Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:5379

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-07-2019
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
200.257.174
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2019:477
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Artikel 6:80 lid 1 sub c jo. 6:265 BW. Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Gemeenten hebben raamovereenkomst 2019 terecht in december 2018 ontbonden vanwege gegronde vrees dat zorgverlener in de nakoming ervan zal tekortschieten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.257.174

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, 227392)

arrest in kort geding van 2 juli 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Zorgcentra het Mozaïek B.V.,

gevestigd te Hengelo,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Mozaïek ,

advocaat: mr. D. Coskun,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Borne,

zetelend te Borne,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Dinkelland,

zetelend te Denekamp,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Enschede,

zetelend te Enschede,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Haaksbergen,

zetelend te Haaksbergen,

5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Hellendoorn,

zetelend te Nijverdal,

6. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Hengelo,

zetelend te Hengelo,

7. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Losser,

zetelend te Losser,

8. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Oldenzaal,

zetelend te Oldenzaal,

9. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Rijssen-Holten,

zetelend te Rijssen,

10. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Tubbergen,

zetelend te Tubbergen,

11. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Twenterand,

zetelend te Vriezenveen,

12. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Wierden,

zetelend te Wierden,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna: de Gemeenten,

advocaten: mr. R. Blom.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof verwijst naar het tussenarrest van 14 mei 2019. Ingevolge dit tussenarrest heeft op 5 juni 2019 een comparitie van partijen plaatsgevonden voor de meervoudige kamer van dit hof. Aan Mozaïek is akte verleend van de door haar advocaat bij berichten van 29 mei 2019 (aanvullende producties 1-19) en 31 mei 2019 (aanvullende producties 20-35) aan de Gemeenten en het hof toegestuurde stukken. De advocaten van Mozaïek en de Gemeenten hebben op schrift opgestelde spreekaantekeningen overgelegd. Het van de comparitie opgemaakte proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken.

1.2

Na afloop van deze comparitie heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.13 van het bestreden vonnis. Ter wille van de leesbaarheid van dit arrest zal het hof die feiten (behalve de laatste zin van 2.13) nogmaals opnemen.

2.2

In het kader van de inkoop van de benodigde zorg op basis van de

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) en de Jeugdwet hebben de

Gemeenten in 2016 een Europese aanbesteding georganiseerd.

2.3

Met Mozaïek is met ingang van 1 januari 2017 de “Raamovereenkomst

Maatwerkvoorzieningen 2017 alle leeftijden” (hierna: de raamovereenkomst 2017, productie 1 bij inleidende dagvaarding) gesloten.

Deze raamovereenkomst is initieel gesloten voor de duur van één jaar met een optionele

verlenging van maximaal tweemaal één jaar.

2.4

In 2018 hebben de Gemeenten, met uitzondering van de gemeente

Hof van Twente, een nieuwe Europese aanbesteding gehouden. Op deze aanbesteding heeft

Mozaïek ingeschreven. Met ingang van 1 januari 2019 is met Mozaïek de

raamovereenkomst: Integrale inkoop Wmo 2015 en Jeugdwet gesloten (hierna: de

raamovereenkomst 2019, eveneens productie 1 bij inleidende dagvaarding).

2.5

Op 19 september 2018 heeft een werkbezoek bij Mozaïek plaatsgevonden.

2.6

De Gemeenten hebben vervolgens bij brief van 26 september 2018 (productie 4 bij inleidende dagvaarding) een aantal stukken opgevraagd bij Mozaïek ,

waaronder:

- arbeidsovereenkomsten van alle medewerkers van Mozaïek ;

- vrijwilligersovereenkomsten van alle vrijwilligers;

- Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG) van de medewerkers en de vrijwilligers niet eerder

afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop zij voor Mozaïek gingen werken;

- diploma’s van alle medewerkers;

- recente loonstroken van alle medewerkers, waaruit blijkt dat zij cao-conform betaald

krijgen en hoeveel uren zij werken;

- recente loonstrook eigenaar, waaruit blijkt dat hij voldoet aan de wet normering

bezoldiging topfunctionarissen en

- zorgplannen van alle cliënten.

2.7

Mozaïek heeft een gedeelte van de opgevraagde gegevens aan de Gemeenten

verzonden.

