Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:5041

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-06-2019
Datum publicatie
28-06-2019
Zaaknummer
18/00378
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2018:1450, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Reclamebelasting. Bestaat voor het beperken van het gebied waarin reclamebelasting wordt geheven een objectieve en redelijke rechtvaardiging?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 01-07-2019
V-N Vandaag 2019/1505
FutD 2019-1821
V-N 2019/44.22 met annotatie van Redactie
NTFR 2019/1725
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer 18/00378

uitspraakdatum: 18 juni 2019

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van Tribuut (hierna: de heffingsambtenaar)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 maart 2018, nummer AWB 17/5118, in het geding tussen de heffingsambtenaar en

[X] bv te [Z] (hierna: belanghebbende)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag in de reclamebelasting voor het jaar 2017 opgelegd van € 1.850.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de aanslag vernietigd en beslissingen genomen omtrent het griffierecht en de proceskostenvergoeding.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2019. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende heeft een autobedrijf aan [a-straat 1] te [Z] . Op deze adressen waren in 2017 openbare aankondigingen aangebracht die zichtbaar waren vanaf de openbare weg.

2.2.

Ingevolge artikel 3 van de Verordening reclamebelasting gemeente Zutphen 2017 (hierna: de Verordening), zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 6 december 2016 en gepubliceerd op 28 december 2016 in het Gemeenteblad 2016, nr. 183523, wordt onder de naam reclamebelasting binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

2.3.

[a-straat 1] behoren tot het Gebied 2 “Bedrijventerreinen” als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 2, van de Verordening. De heffing van reclamebelasting is voor wat betreft Gebied 2 beperkt tot de volgende drie bedrijventerreinen:

  1. De Mars wordt begrensd door De IJssel, Het Twentekanaal en de Spoorlijn;

  2. De Stoven met als enige straatnaam De Stoven;

  3. De Revelhorst wordt begrensd door de N314 vanaf de kruising Den Elterweg richting Vorden/Lochem, De Den Elterweg en aan de zuidzijde: de Zonnehorst, de Hekkehorst, Vierakkersestraatweg en de Lansinkweg.

Van de buitengrens van Gebied 2 behoren beide zijden van genoemde straten tot het gebied.

2.4.

In het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2014 aan de raad tot invoering van de reclamebelasting is onder meer het volgende opgenomen:

Inleiding/aanleiding

Ondernemers van de bedrijventerreinen de Stoven, Revelhorst en de Mars hebben de gemeente gevraagd om de verordening reclamebelasting, zoals we deze sinds 2009 kennen voor ondernemers in de binnenstad, uit de breiden met deze bedrijventerreinen. (…)

Beoogd effect

Door de invoering van reclamebelasting op de bedrijventerreinen en de daaruit voortvloeiende reclamegelden, wordt het mogelijk een ondernemersfonds te creëren waarbij de financiële lasten van activiteiten en voorzieningen over alle schouders van de in het belastinggebied actieve ondernemers worden verdeeld. Hiermee wordt een structurele oplossing gevonden voor o.a. de financiering van collectieve beveiliging, camerabewaking en/of parkmanagement.

Argumenten

(…)

1.2

De met de reclamegelden bekostigde uitvoeringsmaatregelen vergroten de aantrekkelijkheid van de bedrijventerreinen en hebben een positieve invloed op het ondernemersklimaat.

De binnenkomende reclamegelden zullen als subsidie aan de stichting [A] worden verstrekt. De maatregelen die kunnen worden genomen met de reclamegelden zijn van groot belang voor de aantrekkelijkheid en vitaliteit van een bedrijventerrein, kantoorlocatie of winkelgebied, zowel voor de ondernemers en hun klanten als voor de gemeente (schoon, heel, veilig, leefbaar). Dat kan niet alleen vanuit gemeenschapsgeld gefinancierd worden, maar zal ook door de ondernemers zelf opgebracht moeten worden. En dat is de doelstelling van het onderhavige voorstel: een versterking van de economische positie van de bedrijventerreinen die ten goede komt aan de ondernemers en gefinancierd wordt door diezelfde ondernemers.”

2.5.

