Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:4457

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-05-2019
Datum publicatie
18-06-2019
Zaaknummer
WAHV 200.244.934
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken. Artikel 44 Kentekenreglement. Wat zijn bedrijfsactiviteiten?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.244.934

23 mei 2019

CJIB 197125340

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant

van 11 juni 2018

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 4 maart 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De betrokkene heeft bij brief gedateerd 29 maart 2019 laten weten geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om ter zitting van het hof te worden gehoord en verzocht de zaak af te doen op basis van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

Beoordeling

1. Gelet op de inhoud van het tussenarrest, waarin is overwogen dat de kantonrechter ten onrechte een machtiging heeft verlangd en de betrokkene niet heeft opgeroepen voor een zitting, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.

2. De officier van justitie heeft het beroep van de betrokkene tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.

3. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 340,- opgelegd ter zake van “als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 8 april 2016 om 10.40 uur op de Spaarpot te Geldrop met het kenteken [YY-00-00] .

4. De betrokkene voert aan de gedraging niet te hebben verricht, nu hij rechtmatig gebruik maakte van het handelaarskenteken in het kader van zijn bedrijfsactiviteiten. Hij had de voertuigen op de openbare weg in de onmiddellijke omgeving van zijn autobedrijf geparkeerd, omdat er op zijn bedrijfsterrein even geen plaats meer was voor de voertuigen. De Dienst Wegverkeer (hierna: RDW) heeft hem meerdere keren verzekerd dat dit legitiem gebruik is van het handelaarskenteken. Daarnaast blijkt dat ook uit de door de RDW uitgegeven Informatiemap voor de voertuigbranche (hierna: Informatiemap), waaruit hij de betreffende pagina meezendt ter onderbouwing van zijn standpunt. De officier van justitie heeft zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd, door niet op het standpunt van de betrokkene in te gaan.

5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast voor zover hier van belang de volgende gegevens:

"Op genoemde locatie is gevestigd autobedrijf [B] . Op de openbare weg voor het autobedrijf zagen wij een auto geparkeerd staan welke voorzien was van handelaarsplaten. (…). Even verderop zagen wij een andere auto geparkeerd staan op de openbare weg welke achter zijn voorruit een zelfde kentekenplaat (…) had gelegd (het hof begrijpt: waarin achter de voorruit een zelfde kentekenplaat was gelegd). Een zelfde kenteken is niet toegestaan evenals parkeren met handelaarsplaten op de openbare weg is niet toegestaan. Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…). Verklaring betrokkene: ja ik weet dat het niet mag maar ik ben de sleutel kwijt van die Peugeot."

7. Uit de in het dossier aanwezige foto's blijkt dat er twee voertuigen op de weg geparkeerd stonden: een Nissan, voorzien van een handelaarskenteken zowel aan de voor- als achterzijde van het voertuig, bevestigd over de originele kentekenplaat, en een Peugeot, voorzien van een handelaarskenteken achter de voorruit van het voertuig.

8. De sanctie is opgelegd wegens handelen in strijd met artikel 44 van het Kentekenreglement (hierna: Kr). Dit artikel bepaalt, voor zover van belang, het volgende:

"1. Een handelaarskenteken mag slechts worden gebruikt door degene aan wie het is opgegeven dan wel een door deze aangewezen persoon. Het gebruik is slechts toegestaan voor de categorie waarvoor het is opgegeven.

2. Een handelaarskenteken mag worden gebruikt voor voertuigen die ter bewerking of herstel aan degene aan wie het kenteken is opgegeven ter beschikking zijn gesteld.

3. Een handelaarskenteken moet worden gebruikt voor voertuigen die behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene aan wie het kenteken is opgegeven.

4. Een handelaarskenteken mag uitsluitend worden gebruikt indien met het voertuig als bedoeld in het tweede en derde lid gebruik van de weg wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het handelaarskenteken is opgegeven."

9. Blijkens het zaakoverzicht berust de sanctieoplegging op twee grondslagen: het op meerdere voertuigen aanbrengen van eenzelfde handelaarskenteken en het op de openbare weg parkeren van voertuigen voorzien van een handelaarskenteken.

10. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling handelaarskentekens en

-kentekenbewijzen (hierna: Regeling) is het degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven niet toegestaan meer dan vijf kentekenplaten waarop dat kenteken is aangebracht ter beschikking te hebben. Het is op grond van de Regeling dus mogelijk om over vijf kentekenplaten te beschikken (zij het verdeeld over verschillende modellen) waarop hetzelfde kenteken is aangebracht.