2.8

Na inhoudelijke beoordeling van de door Mozaïek overgelegde gegevens, hebben

de toezichthouders Zorg de directeur/eigenaar van Mozaïek , de heer [directeur/eigenaar] (hierna:

[directeur/eigenaar] ), alsmede zijn ouders, overige medewerkers en een achttal cliënten

uitgenodigd voor een gesprek op 23 november 2018. [directeur/eigenaar] is gevraagd nog een

aantal ontbrekende stukken mee te nemen naar het gesprek (productie 5 bij inleidende dagvaarding).

2.9

Nadat [directeur/eigenaar] zich op 26 november 2018 telefonisch heeft beklaagd over

“het door de gemeenten onaangekondigde onderzoek naar zijn onderneming” en nadat

[directeur/eigenaar] bij brief van 27 november 2018 bezwaar heeft gemaakt bij de Gemeenten tegen

de gang van zaken rondom het onderzoek (eveneens productie 5 bij inleidende dagvaarding), heeft het gesprek uiteindelijk plaatsgevonden op 3 december 2018 waarbij enkel [directeur/eigenaar] is verschenen. Vader en moeder [directeur/eigenaar] , alsmede de overige medewerkers van Mozaïek zijn niet verschenen.

2.10

Er heeft een vervolggesprek tussen de toezichthouders Zorg en de heer [directeur/eigenaar]

plaatsgevonden op 6 december 2018 (productie 9 inleidende dagvaarding).

2.11

De bevindingen hebben de Gemeenten doen besluiten Mozaïek in gebreke te

stellen, hetgeen is gebeurd bij brief van 18 december 2018 (productie 10 bij inleidende dagvaarding).

2.12

Bij brief van 27 december 2018 van de advocaat van Mozaïek heeft Mozaïek zich

bereid verklaard om te blijven voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en heeft zij zich

verzet tegen de termijn voor het indienen van stukken van vijf dagen. Tevens heeft zij de

Gemeenten verzocht met haar in overleg te treden (productie 11 bij inleidende dagvaarding).

2.13

Bij brief van 31 december 2018 hebben de Gemeenten aan Mozaïek bericht dat zij

de raamovereenkomst 2017 per direct ontbinden en dat zij de raamovereenkomst 2019 per

1 februari 2019 ontbinden (productie 13 bij inleidende dagvaarding).

2.14

De onderzoeksbevindingen zijn vastgelegd door de Gemeenten op

31 december 2018 (productie 8 Gemeenten ten behoeve van het kort geding in eerste aanleg).

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Mozaïek heeft in eerste aanleg, kort samengevat, gevorderd dat de voorzieningenrechter de Gemeenten zal veroordelen tot nakoming van de met haar gesloten raamovereenkomsten 2017 en 2019, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

3.2

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 11 februari 2019 de vorderingen van Mozaïek afgewezen. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de raamovereenkomst 2017 van rechtswege per 1 januari 2019 is geëindigd, zodat de vordering tot nakoming van de raamovereenkomst 2017 reeds om die reden wordt afgewezen. Ten aanzien van de vordering tot nakoming van de raamovereenkomst 2019 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de Gemeenten terecht een beroep op artikel 6:80 lid 1 sub c jo. artikel 6:265 BW hebben gedaan, omdat zij naar aanleiding van de in 2018 geconstateerde tekortkomingen goede gronden hadden om te vrezen dat Mozaïek ook in 2019 in de nakoming van haar verplichtingen zou tekortschieten.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

Onder aanvoering van zes grieven, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, is Mozaïek tegen het oordeel van de voorzieningenrechter in hoger beroep gekomen.

4.2

Ook in hoger beroep vloeit de spoedeisendheid van de vorderingen voldoende uit de stellingen van Mozaïek voort.

4.3

Het formele verweer van de Gemeenten dat Mozaïek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij een gebrekkige en daarmee nietige spoedappeldagvaarding heeft uitgebracht, wordt afgewezen. Uit de appeldagvaarding blijkt genoegzaam waarom Mozaïek het niet eens is met het vonnis van 11 februari 2019. Dat de Gemeenten dit ook zo hebben begrepen blijkt uit hun uitgebreide memorie van antwoord en hun toelichting op de zitting, zodat zij niet in hun verdediging zijn geschaad.

