Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:5391

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-07-2019
Datum publicatie
23-07-2019
Zaaknummer
WAHV 200.219.431
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig was verhuurd door de kentekenhouder. Aan de betrokkene komt een disculpatiemogelijkheid toe in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, Wahv. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.219.431

1 juli 2019

CJIB 202612040

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 15 juni 2017

betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] .

vertegenwoordigd door [B] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 136,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 14 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 oktober 2016 om 12:43 uur op de A2 links te Breukelen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de onderhavige gedraging was verhuurd. De vertegenwoordiger heeft in hoger beroep de (originele) huurovereenkomst overgelegd.

3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

''De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.''

4. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts niet op grond van artikel 5 van de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging een motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.

5. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is.

6. Het hof stelt vast dat het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken op naam staat van [betrokkene] B.V. zodat [betrokkene] B.V. als kentekenhouder, een beroep kan doen op artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.

7. Uit de door de vertegenwoordiger overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig in de periode van 28 oktober 2016 om 13:30 uur tot en met 29 oktober 2016 om 17:04 uur was verhuurd door [betrokkene] B.V. aan ene [C] .

8. Het voorgaande brengt mee dat aan de betrokkene een disculpatiemogelijkheid in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv toekomt. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Dit leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

vernietigt de inleidende beschikking waarbij onder CJIB-nummer 202612040 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.