Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:1165

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
WAHV 200.203.653
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 8, aanhef en onder b, Wahv. Er is sprake van een bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst waarbij de kentekenhouder partij is. De verhuurder op de huurovereenkomst is 'C Autoverhuur'. Uit het handelsregister van de KvK blijkt dat de betrokkene daarvan eigenaar is en dat het een eenmanszaak betreft met als activiteit de verhuur van personenauto's en lichte bedrijfsauto's. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.203.653

6 februari 2019

CJIB 180908978

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 6 oktober 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

Het hof heeft de zaak teruggewezen naar de rechtbank. Daarna heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 4 oktober 2018 zijn aanvullende gronden van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is doorgestuurd aan de advocaat-generaal.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 112,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 15 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 8 april 2014 om 13:16 uur op de A12 rechts te Woerden met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep - onder meer - aan dat het voertuig bedrijfsmatig was verhuurd ten tijde van de onderhavige gedraging. De betrokkene had het voertuig via zijn bedrijf ' [C] Autoverhuur' verhuurd voor een periode van zeven dagen. De gemachtigde verwijst naar de huurovereenkomst dat in hoger beroep, en ook in eerdere procedures, is overlegd, waaruit dit zou blijken. Voorts heeft hij een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd en een kopie van de ID-kaart van de huurder van het voertuig.

3. Niet is betwist dat het voertuig met kenteken [0-YYY-00] op naam staat van de betrokkene, zodat hij als kentekenhouder een beroep kan doen op artikel 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv).

4. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

''De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig was.''

5. Op grond van artikel 5 van de Wahv is de inleidende beschikking opgelegd aan de betrokkene - [betrokkene] - in de hoedanigheid van kentekenhouder. Uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken in de periode van 7 april 2014 om 17:50 uur tot en met 14 april 2014 om 19:06 uur was verhuurd door ' [C] Autoverhuur' aan ene [D] .

6. De vraag die thans ter beoordeling ligt is voornoemde huurovereenkomst is aan te merken als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.

7. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad hieromtrent overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.

8. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd, waarbij de kentekenhouder partij is.

9. Het hof is - anders dan de kantonrechter - van oordeel dat in de onderhavige zaak wel het geval is. Uit de overgelegde kopie van het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de betrokkene eigenaar is van ' [C] Autoverhuur', een eenmanszaak met als activiteit de verhuur van personenauto's en lichte bedrijfsauto's. Naar het oordeel van het hof kan de betrokkene daarom worden aangemerkt als verhuurder die de overeenkomst is aangegaan. Nu de betrokkene ook de kentekenhouder van het voertuig is, is sprake van een huurovereenkomst waarbij de kentekenhouder partij is.

10. Het voorgaande brengt mee dat aan de betrokkene een disculpatiemogelijkheid in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv toekomt. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen. Het hof verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking. Het tot zekerheid gestelde bedrag dient aan de betrokkene te worden gerestitueerd.

11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal vier procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1024,-.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

vernietigt de inleidende beschikking waarbij onder CJIB-nummer 180908978 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1024,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.