raamovereenkomst 2017

4.4

Ten aanzien van de vordering van Mozaïek tot nakoming van de raamovereenkomst 2017 oordeelt het hof, gelijk de rechtbank, dat deze overeenkomst van rechtswege per 1 januari 2019 is beëindigd, nu deze is aangegaan voor de duur van één jaar en slechts gebruik is gemaakt van de optionele verlenging van één jaar en niet die van maximaal twee keer een jaar. De vordering tot nakoming van de raamovereenkomst 2017 zal reeds om die reden worden afgewezen.

raamovereenkomst 2019

4.5

Bij brief van 31 december 2018 hebben de Gemeenten aan Mozaïek bericht dat zij de raamovereenkomst 2019 per 1 februari 2019 ontbinden omdat zij gelet op de ernstige tekortkomingen van Mozaïek in de nakoming van haar verplichtingen uit de raamovereenkomst 2017 - zoals tijdens het onderzoek door de toezichthouders in de periode september-december 2018 zijn vastgesteld - goede gronden hebben te vrezen dat Mozaïek in de nakoming van haar verplichtingen uit de raamovereenkomst vanaf 1 januari 2019 zal tekortschieten.

Zoals ook ter zitting (uitgebreid) naar voren is gekomen, gaat het daarbij onder meer en met name om de volgende tekortkomingen: (i) geen aantoonbaar deskundig personeel en (ii) geen deugdelijke zorgplannen.

(i) geen aantoonbaar deskundig personeel

4.6

Ter zitting is gebleken dat Mozaïek in totaal 35 cliënten bediend en dat er per dag circa 20 cliënten gebruik maken van de door Mozaïek aangeboden dagbesteding. Mozaïek bedient twee doelgroepen: Ondersteuning Maatschappelijke Deelneming 1 (hierna: OMD 1) en Ondersteuning Maatschappelijke Deelneming 2 (hierna: OMD 2) en Ondersteuning zelfstandig leven 1 of 2 (hierna: OZL 1 of 2). Volgens Mozaïek zijn er drie cliënten uit de doelgroep OMD 2, terwijl dit er volgens de Gemeenten vier zijn.

4.7

In artikel 1.4.8 van de Aanbestedingsleidraad 2017 (productie 1 Gemeenten ten behoeve van het kort geding in eerste aanleg) is het volgende opgenomen:

‘Dienstverlening: deskundigheid, opleidingsniveau en werkervaring

(…) Het opleidingsniveau en de werkervaring van het in te zetten personeel moeten passen bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en een bijdrage leveren aan een structurele verbetering van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt’.

In de aanbestedingsleidraad 2019 (productie 4 Gemeenten ten behoeve van het kort geding in eerste aanleg) zijn de minimum opleidingseisen voor het personeel verzwaard. Voor ondersteuningsbehoefte 1a en 1b is een zorggerelateerde opleiding op MBO 3 niveau vereist en voor ondersteuningsbehoefte 1c, 2a, 2b en 2c een dergelijke opleiding op MBO 4 niveau (artikel 1.2.3 van de Aanbestedingsleidraad 2019, subtender Ondersteuningsbehoeften Wmo). Als alternatief voor deze laatste eis geldt dat een opleiding op MBO 3 niveau volstaat als het desbetreffende personeelslid minimaal 2 jaar relevante werkervaring heeft en aanvullende trainingen heeft gevolgd op het gevraagde niveau.

4.8

Tijdens het onderzoek van de Gemeente is gebleken dat er vier medewerkers zijn die de dagbesteding verzorgen, te weten de heer [vader] . (de vader van [directeur/eigenaar] ), [moeder] (de moeder van [directeur/eigenaar] , hierna [moeder] ), [medewerker 3] en [medewerker 4 ] . Over de inzetbaarheid van deze medewerkers geldt het volgende.

[vader] beschikt weliswaar over het vereiste zorggerelateerde diploma (maatschappelijk werker, MBO 4), maar hij is door zijn ernstige depressie niet geschikt voor het leveren van zorg en ondersteuning aan de cliënten van Mozaïek , waardoor de vereiste kwaliteit van zorg niet is gewaarborgd. [vader] ontvangt namelijk sinds 2012 een arbeidsongeschiktheidsuitkering (80-100%) van het UWV vanwege ernstige psychische klachten. Ter zitting heeft [directeur/eigenaar] naar voren gebracht dat zijn vader zich fit genoeg voelt om te werken en dat zijn vader om die reden in november 2018 aan het UWV heeft bericht geen uitkering meer te willen ontvangen. Het hof acht deze enkele niet nader (met medische stukken) onderbouwde mededeling, afgezet tegen de langdurige en volledige arbeidsongeschiktheid van [vader] . en de van 18 oktober 2018 daterende aanvraag van [vader] . om een aanvullende uitkering vanwege ernstige psychische klachten, in het bestek van dit kort geding onvoldoende om te oordelen dat [vader] . thans wel geschikt is voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen Mozaik.

