Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8654

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
01-10-2018
Zaaknummer
21-000574-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf wegens smaad. Verdachte heeft op Twitter berichten geplaatst over betrokkenheid van aangever bij de dood van zijn ouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000574-17

Uitspraak d.d.: 28 september 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 23 mei 2016 met parketnummer 08-770005-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 september 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 september 2015 tot en met 31 oktober 2015 te [plaats] , althans in Nederland en/of in Europa, (telkens) opzettelijk de eer en/of goede naam van [benadeelde] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, te weten, dat benadeelde betrokken zou zijn bij en/of kennis en/of wetenschap zou hebben van de dubbele moord, gepleegd op het echtpaar [naam] te [plaats] , in september 2009 met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij, verdachte, gedurende voornoemde pleegperiode één of meermalen via zijn twitter-account, te weten [accountnaam] onder meer de navolgende teksten en/of berichten geplaatst:

- 10 september 2015: 'nu nog afwachten wanneer de huisvriend gaat praten lost een hoop op. Dubbele moord [plaats] ' en/of

- 10 september 2015: 'Het is nu afwachten wanneer de huisvriend alles op biecht. Dubbele moord [plaats] ' en/of

- 10 oktober2015: 'Ojee er wou iemand mijn huisvriend worden!! Ik zei liever niet wil graag blijven leven. Moord [plaats] 10 sept 2009' en/of

- 10 oktober 2015: 'Er hoeft er maar eentje te praten of niet dan [benadeelde] uit [plaats] ' en/of

- 10 oktober 2015: 'Ben benieuwd wanneer hij zich zelf aangeeft' en/of

- 30 oktober 2015: 'Wachten en wachten zorgen dat je als eerste daar bent anders kun je DNA niet verantwoorden. Moord [plaats] [naam echtpaar] 2009' en/of

- 30 oktober 2015: 'De waarheid is hard voor de huisvriend van [naam echtpaar] moord [plaats] wat moest de huisvriend vlak voor de moord bij hun thuis?' en/of

- 31 oktober 2015: 'Wat zeggen ze altijd de dader loopt vooraan in de begrafenisstoet!! Of niet dan [benadeelde] uit [plaats] moord [plaats] huisvriend!' en/of

- 31 oktober 2015: 'Hoe groot was zijn belang bij de dood van het echtpaar [naam] moord [plaats] . De huisvriend al eens aangesproken en heeft dan vluchtgedrag', terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

In 2009 zijn beide ouders van verdachte door een misdrijf om het leven gekomen. Aanvankelijk is verdachte hiervoor als verdachte aangemerkt. Tot op heden is de moord op de ouders van verdachte niet opgelost. Aangever [benadeelde] was een goede vriend van de ouders van verdachte.

De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de moord wil oplossen en de waarheid boven tafel wil krijgen. Desgevraagd heeft hij verklaard dat het zou kunnen dat hij de in de tenlastelegging opgenomen berichten heeft geschreven.

Naar het oordeel van het hof kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte degene is geweest die de berichten op Twitter heeft geplaatst. De berichten gaan over de moord op de ouders van verdachte. In een aantal berichten noemt verdachte daarbij de naam van [benadeelde] . In andere berichten verwijst hij naar de ‘huisvriend’, waarmee kennelijk ook [benadeelde] wordt bedoeld. [benadeelde] heeft verklaard dat hij misschien wel 1000 volgers op Twitter heeft die de berichten hebben kunnen lezen.