De hierboven bedoelde Stichting [A] ( [A] ) werkt nauw samen met Vereniging [B] ( [B] ). De heffingsambtenaar heeft een door [A] en [B] opgesteld “Activiteitenplan en begroting 2017” overgelegd. Daarin is onder meer opgenomen:

Activiteitenplan 2017

Algemeen

De activiteiten van [B] en [A] worden goeddeels gefinancierd vanuit de gemeentelijke reclamebelasting voor de bedrijventerreinen De Mars, De Revelhorst en De Stoven. De geïnde reclamebelasting op deze bedrijventerreinen wordt gebruikt voor het vullen van een Ondernemersfonds. (…) Uit de inkomsten van [A] worden parkmanagement en collectieve beveiliging gefinancierd. Daarnaast kan via deze weg een materiële bijdrage worden geleverd in promotieactiviteiten voor Zutphen.

(…)

Begroting 2017

Begroting 2016

Realisatie 2015

Inkomsten:

Bijdrage uit reclamebelasting

335.000

335.000

360.000

Rechtstreekse bijdragen voor collectieve beveiliging

15.000

-

-

Leveranciersbijdragen

3.200

2.500

3.144

Overige bijdragen

7.000

5.000

9.823

Rente bank

400

250

498

Totaal inkomsten

360.600

342.750

373.465

Uitgaven:

Parkmanagement

Parkmanager

12.000

13.000

9.500

Backoffice, o.a. BMD

8.600

Collectieve beveiliging

Surveillance [C]

166.500

163.200

160.000

Uitleeskosten I-watch

61.200

60.000

58.618

Onderhoud camerasysteem

13.800

13.100

6.425

Glasvezelgebruik

44.200

43.350

42.117

Elektrakosten

15.000

13.000

13.224

Brandverzekering camerasysteem

2.500

2.400

2.304

KVO-certificering

-

-

1.450

Bijdragen/donaties

Promotie Zutphen

5.000

-

-

Bestuur en beheer

Administratiekosten

3.000

3.000

2.797

Website, incl. beheer

1.200

500

120

Communicatie en bijeenkomsten

1.500

2.500

730

Bestuurskosten

2.000

2.600

1.122

Accountantskosten

2.300

3.000

2.250

Advieskosten

2.000

2.000

-

Bankkosten

400

400

213

Kapitaalslasten

Afschrijvingen

25.800

17.303

17.302

Rentelasten

2.200

3.161

3.968

Totaal uitgaven

360.600

342.514

330.739

Resultaat

-

236

42.726

3 Geschil

In geschil is of de aanslag reclamebelasting 2017 terecht aan belanghebbende is opgelegd. De heffingsambtenaar beantwoordt deze vraag bevestigend, belanghebbende beantwoordt deze ontkennend.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kan ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg een reclamebelasting worden geheven.

4.2.

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2011, nr. 10/04446, ECLI:NL:HR:2011:BR4564, moet voorop worden gesteld dat de reclamebelasting in artikel 227 van de Gemeentewet is voorzien als een algemene belasting, hetgeen meebrengt dat een gemeente vrij is in de besteding van de opbrengst van die belasting. Het karakter van een algemene belasting staat er niet aan in de weg dat een gemeente de heffing van deze belasting beperkt tot een gedeelte van haar grondgebied, mits voor die beperking een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Bij het bestaan van een dergelijke rechtvaardiging is de beperking niet in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel; de gemeentelijke wetgever overschrijdt daarmee ook niet de grenzen van de regelgevende bevoegdheid die hem in artikel 227 van de Gemeentewet is toegekend.

4.3.

Indien een gemeente besluit de opbrengst van een reclamebelasting te besteden op een wijze als hiervoor bedoeld, en zij het object van de heffing heeft beperkt tot openbare aankondigingen in het desbetreffende gedeelte van haar grondgebied, is sprake van de eerder bedoelde objectieve en redelijke rechtvaardiging voor die beperking, indien die gemeente in redelijkheid heeft mogen uitgaan van de veronderstelling dat op deze wijze degenen die profijt kunnen hebben van de opbrengst van de belasting in de heffing worden betrokken (HR, 11 november 2011, nr. 10/04446, ECLI:NL:HR:2011:BR4564).