[moeder] heeft geen enkele voor de zorg relevante opleiding gevolgd, hetgeen op grond van de raamovereenkomsten 2017 en 2019 wel is vereist. Hoewel zij volgens [directeur/eigenaar] slechts is ingezet als vrijwilligster en zij geen werkzaamheden als begeleidster heeft verricht, blijkt uit het onderzoek het tegendeel. Ter zitting heeft [directeur/eigenaar] naar voren gebracht dat zijn moeder enkel om administratieve redenen weleens als begeleidster is geregistreerd, maar dat dit niet betekent dat zij daadwerkelijk voor de groep heeft gestaan. Het hof is van oordeel dat de toezichthouders er in beginsel van mogen uitgaan dat degene die als begeleidster staat geregistreerd (zie bijvoorbeeld p. 20 van het onderzoeksrapport van 31 december 2018 waarin een cliënte van Mozaïek verklaart: “Begeleidster is Mevrouw [moeder] de moeder van [persoon 3] komt wekelijks bij mij thuis”) ook degene is die de zorg op dat moment daadwerkelijk heeft verleend.

[medewerker 3] beschikt over een afgeronde MBO-3 opleiding ‘Medewerker maatschappelijke zorg’. Zoals hierboven weergegeven zijn de opleidingsvereisten voor de begeleiding van OMD2 cliënten op grond van de raamovereenkomst 2019 verzwaard en is een MBO4 opleiding vereist, tenzij de medewerker minimaal 2 jaar relevante werkervaring heeft en aanvullende trainingen heeft gevolgd op het gevraagde niveau. Over dit laatste heeft [directeur/eigenaar] ter zitting weliswaar gesteld dat in 2018 het volgen van trainingen nog geen vereiste was en dat hij voldoende deskundig personeel in dienst heeft om [medewerker 3] een externe training te laten volgen, maar hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit al heeft plaatsgevonden (met ingang van 2019 was dit een vereiste), zodat het hof er voorshands vanuit gaat dat ook [medewerker 3] onvoldoende gekwalificeerd is om OMD2 cliënten te begeleiden onder de werking van de raamovereenkomst 2019.

[medewerker 4 ] beschikt over een MBO4 diploma sociaal-cultureel werker.

[directeur/eigenaar] heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat een ex-werknemer, [ex-medewerker] , tot en met mei 2018 bij Mozaïek in dienst was en per 1 september 2018 een oproepcontract heeft gekregen, zodat [ex-medewerker] ook bij het onderzoek naar het aantal medewerkers betrokken had moeten worden. [directeur/eigenaar] heeft echter nagelaten inzichtelijk te maken dat [ex-medewerker] ook daadwerkelijk in de onderzoeksperiode (september-december 2018) is opgeroepen (en met welke frequentie) en welke werkzaamheden hij voor Mozaïek heeft verricht, zodat het hof hieraan voorbij gaat.

4.9

Uit 4.8 volgt dat er maar één medewerker (te weten [medewerker 4 ] ) is die voldoende gekwalificeerd is om de dagbesteding voor de cliënten OMD1, OMD2 en OZL 1 en OZL 2 - die niet gescheiden van elkaar in dezelfde ruimtes zitten - te verzorgen.

Op grond van artikel 1.3.2 van de Aanbestedingsleidraad 2019 is de norm bij groepsgerichte inzet maximaal 8 cliënten per begeleider, hetgeen bij een groep van 20 cliënten op een dag neerkomt op 2 ½ begeleider.

Van Mozaïek mocht, gelet ook op alle duidelijke vragen die de Gemeenten in hun brieven in de periode september-december 2018 aan hem hebben gesteld (onderverdeeld in diverse ‘bullets’), verwacht worden dat hij in ieder geval inzichtelijk had gemaakt:

(i) wie welke zorg voor welke cliënt levert;

(ii) hoe groot de groep per dag en de samenstelling ervan is (hoeveel OMD1, OMD2 en OLZ cliënten op één dag behandeld worden), zodat nagegaan kan worden of voor de geleverde zorg het aantal vereiste medewerkers die over de juiste diploma’s beschikken aanwezig zijn.

