Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:9193

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-10-2018
Datum publicatie
23-10-2018
Zaaknummer
21-005146-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een zelfgemaakte nepbom op een parkeerdek van de parkeergarage Q-park te Amsterdam achtergelaten en hij heeft zich schuldig gemaakt aan bedreigingen van medewerkers van de Orde van Advocaten en van de burgemeester van Amsterdam. Verdachte voelt zich ernstig tekortgedaan door een aantal instanties en publieke figuren en het ongenoegen hierover loopt al een jaar of twintig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005146-16

Uitspraak d.d.: 23 oktober 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers

13-656491-12 en 13-654015-13, 13-654149-14, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1931] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 17 april 2018 en 9 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-656491-12:

1:
hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Amsterdam de burgermeester en/of de inwoners van Amsterdam (schriftelijk) met een terroristisch misdrijf heeft bedreigd, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte een doos (op het 4e parkeerdek van de parkeergarage Q-park gelegen aan het Beursplein)) geplaatst en/of achtergelaten met daarin onder meer twee vellen briefpapier met de tekst: Aan de Burgermeester [naam 4] Volgende week gaan de branden van start Als u mij arresteert moet u mij voor de rechter brengen Dan zal mijn advocaat aantonen dat de gemeente mij voor 600 miljoen heeft bestolen De NV stadion Amsterdam heeft de burger voor 300 miljoen opgelicht Hij zal alle bewijzen overleggen De gemeente probeert de "klokkenluider al zo 20 jaren te vermoorden Dan komt de kwestie in de openbaarheid en/of Dit is nog geen echte bom Die komt vanaf 18 juni 2012, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking:

2:
hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Amsterdam een voorwerp, te weten een kartonnen doos (inhoudende een baksteen en/of twee vellen papier en/of drie kranten en /of een papieren draagzak), op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het 4e parkeerdek van de parkeergarage Q-park gelegen aan het Beursplein heeft achtergelaten of geplaatst, met het oogmerk (een) ander(en) ten onrechte te doen geloven dat daardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht;

3:
hij op of omstreeks 29 mei 2012 te Amsterdam en/of Haarlem, in elk geval in Nederland de Nederlandse regering en/of de 2e kamer van de Staten-Generaal en/of het College van Burgermeester en Wethouders van Amsterdam en/of de Gemeenteraad van Amsterdam en/of de inwoners van Amsterdam (schriftelijk) met een terroristisch misdrijf heeft bedreigd, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of brandstichting, immers heeft verdachte aan genoemde instanties brieven verzonden met onder meer de volgende tekst(en): "Dit is de laatste brief die ik u schrijf" en/of "Over twee weken start ik mijn aangekondigde actie" en/of " Een voor een zal ik alle parkeergarages in Amsterdam door brand verwoesten" en/of "Denkt u echt dat ik er enige moeite mee heb om de hele stad in brand te steken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


4:
hij op of omstreeks 5 april 2012 te Amsterdam en/of Haarlem, in elk geval in Nederland de Nederlandse regering en/of de Minister van Justitie en/of de Minister van Binnenlandse Zaken en/of de 2e kamer van de Staten-Generaal en/of het College van Burgermeester en Wethouders van Amsterdam en/of de Gemeenteraad van Amsterdam en/of de inwoners van Amsterdam (schriftelijk) met een terroristisch misdrijf heeft bedreigd, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte aan genoemde personen en/of instanties brieven verzonden met onder meer de volgende tekst(en): - Ik heb daarom besloten om op maandag 16 april 2012 het stadhuis van Amsterdam gelegen aan de Amstel 1, 1011 PH te Amsterdam in bezit te nemen en/of - Ik zal het Stadhuis-muziektheater middels explosieven laten slopen en met de grond gelijk maken. De puinhopen zal ik laten liggen als een symbool van de Nederlandse rechtstaat en/of - Ik moet ernstig waarschuwen om het complex daadwerkelijk te ontruimen. Ik sta op 16 april om 09.00 uur niet meer in voor de gevolgen van de persoonlijke veiligheid van de in het gebouwencomplex aanwezige personen. en/of - Ik behoud mij het recht voor om na het stadhuis ook het Stadion Arena met de grond gelijk te maken. Ik zal mijn oude handwerk met plezier hervatten. Ik heb het recht om voor 600 miljoen Euro aan gebouwen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


Zaak met parketnummer 13-654015-13 (gevoegd):

