of

- met dat mes/voorwerp een of meer stekende en/of snijdende bewegingen naar/in de richting van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] heeft gemaakt;

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 25 juni 2017 te [plaats]

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] of aan een derde,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, te weten een woning aan/nabij de [straat 1] , heeft verschaft en/of dat geldbedrag/goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- ( meermalen) heeft gebonkt, geslagen en/of geschopt op/tegen een of meer ruiten van de woning waarin die [slachtoffer 2] zich bevond en/of

- een of meer ruiten van die woning kapot heeft gemaakt en/of

- toen verdachte bezig was (geweest) met het kapot maken van die ruit(en) en hij werd aangesproken/benaderd door die [slachtoffer 3] , dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Niet mee bemoeien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 3] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of

- met dat mes/voorwerp die [slachtoffer 3] in de borst, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of

- toen hij die woning was binnengegaan dreigend heeft geroepen/gezegd: "Geld, geld, geld", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- heeft geschopt en/of geslagen tegen de deur van de badkamer waarin die [slachtoffer 2] zich had verschanst/verstopt en/of

- nadat die [slachtoffer 2] die deur had geopend, dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen/gezegd: "Geld, geld, geld, waar is het", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- dreigend met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een of meer stekende en/of snijdende bewegingen naar die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en/of

- dreigend dat mes/voorwerp tegen een wang van die [slachtoffer 2] heeft gezet;

2 primair:
hij op of omstreeks 25 juni 2017 te [plaats]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair:
hij op of omstreeks 25 juni 2017 te [plaats] [slachtoffer 3] heeft mishandeld door deze met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst, althans in het lichaam, te steken en/of te snijden;

3:
hij op of omstreeks 25 juni 2017 te [plaats]

[slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door naar die [slachtoffer 6] toe te lopen en/of (daarbij) zichtbaar voor die [slachtoffer 6] dreigend een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, tevoorschijn te halen en/of in de hand te houden en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer 6] te zeggen: "Ik ga dood hier vandaag", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de rechtbank acht het hof het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Het enkele feit dat verdachte [slachtoffer 3] heeft gesneden met een schilmesje, maakt niet zonder meer dat sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het dossier bevat voorts geen informatie die het aannemen van een dergelijke aanmerkelijke kans rechtvaardigt.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde is het hof van oordeel dat er voor aangeefster [slachtoffer 6] weliswaar sprake was van een beangstigende situatie, maar dat de uitlatingen en handelingen van verdachte geen bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht opleveren. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Verweren

Door de verdediging is vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde bepleit. De raadsman heeft primair aangevoerd dat verdachte niet in de woning is geweest, de ruit niet kapot heeft gemaakt, [slachtoffer 2] niet heeft bedreigd en geen geweld heeft gebruikt.

Subsidiair is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte enig goed dan wel een geldbedrag heeft weggenomen omdat de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] onvoldoende betrouwbaar zijn nu zij pas 40 minuten na het incident de politie hebben gebeld. Niet kan worden uitgesloten dat zij hun verklaringen onderling op elkaar hebben afgestemd.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van de in dit arrest uitgewerkte verklaringen van [slachtoffer 2] en de getuigen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [getuige] acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een overval heeft gepleegd, waarbij hij de ruit kapot heeft gemaakt, in de woning van [slachtoffer 1] is geweest, in de woning [slachtoffer 2] heeft bedreigd en geweld heeft gebruikt. Deze verklaringen sluiten op elkaar aan en de verklaring van [slachtoffer 2] vindt steun in de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [getuige] .

Met betrekking tot het subsidiair aangevoerde overweegt het hof dat de omstandigheid dat de politie pas 40 minuten na het incident is gebeld, niet zonder meer met zich brengt dat de verklaringen op elkaar zijn afgestemd en daardoor onbetrouwbaar zijn. Het hof vindt in het dossier voorts geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de afgelegde verklaringen op elkaar zijn afgestemd. Het hof is van oordeel dat op grond van de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een geldbedrag heeft weggenomen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair:
hij op 25 juni 2017 te [plaats]

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning nabij de [straat 1] heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1] ,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- meermalen heeft gebonkt, geslagen en geschopt tegen een ruit van de woning waarin die [slachtoffer 2] zich bevond en

- een ruit van die woning kapot heeft gemaakt en

- toen verdachte bezig was met het kapot maken van die ruit en hij werd aangesproken/benaderd door die [slachtoffer 3] , dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Niet mee bemoeien", en

