Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:11293

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-01-2019
Datum publicatie
30-01-2020
Zaaknummer
21-006359-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensenhandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006359-15

Uitspraak d.d.: 16 januari 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 27 oktober 2015 met parketnummer 08-951462-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [woonplaats]

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 december 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. F.D.W. Siccama, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 31 augustus 2013 tot en met 1 september 2013 in de gemeente(n) Zwolle en/of Groningen en/of te [plaats] en/althans (elders) in Nederland (lid 3) tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen, een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren op 22 juli 1997,

(lid 1, sub. 4)

(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, en/of

(lid 1 sub. 5)

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] , enige handeling heeft ondernomenwaarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens):

(terwijl die [slachtoffer] verstandelijk beperkt/kwetsbaar is en/althans speciaal onderwijs volgt, en/of nadat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer] had(den) verteld over een parenclub " [parenclub] " in Groningen waar je geld kon verdienen en/of waar ze kon(den) komen kijken hoe het werkte, en/of verdachte en/of verdachtes mededader(s) had(den) aangegeven in die zelfde club te (willen) werken)

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) over die [slachtoffer] had(den), en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben vervoerd/meegenomen naar de club/bordeel " [parenclub] " te [plaats] , en/of

- die [slachtoffer] een jurkje/passende kleding heeft/hebben gegeven en/of die [slachtoffer] heeft/hebben bewogen dat jurkje/die kleding "voor de gelegenheid" te dragen, en/of

- die [slachtoffer] zonder het tonen van haar ID-kaart in die club heeft/hebben binnen gebracht, en/of

- die [slachtoffer] , voor zij die club/dat bordeel binnen ging en/althans haar werkzaamheden in die club begon, heeft/hebben laten "blowen" en/of alcohol heeft/hebben laten nuttigen, en/of - die [slachtoffer] een "pilletje xtc/drugs" heeft/hebben gegeven, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben overgehaald/bewogen om seks met (een) man(nen) te hebben en/of seksuele handelingen met (een) man(nen) te verrichten en/althans (telkens) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat ze (telkens) met een man mee kon gaan, en/of

- nadat die club/dat bordeel sloot die [slachtoffer] naar een caravan in de buurt van die club/dat bordeel heeft/hebben gebracht om te overnachten, en/althans

- die [slachtoffer] (meermalen) heeft/hebben gevraagd/gepushed om mee te gaan naar (een) die club/dat bordeel, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs 1

Inleiding

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot vrijspraak van artikel 273f, lid 1, sub 4 en bewezenverklaring van de onder artikel 273f, lid 1, sub 5 tenlastegelegde handelingen, de raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

Het hof geeft onderstaand eerst een overzicht van de relevante bewijsmiddelen, waarvan de redengevende onderdelen voor het bewijs worden gebruikt. Vervolgens wordt de beoordeling door het hof van de tenlastelegging besproken.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Overijssel van 13 oktober 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik ben in de avond en nacht van 31 augustus 2013 op 1 september 2015 met [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [slachtoffer] naar de club " [parenclub] " geweest in [plaats] . De moeder van [slachtoffer] had [betrokkene 2] en [slachtoffer] eerder naar mij gestuurd, omdat ze uitleg wilden over geld verdienen met telefoonseks. Toen is ook de parenclub ter sprake gekomen en is afgesproken dat [betrokkene 2] en [slachtoffer] mee zouden gaan. Ze zaten beiden te zingen over 'money' en wisten dus heel goed dat ze daarheen zouden gaan om geld te verdienen.

We zijn op 31 augustus met mijn 45 km-auto en een brommer naar de club toe gegaan.

Vooraf had ik al eens met de eigenaar van de club, [betrokkene 3] , besproken dat ik een keer mijn 'nichtjes' mee zou nemen. Ik heb verteld dat ze ouder waren dan achttien jaar. Bij de deur werd [slachtoffer] niet om een identiteitskaart gevraagd. Die had ze ook niet bij zich.

2. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 4 maart 2014 (p 39 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik wist dat ze (het hof begrijpt: [slachtoffer]) nog geen achttien was. Dat had ik moeten zeggen.

[betrokkene 4] heeft [betrokkene 2] en [slachtoffer] naar mijn huis gestuurd om te vragen hoe ze snel geld konden verdienen.

3. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 5 maart 2014 (p.55 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

V = vraag verbalisant

A= antwoord verdachte

V: [betrokkene 3] heeft verklaard dat jij al een keer gevraagd zou hebben of het goed was dat je je nichtje mee mocht nemen.

A: Ja, daarmee bedoelde ik [betrokkene 2] . In de club heb ik later gezegd dat [betrokkene 2] en [slachtoffer] twee nichtjes van mij waren

V: [betrokkene 3] heeft verklaard dat ze [slachtoffer] niet hebben gecontroleerd omdat jij zou hebben gezegd dat ze ouder was dan 18.

A: Dat zou wel kunnen dat ik dat gezegd heb ja. Vanzelfsprekend toch.

4. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 6 maart 2014 (p.66 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

V: Waarom heb je ondanks de twijfel [slachtoffer] toch meegenomen naar de club?

A: Te goed voor deze wereld. Ik wil helpen en kom zelf in de problemen.

V:Waar wilde je mee helpen dan?

A: Waarvoor ze kwamen. Ze wouden toch mee, om een reden, om te proberen wat te verdienen met dat seksgebeuren.

5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 maart 2014 (p.69 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van verdachte:

V = vraag verbalisant

A= antwoord verdachte

V: Kunnen we vaststellen dat je al ruim van te voren van plan was om beide meisjes mee te nemen naar de parenclub?

A: Ja.

V: [betrokkene 2] wilde er geld verdienen. En [slachtoffer] ?

A: Ze zaten bij mij beiden op de bank van 'money in the pocket.'

Ik heb gezegd tegen [slachtoffer] ga maar eens mee om te kijken.

V: Ook een klant zegt dat hij heeft betaald aan [slachtoffer] . Beide meisjes zeggen dat jij hebt verteld dat ze eerst geld moeten vragen aan een man en dan pas seks met hem moeten hebben. Wat zeg je hiervan?

A: Dat klopt. Ik heb gezegd dat als je met iemand naar boven gaat dat je niet eerst seks moest gaan hebben en dan pas betaald worden, maar eerst het geld moest ontvangen voordat je met de klant naar de kamer gaat voor de seks.

V: [betrokkene 2] zegt dat ze van te voren wisten dat ze seks zouden hebben met mannen. Wat zeg je daarvan?

A: Ja, dat wisten we allemaal, dus [slachtoffer] wist dit ook.

6. Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [betrokkene 2] d.d. 5 maart 2014 (p. 98 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte:

[slachtoffer] en ik zijn naar [verdachte] gegaan om informatie te halen over telefoonseks en hoe het allemaal in zijn werk ging. [verdachte] zei dat telefoonseks nep was en dat we beter naar een club konden gaan. [verdachte] zei tegen ons dat als je goed geld wilde verdienen je dus beter in een club kon gaan werken.

7. Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [betrokkene 2] d.d. 5 maart 2014 (p. 105 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte:

V = vraag verbalisant

A= antwoord verdachte

V: [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van mensenhandel. Zij heeft verklaard dat ze samen met jou en [verdachte] naar een club is geweest en dat zich daar wat heeft afgespeeld. Wat kun je daarover vertellen?

A: Ik zal je het precies vertellen. Ik ben op een zaterdag naar Groningen gegaan achterop de scooter bij [betrokkene 1] . [slachtoffer] is samen met [verdachte] in het 45 kilometer autootje gegaan. [verdachte] kende daar een club om te gaan werken. In het begin hebben wij het dus eerst over die telefoonseks gehad en later kwam er te sprake om in een club te gaan werken. Toen wij samen bij [verdachte] thuis kwamen hebben wij het eerst over die telefoonseks gehad. Toen kwam het ter sprake om in een club te gaan werken.

V: Weet je nog welke datum/dag het is geweest?

A: Het was op een zaterdag. Als u zegt dat dit 31 augustus 2013 is geweest dan kan dat kloppen. Ik weet de datum niet meer.

V: Naar welke club zijn jullie geweest?

A: [parenclub] ofzo?

V: Wist [slachtoffer] dat zij seks ging hebben in die club?

A: Ja dat wist zij. Daar heeft zij ook over na kunnen denken. Dit is ook besproken vooraf met [verdachte] .

A: [slachtoffer] vroeg wel aan [verdachte] hoe we dat met dat geld zouden doen. [verdachte] zei dat we het geld zelf mochten houden. [verdachte] zei dat we € 50 voor een half uur mochten vragen.

8. Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [betrokkene 2] d.d. 6 maart 2014 (p. 115 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte:

V = vraag verbalisant

A= antwoord verdachte

V: Hoe vaak dat jij weet heeft [slachtoffer] seks gehad met mannen en kun jij deze omschrijven?

A: Ik weet het niet precies, ik was daar voor mijzelf. Ik weet wel dat [slachtoffer] met meerdere mannen naar een kamer is geweest.

[slachtoffer] wist dat zij daar geld zou gaan verdienen als hoer. [verdachte] heeft dat goed uitgelegd. Dat was in de tuin bij [verdachte] thuis.

9. Een proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer] , geboren 22 juli 1997, d.d. 7 november 2013 (p. 256 e.v.), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van benadeelde:

V = vraag verbalisant 1

K = vraag verbalisant 2

N = antwoord [slachtoffer] .

V: Maar wij moeten eigenlijk van jou precies horen (want wij zijn er niet bij geweest) hoe het gegaan is. Dus ik wil aan jou vragen van joh kan jij vanaf het begin vertellen waarvoor je hier bent, wat er ja waarvoor de politie…

N: Nou ja dat was om [verdachte] ,

V: Hmhm,

N: Die is ja is (onverstaanbaar) de moeder van mijn stiefbroertje, daar heeft mijn

moeder acht jaar voor gezorgd. En nou ik was met een vriendin van mij woonde bij

ons in ( [betrokkene 2] ).

V: Hmhm,

N: En die die had bijna geen werk meer. Want die was de laatste dag of zo bij haar

werk en toen zei ze tegen mijn moeder van iets met de cam of zo wilde ze doen. En toen zei mijn moeder van ik weet wel dat ik vroeger iets, heb gedaan met Dikkie, was met bellen naar zeg maar een sekslijn.

V: Hmhm.

N: En daar kan je geld verdienen zegt ze maar dan zien ze je niet en dan je gebruikt een andere naam, is veel veiliger dan dat ze je zien en dan en je eigen naam gebruikt.

V: Ja.

N: En toen zei [betrokkene 2] van ja wat is de nummer dan. En toen zei mijn moeder van nou ja dat weet ik niet meer want dat was een paar jaar geleden vet lang geleden.

V:Ja.

N: Dus ik weet niet meer hoe het hoe de nummer was. En toen zei ze wel van ik weet dat [verdachte] in zoiets zit, misschien kun je het aan haar vragen. En toen vroeg [betrokkene 2] mij mee naar [verdachte] omdat ik weet waar ze woonde en haar goed kende. En toen ben ik mee gegaan en toen begon [verdachte] over of we iets anders of iets over chatgirl of zoiets:

V: Ja,

N: Dat ze dat alleen hadden en toen was zeg maar toen waren we in de tuin en toen zei [verdachte] nou (onverstaanbaar) gaan jullie een keer op een zaterdag of een vrijdag mee, was bij een parenclub. En dan kun je hoe heet dat, kun je zien wat ze daar allemaal doen. Dus [betrokkene 2] die zei van ja nou dat is toch niks vies of ergs. En toen zei [verdachte] zo van nee ga anders eerst maar een keer kijken. En toen vroeg [verdachte] mij ook mee. En toen had ze ook gezegd van hebben jullie een vriendin of zo die buiten Zwolle woont. En toen zei [betrokkene 2] van Ja [naam] . En toen zei ze Oké zeg dan dat je die avond bij haar bent, dat ze een verjaardag heeft. Dus [betrokkene 2] heeft dat gezegd tegen mijn moeder en toen zijn we 's middags naar [verdachte] toe gegaan en toen hebben we daar eerst een bak koffie gedronken en toen zijn we naar ja Groningen gegaan. Het was nou dan om de beurt op de scooter en dan in de auto.

(...)

En toen waren we bij die ouders van die [betrokkene 1] , in Groningen,

V: Hmhm,

N: En daar hebben we onze spullen neer gezet en daar zouden we gaan slapen: En toen hebben we ons daar opgemaakt, en toen moesten we mee naar zo 'n ja parenclub.

V. Ja.

N: Maar dat was heel. Ja ik vond toen ik daar aan kwam vond ik het al geen parenclub lijken. En toen dat ik naar binnen kwam (…) moest ik niet mijn ID-kaart zo laten zien. Dus vond ik ook een beetje apart dat ze dat niet vroegen. (…) En toen gingen we daar zitten maar toen ik daar binnen kwam zag ik een hele grote tv met allemaal porno en toen dacht ik ook bij mezelf is dit een parenclub.

