Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:4256

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-05-2019
Datum publicatie
18-06-2019
Zaaknummer
WAHV 200.221.286
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken. Was hier sprake van een trottoir of voetpad? De strook aan de zijkant van de weg moet worden aangemerkt als trottoir. Dat er geen sprake is van een verhoogd voetpad, doet daar niet aan af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.221.286

16 mei 2019

CJIB 198274820

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 30 juni 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,

kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 18 mei 2016 om 12.41 uur op de Willem Coepijnstraat te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het voertuig van de betrokkene niet op het trottoir stond. Er was geen sprake van een verhoogd voetpad. Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat dat wel vereist is. Ook in het gangbaar Nederlands taalgebruik wordt onder trottoir een verhoogd voetpad verstaan. Verder vormen de witte stenen geen afbakening van de rijbaan. De afstand tussen de witte klinkers aan beide zijden is 4,4 meter. Omdat er geen ruimte is om op dat gedeelte te parkeren en grote voertuigen elkaar daar niet kunnen passeren is er geen sprake van een rijbaan. Het voertuig stond op een ander weggedeelte, niet zijnde één van de uitzonderingen. De kantonrechter heeft verder ten onrechte overwogen dat een straat zonder voetpad in een woonwijk ondenkbaar is. In dit voormalig landelijk gebied zijn veel straten zonder trottoir. Verder stelt de gemachtigde dat er sprake is van willekeur omdat er al jaren op gelijke wijze wordt geparkeerd in buurt. Ten onderbouwing zijn daar eerder in de procedure 26 foto's van toegestuurd. Alleen de betrokkene heeft een sanctie opgelegd gekregen.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Ik zag dat voornoemd voertuig met vier wielen op het trottoir stond."

5. Verder bevat dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de verbalisant onder meer verklaart:

"Ik, verbalisant, zag een motorvoertuig van het merk Mercedes Benz, kleur zwart, gekentekend: [00-YYY-0] , geparkeerd staan op het voetpad.
Ik, verbalisant, kreeg een melding van onze meldkamer dat er een motorvoertuig van het fabriekskenmerk Mercedes geparkeerd stond op het voetpad in de Willem Coepijnstraat. Op het voorgenoemd tijdstip was het voorgenoemde motorvoertuig het enige voertuig dat dusdanig op het voetpad geparkeerd stond. Van willekeur is dus geen sprake.

Het voetpad werd duidelijk gescheiden van de rijbaan door een doorgetrokken witte belijning en betonblokken (de betonblokken zijn allerwegen aanwezig, afgezien van de voorzijde van woningen met parkeergelegenheden op eigen terrein)."

6. De sanctie is opgelegd voor een vermeende overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Deze bepaling verbiedt (onder meer) het gebruik van trottoirs en voetpaden voor bestuurders van motorvoertuigen.

7. De wet kent geen definitie van de begrippen trottoir en voetpad, zodat bij het bepalen of een weggedeelte als trottoir moet worden aangemerkt, uit wordt gegaan van hoe het weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet. Dat een straat in een woonwijk is gelegen, leidt er niet toe dat een weggedeelte eerder als trottoir kan worden aangemerkt omdat niet voorstelbaar zou zijn dat een straat in een woonwijk geen voetpad heeft. Niet relevant is of een straat in een woonwijk of landelijk gebied is gelegen. Het hof weegt dit dan ook niet mee in de beoordeling van het weggedeelte.

8. Het dossier bevat een foto die is aangeleverd door de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Op de foto is een straat te zien met een witte lijn in de lengte van de weg. Daarnaast is een strook voor afwatering met putten te zien. Rechts daarvan bevindt zich een afscheiding met betonblokken, zogeheten varkensruggen. De afscheiding wordt onderbroken door uitritten van woningen. Ook zijn naast de witte belijning bomen met omringende beplanting te zien. Deze bomen zijn op regelmatige afstand van elkaar geplant. Door deze weginrichting is er tussen de bomen en particuliere tuinen, die rechts op de foto te zien zijn, een van de rijbaan afgescheiden pad ontstaan. Het voertuig van de betrokkene staat geparkeerd op dat pad, tussen een boom en een tuin.

9. Naar het oordeel van het hof moet de strook aan de zijkant van de weg, gelet op de fysieke afscheiding, worden aangemerkt als trottoir. Dat er geen sprake is van een verhoogd voetpad, doet daar niet aan af. Het voertuig van de betrokkene stond geheel op het trottoir. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht.

10. Ten aanzien van het verweer van de gemachtigde dat sprake is van willekeur overweegt het hof het volgende. Verbalisanten beschikken over een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. De enkele omstandigheid dat aan andere weggebruikers om welke reden dan ook geen sanctie wordt opgelegd, brengt niet mee dat de betrokkene, die de gedraging heeft verricht, daarvan gevrijwaard zou moeten blijven. Daarbij merkt het hof nog op dat uit het proces-verbaal van de verbalisant volgt dat op het moment van het constateren van de gedraging geen andere voertuigen op gelijke wijze stonden geparkeerd.

11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Daarom zal het hof die beslissing bevestigen. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga

als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.