Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:5685

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-07-2019
Datum publicatie
23-07-2019
Zaaknummer
WAHV 200.255.384
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC). Het betreft geen verzet op grond van artikel 26 Wahv, zodat niet de rechtbank Oost-Brabant bevoegd is maar op grond van artikel 15 WWETGC de rechtbank Noord-Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.255.384

10 juli 2019

CJIB 001001562

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant

van 23 november 2018

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een op 18 oktober 2018 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter .

Beoordeling

1. Op 18 oktober 2018 is een dwangbevel uitgevaardigd op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (hierna: WWETGC) terzake van betaling van een door de Oostenrijkse politie opgelegde geldelijke sanctie.

2. Ingevolge artikel 15 WWETGC dient een bezwaarschrift tegen het dwangbevel te worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland.

3. De betrokkene heeft bij brief van 26 oktober 2018 een bezwaarschrift ingediend tegen dit dwangbevel. Dit bezwaarschrift is op 30 oktober 2018 is ingekomen bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank Noord-Nederland heeft vervolgens dit bezwaarschrift doorgestuurd naar de rechtbank Oost-Brabant. De rechtbank Oost-Brabant heeft de zaak beschouwd als een verzet op grond van artikel 26 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv).

4. Nu echter geen sprake was van een verzet op grond van de Wahv maar op grond van de WWETGC was de rechtbank Oost-Brabant niet bevoegd op het bezwaarschrift te oordelen. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant dan ook vernietigen, deze rechtbank onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen naar de rechtbank Noord-Nederland.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter;

verklaart de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant onbevoegd;

verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Deze beschikking is gegeven door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.