Nu Mozaïek dit niet heeft gedaan, heeft zij tegenover de onderbouwde stelling van de Gemeenten dat gegronde vrees bestaat dat Mozaik zal tekortschieten in de nakoming van de raamovereenkomst 2019, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij over voldoende aantoonbaar deskundig en gekwalificeerd personeel beschikt om vanaf januari 2019 de vereiste zorg te leveren.

(ii) geen deugdelijke zorgplannen

4.10

In de aanbestedingsleidraad 2017 is in artikel 1.4.7 over het zorgplan het volgende bepaald:

Dienstverlening: ondersteuningsplan gemeente, zorgplan aanbieder

Opdrachtnemer (in dit geval: Mozaïek , toevoeging hof) maakt met cliënten duidelijke werkafspraken over de levering van de ondersteuning, vastgelegd in een zorgplan. Basis voor dit zorgplan is het maatschappelijk ondersteuningsplan dat door (…) de gemeente wordt opgesteld. Dit zorgplan voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

 Het zorgplan wordt samen met (…) de cliënt opgesteld. Bij het vaststellen van een zorgplan is het maatschappelijk ondersteuningsplan van de gemeente het uitgangspunt.

(…)

  • -

    De ondersteuning wordt conform het gemaakte zorgplan geboden.

  • -

    Het zorgplan vertaalt de opdracht in concrete werkafspraken: welke ondersteuning

ontvangt de cliënt, op welke dagen en tijdstippen, passend in zijn dag- en weekprogramma.

Op grond van de raamovereenkomst 2019 heeft Mozaïek , gelet op de artikelen 2.4.2 en 2.4.3 van de Aanbestedingsleidraad 2019, eveneens deze verplichtingen.

4.11

Tijdens het eerste werkbezoek van 19 september 2018 is gevraagd naar de zorgplannen van de bij Mozaïek zorg afnemende cliënten. Bij die gelegenheid is reeds door de toezichthouders van de Gemeenten geconstateerd dat de enkele zorgplannen die [directeur/eigenaar] toen kon tonen, niet voldeden aan de daarvoor gestelde eisen. Mozaïek is de gelegenheid geboden ontbrekende zorgplannen in te leveren. Mozaïek heeft van 18 cliënten een zorgdossier ingeleverd. Uit het onderzoeksrapport (p. 31-33) blijkt dat uit deze zorgplannen niet blijkt: waar de aangeboden zorg uit bestaat, waar en wanneer de zorg plaatsvindt, wie de begeleider van cliënt is, binnen welke tijd het doel moet worden behaald en indien de doelen niet zijn behaald, wat de vervolgactie is. Ook is geconstateerd dat alle zorgplannen nagenoeg dezelfde teksten bevatten en dat bijna alle cliënten dezelfde klachten hebben. Bij brief van 18 december 2018 is Mozaïek in de gelegenheid gesteld een plan van aanpak in te leveren waarin onder meer uiteengezet moest worden hoe zij waarborgt dat vanaf 1 januari 2019 deugdelijke WMO-zorg wordt geleverd op basis van zorgplannen, waaruit blijkt dat de zorg veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt geleverd.

Mozaïek heeft geen plan van aanpak ingeleverd. Het hof gaat aan haar verweer voorbij dat haar te weinig tijd zou zijn geboden nu Mozaik geacht wordt te weten wat er in de zorgplannen moet staan, omdat reeds bij het eerste gesprek op 19 september 2018 de lacunes in de zorgplannen aan de orde zijn geweest, gevolgd door nog een werkbezoek en een tweetal gesprekken waarin Mozaïek is gevraagd de ontbrekende gegevens over te leggen.

Dat de zorgplannen door de Wmo-consulenten zijn goedgekeurd en daarmee, zo begrijpt het hof Mozaïek , in orde zijn bevonden, is door de Gemeenten gemotiveerd weersproken. Volgens de Gemeenten, en dat blijkt ook uit de Aanbestedingsleidraden 2017 en 2019, stellen zij een ondersteuningsplan op, op basis waarvan de zorgverlener (in dit geval: Mozaïek ) met de cliënt een zorgplan opstelt. Dat zorgplan moet voldoen aan de daarvoor gestelde eisen (zie rov. 4.10). De Gemeenten moeten onder meer aan de hand van de zorgplannen kunnen vaststellen of cliënten de op hen afgestemde zorg ontvangen zodat zij met hun begeleiders kunnen toewerken naar het doel waarvoor die zorg is bedoeld, te weten het leiden van een zelfstandig leven en participatie in het maatschappelijk leven.

