Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:115

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-01-2019
Datum publicatie
11-02-2019
Zaaknummer
WAHV 200.199.650
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Snelheid. Trajectcontrole A2. Of er borden waren geplaatst die de afwijkende snelheid van 100 km/h aangaf, blijkt niet uit het dossier. Namens de betrokkene wordt betwist dat de juiste borden waren geplaatst en de aanwezigheid van de bebording is cruciaal om vast te kunnen stellen dat de gedraging is verricht. Het had op de weg van het openbaar ministerie gelegen om dit verweer door middel van een proces-verbaal of schouwrapport te (doen) weerleggen. Bij gebreke hiervan is niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging behoorlijk was aangegeven. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.199.650

9 januari 2019

CJIB 193623984

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 11 augustus 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,

kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich in hoger beroep allereerst op het standpunt dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie - waarbij het administratief beroep niet-ontvankelijk is verklaard vanwege het ontbreken van gronden - niet in stand had mogen laten daar wel degelijk gronden van beroep zijn aangevoerd.

2. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, sub d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient een beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Indien niet is voldaan aan dat vereiste kan het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

3. Het dossier bevat een op 8 december 2015 gedateerd administratief beroepschrift. In dit beroepschrift wordt door de gemachtigde - onder meer - het volgende aangevoerd:

"Betrokkene betwist de maximumsnelheid van 100 km/uur met 14 km/uur te hebben overschreden en twijfelt expliciet aan de rechtmatigheid van de gebruikte opsporingsmethode, temeer nu de beschikking gebrekkig is gemotiveerd."

4. In het licht van bestendige en niet nader te bespreken rechtspraak van het hof moet worden vastgesteld dat het namens de betrokkene ingediende administratief beroepschrift gronden bevat. Daarom bestond voor de officier van justitie niet de bevoegdheid om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren in verband met het ontbreken van gronden. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond had moeten verklaren en die beslissing had moeten vernietigen. Het hof zal, met vernietiging van de beslissing van de kantonrechter, doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Dit brengt mee dat de overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie geen bespreking meer behoeven.

5. Het hof zal vervolgens overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 104,- is opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 14 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op
15 november 2015 om 19:31 uur op de trajectcontrole A2 links te Baambrugge met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

6. De gemachtigde voert aan dat ter plaatse geen verkeersbord A1 staat. Op de betreffende locatie geldt daarom geen verlaagde maximum snelheid maar de standaard maximum snelheid van 130 km/h. Gelet hierop is de maximum snelheid dus niet overschreden. Daarnaast kan de gereden snelheid überhaupt niet worden vastgesteld. De afgelegde afstand en gemeten tijdsduur worden immers niet vermeld in het zaakoverzicht. Verder is het fotofilmnummer zoals vermeld in het zaakoverzicht niet terug te vinden op de foto's. Ook correspondeert het zaaknummer in het zaakoverzicht niet met dat zoals vermeld op de foto's. Er is derhalve (bijna) niets dat de foto's met het zaakoverzicht verbindt.

7. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging in de onderhavige zaak is geconstateerd door middel van een trajectcontrole op de autosnelweg A2. In afwijking van de reguliere maximumsnelheid op autosnelwegen zou op het betreffende traject niet sneller dan 100 km/h mogen worden gereden. Of er op het betreffende traject borden zijn geplaatst waarop deze afwijkende snelheid is aangegeven, blijkt echter niet uit het zaakoverzicht of uit andere stukken in het dossier.

8. Nu namens de betrokkene is betwist dat de juiste bebording was geplaatst en de aanwezigheid van deze bebording gelet op de afwijkende maximumsnelheid cruciaal is om vast te kunnen stellen dat de gedraging is verricht, had het op de weg van het openbaar ministerie gelegen om dit verweer door middel van een proces-verbaal of schouwrapport te (doen) weerleggen. Bij gebreke hiervan is naar het oordeel van het hof niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging behoorlijk was aangegeven (vgl. het arrest van het hof van 12 oktober 2015, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2015:7637).

9. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht, zodat de sanctie ten onrechte is opgelegd. Het hof zal, met gegrondverklaring van het beroep daartegen, de inleidende beschikking vernietigen. De overige tegen die beschikking gerichte bezwaren behoeven geen bespreking meer.

10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 768,-.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

vernietigt de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 193623984 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat het door de betrokkene tot zekerheid gestelde bedrag door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 768,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.