Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:2429

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
08-04-2019
Zaaknummer
WAHV 200.216.718
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hulpkoppeling aanhangwagen niet op de vereiste wijze aanbrengen. Bij het hof is twijfel gerezen of de betrokkene heeft gereden zonder dat hij een hulpkoppeling aan een vast deel van het voertuig had bevestigd. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.216.718

19 maart 2019

CJIB 197121337

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 24 maart 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “de hulpkoppeling aanhangwagen (toegest.max.massa < 1500 kg) is niet op de vereiste wijze aangebracht” (feitcode P570), welke gedraging zou zijn verricht op 5 april 2016 om 11.51 uur op de Strijpkade te Den Haag.

2. De betrokkene vindt dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd. Het was onmogelijk dat de aanhangwagen los zou komen van zijn auto, zeker bij de lage snelheid en de korte afstand die de betrokkene heeft gereden.

3. De gedraging met bovenvermelde feitcode betreft een overtreding van artikel 5.18.57 van de Regeling Voertuigen:

"De hulpkoppeling van aanhangwagens met een toegestane maximummassa van niet meer dan 1.500 kg moet zodanig met een vast deel van het trekkend voertuig of met een daartoe bestemde inrichting aan de trekhaak daarvan zijn verbonden, dat deze slechts in werking treedt na het losraken van de aanhangwagenkoppeling, en dat bij gebruik van de hulpkoppeling de trekboom of koppeling van de aanhangwagen de grond niet raakt."

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

"Hulpkoppeling over de trekhaak en geen vast deel van het voertuig."

6. In het dossier bevindt zich een aanvullend proces-verbaal d.d. 23 augustus 2016 waarin de ambtenaar het volgende verklaart, voor zover van belang:

"Betrokkene reed met zijn voertuig, met erachter een aanhangwagen van < 750 kg. (…) Bij staandehouding bleek dat de hulpkoppeling (ketting) om de trekhaak was gelegd en niet verbonden was aan een vast deel van het trekkend voertuig (zie bijgevoegde foto). Hiervoor heeft betrokkene een aankondiging van beschikking gekregen. De door mij gemaakte foto geeft weer hoe de ketting over de trekhaak was gelegd en hoe ik de combinatie in eerste instantie aantrof."

7. Uit de in het dossier aanwezige foto die de ambtenaar heeft gemaakt, volgt dat er een ketting om de trekhaak is gelegd. Het hof constateert dat uit die foto ook blijkt dat zich aan de trekhaak een bevestigingspunt voor een hulpkoppeling of losbreekreminrichting bevindt en dat daaraan een (ijzeren) kabel lijkt te zijn bevestigd.

8. Het hof stelt vast dat de betrokkene bij de kantonrechter heeft verklaard dat de ketting aan de trekhaak was bevestigd en de dunne ketting aan de beugel.

9. Het hof acht aannemelijk dat de betrokkene naast de ketting om de trekhaak nog een kabel aan het bevestigingspunt van de trekhaak - en daarmee vast aan het voertuig - had bevestigd. De ambtenaar heeft slechts verklaard over hoe de ketting over de trekhaak was gelegd, maar heeft zich niet uitgelaten over die kabel. Gelet op het vorenstaande is bij het hof twijfel gerezen of de betrokkene heeft gereden zonder dat hij een hulpkoppeling aan een vast deel van het voertuig had bevestigd. Gelet op de fase waarin de procedure zich bevindt, bestaat geen aanleiding daarover nadere informatie in te (laten) winnen bij de ambtenaar. Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

10. Het hof zal daarom als volgt beslissen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 197121337 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.