- zichtbaar voor die [slachtoffer 3] een mes in de hand heeft gehouden en

- met dat mes die [slachtoffer 3] in de borst heeft gestoken gesneden en

- toen hij die woning was binnengegaan dreigend heeft geroepen: "Geld, geld, geld", en

- heeft geschopt tegen de deur van de badkamer waarin die [slachtoffer 2] zich had verschanst en

- nadat die [slachtoffer 2] die deur had geopend, dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Geld, geld, geld, waar is het", en

- dreigend met een mes stekende bewegingen naar die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en

- dreigend dat mes tegen een wang van die [slachtoffer 2] heeft gezet en

- nadat verdachte een geldbedrag uit een lade had gepakt, dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Doe open die deur", en daarbij dreigend dat mes, zichtbaar voor die [slachtoffer 2] , in de hand heeft gehouden en

- nadat verdachte die woning had verlaten en hij werd achtervolgd door die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] , zichtbaar voor die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] dreigend een mes in de hand heeft gehouden en

- met dat mes stekende bewegingen in de richting van die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] heeft gemaakt;

2
subsidiair:
hij op 25 juni 2017 te [plaats]

[slachtoffer 3] heeft mishandeld door deze met een mes in de borst te snijden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof bezigt met betrekking tot de bewezenverklaring de navolgende bewijsmiddelen:

Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken betreft dit (voor kopie conform het origineel verklaarde) op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de politie eenheid Noord-Nederland, District Drenthe, Districtsrecherche Drenthe, met registratienummer [nummer 1] , gesloten op 13 juli 2017.

Met betrekking tot de feiten 1 primair en 2 subsidiair:

1. Een proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van de rechtbank Noord-Nederland op 24 oktober 2017, zakelijk weergegeven inhoudende:

Het klopt dat ik op 25 juni 2017 rond 18:00 uur nabij de [straat 1] was. .

Met betrekking tot feit 1 primair

2. Een proces-verbaal van aangifte, pagina’s 151-154, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik woon op een benedenwoning gelegen op perceel [adres 2] te [plaats] . Op 25 juni

2017 was [slachtoffer 2] bij mij op bezoek. Omstreeks 17:50 uur ging ik sigaretten halen. [slachtoffer 2] bleef in mijn woning. Ik kocht sigaretten en liep terug in de richting van mijn huis. Op de kruising [straat 1] met [straat 2] zag ik de man met de scootmobiel, [slachtoffer 3] . Ik hoorde [slachtoffer 3] roepen dat er iemand bij mij aan het inbreken was en alles kapotsloeg. Ik zag thuis dat een ruit van mijn woning kapotgeslagen was. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] in paniek was. Ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen dat iemand de ruit ingeslagen had en geld had gestolen. Ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen dat de dief haar bedreigd had met een mes. Ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen dat ze in haar wang geprikt was met het mes. Ik keek in de keukenlade en zag dat mijn geld weg was.

Met betrekking tot de feiten 1 primair en 2 subsidiair:

3. Een proces-verbaal van aangifte, pagina’s 91-95, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van [slachtoffer 2] :

Op 25 juni 2017 was ik tussen 18:00 uur en 18:20 uur bij [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) in huis. Er werd aan de deur geklopt. Toen hoorde ik een harde bonk tegen het woonkamerraam. Er werd weer geklopt. Ik zag dat een man langs het raam naar de voorzijde richting de [straat 1] liep. Na ongeveer een halve minuut stond diezelfde lange donkere man voor het raam en begon als een zot tegen het raam te slaan en te schoppen. Ik heb hard gegild en geschreeuwd. Ik kreeg toen door dat hij wel naar binnen wilde en ben verder de keuken ingelopen. Ik heb mezelf toen opgesloten in de badkamer. Ik hoorde eigenlijk gelijk toen hij naar binnen was gekomen dat hij riep: ‘Geld geld geld!’. Ik hoorde dat hij een keukenkast dichtsmeet en direct daarop werd hij heel agressief, verbaal dan, en daarbij schopte en/of sloeg hij ook tegen de deur. Ik was doodsbang. Voordat hij de deur zou intrappen heb ik toen de deur geopend. Hij bleef toen roepen: ‘Geld geld!’ Ik maakte me nog een beetje klein maar hij kwam heel dicht tegen me aan staan en riep ‘Geld geld geld! Waar is het?’ Ik zag dat hij nog kwader werd en het mes, waarmee hij al meerdere malen in mijn richting had geprikt, met de punt tegen mijn linkerwang drukte. Ik was bang dat hij mij nu dood ging steken en zei tegen hem dat er wat geld in de keukenlade lag. Hij ging direct de keuken in en trok twee keukenlades open. In die la zat het geld. Hij trok zo te zien willekeurig een la open en hij nam het geld weg uit de lade. Hij zei toen tegen mij dat ik de deur open moest doen. Hij bedreigde mij daarbij met het mes. Ik ben toen langs hem heengelopen en heb de deur van het slot gehaald. Hij ging naar buiten. Ik zag toen nog twee mannen die achter die gek aanrenden.