11. Artikel 44 van het Kr noch enige ander op het verkeer betrekking hebbend voorschrift als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv, waarmee de in de bijlage van de Wahv genoemde gedragingen strijdig zijn, bevat een verbod op het gebruik van meerdere handelaarskentekenplaten met eenzelfde kenteken. Dit is geen gedraging als bedoeld in artikel 2 van de Wahv op basis waarvan een sanctie kan worden opgelegd (vgl. het arrest van het hof van 15 november 2000, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ066). Gelet hierop kan hierin geen grond worden gevonden voor oplegging van de sanctie.

12. Met betrekking tot het parkeren op de weg van de voertuigen voorzien van een handelaarskenteken overweegt het hof het volgende. Zoals in overweging 8 is weergegeven, mag volgens artikel 44, vierde lid, van het Kr, slechts met het handelaarskenteken van de weg gebruik worden gemaakt indien dat geschiedt in het kader van de bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het handelaarskenteken is opgegeven.

13. In de Nota van Toelichting bij het Kr (Stb. 1994, 760) is bij de artikelsgewijze toelichting onder artikel 44 van het Kr, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

"Het vierde lid geeft aan dat met het handelaarskenteken uitsluitend gebruik van de weg mag worden gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het betrokken bedrijf. Dit geldt voor zowel het rijden over de weg als voor het parkeren op de weg. Als voorbeelden van gevallen waarin het parkeren wordt gezien als het uitoefenen van een bedrijfsactiviteit (en dus is toegestaan) kunnen worden genoemd: parkeren rondom het desbetreffende bedrijf en parkeren in het kader van autoshows, automarkten, e.d.”

14. Artikel 44 van het Kr is opgenomen in hoofdstuk 5 van het Kr betreffende handelaarskentekenbewijzen. Dat hoofdstuk is, blijkens de Nota van Toelichting (Stb. 1994, 760), een nadere uitwerking van artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). In dat artikellid is bepaald dat de in artikel 36 van de WVW 1994 geformuleerde eis dat aan de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen op de weg door de RDW een kenteken voor dat voertuig moet zijn opgegeven, niet geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens die tot de bedrijfsvoorraad behoren, indien - kort gezegd - gebruik wordt gemaakt van een opgegeven (handelaars)kenteken. Volgens artikel 37, derde lid, van de WVW 1994, kan de RDW aan deze opgaven voorschriften verbinden.

15. In paragraaf 3.7 van de door de RDW uitgegeven Informatiemap is het volgende opgenomen:

"- Mag ik een voertuig met handelaarskentekenplaten op de openbare weg parkeren?

Dit mag uitsluitend als u het voertuig in de onmiddellijke omgeving van uw bedrijfsadres/locatie parkeert én als er op uw bedrijfsterrein even geen plaats meer is. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als u voertuigen op uw bedrijfsterrein wilt verplaatsen. Het gaat dan om een kortdurende activiteit waarbij het voertuig na het rangeren direct weer op uw bedrijfsterrein wordt geplaatst. Is plaatsgebrek een structureel probleem voor uw bedrijf, dan moet u uitkijken naar een groter bedrijfsterrein. In het kader van uw bedrijfsactiviteiten mag u wel parkeren op autoshows, automarkten en caravanshows.”

16. Hiermee heeft de RDW een invulling gegeven aan het begrip 'gebruik in het kader van bedrijfsactiviteiten', als bedoeld in artikel 44, vierde lid, van het Kr, welke past binnen de aan deze dienst daartoe door de wetgever geboden ruimte.

17. De voertuigen van de betrokkene stonden, voorzien van handelaarskentekenplaten, in de onmiddellijke omgeving van zijn bedrijfsadres op de openbare weg geparkeerd. Op grond van hetgeen hiervoor is weergegeven, is dergelijk gebruik van de handelaarskentekenplaten toegestaan wanneer er op het bedrijfsterrein even geen plaats is. In voorkomend geval dient het te gaan om een kortdurende activiteit.

18. Het hof stelt vast dat de ambtenaar, blijkens het zaakoverzicht, slechts heeft vastgesteld dat de voertuigen op de openbare weg geparkeerd stonden. Niet is door hem vastgesteld dat dit parkeren niet plaats vond in het kader van de bedrijfsactiviteiten, in het bijzonder is niet vastgesteld dat niet sprake was van een kortdurende activiteit omdat op het bedrijfsterrein even geen plaats was. Het is aan de ambtenaar om vast te stellen dat een gedraging is verricht waarvoor een sanctie kan worden opgelegd. Daarom kan aan de verklaring van de betrokkene dat hij wist dat dit niet mocht, niet de betekenis toekomen dat kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dit geldt ook voor de verklaring van de betrokkene dat de sleutels van een van de voertuigen kwijt waren. Die verklaring zegt niet noodzakelijkerwijs iets over de duur van het parkeren. Daarom kon de ambtenaar op basis van hetgeen door hem is vastgesteld in het parkeren van de voertuigen met een handelaarskenteken op de weg evenmin grond vinden om de sanctie op te leggen.

19. Het hof zal daarom het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 197125340 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. De Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.