Naar het oordeel van het hof heeft verdachte door het plaatsen van de berichten op Twitter opzettelijk de eer en goede naam van aangever [benadeelde] aangerand met het doel om daar ruchtbaarheid aan te geven. Het hof is, anders dan de politierechter en de advocaat-generaal, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de uitlatingen in strijd met de waarheid zijn nu niet bekend is wat die waarheid is. Het hof zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 september 2015 tot en met 31 oktober 2015 te [plaats] , althans in Nederland en/of in Europa, (telkens) opzettelijk de eer en/of goede naam van [benadeelde] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, te weten, dat benadeelde betrokken zou zijn bij en/of kennis en/of wetenschap zou hebben van de dubbele moord, gepleegd op het echtpaar [naam] te [plaats] , in september 2009 met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij, verdachte, gedurende voornoemde pleegperiode één of meermalen via zijn twitter-account, te weten [accountnaam] onder meer de navolgende teksten en/of berichten geplaatst:

- 10 september 2015: 'nu nog afwachten wanneer de huisvriend gaat praten lost een hoop op. Dubbele moord [plaats] ' en/of

- 10 september 2015: 'Het is nu afwachten wanneer de huisvriend alles op biecht. Dubbele moord [plaats] ' en/of

- 10 oktober2015: 'Ojee er wou iemand mijn huisvriend worden!! Ik zei liever niet wil graag blijven leven. Moord [plaats] 10 sept 2009' en/of

- 10 oktober 2015: 'Er hoeft er maar eentje te praten of niet dan [benadeelde] uit [plaats] ' en/of

- 10 oktober 2015: 'Ben benieuwd wanneer hij zich zelf aangeeft' en/of

- 30 oktober 2015: 'Wachten en wachten zorgen dat je als eerste daar bent anders kun je DNA niet verantwoorden. Moord [plaats] [naam echtpaar] 2009' en/of

- 30 oktober 2015: 'De waarheid is hard voor de huisvriend van [naam echtpaar] moord [plaats] wat moest de huisvriend vlak voor de moord bij hun thuis?' en/of

- 31 oktober 2015: 'Wat zeggen ze altijd de dader loopt vooraan in de begrafenisstoet!! Of niet dan [benadeelde] uit [plaats] moord [plaats] huisvriend!' en/of

- 31 oktober 2015: 'Hoe groot was zijn belang bij de dood van het echtpaar [naam] moord [plaats] . De huisvriend al eens aangesproken en heeft dan vluchtgedrag'. terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

Smaad, meermalen gepleegd.

Niet is gebleken dat verdachte heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging. Het hof is niet bekend met feiten en omstandigheden die duiden op de betrokkenheid van [benadeelde] bij de dood van de ouders van verdachte. Ook is niet gebleken dat verdachte te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat [benadeelde] verantwoordelijk is voor de dood van zijn ouders. Het plaatsen van de berichten op Twitter is daarom strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De politierechter heeft de verdachte voor laster veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van dertig uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van drie jaar.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor laster zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan smaad. Hij heeft op Twitter berichten geplaatst over de betrokkenheid van aangever bij de dood van zijn ouders. De berichten waren voor de vele volgers die aangever op Twitter heeft te lezen. Door aldus te handelen heeft verdachte aangever in zijn eer en goede naam aangerand, hetgeen gelet op de context van de zaak buitengewoon vervelend voor aangever moet zijn geweest. Hoewel het hof begrijpt dat het voor verdachte moeilijk te verteren is dat de moord op zijn ouders nog steeds niet is opgelost, laakt het de handelwijze van verdachte.

Bij de straftoemeting neemt het hof in het voordeel van verdachte in aanmerking dat hij blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 augustus 2018 weliswaar eerder, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Op de terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en ook niet beschikt over een postadres. Hoewel een taakstraf op zichzelf een passende straf is voor feiten als de onderhavige, ziet het hof in het vorenstaande aanleiding om aan verdachte geen taakstraf op te leggen nu deze naar verwachting niet uitvoerbaar zal zijn in verband met problemen rondom de bereikbaarheid van verdachte.

Teneinde verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, zal het hof aan verdachte wel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken opleggen. Gelet op het tijdsverloop sinds de onderhavige feiten zal het hof daar, anders dan de politierechter heeft gedaan, een proeftijd van twee jaren aan verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 261 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. H.L. Stuiver, voorzitter,

mr. A.H. Garos en mr. J.D. den Hartog, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. Broersma, griffier,

en op 28 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H.L. Stuiver is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.