K: Ja ik wou even ook de tijd even hebben. Ik wil eerst even een andere vraag. [verdachte] , die noem jij [verdachte] .

N: Ja

K: Hoe heet [verdachte] van achternaam?

N: [verdachte]

(…)

K: Oké. En en [betrokkene 2] , hoe heet zij van achternaam?

K: [betrokkene 2] .

(...)

K: Je vetelde net dat jullie ook met verjaardagen bij elkaar kwamen. (...) Weten [verdachte] en [betrokkene 2] ook hou oud jij bent?

N: Ja.

(…)

K: Oké. Je vertelde net dat jij dat was op de verjaardag van je moeder. Die nacht ben jij weggeweest naar de parenclub. Wanneer is jou moeder jarig?

N: 1 september.

K: 1 september. Dus dan ben je... En weet je nog wat voor dag het was l september?

K: Was op een zondag dat het 1 september werd, dus het was zaterdag dat we daar waren.

K: Ja goed. Zaterdag op zondag.

V: En toen ging je dan de bar zitten en wat gebeurde er toen.

N: Nou toen kwam er die man.

V: Ja. Hoe ging dat.

N: Dan komt hij op je af lopen, tenminste hij liep naar mij toe.

V: Hmhm,

N: En toen zei [verdachte] van loop maar met hem mee.

V:Ja,

N: En zei hij toen zei zij van als hij wat vraagt van is dit je werk dan zeg je ja.

V: Ja. En toen?

N: Moest ik met hem mee naar zo 'n kamertje, beneden ergens,

V: Hmhm. En dan komen jullie de kamer binnen en wat wordt er dan gezegd?

N: Hij begon mij te zoenen.

V: En waar zoende bij jou?

N: In mijn nek en gewoon op mijn mond,

V: En hoe zoende bij jou?

N: Ja met de tong. (Onverstaanbaar)

V: Hmhm. En toen?

N: (zegt niets)

V: Hij zoende je met zijn tong zeg jij en in je nek en op je mond en wat gebeurde er

daarna.

N: Toen deed hij mijn panty 's uit,

V: Ja, bij deed jou panty 's uit, stond jij toen of zat jij toen, lag jij toen?

N: Ik lag op bed.

V: Jij lag op bed. En hij?

N: Hij stond nog.

V: Hij stond nog. Hij deed bij jou de panty 's uit, verder nog?

N: En verder deed hij ook nog mijn string uit,

V: Ja, Dat deed hij bij jou, deed bij ook nog wat bij zichzelf?

N: Nee.

V: Toen was jou string uit en wat gebeurde er daarna?

N: Nou toen befte hij me en toen later zei hij dat van is dit je werk, toen zei ik ja en toen liep hij in één keer zomaar weg. Ik ga niet betalen zei hij.

V: Oké.. Hij befte jou. Wat deed hij bij jou? Waarmee befte hij?

N: Met z'n tong.

V: En waar zat hij met zijn tong?

N: Bij mijn geslacht.

V: Oké. En was dat op je geslacht óf naast je geslacht of

N: Op.

V: Op je geslacht. En lag jij op je rug of op je buik.

N: Ik lag op mijn rug.

V: En hoe waren jouw benen?

N: Wijd want dat deed hij.

V: Oké. Hij deed jou benen wijd.

N: (zegt niets)

V: Oké. m hoe is dat toen gestopt dat hij jou aan het beffen was?

N: Nou hij begon opeens van is dit je werk en toen zei ik van ja. En toen zei hij zo van toen ging hij staan en toen zei hij nou ik ga niet betalen en toen liep hij weg.

V: En toen liep hij weg. Oké. Wat vond jij er van dat hij met zijn tong op jou geslacht zat?

N: Vond ik niet leuk. Vies,

V: Hmhm. En hoe kwam het dat je want je zegt van ik vond het vies, ik vond het niet leuk, hoe kwam het dat je dat toch door hem liet doen?

N: Omdat hij mijn benen, ja hij pakte mijn benen hard vast en deed hij wijd dus ik durfde niks te doen.

V: Jij durfde niks te doen. Nee. Hoe kwam dat?

N: Omdat ik bang was.

V: Hmhm. Want?

N: Nou gewoon voor hem.

V: Voor hem ook.

N: Hmhm.

