Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:1854

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-02-2019
Datum publicatie
27-02-2019
Zaaknummer
TBS P18/0353
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

bevestiging, overweging einde voorlopige verpleging van overheidswege

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P18/0353

Beslissing d.d. 21 februari 2019

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [1964] ,

verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) De Woenselse Poort te Eindhoven.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 18 september 2018, houdende afwijzing van de vordering van de officier van justitie dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd met wijziging van de bij vonnis van 1 maart 2018 gestelde voorwaarden.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de officier van justitie van 2 oktober 2018;

- een appelschriftuur van de officier van justitie, ingekomen op 16 oktober 2018;

- een zorgovereenkomst van 20 december 2018;

- een voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 28 december 2018;

- een zorgovereenkomst van 29 januari 2019;

- een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt dor [verbalisant] , brigadier van politie van 31 januari 2019;

- een advies van Reclassering Nederland van 31 januari 2019;

- de door de advocaat-generaal overgelegde processen-verbaal van politie, te weten een aangifte van 26 juli 2018 en een ontvangst van een klacht van 26 juli 2018.

Het hof heeft ter zitting van 7 februari 2019 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, en de advocaat-generaal mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit. Daarnaast is ter zitting als deskundige gehoord [reclasseringswerker] , reclasseringswerker.

Overwegingen:

Het advies van de deskundige ter zitting

Afgelopen periode is niet zonder slag of stoten gegaan. Desondanks is de reclassering van mening dat genoeg handvatten aanwezig zijn om de behandeling binnen het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten, mits dit geschiedt binnen het huidige beveiligingsniveau. Dit biedt de terbeschikkinggestelde voldoende structuur en daarnaast zijn voldoende controlemiddelen beschikbaar. Afgelopen periode kreeg de terbeschikkinggestelde noodgedwongen enige ruimte met betrekking tot het beschikbaar zijn van een telefoon, maar de terbeschikkinggestelde heeft laten zien dat hij hiermee om kan gaan. De reclassering is voornemens om de terbeschikkinggestelde via de weg der geleidelijkheid in kleine stapjes meer vrijheden te geven en de terbeschikkinggestelde hierin te monitoren met als doel hem te laten doorstromen naar beveiligingsniveau 2. De deskundige heeft hierbij geadviseerd om de voorwaarde dat de terbeschikkinggestelde op geen enkele wijze (direct of indirect) contact zal hebben met [slachtoffer] , geboren te [geboorteplaats 2] op [1990] , in stand te laten.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Bij binnenkomst in de kliniek van Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) [afdeling] werd niet direct gestart met de behandeling. De terbeschikkinggestelde dient alsnog in de gelegenheid te worden gesteld om de behandeling te volgen binnen het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Inmiddels is gebleken dat nu de behandeling in FPK De Woenselse Poort is gestart, de terbeschikkinggestelde een positieve draai lijkt te maken. Hij stelt zich behandelbaar en begeleidbaar op en houdt zich aan de regels. Hij is de goede weg ingeslagen en het is in zijn belang en in het belang van de samenleving dat hij deze weg kan vervolgen. De raadsman heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te bevestigen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Op het moment dat de terbeschikkinggestelde naar aanleiding van het vonnis van 1 maart 2018 wordt geplaatst op de FPA [afdeling] gaat het direct mis. In drie maanden tijd heeft de terbeschikkinggestelde ruim honderd berichten aan het slachtoffer gestuurd. Het feit dat de terbeschikkinggestelde op dit moment geen contact meer met het slachtoffer opneemt, komt enkel door het feit dat de terbeschikkinggestelde hiertoe de middelen niet meer heeft. Dit betekent niet dat de terbeschikkinggestelde in staat is zich te houden aan de hem gestelde voorwaarden. Het vertrouwen voor het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden is weg. De advocaat-generaal heeft primair geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de officier van justitie dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Subsidiair heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot het opleggen van een contactverbod, direct of indirect, met het slachtoffer [slachtoffer] .

Het oordeel van het hof

Bevestiging

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met de volgende aanvullende overwegingen.

Voorlopige verpleging

Over de eerder gelaste voorlopige verpleging van de terbeschikkinggestelde overweegt het hof het volgende.

De rechter-commissaris heeft op de vordering van de officier van justitie op 9 augustus 2018 op de voet van artikel 509i van het Wetboek van Strafvordering de voorlopige verpleging van overheidswege bevolen. Ter zitting heeft de deskundige op vragen van het hof geantwoord dat na de beslissing van de rechtbank waartegen het beroep zich richt, de terbeschikkinggestelde vanuit de penitentiaire inrichting waar hij verbleef in het kader van de voorlopige verpleging, is overgeplaatst naar FPK De Woenselse Poort. Daar is de behandeling van de terbeschikkinggestelde voortgezet binnen het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Het hof stelt vast dat de maatregel van terbeschikkingstelling kan worden opgelegd en verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging eist. Beveiliging van de maatschappij is daarmee een van de doelen van de maatregel. De bevoegdheid om op grond van artikel 509i van het Wetboek van Strafvordering de voorlopige verpleging van de terbeschikkinggestelde te bevelen moet in dat licht worden gezien. De wet geeft geen uitdrukkelijke regeling met betrekking tot de duur of het einde van een bevel tot voorlopige verpleging en bevat ook geen bevoegdheid tot opheffing van het bevel. Het systeem van de regeling van de terbeschikkingstelling en het hiervoor genoemde doel van die maatregel brengen echter met zich mee dat het bevel eerst – van rechtswege – eindigt zodra onherroepelijk op de onderliggende vordering van de officier van justitie is beslist. Een andere uitleg zou afbreuk doen aan genoemd doel van de maatregel (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6791).

Het hof stelt vast dat ten tijde van de overplaatsing naar FPK De Woenselse Poort het bevel tot voorlopige verpleging nog bestond. De terbeschikkinggestelde had dan ook niet op basis van de terbeschikkingstelling met voorwaarden mogen worden geplaatst in deze FPK. Dit verzuim heeft echter geen gevolgen voor het oordeel van het hof.

Contactverbod

Het hof overweegt dat, anders dan ter zitting in hoger beroep is besproken, door de rechtbank reeds een contactverbod – direct of indirect – met [slachtoffer] is opgenomen in het vonnis van 1 maart 2018, welke voorwaarde door de rechtbank bij beslissing van 18 september 2018 in stand is gelaten.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van
18 september 2018 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr. A.B.A.P.M. Ficq als voorzitter,

mr. M.E. van Wees en mr. J.S. van Duurling als raadsheren,

en drs. A. Vissers en drs. C.J.J.C.M. van Gestel als raden,

in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven als griffier,

en op 21 februari 2019 in het openbaar uitgesproken.

Mr. J.S. van Duurling alsmede de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.