Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:9881

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-11-2018
Datum publicatie
10-12-2018
Zaaknummer
WAHV 200.212.533
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Snelheid. Radarsnelheidsmeter. De opvatting van de gemachtigde dat de reflectie van licht van de omliggende gebouwen de meting kan verstoren, is niet juist. De radarmeting kan worden verstoord indien een object zich in de radarbundel bevindt waardoor het radarsignaal wordt gereflecteerd. Dat is hier niet aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.212.533

13 november 2018

CJIB 198547260

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland

van 3 maart 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,

werkzaam bij [C] , kantoorhoudende te [D] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 247,50.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 178,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom met 20 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 31 mei 2016 om 20.43 uur op de N506 te Hoorn met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. Namens de betrokkene wordt bestreden dat er sprake is van een juiste meting. Hiertoe wordt aangevoerd dat de radarapparatuur in strijd met paragraaf 6.2 sub c van de Leerstof waarnemer radarsnelheidscontroles stond geplaatst nabij meerdere reflecterende gebouwen/staalconstructies. De reflectie van licht door deze gebouwen kan de radarbundel hebben verstoord. De kantonrechter heeft daarbij ten onrechte overwogen dat onvoldoende is onderbouwd dat de reflectie van gebouwen invloed heeft gehad op de meting, in het bijzonder omdat het betreffende gebouw niet in het blikveld van de camera staat. Deze eis stelt de voornoemde Leerstof niet, nu daar wordt gesproken over onmiddellijke nabijheid. Verder gaat het niet om het blikveld van de camera, nu de camera slechts de vermeende overtreding vastlegt en niet de meting verricht.

3. Uit de gegevens in het zaakoverzicht volgt dat de radarapparatuur is getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt. Hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding hieraan te twijfelen. De opvatting van de gemachtigde dat de reflectie van licht van de omliggende gebouwen de meting kan verstoren, is onjuist. De radarmeting kan worden verstoord indien een object zich in de radarbundel bevindt waardoor het radarsignaal wordt geflecteerd. Dan is er sprake van reflectie. Zoals de gemachtigde terecht opmerkt is het blikveld van de camera daarbij niet van belang, maar gaat het om objecten die zich in de radarbundel bevinden. Gelet op de foto's van de gedraging is reflectie hier niet aan de orde. Het bezwaar tegen de inleidende beschikking treft geen doel. De beslissing van de kantonrechter kan in zoverre worden bevestigd.

4. De gemachtigde klaagt verder dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het verschijnen ter zitting. Het hof stelt vast dat de kantonrechter slechts een procespunt heeft toegekend voor het indienen van het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie. Ten onrechte is geen procespunt toegekend voor het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter op 17 februari 2017 waar het beroep inhoudelijk is behandeld. De beslissing van de kantonrechter moet dan ook worden vernietigd, voor zover het de veroordeling in de proceskosten betreft. Het hof zal, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, bepalen dat aan de betrokkene een proceskostenvergoeding wordt toegekend voor de behandeling van het beroep bij de kantonrechter. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting dienen twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 501,-.

5. Nu de gemachtigde in hoger beroep gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, komt het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de proceskosten gemaakt in hoger beroep eveneens voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,-. Nu de gemachtigde slechts in het gelijk wordt gesteld voor hetgeen is aangevoerd omtrent de toekenning van de proceskostenvergoeding en voor het overige niet in het gelijk wordt gesteld, ziet het hof aanleiding om wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak is zeer licht) toe te passen. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten van het hoger beroep tot een bedrag van € 125,25.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen;

bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van in totaal € 626,25.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.