Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:2400

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
29-07-2019
Zaaknummer
200.251.145
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling. Beschikking in klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.251.145

(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 465139 en 465140)

beschikking van 19 maart 2019

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. C.C. Sneper te Rotterdam,

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de William Schrikker Stichting.

1 De rechtszaak bij de rechtbank

In de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 7 september 2018 (zaaknummers 465139 en 465140), staat wat er in de rechtszaak bij de rechtbank allemaal is gebeurd.

2 De rechtszaak bij het hof

2.1

In het dossier van het hof zitten de volgende stukken:

  • -

    het beroepschrift met bijlagen, ingekomen op 6 december 2018;

  • -

    het verweerschrift met bijlagen;

  • -

    een e-mail van de raad voor de kinderbescherming van 24 december 2018 waarin staat dat de raad niet aanwezig zal zijn bij de zitting.

2.2

De zitting was op 5 februari 2019. De moeder was bij de zitting aanwezig met haar advocaat mr. Sneper en met [begeleider] , haar begeleider van de Stichting Diversiteit in Zorg. Aan de begeleider is bijzondere toestemming gegeven om bij de zitting aanwezig te zijn, omdat het een besloten zitting is. Namens de William Schrikker Stichting was [medewerker W. Schrikkerstichting] bij de zitting aanwezig.

3 De feiten

3.1

De moeder heeft twee kinderen:

  • -

    [kind 1] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [plaats] en

  • -

    [kind 2] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [plaats] .

De moeder heeft het gezag over [kind 1] en [kind 2] . [kind 1] is uit huis geplaatst, [kind 2] woont bij de moeder. Deze rechtszaak gaat alleen over [kind 2] .

3.2

De kinderrechter heeft op 16 april 2014 [kind 2] voor een jaar onder toezicht gesteld van de William Schrikker Stichting. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd.

4 Waar het nu over gaat

4.1

In de beschikking van de kinderrechter van 7 september 2018, waartegen de moeder in hoger beroep is gegaan, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd tot 9 september 2019.

4.2

De moeder is het niet eens met deze beschikking. Zij vraagt het hof deze beschikking te vernietigen en de ondertoezichtstelling één maand na het geven van de beslissing door het hof te beëindigen.

4.3

De William Schrikker Stichting is het niet mee eens met het verzoek van de moeder en vraagt de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep of het verzoek in hoger beroep van de moeder af te wijzen.

5 De redenen voor de beslissing van het hof

5.1

De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling verlengen met maximaal een jaar. Dat staat in artikel 1:260 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling alleen verlengen als daar een goede reden voor is. Die reden staat in artikel 1:255 BW:

De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW, in staat zijn te dragen.

5.2

Het hof ziet dat de moeder haar best doet. De moeder heeft zelf gezorgd voor hulp van Carehouse. Na haar verhuizing naar [plaats] in december 2018 heeft zij zelf een nieuwe school voor [kind 2] gezocht en die ook gevonden. Door de verhuizing naar [plaats] kon niet gestart worden met behandeling voor [kind 2] bij Carehouse. De hulp van Carehouse moest door een andere instantie worden overgenomen. Het gezin is nu aangemeld bij Unik voor begeleiding in de periode dat naar een behandeling wordt toegewerkt en voor de behandeling in de thuissituatie, maar deze hulp is nog niet gestart. Wel zijn er nog steeds zorgen over [kind 2] . Dat heeft de moeder zelf ook verteld tijdens de zitting. Deze zorgen hebben onder andere ermee te maken dat [kind 2] nog niet altijd zindelijk is en dat de artsen vermoeden dat dit komt door een trauma dat hij heeft opgelopen. De samenwerking tussen de moeder en de vorige gezinsvoogd ging niet goed. Ook eerdere samenwerking met andere hulpverleners, bijvoorbeeld gezinsbegeleiding van Amerpoort, ging niet altijd goed. De samenwerking met de huidige gezinsvoogd gaat wel goed, maar door de verhuizing eindigt het contact met deze gezinsvoogd. Vooral omdat er nog zorgen zijn over [kind 2] en er door de verhuizing nieuwe hulpverleners in het gezin komen, vindt het hof het nodig dat de William Schrikker Stichting (of een andere gecertificeerde instelling) toezicht blijft houden op de ontwikkeling van [kind 2] . Het hof vindt dat ondertoezichtstelling nu nog steeds nodig is om ervoor te zorgen dat de hulp en behandeling die [kind 2] nodig heeft er ook echt komt. Misschien is na deze verlenging van de ondertoezichtstelling verdere hulp in een vrijwillig kader mogelijk. Dat zou kunnen als [kind 2] de behandeling heeft gekregen die hij nodig heeft en de samenwerking met de gezinsvoogd goed blijft gaan en als er dan geen zorgen meer zijn over [kind 2] . Dit moet rond de afloopdatum van de ondertoezichtstelling worden bekeken.

5.3

Het hof vindt dus dat de ondertoezichtstelling van [kind 2] op dit moment nog steeds nodig is en dat deze moet worden verlengd. Dit klopt met de eisen die in de wet staan. Het hof vindt dat de kinderrechter een goede beslissing heeft genomen. Het hof is het daarmee eens en zal daarom de beschikking van 7 september 2018 bekrachtigen.

6 De beslissing

Het hof, beslist in hoger beroep het volgende:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 7 september 2018.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, A. Smeeing-van Hees en C.J. Laurentius-Kooter, bijgestaan door mr. M. Vodegel als griffier, en is op 19 maart 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.