Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:1682

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
WAHV 200.217.768
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeren in berm of groenstrook? Dat het de gemeente bekend moet zijn geweest dat ter plaatse vaak fout geparkeerd werd, betekent niet dat geen sanctie kon worden opgelegd. Evenmin is het de taak van de gemeente om het parkeren op een groenstrook fysiek onmogelijk te maken of met borden te waarschuwen dat parkeren niet is toegestaan. Dat er inmiddels wel

waarschuwingsborden staan, betekent niet dat de situatie voordien onvoldoende duidelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.217.768

21 februari 2019

CJIB 192636788

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 19 april 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”, welke gedraging op 10 september 2015 om 14:32 uur zou zijn verricht op het Abram van Rijckevorselplein te Capelle aan den IJssel met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene stelt dat de officier van justitie en de kantonrechter niet op de redenen van haar beroep zijn ingegaan. Deze zijn (samengevat) de volgende. De gemeente weet dat er jaar in jaar uit op die plek wordt geparkeerd. Het was een kleine moeite geweest burgers te behoeden voor het maken van fouten door een bord of fysieke barrière te plaatsen. Er is inmiddels een bord geplaatst waardoor de situatie nu wel duidelijk is, wat bewijst dat dit voorheen niet zo was. De betrokkene stelt op een grasveld te hebben geparkeerd dat zij niet als park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook herkende. Zij beschouwde het als berm. Van Dale geeft als één van de betekenissen voor het woord groenstrook: ‘wegberm’. Het is dus hetzelfde. De oorzaak van de vergissingen hier is de onduidelijkheid. Dit moet leiden tot het achterwege laten of matigen van de sanctie.

3. Niet in geding is dat het voertuig van de betrokkene ter plaatse stond geparkeerd. Beoordeeld moet worden of deze locatie als een park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook kan worden aangemerkt. Het daarin laten staan van een voertuig is namelijk strafbaar gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2013.

4. Er bestaat geen wettelijke definitie van de begrippen openbare beplanting of groenstrook. Hoewel de Dikke Van Dale als omschrijving van het begrip ‘groenstrook’ ‘wegberm’ noemt, overigens als tweede betekenis (na ‘groenzone’), zijn een berm en een groenstrook juridisch verschillende begrippen. In een berm mag in principe worden geparkeerd, terwijl dat in een groenstrook doorgaans niet is toegestaan. Bij de bepaling of iets al dan niet als berm of groenstrook kan worden aangemerkt, is doorslaggevend hoe het terrein zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.

5. Het dossier bevat verschillende, door de ambtenaar en de betrokkene overgelegde foto’s, waarop de situatie ter plaatse zichtbaar is. Te zien is dat een parkeerterrein is aangelegd, dat met een grasveld is omgeven. Het grasveld ligt hoger dan het parkeerterrein en tussen beide is een trottoirband aangebracht. In het grasveld staan verschillende grote bomen. Het hof is van oordeel dat dit grasveld niet als berm maar als groenstrook moet worden aangemerkt. Gelet daarop staat vast dat de gedraging is verricht.

6. Dat het de gemeente bekend moet zijn geweest dat ter plaatse vaak fout werd geparkeerd, betekent niet dat geen sanctie kon worden opgelegd. Evenmin is het de taak van de gemeente om het parkeren op groenstroken fysiek onmogelijk te maken of met borden te waarschuwen dat parkeren daar niet is toegestaan. Dat inmiddels met een bord wordt gewaarschuwd voor de kans op een boete, betekent niet dat de situatie voordien onvoldoende duidelijk was. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geven dan ook geen aanleiding tot het matigen of achterwege laten van een sanctie.

7. Artikel 13, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) bepaalt dat de beslissing van de kantonrechter met redenen moet zijn omkleed. Artikel 7:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de beslissing van de officier van justitie dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld.

8. Naar het oordeel van het hof is in beide beslissingen, zij het summier, afdoende weergegeven waarom de argumenten van de betrokkene geen doel treffen.

9. De kantonrechter heeft een juiste beslissing gegeven. Het hof zal deze bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.