Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:5382

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-06-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
200.252.504/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag ouders als bewindvoerders van hun zoon wordt door Hof teruggedraaid. Gronden voor ontslag waren wel aanwezig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.252.504/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 7331616 VO VERZ 18-2254)

beschikking van 25 juni 2019

inzake

[verzoeker1] ,

wonende te [A] ,

verder te noemen: rechthebbende,

[verzoeker2] ,

wonende te [B] ,

verder te noemen: de vader,

[verzoekster3] ,

wonende te [B] ,

verder te noemen: de moeder,
verzoekers in hoger beroep, verder te noemen: verzoekers of de ouders,

advocaat: mr. D.S.M. Wouda te Groningen.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[de bewindvoerder] B.V.,

kantoorhoudende te [A] ,

verder te noemen: de bewindvoerder.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 28 november 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 10 januari 2019;

- een brief van mr. Wouda van 30 januari 2019 met productie(s);

- een brief van de bewindvoerder van 14 februari 2019 inhoudende dat er geen verweerschrift wordt ingediend.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 3 juni 2019 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Ook is verschenen mevrouw [C] namens de bewindvoerder. Rechthebbende is niet in persoon verschenen.

3 De feiten

Rechthebbende is geboren [in] 1997. De kantonrechter heeft bij beschikking van 24 mei 2016 over alle tegenwoordige en toekomstige goederen die toebehoren aan rechthebbende een bewind in de zin van artikel 1:431 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ingesteld en de ouders tot bewindvoerder benoemd.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de kantonrechter de ouders ambtshalve ontslagen als bewindvoerders en de bewindvoerder als opvolgend bewindvoerder benoemd.

4.2

Verzoekers zijn met twee grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van 28 november 2018. Deze grieven beogen hun ontslag aan de orde te stellen. Zij verzoeken de beschikking te vernietigen en te bepalen dat zij bewindvoerders zijn gebleven en blijven, één en ander, voor zover de wet het toelaat, uitvoerbaar bij voorraad.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van artikel 1:448 lid 2 BW wordt een bewindvoerder ontslag verleend hetzij op eigen verzoek hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van een medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 432, eerste en tweede lid, dan wel ambtshalve. In dit hoger beroep is de vraag aan de orde of er gewichtige redenen zijn om de ouders (ambtshalve) ontslag te verlenen.

5.2

In de jurisprudentie worden als voorbeelden van gewichtige redenen voor het ontslag van een bewindvoerder genoemd: het voeren van een slecht bewind en onbeleefd optreden, nalatigheid waardoor het vermogen van de rechthebbende negatief wordt geraakt, nalatigheid bij het insturen van de rekening en verantwoording of het informeren van de kantonrechter en het niet informeren van de rechthebbende.

5.3

De ouders hebben de vereiste rekening en verantwoording over 2017 na een daartoe strekkend verzoek en nadien tweemaal een schriftelijk rappel van de zijde van de kantonrechter, niet ingediend. De ouders zijn vervolgens bij brief van 1 oktober 2018 uitgenodigd voor een gesprek met medewerkers van de rechtbank op 30 oktober 2018, -in welke brief stond vermeld dat de kantonrechter de ouders zou kunnen ontslaan bij niet verschijnen-, maar zijn daar niet verschenen. De ouders hebben aangevoerd dat zij deze laatste brief niet hebben ontvangen, hetgeen het hof wil aannemen. Ondanks dat heeft de kantonrechter, naar het oordeel van het hof, de ouders bij deze stand van zaken terecht wegens gewichtige redenen kunnen ontslaan. Anders dan de ouders aanvoeren, heeft de kantonrechter hen daaraan voorafgaand niet nogmaals aangetekend hoeven aan te schrijven of hun benoeming eerst alleen te schorsen. In zoverre faalt het hoger beroep van de ouders dan ook. Gelet op hetgeen echter hierna wordt overwogen zal het hof deze beschikking evenwel niet in stand laten.

5.4

Rechthebbende was tot zijn meerderjarigheid volledig financieel afhankelijk van de ouders. Dat is niet veranderd toen hij 18 jaar werd. De ouders hadden weliswaar een Wajong-uitkering voor de rechthebbende aangevraagd maar die is afgewezen. Ook het door hen daartegen ingediende bezwaar is afgewezen.

Rechthebbende is pas per 1 januari 2019, na zijn 21e verjaardag, over een eigen inkomen gaan beschikken. Dat betreft een bijstandsuitkering die zijn ouders voor hem hebben aangevraagd. Andere inkomsten heeft rechthebbende niet. Nu rechthebbende een eigen inkomen heeft worden de uitgaven voor of van hem niet langer (geheel) uit de financiën van de ouders betaald en is de samenhang van de administratie van de financiën van rechthebbende met die van de ouders in die zin verbroken en opzichzelfstaand geworden.

Gelet daarop en de hiervoor genoemde omstandigheden die voor de kantonrechter aanleiding waren de ouders ambtshalve te ontslaan, is het hof ervan overtuigd geraakt dat de ouders - die beloofd hebben voortaan hun verplichtingen als bewindvoerder (volledig en tijdig) na te komen - anders dan voorheen nu doordrongen zijn van de noodzaak van het afleggen van rekening en verantwoording van het vermogen (inkomsten en uitgaven) van rechthebbende en van de urgentie om dat tijdig te doen.

5.5

Het hof ziet geen reden overigens te twijfelen aan de capaciteiten van de ouders om de financiële belangen van hun zoon goed te behartigen. Zij hebben zoals overwogen, de uitkering voor hun zoon geregeld. De rekening en verantwoording van 2017 alsmede 2018 zijn inmiddels door de ouders alsnog bij de kantonrechter ingediend. Niet is gebleken dat die rekening en verantwoording inhoudelijk niet juist zouden zijn. De ouders hebben er in het beroepschrift nog op gewezen dat ook de rechthebbende liever wil dat zij zijn financiën regelen in plaats van een derde, en het beroepschrift is mede namens hem ingediend. Ter zitting van het hof hebben zij daaraan toegevoegd dat zij beter dan een derde zicht hebben op rechthebbende en zijn situatie, mede omdat zij hem meermalen per week bezoeken en hem beter kunnen begeleiden in het adequaat omgaan met zijn financiële middelen. Dit alles tezamen pleit naar het oordeel van het hof thans voor instandhouding van de benoeming van de ouders als bewindvoerders.

5.6

Het voorgaande leidt ertoe dat het hof de bestreden beschikking van de kantonrechter voor zover daarbij de ouders als bewindvoerders zijn ontslagen en [de bewindvoerder] B.V. tot opvolgend bewindvoerder is benoemd dan ook zal vernietigen. Daardoor herleeft de oorspronkelijke benoeming van de ouders. Het hof wijst er daarbij op dat op grond van het bepaalde in artikel 1:448 lid 4 BW juncto artikel 1:384 BW de taak van de [de bewindvoerder] B.V. echter pas daags na deze uitspraak een einde neemt, alsook de daarbij behorende vergoeding die de kantonrechter in zijn beschikking heeft vastgesteld.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 28 november 2018.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I.A. Vermeulen, M.A.F. Holtvluwer-Veenstra en S. Rezel, bijgestaan door mr. E.L.K. Bijma als griffier, en is op 25 juni 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.