Ik kan het volgende signalement geven:

  • -

    man

  • -

    heel donker, een negroïde man dus

  • -

    afkomstig uit een Afrikaans land

  • -

    halverwege de dertig en naar de veertig, of nog iets ouder

  • -

    ik denk bijna 2.00 meter lang

  • -

    atletisch, slank postuur

  • -

    kaal, ik denk scheermes kaal

  • -

    ook iets roods in denk ik

  • -

    wapen, klein mes; zakmes of aardappelschilmes.

4. Een proces-verbaal van aangifte, pagina’s 160-164, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van [slachtoffer 3] en als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Ik help zo nu en dan in de [naam pand] gevestigd aan de [adres 2] te [plaats] . In het pand zijn kamers die verhuurd worden. Een van deze kamers is gelegen op de begane grond. Hier woont dhr. [slachtoffer 1] . Op 25 juni omstreeks 17:55 uur was ik aan het werk in de [naam pand] . Ik hoorde ineens een hard gebonk. Ik hoorde ook hard gegil van een vrouw. Ik ging snel naar buiten via de deur die naar de steeg gaat. Ik zag een donkere man. Ik zag dat deze man, met kracht, hard tegen de ruit van de woning van dhr. [slachtoffer 1] aanschopte. Ik zag dat het glas langzaamaan kapot ging. Ik liep naar de man toe en zei dat hij moest stoppen. Ik zei tegen de man dat hij rustig moest doen. Ik zag dat de man kwaad was. Ik zag dat de man een schoen in zijn hand had en dat hij met deze schoen glasscherven uit het kozijn duwde. Ik deed mijn armen naar voren om de man van het raam weg te halen. Op dat moment zag ik dat de man ook nog een mes in zijn hand had. Ik hoorde de man letterlijk zeggen: ‘Niet mee bemoeien.’ Ik zag dat de man het mes in mijn richting bracht en mij boos aankeek. Ik voelde mij ernstig bedreigd en dacht dat de man mij zou steken met het mes. Ik zag dat de man met snelheid het mes naar mij toe bracht en zag en voelde dat hij mij sneed in mijn borst. Ik schrok heel erg en ging snel terug te [naam pand] in.

Ik voelde pijn aan mijn borst, op de plaats waar de man mij gesneden had. Ik zag dat ik wat bloedde op mijn borst. Ik zag dat mijn shirt kapot gesneden was.

Ik keek om de hoek en zag dat de man die eerder het ruit aan het kapot slaan was, de woning van dhr. [slachtoffer 1] uit kwam. Ik hoorde nog steeds het meisje gillen.

Ik zag dat de man in de richting van de [straat 3] de steeg verliet. Ik zag dat hij er lopend/rennend met een fiets vandoor ging. Ik zag dat [slachtoffer 5] , die ken ik ook van de stad, een blauw krat op de man gooide. Ik zei tegen [slachtoffer 5] iets als: ‘ Pak hem!’ Ik zag dat [slachtoffer 5] achter de man aan ging.

Ik kan de man als volgt omschrijven:

  • -

    Man

  • -

    Zwart krullerig haar, zeer kort

  • -

    Smal en lang gezicht, puntige kin

  • -

    Zeer donkere huidskleur

  • -

    30 jaar a 35 jaar oud

  • -

    lengte circa 180-185 cm lang

  • -

    Blauwe lange broek

  • -

    Zwart/grijs shirt.

Ik, verbalisant, zag bij het slachtoffer het volgende letsel: Ik zag op 26 juni 2017 dat [slachtoffer 3] op zijn linkerborst, net onder zijn tepel, een kleine snijwond had.

5. Een proces-verbaal van verhoor, pagina’s 122-123, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van [slachtoffer 4] :

Vandaag, zondag 25 juni 2017, omstreeks 18.15 uur, liep ik samen met [slachtoffer 5] terug naar huis. Ik huur een kamer aan de [adres 2] te [plaats] . Juist toen wij de deur open wilden doen, werd deze deur met kracht open gegooid in onze richting. De deur klapte tegen ons aan en ik zag een man op mij afkomen. Ik kan de man als volgt omschrijven:

  • -

    donkere huidskleur, bijna zwart

  • -

    sportief gebouwd

  • -

    de man is iets langer dan ik ben. Ik ben zelf ongeveer 1.75 meter lang.