4.4.

Belanghebbende heeft gemotiveerd bestreden dat sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het beperken van het belastinggebied. Belanghebbende heeft aangevoerd dat de heffingsambtenaar niet heeft aangetoond dat er kosten zijn gemaakt. Als er al kosten zijn gemaakt, heeft de heffingsambtenaar volgens belanghebbende niet onderbouwd waaraan deze kosten zijn besteed en of de prijs onder zakelijke omstandigheden tot stand is gekomen. Verder draagt belanghebbende aan dat de heffingsambtenaar onvoldoende heeft onderbouwd, waarom slechts de op de bedrijventerreinen gelegen bedrijven aan reclamebelasting worden onderworpen, terwijl de uitgaven, zoals de uitgaven voor de promotie van Zutphen, ten goede komen aan de gehele gemeente.

4.5.

Het Hof moet beoordelen of voor het beperken van het gebied waarin reclamebelasting wordt geheven, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De heffingsambtenaar draagt hiervoor aan dat de gemeente Zutphen met de invoering van de reclamebelasting voor de drie bedrijventerreinen, activiteiten en voorzieningen wil ondersteunen die deze bedrijventerreinen sterker maken. Uit het “Activiteitenplan en begroting 2017” volgt volgens de heffingsambtenaar dat de daarin genoemde bestedingen zien op de bedrijventerreinen.

4.6.

Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt met de door hem – voor een deel eerst in hoger beroep – overgelegde stukken en de toelichting daarop, dat de voor het jaar 2017 begrote bedragen in overwegende mate tot profijt leiden voor de bedrijven op de bedrijventerreinen. Uit het “Activiteitenplan en begroting 2017” en de toelichting daarop volgt, dat in 2015 de opbrengst van de reclamebelasting hoofdzakelijk aan de beveiliging van de bedrijventerreinen is besteed. Ook de voor 2016 en 2017 begrote belastingopbrengst zal hoofdzakelijk besteed worden aan de beveiliging van de drie bedrijventerreinen. Het zijn de op de bedrijventerreinen gelegen bedrijven die gebaat zijn bij de beveiliging van die terreinen.

4.7.

Belanghebbende stelt dat ook andere in de gemeente Zutphen gevestigde bedrijven baat hebben bij de besteding van de reclamebelasting. Het Hof ziet echter onvoldoende reden aan te nemen, dat bedrijven die niet op één van de drie bedrijventerreinen zijn gelegen, meer dan bijkomstig profijt hebben van de beveiliging.

4.8.

De begrote uitgaven voor de promotie van Zutphen staan evenmin aan de beperking van het belastinggebied in de weg. Gelet op de omvang van de begrote uitgaven en het nut dat de promotie van Zutphen ook voor bedrijven binnen het belastinggebied kan hebben, kan niet gezegd worden dat voor de gekozen begrenzing van het belastinggebied een objectieve of redelijke rechtvaardiging ontbreekt. Anders dan belanghebbende betoogt, behoeft niet elke activiteit direct ten goede te komen aan belastingplichtigen in het belastinggebied.

4.9.

De stelling van belanghebbende dat zij zich afvraagt of de bedragen wel zijn uitgegeven, heeft zij onvoldoende onderbouwd. De zakelijkheid van de uitgaven is naar het oordeel van het Hof niet relevant voor de beoordeling of de begrenzing van het belastinggebied objectief en redelijkerwijs gerechtvaardigd is.

4.10.

Het voorgaande brengt mee dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat voor de beperking van het belastinggebied voor de reclamebelasting in het jaar 2017 een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Hetgeen belanghebbende overigens heeft aangevoerd, brengt het Hof niet tot een ander oordeel.

Slotsom
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.

5 Griffierecht en proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

6 Beslissing

Het Hof:

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en

– verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond,

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. A. van Dongen en mr. G.B.A. Brummer, in tegenwoordigheid van drs. S. Darwinkel als griffier.

De beslissing is op 18 juni 2019 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De voorzitter,

(S. Darwinkel) (R.F.C. Spek)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 18 juni 2019.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

Postbus 20303,

2500 EH DEN HAAG.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.