Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:4391

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-03-2019
Datum publicatie
23-05-2019
Zaaknummer
TBS P19/0030
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van een ongewenst verklaarde terbeschikkinggestelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P19/0030

Tussenbeslissing d.d. 21 maart 2019

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedag] 1973,

verblijvende in het [FPC] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 6 december 2018, houdende de hervatting van de verpleging van overheidswege.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- een aanvraag incidenteel verlof van 24 april 2014 van het [FPC] met als bijlage een risico-taxatie HCR-20 van 24 april 2014 en een lijst ontslagmedicatie van 2 oktober 2012;

- de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats |Leeuwarden, van 27 mei 2014 tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van verheidswege;

- het advies van Reclassering Nederland van 25 oktober 2018 tot hervatting van de verpleging van overheidswege;

- de beslissing van de rechter-commissaris in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 1 november 2018 tot voorlopige hervatting van de verpleging van overheidswege;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 19 december 2018;

- een e-mailwisseling tussen [naam] , plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting [locatie] en het openbaar ministerie over de stand van zaken in hoger beroep;

- een e-mailwisseling van 11 februari 2019 tussen [naam] van het [FPC] en [naam] van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

- een e-mailbericht van [naam] van het [FPC] van 5 maart 2019;

- een e-mailbericht van de advocaat-generaal van 6 maart 2019 met als bijlage een vertaling van berichten van de Kroatische autoriteiten over de mogelijkheid van WOTS-overdracht in onderhavige zaak.

Het hof heeft ter zitting van 7 maart 2019 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. R. Bosma, advocaat te Assen, en de advocaat-generaal
mr. D.J. de Jong.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Het is vreemd dat er nooit overleg heeft plaatsgevonden tussen de vreemdelingenrechter en de strafrechter. Zo is er verschil van inzicht in de resocialisatie in onderhavige zaak. Een van de bezwaren van de terbeschikkinggestelde om mee te werken aan een terugkeer naar Kroatië betreft de onzekerheden die dit met zich meebrengt. Er is daar geen goed medicatiebeleid, er zijn financiële onzekerheden en de terbeschikkinggestelde heeft geen familie in Kroatië. Onderzocht zal moeten worden in welke situatie de terbeschikkinggestelde terecht komt indien hij terugkeert naar Kroatië. Daarnaast is er geen afgewogen advies van de huidige kliniek. Verder is er geen sprake van een concrete dreiging ten aanzien van de betreffende medewerker van de reclassering. Het is een vreemde zaak dat de vergaande ingrijpende maatregel van voorlopige hervatting is toegepast en dat de terbeschikkinggestelde in dat verband gesepareerd wordt geplaatst in de gevangenis onder het meest zware beveiligingsregime. De raadsman heeft primair verzocht – zo verstaat het hof – de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht aanvullende informatie bij onder andere de kliniek waar de terbeschikkinggestelde momenteel verblijft op te vragen en de zaak hiertoe aan te houden.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Sinds 2017 is de situatie van de terbeschikkinggestelde veranderd. Hij is inmiddels onherroepelijk tot ongewenst vreemdeling verklaard. Een al dan niet gedwongen terugkeer naar Kroatië is inmiddels een gegeven. De terbeschikkinggestelde heeft tot nu toe alleen maar aangegeven dat hij niet wenst mee te werken aan een terugkeer naar Kroatië. Sinds voor hem duidelijk werd dat terugkeer naar Kroatië onvermijdelijk is, zijn de spanningen bij hem opgelopen. Er is onder meer sprake van afweer in contacten, depressieve kenmerken, en boosheid. Bovendien nemen wrok en krenking toe. Er valt met de terbeschikkinggestelde niet te praten over repatriëring. Er is sprake van een toenemend risico op psychotische ontregeling en op suïcide. Daarnaast is sprake van een onlosmakelijk verband tussen deze risico’s en de gedwongen uitzetting naar Kroatië. De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat het niet geven van een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege een onaanvaardbaar risico met zich meebrengt. Overigens geldt dat daarbij ook de veiligheid van de terbeschikkinggestelde zelf in het geding is. Het is van belang om de terugkeer naar Kroatië te laten plaatsvinden in het kader van de verpleging van overheidswege. Een terugkeer in het kader van de maatregel met voorwaarden is niet mogelijk, mits de terbeschikkinggestelde instemt met de terugkeer. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Subsidiair heeft de advocaat-generaal verzocht aanvullende en actuele informatie over de terbeschikkinggestelde op te vragen en de zaak hiertoe aan te houden.

De tussenbeslissing van het hof

Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het hof zich op basis van de voorhanden zijnde informatie onvoldoende acht voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk:

  • -

    dat de Reclassering Nederland, voor het geval het hof de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege mocht afwijzen, nader rapporteert omtrent de (concreet te benoemen) voorwaarden waaronder en de (concreet te benoemen) plaats waar de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging kan worden voortgezet;

  • -

    dat de [FPK] de kwartaalaantekeningen overlegt van de periode waarin de terbeschikkinggestelde bij deze kliniek verbleef (21 juli 2016 – 1 november 2018);

  • -

    dat de Penitentiaire Inrichting (hierna: P.I.) [locatie] rapporteert omtrent het verloop van het verblijf van de terbeschikkinggestelde bij de P.I., waaronder eventuele incidenten die zich hebben voorgedaan, en waarbij de P.I. ingaat op de geestestoestand van de terbeschikkinggestelde ten tijde van zijn verblijf aldaar
    (1 november 2018 – 12 februari 2019);

  • -

    dat het [FPC] rapporteert omtrent het verloop van het verblijf van de terbeschikkinggestelde bij de kliniek sinds zijn plaatsing op
    12 februari 2019, waaronder eventuele incidenten die zich hebben voorgedaan en waarbij de kliniek nader ingaat op de geestestoestand van de terbeschikkinggestelde sinds zijn verblijf aldaar.

Verder verzoekt het hof de advocaat-generaal om, indien voor de volgende zitting een verlengingsrapportage van een psychiater gereed is, deze aan het hof over te leggen.

Het hof zal het onderzoek met voormeld doel heropenen en het onderzoek voor onbepaalde tijd voor een periode langer dan een maand maar niet langer dan drie maanden schorsen, omdat de agenda van het hof een eerdere behandeling niet toelaat en de stukken hiertoe in handen van de advocaat-generaal stellen.

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

Tussenbeslissing

Het hof:

Heropent de behandeling van de zaak om vermeld doel en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, voor een periode langer dan en maand maar korter dan drie maanden.

Verzoekt de advocaat-generaal zorg te dragen dat voor de nader te bepalen zitting door de verschillende instellingen zal worden gerapporteerd zoals hierboven nader omschreven.

Verzoekt de advocaat-generaal de eventuele, nieuwe verleningsrapportage van een psychiater aan het hof over te leggen;

Beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman.

Stelt de stukken met voormelde doelen in handen van de advocaat-generaal.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gedaan door

mr. W.A. Holland als voorzitter,

mr. M.E. van Wees en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,

en drs. E.L.M. Klein Haneveld en dr. J. Lucieer als raden,

in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven als griffier,

en op 21 maart 2019 in het openbaar uitgesproken.

Mr. E.A.K.G. Ruys alsmede de raden zijn buiten staat deze tussenbeslissing mede te ondertekenen.