Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8934

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
07-11-2018
Zaaknummer
WAHV 200.198.840
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aannemelijk is dat bord C22a (milieuzone), sinds 1 augustus 2009 opgenomen in bijlage 1 van het RVV 1990, ten tijde van de gedraging ter plaatse aanwezig was. Google Street View.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.198.840

10 oktober 2018

CJIB 184063251

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 7 juni 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 15 mei 2018 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De zaak is behandeld op de zitting van 26 september 2018. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

1. Het oordeel van het hof in het tussenarrest leidt tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.

2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “rijden in strijd met geslotenverklaring voor niet aan de eisen voldoende voertuigen (bord C22a bijlage II RVV 1990, milieuzone)”, welke gedraging zou zijn verricht op 23 augustus 2014 om 12:11 uur op de Nieuwe Leeuwarderweg te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .

3. De betrokkene heeft aangevoerd dat hij door filevorming bij diverse tunnels genoodzaakt was door Amsterdam te rijden. Door hevige hoosbuien was het zicht verslechterd en is het verkeersbord de betrokkene niet opgevallen. De betrokkene betwijfelt ook of het bord er wel stond. In hoger beroep heeft de betrokkene verder aangevoerd dat hij inmiddels een opfriscursus verkeersborden heeft gevolgd, maar geen Nederlands verkeersbord heeft kunnen vinden voor een milieuzone of iets dergelijks. Voor zover dat er inmiddels wel is, betoogt de betrokkene dat het destijds zeker niet bestond.

4. Ter zitting in hoger beroep heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal verklaard dat hij via Google Street View beelden van mei 2014 en september 2014 heeft geraadpleegd, en daarop het bord C22a heeft waargenomen. Daarmee acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat dit bord ten tijde van de gedraging ter plaatse aanwezig was.

5. Het verkeersbord C22a, dat in dit geval was geplaatst, is sinds 1 augustus 2009 opgenomen in Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en hieronder afgebeeld.

6. Nu vaststaat dat de betrokkene een milieuzone is ingereden en niet in geding is dat dit voor zijn voertuig niet is toegestaan, staat vast dat de gedraging is verricht. Vervolgens moet worden beoordeeld of het verweer van de betrokkene aanleiding geeft tot het matigen of het achterwege laten van de sanctie. De omstandigheden waaronder de gedraging is verricht kunnen daar aanleiding toe geven.

7. Het hof acht de omstandigheden zoals de betrokkene die schetst aannemelijk. Deze omstandigheden geven echter geen aanleiding de sanctie achterwege te laten of te matigen. Dat de betrokkene het verkeersbord heeft gemist en niet bekend was met dit bord, komt voor zijn rekening. Van weggebruikers wordt verwacht dat zij op de hoogte zijn van verkeersborden en hun betekenis. Verder moeten verkeersdeelnemers altijd oplettend zijn en er – ook bij slecht weer, zoals hevige regenval – voor zorgen dat zij verkeerstekens opmerken. Daarbij kan het nodig zijn om het rijgedrag, zoals de snelheid, aan te passen. Mocht het zicht zodanig slecht zijn dat verkeersborden in het geheel niet meer te onderscheiden zijn, dan is verder rijden onverantwoord en moet worden gestopt. Dat de betrokkene de gedraging niet met opzet heeft verricht, wat het hof wel wil aannemen, staat ook niet aan de oplegging van een sanctie in de weg. De verweren van de betrokkene kunnen hem dan ook niet baten.

8. De officier van justitie heeft een juiste beslissing genomen. Het hof zal het beroep van de betrokkene tegen deze beslissing ongegrond verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.