V: Hé en toen was hij weggelopen en toen?

N: En toen liep ik naar [verdachte] gauw, deed ik eerst alles gauw weer aan,

V: Oké je hebt eerst alles gauw weer aan gedaan en toen liep je naar [verdachte] ,

N: Toen pakte ik mijn tas en toen liep ik naar [verdachte] ,

V: Hmhm,

N: En toen zei ik dat tegen [verdachte] en [verdachte] zei tegen mij van ja dan had je maar eerder dan had je maar van tevoren moeten vragen of hij dat ja dat hij moest betalen.

V: (...) en met hoeveel mannen ben je mee geweest die avond?

N: Vier.

(…)

K: Jij zelf. En hoe heb je dat gekregen? Eén biljet van 50 of twee van 20 en één van 10 of allemaal vijfjes?

N: Ja gewoon van van die man dus niks, nou van die ene man met [betrokkene 2] van 50,

K: Ja.

N: En toen kreeg ik van die ene man 150 dus toen had ik 200.

K: Ja,

N: En van die andere jongen kreeg ik nog 100.

K: Van wie?

N: Van die andere jongen.

K: Nog een andere jongen.

N: Vier in totaal.

Het oordeel van het hof

Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 273f lid 1 sub 4 en 5 Sr.

Het hof is met de rechtbank en advocaat-generaal van oordeel dat uit het bovenstaande volgt dat sprake was van de situatie als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 5 Sr. Het hof is echter ook van oordeel dat uit het bewijsmiddelenoverzicht volgt dat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 4 Sr. Er was namelijk sprake van een situatie waarin [slachtoffer] werd uitgebuit, terwijl verdachte een bijdrage heeft geleverd aan die uitbuiting door de minderjarige [slachtoffer] te bewegen seksuele diensten tegen betaling te verrichten.

Uitbuiting

Gelet op het feit dat [slachtoffer] in een parenclub als minderjarige met verschillende personen seks heeft gehad tegen betaling, kan worden gesproken van een situatie van uitbuiting.

De enkele omstandigheid dat verdachte niet heeft geprofiteerd van die uitbuiting, betekent niet dat er geen sprake was van uitbuiting.

Verdachte wist dat [slachtoffer] als minderjarige in de parenclub tegen betaling seks zou gaan hebben met mannen en was dus op de hoogte van de uitbuiting. Verdachte heeft bovendien bijgedragen aan die uitbuiting door [slachtoffer] te bewegen naar die club te gaan voor het verrichten van seksuele diensten.

Bewegen

[betrokkene 2] en [slachtoffer] gingen met verdachte mee om met seks geld te verdienen in de parenclub. Verdachte had hen op dat idee gebracht en vanwege dat plan reden ze met verdachte mee. Verdachte heeft [slachtoffer] dus niet alleen op het idee gebracht, maar ook heeft verdachte een aantal drempels voor [slachtoffer] weggenomen omdat zij zorgde voor het vervoer en omdat zij [slachtoffer] tot in de club vergezelde. Gesteld kan daarom worden dat verdachte [slachtoffer] heeft bewogen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling. Dat verdachte in de parenclub verder geen actieve rol speelde of hoefde te spelen bij het tot stand komen van de contacten tussen [slachtoffer] en de mannen die betaalde seks met haar wilden, doet aan het bovenstaande niet af.

Misbruik van een kwetsbare positie en/of overwicht

Reeds de omstandigheid dat [slachtoffer] minderjarig was, betekent dat zij verkeerde in een kwetsbare positie. Het is een feit van algemene bekendheid dat minderjarigen minder goed de gevolgen van hun handelingen kunnen overzien en (dus) beïnvloedbaar zijn en daarom niet in staat zijn de juiste keuzes te maken. Verdachte was ten tijde van het tenlastegelegde 38 jaar en zal vanwege het leeftijdsverschil in ieder geval enig overwicht hebben gehad op de toen 16-jarige [slachtoffer] .