Ik zag dat de man een aardappelschilmesje met een wit handvat in zijn rechterhand hield met het mesgedeelte in onze richting. De man maakte een steekbeweging met het mesje in mijn richting. Ik keerde mij weer om naar de donkere man en ik zag dat hij zijn fiets pakte. Ik dacht: Ik laat de man niet gaan en ik pakte de man bij zijn schouders om hem op de grond te gooien. De man draaide zich toen naar mij en maakte weer stekende bewegingen met het mesje. Ik hoorde [slachtoffer 5] zeggen: ‘Kijk uit voor dat mes!’ Ik moest de man toen weer loslaten om niet gestoken te worden door het mesje. Ik zag dat de man richting het gemeentehuis ging rennen. Ik rende samen met [slachtoffer 5] achter hem aan.

6. Een proces-verbaal van verhoor, pagina’s 124-125, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van [slachtoffer 5] :

Vandaag, zondag 25 juni 2017 omstreeks 18.15 uur kwam ik samen met [slachtoffer 4] terug van boodschappen doen. Wij gingen naar de kamer van [slachtoffer 4] aan de [adres 2] te [plaats] . Toen wij net voor de deur stonden, zwaaide de deur met kracht onze kant open. De deur klapte tegen ons aan. Ik zag dat een lange man met een donkere huidskleur op ons af kwam lopen en ik zag dat deze man een aardappelschilmesje met een houten handvat in zijn rechterhand hield. Ik zag dat hij hiermee dreigend heen en weer naar ons zwaaide. Ik kan de man als volgt omschrijven:

  • -

    hele donkere huidskleur tegen zwarte kleur aan.

  • -

    gespierd lichaam

  • -

    heel kort zwart haar met inhammen

  • -

    hij keek heel star/boos

Ik vroeg de man: ‘Wat is er aan de hand?’ Ik zag de man zijn fiets pakte. Ik zag daar een meisje staan. Ik hoorde haar zeggen: ‘Hij heeft mij met een mes bedreigd en bestolen. Hij heeft bij mij ingebroken.’ Ik draaide mij toen weer om naar de donkere man en ik zag dat de man zijn fiets had gepakt en weg wilde rennen. Ik rende achter hem aan.

7. Een proces-verbaal van verhoor, pagina’s 126-128, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van [getuige] :

Op zondag 25 juni 2017 was ik thuis. Ik woon aan de [straat 1] 20 te [plaats] . Ik zie dat er een voor mij bekend persoon naar boven loopt. Ik zie deze donkere man daar regelmatig. Ik zie dat hij weer naar beneden loopt. Ik hoor direct daarop gebonk op een raam. Je kan duidelijk horen dat het een raam was. Ik hoorde meerdere keren gebonk op de ramen. Ik denk wel een stuk of 5 à 6 keer. Uiteindelijk hoorde ik glasgerinkel. Nadat ik glasgerinkel hoorde, hoorde ik vervolgens geschreeuw van ik denk twee mannen. Ik heb daar verder niemand anders gezien. Ik zag vervolgens een donkere man heel hard wegrennen met een fiets aan de hand. Ik ben vervolgens naar de woning gaan kijken op nummer [nummer 2] . Ik zag dat er een raam stuk was en dat er glas op de grond lag. Ik zag ook nog twee jongens achter die donkere man aanrennen. Toen zag ik daar een meisje, dat ik daar verder nog nooit heb gezien. Ik kan de donkere man die ik wel vaker heb gezien als volgt omschrijven:

  • -

    Donkere man. Hij was wel heel donker.

  • -

    Lange man ongeveer 190 cm

  • -

    Slank postuur

  • -

    Volgens mij had hij geen haar.

8. Een proces-verbaal van bevindingen met daarbij printscreenshots, pagina’s 138-143, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

De enkelband van verdachte [verdachte] is uitgelezen. De uitkomst daarvan was tijdstippen met breedte- en lengtegraden. Er zijn printscreenshots gemaakt van de graden. Deze geven aan waar [verdachte] met zijn enkelband is geweest op 25 juni 2017. [verdachte] komt omstreeks 17:43:41 achter de woning van de [adres 2] aan. [verdachte] gaat omstreeks 17:48:41 weer weg, dit betekent dat hij zich daar ongeveer 5 minuten ophoudt bij de [adres 2] . Op de [adres 2] werd aangever [slachtoffer 2] overvallen.