1:
hij in of omstreeks de periode van 03 januari 2013 tot en met 17 januari 2013 te Amsterdam en/of Haarlem, in elk geval in Nederland een persoon, de Minister-President en/of de Vice-President en/of de Minister van Justitie en/of de Minister van Binnenlandse zaken en/of de Burgemeester van Amsterdam en/of de Gemeenteraad van Amsterdam en/of de inwoners van Amsterdam en/of de 2e kamer van de Staten-Generaal en/of de President van het Gerechtshof te Amsterdam en/of de Voorzitter van het College van Procureurs-Generaal en/of de Officier van Justitie te Haarlem en/of de Officier van Justitie te Amsterdam en/of de Deken van de Orde van Advocaten te Amsterdam, schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met brandstichting, immers heeft hij opzettelijk dreigend twee, althans een of meer brieven gestuurd aan de Burgemeester van Amsterdam waarin (onder meer de volgende teksten was/waren vermeld: "na 1 februari 2013 zullen alle openbare parkeergarages moeten worden gesloten" en/of "De nog openstaande garages zullen door brand worden vernield en onklaar gemaakt" en/of "gedurende vier weken, tot 15 februari 2013, wordt de gemeente in de gelegenheid gesteld om alsnog aan de ontstane verplichtingen uit hoofde van de door haar gepleegde contractbreuk te voldoen, bij in gebreke blijven zullen de niet op deze datum gesloten parkeergarages door brand worden verwoest.

Zaak met parketnummer 13-654149-14 (gevoegd):

1:
hij in of omstreeks de periode van 03 februari 2014 tot en met 17 april 2014 te Haarlem, in elk geval in Nederland [naam 1] en/of een of meer andere medewerkers van de Orde van advocaten heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan genoemde persoon en/of instantie brieven verzonden met onder meer de volgende tekst(en): - Uw kantoor is op de begane grond. Er gaat een steen door de ruiten en een brandende fles benzine. Het zal 's-nachts gebeuren. Uw personeel zal geen gevaar lopen en/of

- Ik waarschuw u mijn aankondiging in mijn brief serieus te nemen en/of

- Nog voor de paasdagen zullen alle ruiten aan de [adres 1] sneuvelen. Daarna komen alle andere kantoren van de orde in Amsterdam, Den Haag en [adres 2] aan de beurt; althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.


2:
hij in of omstreeks de periode van 05 juni 2014 tot en met 10 juni 2014 te Haarlem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan genoemde personen en/of instanties brieven verzonden met onder meer de volgende tekst(en)

- In alle rust deel ik u mede dat als er deze week weer niets gebeurd, ik het recht in eigen hand ga nemen. Ik heb in mijn keuken een groot slagersmes. Dat ga ik gebruiken om achtereenvolgens de dekens van de orde van advocaten Mrs [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] overhoop te steken en/of

- Burgemeester [naam 4] is net zo schuldig als de dekens Mrs. [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] . ook hij verdient een mes tussen zijn ribben.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer

13-656491-12 onder 1, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 13-654015-13 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof acht onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden om deze bedreigingen bewezen te kunnen verklaren, nu uit het onderhavige strafdossier niet kan worden afgeleid dat de door verdachte geschreven dreigbrieven de geadresseerden ook daadwerkelijk hebben bereikt.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 13-656491-12 onder 2 en in de zaak met parketnummer 13-654149-14 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 13-656491-12:

2:
hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Amsterdam een voorwerp, te weten een kartonnen doos (inhoudende een baksteen en/of twee vellen papier en/of drie kranten en /of een papieren draagzak), op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het 4e parkeerdek van de parkeergarage Q-park gelegen aan het Beursplein heeft geplaatst en achtergelaten of geplaatst, met het oogmerk (een) ander(en) ten onrechte te doen geloven dat daardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht.


Zaak met parketnummer 13-654149-14 (gevoegd):

1:
hij in of omstreeks de periode van 03 februari 2014 tot en met 17 april 2014 te Haarlem, in elk geval in Nederland [naam 1] en/of een of meer andere medewerkers van de Orde van advocaten heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan genoemde persoon een en en/of instantie brief verzonden met onder meer de volgende tekst(en):

- Uw kantoor is op de begane grond. Er gaat een steen door de ruiten en een brandende fles benzine. Het zal 's-nachts gebeuren. Uw personeel zal geen gevaar lopen en/of

- Ik waarschuw u mijn aankondiging in mijn brief serieus te nemen en/of

- Nog voor de paasdagen zullen alle ruiten aan de [adres 1] sneuvelen. Daarna komen alle andere kantoren van de orde in Amsterdam, Den Haag en [adres 2] aan de beurt.