Verdachte heeft ondanks het feit dat ze op de hoogte was van de minderjarigheid van [slachtoffer] haar bewogen mee te gaan naar de parenclub waar [slachtoffer] tegen betaling seks kon hebben met anderen. Nu verdachte [slachtoffer] heeft bewogen, terwijl ze wist van de minderjarigheid (en dus van de kwetsbaarheid), kan worden gesteld dat ze [slachtoffer] heeft bewogen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling door misbruik te maken van haar kwetsbare positie.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in of omstreeks de periode van 31 augustus 2013 tot en met 1 september 2013 in de gemeente(n) Zwolle en/of Groningen en/of te [plaats] en/althans (elders) in Nederland (lid 3) tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen, een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren op 22 juli 1997,

(lid 1, sub. 4)

(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, en/of

(lid 1 sub. 5)

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen, met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] , enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens):

(terwijl die [slachtoffer] verstandelijk beperkt/kwetsbaar is en/althans speciaal onderwijs volgt, en/of nadat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer] had(den) verteld over een parenclub " [parenclub] " in Groningen waar je geld kon verdienen en/of waar ze kon(den) komen kijken hoe het werkte, en/of verdachte en/of verdachtes mededader(s) had(den) aangegeven in die zelfde club te (willen) werken)

- gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijke en/of lichamelijke overwicht dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) over die [slachtoffer] had(den), en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben vervoerd/meegenomen naar de club/bordeel " [parenclub] " te [plaats] , en/of

- die [slachtoffer] een jurkje/passende kleding heeft/hebben gegeven en/of die [slachtoffer] heeft/hebben bewogen dat jurkje/die kleding "voor de gelegenheid" te dragen, en/of

- die [slachtoffer] zonder het tonen van haar ID-kaart in die club heeft/hebben binnen gebracht, en/of

- die [slachtoffer] , voor zij die club/dat bordeel binnen ging en/althans haar werkzaamheden in die club begon, heeft/hebben laten "blowen" en/of alcohol heeft/hebben laten nuttigen, en/of - die [slachtoffer] een "pilletje xtc/drugs" heeft/hebben gegeven, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben overgehaald/bewogen om seks met (een) man(nen) te hebben en/of seksuele handelingen met (een) man(nen) te verrichten en/althans (telkens) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat ze (telkens) met een man mee kon gaan, en/of

- nadat die club/dat bordeel sloot die [slachtoffer] naar een caravan in de buurt van die club/dat bordeel heeft/hebben gebracht om te overnachten, en/althans

- die [slachtoffer] (meermalen) heeft/hebben gevraagd/gepushed om mee te gaan naar (een) die club/dat bordeel,terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl degene ten aanzien van wie de feiten worden gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij het bepalen van de straf voor mensenhandel gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie. In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandel in het algemeen de volgende omstandigheden van belang:

- de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;

- het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;

- de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband;

- de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;

- de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;

- het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;

- de werkzaamheden die verricht moesten worden;

- de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom);

- de hoeveelheid geld die werd afgedragen;

- het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;

- overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;

- de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend);

- de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);

- relevante recidive.

Mensenhandel is een ernstig strafbaar feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door een minderjarige te vervoeren naar en binnen te brengen in een parenclub en haar ertoe te brengen zich te prostitueren. Minderjarigen dienen in het bijzonder beschermd nu zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Ten voordele van verdachte houdt het hof rekening met het feit dat het bewezenverklaarde meer dan vijf jaar geleden is gepleegd, verdachte niet eerder wegens soortgelijke feiten is veroordeeld, zij niet zelf heeft geprofiteerd van het feit, zij zwakbegaafd is en dus minder dan gemiddeld in staat is een juiste belangenafweging te maken en de pleegperiode van het bewezenverklaarde feit één dag bestrijkt.

De omstandigheid dat het hof niet alleen sub 5, maar ook sub 4 bewezen acht, is niet strafverzwarend nu voor beide onderdelen dezelfde feiten en omstandigheden redengevend zijn. Naar het oordeel van het hof is sprake van eendaadse samenloop.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden is. Het hof heeft hierbij tevens rekening gehouden met de omstandigheid dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof zal bij de strafoplegging rekening houden met deze overschrijding van de redelijke termijn in die zin dat een taakstraf voor de duur van 150 uren passend en geboden zou worden geacht indien de schending niet had plaatsgevonden.

Gelet op de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte en op de lange tijd die verstreken is sinds het bewezenverklaarde feit, ziet het hof geen reden aan het voorwaardelijk deel van de opgelegde straf bijzondere voorwaarden te verbinden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.129,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 55 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 209 (tweehonderdnegen) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 1 september 2013.

Heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. M.E. van Wees en mr. H.L. Stuiver, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden, griffier,

en op 16 januari 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, onderzoeksnummer 04VRP13009, onderzoek Phoenix, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.