De hierboven weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, slechts wordt gebezigd voor het bewijs voor het feit, waarop het blijkens de inhoud daarvan betrekking heeft, levert op de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen, dat verdachte het als voormeld in onder 1 primair en 2 subsidiair bewezen verklaarde heeft begaan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 25 juni 2017 kort gezegd schuldig gemaakt aan het plegen van een gewelddadige woningoverval en een mishandeling.

Verdachte heeft bij een woning aan de [straat 1] in [plaats] meermalen tegen een ruit van die woning gebonkt, geslagen en geschopt. Vervolgens heeft hij een ruit van die woning kapot gemaakt. Toen hij door [slachtoffer 3] werd verzocht hiermee te stoppen, heeft hij hem een mes getoond en hem in de borst gesneden.

[slachtoffer 2] , die zich alleen in de woning aan de [straat 1] bevond, was zeer angstig en had zich verstopt in de badkamer. Nadat verdachte tegen de deur van de badkamer had geschopt, heeft [slachtoffer 2] de deur van de badkamer geopend. Verdachte heeft daarna onder bedreiging met een mes [slachtoffer 2] gedwongen om te zeggen waar geld lag. Verdachte heeft daarop geld weggenomen en daarna, dreigend met het mes, [slachtoffer 2] bevolen de deur van de woning te openen.

Nadat verdachte de woning had verlaten is hij achtervolgd door [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . Zij zijn door verdachte met het mes bedreigd.

Het is een feit van algemene bekendheid dat de slachtoffers van een woningoverval nog langdurig gebukt kunnen gaan onder de psychische gevolgen, zoals gevoelens van angst en onveiligheid. Bovendien vond deze overval op klaarlichte dag plaats en waren er getuigen die geprobeerd hebben in te grijpen. Ook dit versterkt de in de samenleving bestaande gevoelens van onrust en onveiligheid.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 december 2018 is gebleken dat verdachte eerder meermalen onherroepelijk tot straffen en/of maatregelen is veroordeeld ter zake van onder meer diefstallen. Voorts is uit het uittreksel gebleken dat verdachte ten tijde van het begaan van de onderhavige feiten voorwaardelijk in vrijheid was gesteld na een langdurige vrijheidsstraf voor een mishandeling en een poging tot afpersing, waarop de recidiveregeling van toepassing was. Deze straffen en maatregelen hebben verdachte er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De reclassering heeft op 20 oktober 2017 een rapport over verdachte uitgebracht. Daarin staat dat het recidiverisico hoog wordt ingeschat en dat de reclassering door de ervaringen met verdachte de afgelopen jaren van mening is dat gedragsverandering binnen ambulant kader niet mogelijk is. Het is de vraag of er binnen klinisch kader mogelijkheden zijn, maar omdat verdachte niet wil meewerken aan onderzoek is dit volgens de reclassering geen optie.

In de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken wordt bij een overval op een woning, waarbij sprake is van licht geweld of bedreiging uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Evenals de rechtbank neemt het hof deze straf als uitgangspunt bij de straftoemeting

Gelet op het voorgaande, bezien in onderling verband en samenhang, acht het hof, evenals de rechtbank, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden. Hoewel het hof een feit minder bewezen acht dan de rechtbank, ziet het hof geen aanleiding om de straf te matigen. Met oplegging van een lagere straf kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan, nu met oplegging van een lagere straf geen recht zou worden gedaan aan voormelde aard, ernst en omstandigheden van de bewezenverklaarde feiten en de houding van verdachte.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 8 mei 2014, parketnummer 18-730032-14, veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden, met aftrek van voorarrest.

De veroordeelde is in die zaak op 4 januari 2017 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft op 17 juli 2017 een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland. Deze vordering strekt tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 300 (driehonderd) dagen in verband met de onder 1 primair, subsidiair, 2 primair, subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is derhalve gegrond, waarna het hof op grond van het bepaalde in artikel 15j, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel of gedeeltelijk moet worden ondergaan.

Het hof zal deze vordering daarom toewijzen en gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf, een periode van 300 (driehonderd) dagen, dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel moet worden ondergaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 15g, 15i, 57, 63, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat het gedeelte van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 8 mei 2014, parketnummer 18-730032-14, opgelegde vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel wordt ondergaan, en wel voor de duur van 300 (driehonderd) dagen.

Aldus gewezen door

mr. M.C. Fuhler, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. M. van Seventer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 24 januari 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M. van Seventer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.