2:
hij in of omstreeks de periode van 05 juni 2014 tot en met 10 juni 2014 te Haarlem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan genoemde personen en/of instanties brieven verzonden met onder meer de volgende tekst(en)

- In alle rust deel ik u mede dat als er deze week weer niets gebeurd, ik het recht in eigen hand ga nemen. Ik heb in mijn keuken een groot slagersmes. Dat ga ik gebruiken om achtereenvolgens de dekens van de orde van advocaten Mrs [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] overhoop te steken en/of

- Burgemeester [naam 4] is net zo schuldig als de dekens Mrs. [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] . ook hij verdient een mes tussen zijn ribben.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 13-656491-12 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

een voorwerp op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats achterlaten of plaatsen met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat daardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht.

Het in de zaak met parketnummer 13-654149-14 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met brandstichting.

Het in de zaak met parketnummer 13-654149-14 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde en door hem bewezen geachte feiten, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor een duur twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd door de verdachte in voorarrest doorgebracht.

De verdachte heeft verklaard dat hij de bewezenverklaarde bedreigingen bewust heeft geuit. Hij verzoekt het hof in het arrest op te nemen dat de gemeente Amsterdam in 1995 of 1996 door het gerechtshof in Amsterdam is veroordeeld om hem schadeloos te stellen.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte voelt zich ernstig tekortgedaan door een aantal instanties en publieke figuren en het ongenoegen hierover loopt al een jaar of twintig. Uit de stukken en uit hetgeen verdachte op de zitting heeft verteld, maakt het hof op dat verdachte in de loop van dit conflict, met vooral de gemeente Amsterdam, in een steeds benardere situatie is terechtgekomen. Zijn financiële situatie is aanmerkelijk verslechterd. Hij en zijn familie, vooral zijn echtgenote, lijden onder de spanningen. Verdachte voelt zich door alles en iedereen bedrogen. Hij krijgt geen genoegdoening en vindt geen steun in zijn strijd. Ondanks zijn inmiddels hoge leeftijd is hij niet bereid, of in staat, de strijd te staken.

Ook deze strafrechtelijke procedure heeft verdachte willen gebruiken om zijn gelijk te halen. Hij heeft het gerechtshof gevraagd de gemeente Amsterdam te veroordelen tot een schadevergoeding of in ieder geval in rechte vast te stellen dat de gemeente eerder is veroordeeld tot betaling van een dergelijke vergoeding. Dat is echter niet de taak van het hof. Het hof dient enkel en alleen te oordelen over de strafbare feiten die verdachte heeft begaan en die zijn ernstig.

Verdachte heeft een zelfgemaakte nepbom op een parkeerdek van de parkeergarage Q-park gelegen aan het Beursplein te Amsterdam achtergelaten. Hierdoor heeft verdachte overlast veroorzaakt doordat de nepbom door een speciale politiemedewerker moest worden onderzocht. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreigingen van medewerkers van de Orde van Advocaten en van de burgemeester van Amsterdam. Deze bedreigingen hebben reële angst en overlast veroorzaakt. Het gaat om personen die een publieke taak uitoefenen. Zij verdienen bijzondere bescherming zodat zij hun taak ongestoord en zonder oneigenlijke invloeden kunnen uitoefenen.

Verdachte is in de loop der tijden vele malen gemaand te stoppen met het plegen van strafbare feiten. Hij is ook eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden nieuwe feiten te plegen. Het hof is niet blind voor de benarde situatie waarin verdachte zich bevindt, maar dit rechtvaardigt het handelen van verdachte op geen enkele manier. Het hof acht daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

Verdachte heeft de feiten op zitting erkend. Dat pleit voor hem. Tegelijkertijd heeft hij geen enkele blijk gegeven van berouw of zelfs maar van inzicht in de gevolgen van zijn handelen.

Strafverminderend acht het hof dat in eerste aanleg de opgelegde bijzondere voorwaarden ten onrechte dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard aangezien de wet daartoe in dit geval geen mogelijkheid biedt en het tijdsverloop sedert het begaan van de thans bewezenverklaarde feiten. Ook omdat het hof minder feiten bewezen acht, komt het hof tot oplegging van een lagere straf dan de rechtbank.

Het hof ziet thans, anders dan de rechtbank, geen ruimte wederom bijzondere voorwaarden op te leggen.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 142a en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-656491-12 onder 1, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 13-654015-13 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-656491-12 onder 2 en in de zaak met parketnummer 13-654149-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-656491-12 onder 2 en in de zaak met parketnummer 13-654149-14 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg en M.E. van Wees, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Mientjes, griffier,

en op 23 oktober 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 23 oktober 2018.

Tegenwoordig:

mr. J.P. Bordes, voorzitter,

mr. A. de Vries, advocaat-generaal,

mr. D. Mientjes, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.