Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2019:10156

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-11-2019
Datum publicatie
05-12-2019
Zaaknummer
Wahv 200.255.057/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. Burgeractie politie tegen overlast taxi’s. De ambtenaar heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder van het voertuig was ten tijde van de gedraging. Er heeft zich een reële mogelijkheid tot staandehouding voorgedaan, zodat het ervoor moet worden gehouden dat ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 5 Wahv door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.255.057/01

CJIB-nummer

: 213362579

Uitspraak d.d.

: 27 november 2019

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 24 januari 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 13 november 2019 is nog een fax van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2019. De gemachtigde van de betrokkene is, zoals vooraf aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr.

[D] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 december 2017 om 15:56 uur op het Damrak in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat zich hier een reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De bestuurder was namelijk bij het voertuig aanwezig. Hij zat in zijn taxi te wachten op een klant die hij moest vervoeren van het Damrak naar het centraal station. Vervolgens reed handhaving langs en zij noteerden zijn kenteken zonder ook maar iets te zeggen.

3. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal zich (kort samengevat) op het standpunt gesteld dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. De onderhavige zaak kan naar zijn mening niet vergeleken worden met de situatie in het arrest van dit hof van 6 november 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:9542).

4. Artikel 5 van de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. De rechter zal, indien de sanctie met toepassing van artikel 5 van de Wahv is opgelegd, zoals in dezen het geval, in het algemeen - dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt - ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, VR 2000,148).

5. In hoger beroep is een aanvullend proces-verbaal door de advocaat-generaal overgelegd. De ambtenaar zegt hierin het volgende met betrekking tot het (niet) staandehouden:

‘’Op zaterdag 02-12-2017 om 15:56 was ik in burger gekleed en lopend belast met taxihandhaving op de openbare weg te Damrak te Amsterdam. (…) Ik zag dat het taxivoertuig geparkeerd stond met twee wielen op het trottoir en twee wielen op een fietsstrook. Ik zag dat de voetgangers om het voertuig heen moesten lopen waardoor hinder werd veroorzaakt. De burgeractie was bedoeld om waar te nemen voor de taxi overlast in de omgeving van de standplaats Oudebrugsteeg. Staandehouding was niet mogelijk in verband met burgeractie, bij staandehouding zou de burgeractie stuk zijn.’’

6. Uit het relaas van de ambtenaar volgt dat hij heeft waargenomen dat de bestuurder van het onder 1. vermelde voertuig met twee wielen op het trottoir en twee wielen op de fietsstrook stilstond.

Hieruit volgt dat de ambtenaar aanstonds heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder van het voertuig was ten tijde van het verrichten van de gedraging. In een dergelijk geval dient de administratieve sanctie, indien redelijkerwijs mogelijk is, te worden opgelegd aan de bestuurder van het voertuig en niet aan de kentekenhouder. Niet gesteld is dat de ambtenaar niet in staat was een staandehouding uit te voeren. Weliswaar wordt als reden opgegeven dat de ambtenaar in burger was, zich lopend voortbewoog en dat anders de burgeractie – in de woorden van de ambtenaar – stuk zou zijn, maar dit houdt niet noodzakelijkerwijs in dat geen staandehouding kan worden verricht, te meer nu de bestuurder het voertuig enige tijd heeft stilgezet om te wachten op zijn klant. Hieruit volgt dat er zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de Wahv door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen.

7. Anders dan de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal van mening is, zijn er volgens het hof geen wezenlijke verschillen tussen de onderhavige zaak en de door hem genoemde zaak. In grote lijnen is in die zaak om dezelfde reden(en) als hier niet tot staandehouding overgegaan.

8. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd. Alle overige bezwaren van de gemachtigde kunnen onbesproken blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 896,-.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 896,-.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.