Dit betekent dat Mozaïek noch door middel van deugdelijke zorgplannen noch door een plan van aanpak heeft laten zien dat haar cliënten de benodigde zorg ontvangen terwijl de Gemeenten (onder meer) op basis van deze zorgplannen moeten kunnen toetsen of de zorg aan de daarvoor gestelde eisen voldoet.

4.12

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen is het hof voorshands van oordeel dat de Gemeenten gelet op deze twee ernstige tekortkomingen (die immers de kern van de zorgverlening betreffen) van Mozaïek in de nakoming van haar verplichtingen uit de raamovereenkomst 2017 - zoals tijdens het onderzoek door de toezichthouders in de periode september-december 2018 zijn vastgesteld - goede gronden hadden te vrezen dat Mozaïek in de nakoming van haar verplichtingen uit de raamovereenkomst vanaf 1 januari 2019 zal tekortschieten, zodat zij tot ontbinding van die overeenkomst mochten overgaan. Anders dan Mozaïek stelt, hebben de Gemeenten een voldoende grondig onderzoek gedaan, voor zij besloten om op grond van hetgeen uit dat onderzoek is gebleken over te gaan tot ingebrekestelling en vervolgens ontbinding van de raamovereenkomst 2019. Ook hebben zij Mozaïek een voldoende redelijke termijn gegeven voor het indienen van ontbrekende stukken, nu zij Mozaïek reeds in september 2018 om overlegging ervan hebben gevraagd.

Mozaïek heeft nog naar voren gebracht dat het onderzoeksrapport pas enkele uren voor de zitting van 28 januari 2019 aan haar is verstrekt, zodat haar geen gelegenheid is geboden voor een zinvol hoor- en wederhoor. Het hof verwerpt deze opvatting, nu de tekortkomingen concreet en helder in de ingebrekestelling van 18 december 2018 zijn opgesomd en deze opgesomde tekortkomingen voor het belangrijkste deel zijn opgenomen in het onderzoeksrapport. Van Mozaïek had verwacht mogen worden dat zij naar aanleiding van de ingebrekestelling direct actie had ondernomen, en alles op alles had gezet om de zorgplannen in orde te maken en met een plan van aanpak te komen. Daarvoor had zij 10 dagen de tijd, nu de Gemeenten onweersproken hebben gesteld dat de ingebrekestelling op dinsdag 18 december 2018 bij Mozaïek persoonlijk is bezorgd en de door de Gemeenten verzochte bewijsstukken alsmede het plan van aanpak pas uiterlijk vrijdag 28 december om 10.00 uur door Mozaïek dienden te worden aangeleverd. Dit heeft zij echter nagelaten, terwijl de punten van kritiek bovendien niet pas in december 2018 maar al vanaf september 2018 met haar door de toezichthouders van de Gemeenten zijn doorgenomen. Van schending van het beginsel van hoor- en wederhoor is derhalve geen sprake.

4.13

Als uitgangspunt geldt, gelet op de aard van het kort geding, dat in deze procedure in het algemeen geen plaats is voor (uitgebreide) bewijslevering. Er is niet voldoende gesteld of gebleken dat er in deze zaak redenen zijn om van dat uitgangspunt af te wijken. Het hof gaat daarom aan het bewijsaanbod van Mozaïek voorbij.

De slotsom

De slotsom luidt dat het hoger beroep faalt, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. Het hof zal Mozaïek als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in het hoger beroep aan de zijde van de Gemeenten worden vastgesteld op € 741,- voor griffierecht en op € 2.148,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief. Als niet weersproken zal het hof Mozaïek ook in de nakosten veroordelen.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in kort geding in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 11 februari 2019;

veroordeelt Mozaïek in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeenten vastgesteld op € 741,- voor griffierecht en op € 2.148,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

veroordeelt Mozaïek in de nakosten, begroot op € 157,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 82,- in geval Mozaïek niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. van Rossum, S.C.P. Giesen en J.G.J. Rinkes en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2019.